Uit deze wereld
En voor het feest van het pascha, Jezus wetende dat zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot de Vader . . . Joh. 13 vs 1
De apostel Johannes neemt zijn schrijfstift op om het laatste deel van zijn Evangelie te schrijven. Dat laatste deel zal gaan over het lijden van Christus. Van deze Christus heeft hij in het begin met bevende verwondering geschreven: 'En het Woord is vlees geworden, en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen des Vaders, vol van genade en waarheid'. En nu, nu hij zal gaan schrijven over het einde van Christus, vervult de Heilige Geest zijn hart, verlicht Hij zijn oog, zodat Johannes dat einde ook vol ziet van heerlijkheid. Van de heerlijkheid der liefde. Als een opschrift staat het erboven met lichtende letters, boven alles, wat komen gaat aan pijn en lijden, smaad en schande: Liefde. Tot het einde toe had Christus lief, Zelfovergevend, Zelfverloochenend lief. En Zijn liefde is bewust, gekozen, gewild. Hij weet immers alles wat Hem te wachten staat.
Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was. Hij is er niet door omstandigheden bij betrokken geraakt. Hij is er niet in meegesleept zonder dat Hij eigenlijk goed wist, wat er gebeuren ging. Hij wist alles. Hij kende Zijn uren. Hij wist wanneer Zijn ure nog niet gekomen was en wanneer Zijn ure er wel was. Christus is nooit op zijn ure vooruit gelopen, maar heeft ze ook nooit een ogenblik voorbij laten gaan. Hij wordt door niets en niemand opgejaagd, maar ook door niets en niemand tegenhouden. Het loopt de Heere Jezus Christus geen ogenblik uit de hand. Heden nog niet! Ook nu kent Hij en bepaalt Hij Zijn uren. De uren in het leven van Zijn volk. De uren van zuchten onder de zonde en schuld. De uren van strijd en aanvechting. De uren van beproeving en verdrukking. Voor ons komen ze altijd te vroeg en duren ze altijd te lang.
Hij kent de uren vol van genade en waarheid. Voor ons komen ze altijd te laat. Christus kent echter Zijn uren, dat zijn altijd weer andere uren dan die van ons. Wat een genade, wat een rust om het aan Hem over te geven: 'Mijne tijden zijn in uw hand'. Gods Kerk mag zich toevertrouwen aan een wetende Jezus. Niet aan een blind noodlot, een grillig fortuin, maar aan een wetende, een in liefde wetende Jezus. Een Christus, Die precies weet wat wij nodig hebben en wanneer wij dat nodig hebben.
Christus weet, dat Zijn ure gekomen is, Hij uit deze wereld zal overgaan tot de Vader. Het komen van Christus was betrokken op de wereld. Hij is in de wereld gekomen, als het Licht der wereld. Niet opdat Hij de wereld zou oordelen, maar opdat Hij de wereld zou zalig maken. Daartoe is Hij gezonden van de Vader, Die de wereld alzo lief had, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. En nu gaat Christus uit deze wereld. Wat ligt daar eigenlijk tussen? Tussen Christus' ingang en Zijn uitgang. Wat is de meest opvallende reactie? Het ongeloof. Johannes heeft er zoeven nog over geschreven. Hij heeft als het ware de balans opgemaakt van Christus' zijn in de wereld. 'En hoewel Hij zovele tekenen voor hen gedaan had, nochtans geloofden zij in Hem niet'. Juist als Christus in de wereld komt, wordt die wereld zo scherp openbaar als de wereld, die in het boze ligt. Een Gode vijandige wereld. Een wereld, die nog wel godsdienst wil, maar geen Christus van God gezonden tot een volkomen verzoening van al onze zonden.
Dat zet zich voort tot op heden toe. Hij komt in onze wereld in de prediking van Zijn gerechtigheid alleen. En juist dan openbaart zich het vijandige verzet van al onze deugden en gerechtigheden. Er is van deze wereld niet zoveel goeds te zeggen. Een wereld onderworpen aan de machten van de boze. Daarom ligt er voor de Heere Jezus bevrijding en verlossing in dat uit deze wereld overgaan tot de Vader. Over het donkere dal van het lijden heen vallen de lichtstralen van de heerlijkheid bij Zijn Vader. De Zoon des mensen zal verheerlijkt worden. Hij zal uit de wereld uitgaan, uit die wereld vol vijandschap. Hij zal zich weer verheugen in de heerlijkheid, die Hij had bij de Vader, eer de wereld was.
