Kanttekeningen van professor Runia
Enkele weken geleden schreef ik een artikel onder de titel 'Wat willen de Gereformeerde Kerken nu precies?' Daarin stelde ik — zoals eerder — de vraag of het wel eerlijk is dat de Geref. Kerken zo in de weer zijn over de vrijzinnigheid in de Hervormde Kerk terwijl de vraag gewettigd is of de Geref. Kerken in feite niet met dezelfde vrijzinnige verschijnselen hebben te maken als de Hervormde Kerk. Verder ging ik in op de opmerkingen van prof. Honig ter Gereformeerde Synode, die over C.O.G.G. had gesproken in bewoordingen als 'rechtse vrijzinnigheid'.
Prof. dr. K. Runia, redacteur van het Centraal Weekblad nam dit artikel geheel over en plaatste daar kanttekeningen bij. Het komt me juist voor nu in ons blad deze kanttekeningen van prof. Runia geheel over te nemen en daarbij dan zelf tenslotte een aantal opmerkingen te maken. Prof. Runia maakte onderstaande kanttekeningen:
Irritatie
1. Laat ik mogen beginnen met te zeggen dat ik het me wel een beetje kan indenken, waarom Ir. Van der Graaf op deze wijze geschreven heeft. Er klinkt duidelijk een zekere irritatie door zijn artikel heen. Dat is natuurlijk geen wonder, als op onze synode, in verband met de Geref. Bond, woorden als 'rechtse vrijzinnigheid' vallen.
Tegelijkertijd maakt irritatie een rustig gesprek wel erg moeilijk. Immers als je geïrriteerd bent, word je onwillekeurig wat scherp van toon, met als gevolg dat je de ander weer irriteert. De manier waarop Ir. Van der Graaf hier over ons schrijft, komt bij velen van ons weer slecht over. We krijgen het gevoel dat hij op zijn beurt weer bezig is om ons in een bepaalde hoek te duwen.
2. Dat gebeurt de laatste tijd wel eens meer. In dit artikel schrijft hij nog met een zekere voorzichtigheid. Hij spreekt van 'parallellen' en 'analoge zaken'. Tegelijk zegt hij echter ook dat er z.i. verwantschap is tussen de theologie van Prof. Kuitert en die van de uitgesproken vrijzinnige Prof. Sperna Weiland. Hij zegt ook dat dezelfde vragen (die ons moderamen aan het hervormde moderamen heeft gesteld) te stellen zijn in de realiteit van het kerkeiijk leven in de Gereformeerde Kerken. Toch is dit nog gematigd vergeleken bij de woorden van Ir. Van der Graaf in Hervormd Nederland van 9 februari, toen hij gevraagd werd zijn oordeel te geven over de besluiten van onze synode ten aanzien van de Herv.-Geref. samenwerking.
'Het eigentijdse vrijzinnige denken is net zo goed in de gereformeerde kerken aanwezig; alleen probeert men het daar nog met een soort gereformeerd aureool te bedekken. Het confessionele karakter (van de Herv. Kerk) zal niet worden versterkt bij een integratie van hervormde kerk en gereformeerde kerken, maar van het standpunt van de gereformeerden uit bezien, begrijp ik niet, wat ze daar over zeuren. Zij beginnen toch ook gaandeweg veel meer nadruk te leggen op het belijden in plaats van op de belijdenis. Met het woord afleidingsmanoeuvre is wellicht te veel gezegd, maar de reactie van de gereformeerden op de ontdekking, dat er een vrijzinnige stroming biimen de hervormde kerk is, lijkt me meer een schrikreactie, die moet verhullen, waar ze zelf mee zitten'.
Ik vind dit een erg eerlijke uitspraak van Ir. Van der Graaf. Je hoeft er niet naar te raden wat hij precies denkt. Maar ik moet er ook aan toevoegen: hij moet zich niet verbazen als velen van ons nogal geïrriteerd zijn door deze ongenuanceerde be- en veroordeling van onze kerken (o.a. 'zeuren' en zo).
