Boekbespreking
WOORD EN WERKELIJKHEID, Over de theocratie. Een bundel opstellen in dankbare nagedachtenis aan prof. dr. A. A. van Ruler, 216 blz. ƒ 24, 90, Callenbach, Nijkerk 1973.
In 1972 schreef prof. dr. G. C. van Niftrik in de kroniek van Kerk en Theologie naar aanleiding van het overlijden van prof. Haitjema dat het theocratisch denken in de lijn van art. 36 van de Ned. Geloofsbelijdenis, in de lijn van Bilderdijk, Kohlbrugge, Hoedemaker, Haitjema en van Ruler bij het huidig theologisch denken over de problemen van de relatie van Evangelie en geloof tot maatschappij en staat eenvoudig niet meer aan bod komt en zonder meer is uitgeschakeld.
Van Niftrik voert dan een pleidooi voor het doorgeven van de theocratische gedachte. Al mag de theocratie niet haalbaar zijn, zeker niet in de situatie waarin wij leven, wij zijn geroepen Gods koningschap te belijden. God regeert over kerk en staat. In ons gedrag zullen we aan dat geloof vorm hebben te geven. Tegen deze achtergrond zijn we bijzonder dankbaar voor ons ter bespreking toegezonden bundel studies over de theocratie. De initiatiefnemers, leden van het studentendispuut Sola Scriptura van de CSFR te Utrecht hebben door dit onderwerp breed en diepgaand aan de orde te stellen aandacht willen vragen, blijvende aandacht mogen we zeggen — voor het theologisch denken van Van Ruler, die de theocratie in vele studies en artikelen doordacht heeft.
De bundel opent dan ook met een uitvoerige bijdrage van drs. P. F. Th. Aalders over de theocratische gedachte bij Van Ruler. Aalders meent de sleutel tot dit denken te kunnen aanwijzen in de tweepoligheid, toegepast op de stroomgebieden van rijk en predestinatie, Christus en de Geest, kerk en staat. In dit bestek geeft Aalders ook een helder overzicht over de theocratiegedachte bij van Ruler, waarbij hij vooral ook ingaat op de verhouding van theocratie en tolerantie, twee grootheden die volgens velen elkaar uitsluitend, maar bij Van Ruler elkaar bepalen: alleen in de theocratie is de tolerantie veilig. Dat alles betekent bij Aalders geen kritiekloze verheerlijking van Van Ruler. Met name ter zake van de verhouding Christus en de Geest stelt hij vragen, omdat het moeite kost 'zich op deze pneumatische vlucht nog in de buurt te weten van die Geest die van zichzelf niet spreekt, maar het alles uit Christus neemt'. Uiteraard komt ook de geschiedenis ter sprake. Zowel Aalders, als prof. dr. S. v. d. Linde in een fraaie bijdrage over de verhouding van kerk en staat in de historie, als ook Mr. Holdijk in zijn opstel over de 19de eeuw (Groen, Kuyper en Hoedemaker) gaan hier breed op in.
Het kan niet uitblijven dat daarbij ook art. 36 van de Ned. Gel. Bel. ter sprake komt. Hoe moeten we de befaamde zinsnede over de overheidstaak ten aanzien van het uitroeien van valse godsdienst verklaren?
Terecht wijst v. d. Linde, juist tegen de achtergrond van de historie (de razernij van de Wederdopers!) een ongeestelijke interpretatie af. Art. 36 richt zich tegen beginselen, niet tegen mensen, staat geen gewetensdwang voor, maar vraagt wel van de overheid de kerk instaat te stellen het geestelijk wapen van het evangelie zo te hanteren, dat Gods Rijk gebouwd worde en het rijk van de Boze worde afgebroken. Maar in hoeverre is hier sprake van een droom?
Vormt de verdeeldheid van de kerk geen belemmering om hier ook maar iets van te realiseren. Ir. v. d. Graaf gaat op deze vragen in. De theocratische visie geeft de aandrift tot evangelisatie, maakt het vraagstuk van de oecumene acuut, heeft mondiale aspecten en bewaart de democratie voor een heilloze, want onbijbelse volkssouvereiniteit. Belangrijk zijn de opmerkingen die van der Graaf maakt over Israël. Politiek, die geen oog heeft voor Israël mist de belangrijkste dimensie. Ik meen dat deze stelling gemakkelijk bewezen kan worden juist in de huidige situatie.