Uit deze wereld, is dat ook een bevrijding voor ons? De mens van heden heeft nogal veel op met zijn wereld. Er is toch zoveel te genieten, vooral als we, zoals wij, leven mogen in een welvaartsstaat. Soms dreigt wel even of het einde daarvan in zicht is, maar het zal allemaal toch nog wel meevallen. En de narigheid, die er is, zullen we ook nog wel zien te overwinnen. Als iedereen meedoet, als ieder zijn best doet, dan zullen we in deze wereld het vrederijk oprichten. Uit deze wereld willen we daar nog van horen? Is dat een bevrijding? Of moet er liever maar over gezwegen worden, omdat we eigenlijk niet goed weten, wat we er mee aan moeten. We mogen ons dat wel ernstig afvragen, zeker als we bij en onder het Woord leven. Van de Kerk des Heeren lezen we dat ze zucht, verlangende met haar woonstede, die uit de hemel is, overkleed te worden. Het anker van haar hoop en verlangen is vastgemaakt in het binnenste heiligdom. Daar wordt 't levensschip heengetrokken. Nu eens staat het touw strak gespannen, zo zwaar hangt het schip er aan. Het wil van dat anker los. Het wil toch nog in de wereld verloren gaan. Maar het anker ligt vast in 't binnenste heiligdom en daar is Christus, haar Heere en Zaligmaker. Hij trekt ze allen tot Zich. Dan weer is er vaart in het schip. De vaart van het heilig verlangen. 'God des levens, ach, wanneer zal ik naad'ren voor Uw ogen, in Uw huis Uw naam verhogen'. De gelovige heeft immers geleerd, wat Christus het diepst geleerd heeft, hoe Gode vijandig namelijk die wereld is. Dat ze onderworpen is aan de overste dezer wereld. De gelovige heeft die wereld ontdekt rondom zich, in de openbaring van anti-Goddelijke en anti-Christelijke machten. Hij heeft die wereld ontdekt binnen in zich, een wereld van ongeloof en vijandschap. Het moet in het verborgene beleden worden: 'En hoewel Hij zovele tekenen voor mij gedaan heeft, nochtans geloofde ik in Hem niet. Niet, dat U daar dan bij blijft staan. Immers daar draagt u leed en rouw over. Telkens opnieuw er onderkomend, onszelf voor de Heere tegenvallen en veroordelend. En wat krijgt dat uit deze wereld overgaan tot de Vader dan een glans. Het lichaam der zonde zal worden afgelegd! De heerlijkheid zal volmaakt zijn! Het lied tot eer van God van volkomen harmonie! Daar zullen niet zijn de valse bijgeluiden van zelfbedoelen. Daar zal alles vol zijn van Hem, vol zijn voor Hem! Uit deze wereld tot de Vader. Het licht daarvan vervult Christus' hart, vervult het hart van al degenen, die Zijn verschijning hebben liefgehad.
Christus gaat uit deze wereld over tot de Vader. Daar zit een overgang tussen de wereld en de Vader. Een grensovergang. Van de duisternis naar het licht, van de dood naar het leven, van het lijden naar de heerlijkheid moet een grens gepasseerd worden. Zij is hermetisch afgesloten. Zonde en schuld en de toorn Gods daarover hebben die grens getrokken. Onherroepelijk. Doch Christus trekt haar over. Niet als een soort smokkelaar. Maar openlijk, vrijuit en alles wat er betaald moet worden, wordt betaald. Zo legt Hij verbinding. Zo baant Hij een weg, een verse en levende weg in Zijn bloed. Ik ga heen om u plaats te bereiden. U, die geen plaats hebt vanwege uw ongerechtigheid. Het is zoveel zeggend, dat Johannes schrijft: 'En voor het feest van het Pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was'. Zijn ure is de Paasure. Dat uur waarop het lam werd geslacht, het volkomen lam. Dat uur waarin het bloed van dat lam op de deurposten werd gesmeerd. Dat uur, dat een uur was van genadige voorbijgang. De Engel des verderfs ging voorbij. De dood, het eeuwige oordeel Gods ging voorbij. Israël werd gespaard om uit Egypte over te gaan naar Kanaan. Wat heeft Christus dan, die Paasure wonderlijk volgemaakt. Het is Zijn ure. Het Lam is Hijzelf. Want ook ons Paaslam is geslacht. Dat bloed is van Hem, een waarachtig verzoenend bloed. Die sparende voorbijgang is er om Hem. En dat uit deze wereld overgegaan naar de Vader, dat uit Egypte overgegaan naar Kanaan, naar de altaren Gods, naar God mijn God de bron van vreugd, dat is er omdat Hij voorgegaan is. En Hij is het. Die ze allen tot Zich trekt. Hij doet dat! U moet daarvoor bij Hem zijn. Eigen krachten baten niet. Eigengerechtigheden worden ons uit de hand geslagen. Hij blijft over voor u, hulpeloze en krachteloze. Hij, Die is Borg en middelaar, Heere en Zaligmaker. Hij, Die wist van het uit deze wereld naar de Vader. Hij, Die dat weten, dat verheugende, verlangende en hopende weten door Zijn Geest leert in de harten van al de Zijnen. En ondanks alle kracht, waarmee we naar de aarde getrokken worden, is er de verwonderde zekerheid van het geloof: 'En ik ben verzekerd, dat Hij machtig is, mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot die dag'.
S. J. W.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's