Vrijzinnige tendenzen
3. Nu is het helemaal niet mijn bedoeling deze situatie in onze kerken te verdoezelen of te verfraaien. Er is inderdaad het nodige veranderd in de laatste tien jaar. Ja, het is eigenlijk nog maar tien jaar! Toen we in 1964 met ons eerste 'verlof' weer in Nederland kwamen, hebben we er nauwelijks iets van gemerkt. Maar daarna zijn de dingen wel snel gaan veranderen.
Er zijn hier en daar inderdaad vrijzinnige tendenzen. Er worden visies voorgestaan die niet te rijmen zijn met de gereformeerde belijdenis. Er is een zekere pluriformiteit (veelvormigheid), of misschien moeten we zeggen, pluraliteit (veelsoortigheid) ontstaan, die niet altijd meer onder de noemer van het gereformeerd belijden gevat kan worden. In die zin zijn we inderdaad een stuk dichter bij de Hervormde Kerk gekomen en in dit opzicht heeft Ir. Van der Graaf niet geheel ongelijk in zijn beoordeling.
Het verschil
4. Toch is er, dacht ik, nog een aanmerkelijk verschil, en wel dit, dat geen van onze synodes deze situatie ooit gelegitimeerd heeft. Integendeel, onze synodes zijn druk met deze zaken bezig. De vorige synode heeft nog nadrukkelijk verklaard dat het gereformeerd belijden nog steeds bindend is in onze kerken. Ten aanzien van de historiciteit van Adam en Eva en van de zondeval heeft de synode nadrukkelijk gezegd dat Prof. Kuitert op dit punt afweek van de belijdenis.
Het is waar dat de synode op dit punt geen tuchtmaatregelen heeft willen nemen, maar dit was een kwestie van beleid en niet van een impliciete erkenning dat deze visie toch ook legitiem gereformeerd is. Ten aanzien van Dr. Wiersinga's opvatting van de verzoening heeft de vorige synode met nadruk gezegd dat ze in strijd is met de belijdenis. Op deze synode zal over deze zaak een beslissing genomen moeten worden. Er gaan trouwens ook in onze eigen kerken telkens stemmen op die om duidelijkheid vragen. Ik mag hier wel verwijzen naar het artikel van Prof. Nauta in het nummer van 15 februari: 'Gereformeerd of anders'.
Ik dacht dat dat toch het grote verschil is tussen de Hervormde Kerk en onze kerken. In de Hervormde Kerk is de situatie in zekere zin tot rust gekomen en 'geaccepteerd'. Gereformeerde Bonders en Vrijzinnig Hervormden leven naast elkaar in dezelfde kerk, zonder dat dit voortdurend tot 'kwesties' leidt.
In onze kerken leeft een sterk verlangen om toch confessionele kerken te blijven. Daar hebben alle synodes tot dusver ook echt hun best voor gedaan.
Of we op den duur er in zullen slagen om confessionele kerken te blijven, kan alleen de toekomst leren. Maar dat we dit momenteel nog willen, lijkt me duidelijk. De besluiten van de laatste synode-week wijzen ook duidelijk in deze richting.
De 'Gereformeerde Bond'
5. Tenslotte nog een woord over de Gereformeerde Bond zelf. Dat de woorden van Prof. Honig Ir. Van der Graaf en de zijnen pijn hebben gedaan, kan ik me heel goed voorstellen. Hij mag deze woorden echter niet de statuur van een synodale spraak geven. Ze liggen helemaal voor rekening van Prof. Honig. Ze zijn trouwens onmiddellijk daarna ook door anderen weersproken (o.a. door ondergetekende).
Aan de andere kant is het wel waar wat Ds. Kats gezegd heeft. Maar dan moet ik er wel aan toevoegen dat ze door Ir. Van der Graaf niet in een juiste context geciteerd worden. Ds. Kats bedoelde niet dat binnen het C.O.G.G. (de Contactorganisatie voor de Geref. Gezindte, waarin ook onze kerken via deputaten deelnemen) samenwerking vrijwel onmogelijk is. Integendeel, de samenwerking is daar zelfs bijzonder goed. Wat Ds. Kats echter bedoelde is: op het plaatselijk vlak is samenwerking praktisch onmogelijk.