Opvallend is ook de wijze waarop in deze bundel de verhouding van theocratie en eschatologie ter sprake gebracht wordt. Moltmann vergelijkt in zijn bijdrage Calvijn, Van Ruler en D. Sölle naar aanleiding van moeilijke passus uit 1 Cor. 15 over het overdragen van het Rijk aan de Vader.
Dit fragment uit Moltmanns boek over de gekruisigde God laat zien, hoe er terzake van de verhouding van schepping en eschaton nogal verschil van visie is tussen van Ruler en Moltmann. Het in deze bijdrage aangeroerde onderwerp verdient een bredere behandeling. Een vluchtige lezing van Moltmanns bijdrage zou kunnen leiden tot de gedachte: Is dat alles niet in hoge mate speculatief?
Maar er blijken diepgaande consequenties aan vast te zitten vooral als het gaat over de vraag: Wat bedoelen we als we spreken over een nieuwe schepping? Alleen maar herstel van de oorspronkelijke schepping? Of is het verloste bestaan meer dan het geschapen bestaan?
Nu brengt ook van der Graaf de eschatologie ter sprake. Vooral de gedachte aan het lijden vanwege de belijdenis der theocratie onder het geweld van de anti-christelijke machten krijgt in zijn bijdrage een sterk accent.
Van Leijenhorst gaat hier niet opzettelijk op in, maar laat in zijn opstel Theocratie en politieke praktijk wel zien hoe de theocratische gedachte in de christelijke politiek door allerlei factoren belemmerd wordt: de neutrale staat, het personalisme, het horizontalisme, de twee-rijken leer, het materialisme. Maar dat alles mag nog geen verhindering zijn de theocratie als een irreële droom ter zijde te schuiven. Wij belijden Christus' koningschap over alle dingen. Belijden staat menigmaal haaks op de voorhanden werkelijkheid. Want de belijdenis komt op uit het Woord.
Vandaar dat ik niet onvermeld wil laten dat deze bundel ook twee bijbelstheologische bijdragen bevat, nl. van Prof dr. A. R. Hulst over de theocratie in het O.T. (met zeer belangrijke opmerkingen over de aard van het Koningschap, de toekomstverwachting die gefunfeerd is in de belofte en niet opgekomen is uit teleurstelling over het heden, en de kritiek op de status-quo die juist vanuit de belijdenis van Gods heerschappij uitgaat) en van drs. M. J. G. v. d. Velden over theocratie en Christocratie (de gemeente als theocratische gemeenschap, de voorlopigheid van het theocratisch levensbesef).
De ruimte staat niet toe alle artikelen te bespreken. De theocratiegedachte, met name in de samenhang van Van Rulers denken blijkt vele aspecten te hebben. En dat niet alleen. Zodra men zich hier in verdiept, komt ook de gehele theologie aan de orde (de schepping, de Christologie, de leer van de Geest, de verhouding kerk-staat en de eschatologie).
En de actualiteit van dit thema springt telkens weer naar voren. Zowel voor de visie op de practische politiek, als de verhouding van de christen tot de maatschappij, de wetenschap, de chr. organisatie. Maar ook inzake de verhouding van Hervormd en Gereformeerd zou een gesprek over dit thema tussen vertegenwoordigers van beide kerken wel eens zeer verhelderend en ontnuchterend kunnen zijn. Kuyper en Hoedemaker zouden elkaar dan wel eens opnieuw kunnen ontmoeten.
De geringe weerklank die b.v. het Getuigenis in de Geref. kerken gehad heeft, de sympathie van vele Gereformeerden voor de samenwerking tussen Rome en Reformatie, de sterke nadruk op het humanum en de algemeenheid der genade zouden wel eens samen kunnen hangen met een verschil in visie op de theocratische belijdenis. Let wel: een belijdenis. Want het gaat om meer dan een interessant theologoumenon. Het gaat om de belijdenis van Hem, Wiens Koningschap aan het kruis, het koningschap over Israël in de talen van religie, cultuur en wereldpolitiek beleden is. Zal deze belijdenis weerklank vinden?
Moge de bundel er toe meewerken dat ook binnen de Hervormde kerk er een diepgaand gesprek over dit alles op gang komt. De kerk heeft de laatste jaren veel verloren in het heengaan van mensen als Van Ruler, Haitjema, Lekkerkerker, Boer en anderen. Laten we in een tijd waarin theologie dreigt op te gaan in maatschappijkritiek zuinig zijn op de erfenis die zij ons in hun geschriften hebben nagelaten en in voortdurende konfrontatie met de Schrift, deze erfenis vruchtbaar maken voor het heden.
Utrecht A. N.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's