Dat is voor vele gereformeerden een verdrietige zaak. Als gereformeerden worden we bijna overal door de Bonders als veel 'te licht' beschouwd, ook als er in een gereformeerde kerk plaatselijk een duidelijk gereformeerde (=bijbelse) prediking is.
Juist door deze houding van de Gereformeerde Bond krijgt oecumenische samenwerking in Nederland vaak een eenzijdig karakter. Je zou bijna kunnen zeggen: een 'midden-orthodox' karakter. Er wordt wel eens gezegd dat de gereformeerden in hun samenwerking met anderen hun eigenlijke 'kleur' laten zien. Ik geloof niet dat dit juist is. Het is gewoon een kwestie van niet anders kunnen. Als de contacten door de Gereformeerde Bond zelf geblokkeerd worden, zijn zij juist daardoor medeverantwoordelijk voor de oecumenische 'patronen' die ontstaan.
Onze synode zou het liever ander willen. Vandaar ook dat besloten is om aan de andere kerken die in het C.O.G.G. meewerken (de Chr. Gereformeerde Kerken, de Vrijgemaakte Kerken — binnen en buiten verband — en de Gereformeerde Gemeenten) en óók aan de Gereformeerde Bond de door onze synodes vastgestelde richtlijnen voor oecumenische samenwerking voor te leggen. Onze synode heeft daarmee nadrukkelijk uitgesproken dat ze samenwerking met hen, die bewust willen leven uit het gereformeerde belijden, op prijs stelt en verlangt. Er kon oecumenisch in ons land wel eens heel wat veranderen als juist deze gesloten deuren zouden opengaan.
We zullen tenslotte allen moeten bedenken dat we gemeenschappelijk verantwoordelijk zijn voor de oecumenische ontwikkeling in Nederland en dat we ook door niet mee te doen de zaak in een bepaalde richting sturen.
K. Runia
P.S. Enkele dagen nadat we deze kanttekeningen schreven, lazen we het verslag van de discussie ter hervormde synode over de 'proeve van een eenparig geloofsgetuigenis', opgesteld door de hoogleraren G. C. Berkouwer en H. N. Ridderbos. Het is niet onze bedoeling op de hele discussie in te gaan. Wel bleek duidelijk dat er een groot verschil in waardering was tussen de hervormde en de gereformeerde synode. Alle goede woorden oyer de noodzaak voor verdere samenwerking wissen het feit niet uit dat er blijkbaar diepe verschillen zijn als het over het belijden gaat. Ds. D. H. Scholten uit Eindhoven typeerde dit verschil als een keus tussen een 'gesloten' en een 'open' systeem. Het laatste omschreef hij als volgt. 'Belijden in onze tijd behoort te zijn een zoeken en stamelen met die weten in een poging zich verstaanbaar te maken'. Of deze visie nog iets met het bijbelse belijden te maken heeft betwijfel ik ten zeerste.
Wat me echter het meest frappeerde (in verband met mijn kanttekeningen bij het artikel van Ir. Van der Graaf) was het feit dat juist vertegenwoordigers uit de hoek van de Gereformeerde Bond zich zo fel keerden tegen de proeve. Ze misten er allerlei punten in. Een van hen had in de Waarheidsvriend zelfs geschreven dat de proeve 'een verloochening van het belijden van de kerk' is. Ik moet eerlijk zeggen dat mij hier de 'gereformeerde klomp' breekt. Wat men ook tegen de 'proeve' mag hebben, men kan er m.i. één ding in ieder geval niet van zeggen: dat ze niet een duidelijk bijbels geluid laat horen. Ik begrijp dan ook niet hoe de Geref. Bond zich zo fel tegen deze 'proeve' kan keren. Is het verschil tussen hen en ons dan toch veel dieper dan we altijd gedacht hadden? Bedoelen we dan toch heel wat anders, ook als we dezelfde woorden gebruiken? Is bij de Geref. Bond dan toch de 'traditionele formulering' het laatste en beslissende woord? Kan de inhoud van ons geloof alleen maar gezegd worden in woorden en termen van de 16de en 17de eeuw? Nogmaals ben ik heel erg geschrokken van deze negatieve reaktie van de Bonders op de hervormde synode. Opnieuw werden onze kerken afgestoten en in een bepaalde richting geduwd.
K. R.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's