Kanttekeningen bij kanttekeningen
Ik ben prof. Runia dankbaar dat hij openhartig op mijn openhartige opmerkingen is ingegaan. Ik besef bij dit alles zeer wel dat bij alle kerkelijke discussie er vaak over en weer een stuk pijn is als je bemerkt dat er vertekeningen zijn, dat eigenlijke bedoelingen worden misverstaan, dat men in een hoek gezet wordt, waarin men niet zitten wil en dat dingen die óók gezegd hadden moeten worden, verzwegen worden, enzovoorts. Aan elke kerkelijke discussie zit het zondige, het onvolkomene, het vleselijke, dat hebben we wel te bedenken. Anderzijds moeten we onze gevoelens en bezwaren in de taal verwoorden. En dan zijn we niet gebaat bij onduidelijkheid en vaagheid, maar met eerlijkheid en directheid. Zo wil ik op een aantal facetten van de kanttekeningen van professor Runia nog nader ingaan.
1) Ben ik bezig geweest — om de woorden van Runia te gebruiken — om de Gereformeerde Kerken in een bepaalde hoek te drukken? Dat zou — gegeven de plurirormiteit van de Geref. Kerken — onmogelijk zijn. Wat zijn de Geref. Kerken? Er is binnen de Geref. Kerken een Vereniging van Verontrusten, een geref. confessioneel Beraad, een stroming die zich met de denkbeelden van de nieuwe theologie, verwoord door Kuitert en Wiersinga, verwant weet, waarmee ik maar zeggen wil dat het moeilijk is om te spreken over de Gereformeerde Kerken. Er is een orgaan als Waarheid en Eenheid, er is ook een orgaan als Voorlopig. En dat zijn er echt wel twee. Er zijn theologen binnen de Geref. Kerken waarmee je je van harte verwant weet — al blijven er ook dan verschillen over en weer — er zijn ook theologen waartegen je hartgrondig 'nee' zegt.
2) Prof. Runia zegt dat door mijn artikel een zekere 'irritatie' heen klinkt. Welnu, een ander kijkt daar natuurlijk anders tegenaan dan je dat zelf doet, te meer als je het idee hebt dat je zo'n artikel in alle gemoedsrust schreef. Maar ik ben toch wel geneigd prof. Runia gelijk te geven. Maar mag ik die 'irritatie' dan wat verduidelijken? Wij als Hervormd-Gereformeerden zijn in eigen kerk al sinds jaar en dag in een strijdpositie vanwege voort woekerende theologieën, die zich met de confessie niet verdragen, die afbreuk doen aan wat wij als het diepste van de geloofsschat van de kerk ervaren.
Al jarenlang staan wij als gereformeerden in de Hervormde Kerk in een aangevochten positie. Daaraan is en wordt geducht geleden. Vanuit de Gereformeerde Kerken is door de jaren heen — mag ik dat hier maar eerlijk neerschrijven — maar weinig begrip voor die positie opgebracht. Heb ik het mis, dat vanuit de Gereformeerde Kerken jarenlang de mening overheerste dat je pas goed en echt gereformeerd kon zijn als je met de Hervormde Kerk brak? Het 'wij gereformeerden' mag enerzijds misschien een karikatuurtekening zijn van de vooroorlogse jaren, maar feit is toch wel dat de gereformeerden hun eigen kerk vanwege de confessionele gebondenheid toch bepaald hoger aansloegen dan de Hervormde Kerk!
Thans beginnen in de Gereformeerde Kerken de dijken te breken. Prof. Runia erkent ook dat ik in mijn beoordeling van de situatie 'niet geheel ongelijk heb'. Of men nu de pluraliteit (veelsoortigheid) in plaats van pluriformiteit (veelvormigheid) wil spreken, zoals prof. Runia doet, een feit is dat binnen de Geref. Kerken leringen opkwamen, die binnen de Hervormde Kerk al lang bestonden en daar de oppositie ondervonden van de Hervormd-Gereformeerden en anderen die de confessie trouw wilden zijn. Dat te signaleren doet pijn, want niets zou ons liever zijn dan dat we zouden merken dat de geloofsschat van de Kerk der Reformatie ongeschonden bewaard zou blijven. Ik ben dezer dagen het boek van prof. Kuitert 'Zonder geloof vaart niemand wel', een serie zondagavondlezingen van de laatste maanden, aan het lezen. Mijn vraag is of dit boek nog ergens raakt aan de religie van de gereformeerde confessie. Me dunkt, in tegendeel. Wat dan echter inderdaad de irritaties opwekt is dit: in de Gereformeerde Kerken is er wel veel rumoer om Kuiterts denkbeelden, maar intussen hebben Kuitert en anderen hun forse aanhang, en intussen wordt toch vóór en na beweerd dat het in de Gereformeerde Kerken anders ligt dan in de Hervormde Kerk. Is het dan in de Gereformeerde Kerken een andere pluriformiteit dan in de Hervormde Kerk? Die gedachte kan ik niet meemaken. Ik heb daarom gepoogd door dit alles wat heen te prikken. Ik moet namelijk herhaaldelijk constateren — en reacties van de laatste weken uit de Geref. Kerken op mijn artikel, juist ook na overname in het Centraal Weekblad bevestigden dit — dat men inderdaad in de Geref. Kerken een 'gereformeerd aureool' probeert te handhaven om wat niet gereformeerd meer is, maar in tegendeel heretische elementen in zich heeft. Zeg ik daarmee dat de Gereformeerde Kerken in hun geheel niet gereformeerd meer zijn? Hoe zou dat kunnen? Maar de vraag is of de situatie in de Geref. Kerken inderdaad anders is dan in de Hervormde Kerk, als wij zien hoe ook de Gereformeerde Kerken geen raad weten met de voortwoekerende onrechtzinnigheid in hun kerk. Ds. G. Boer heeft eens gezegd dat de gereformeerden in de Hervormde Kerk altijd geweten hebben, dat er in hun eigen kerk vrijzinnigheid was en dat ze ervoor op hun hoede waren, maar dat men in de Gereformeerde Kerken hetzelfde verschijnsel onder een gereformeerde naam wil blijven vangen.
Zijn onze vragen over eerlijkheid aan de Gereformeerde Kerken dan ingegeven door irritatie? Dat zal best meespelen, maar dan alléén omdat wij in eigen kerk die eerlijkheid tegenover niet-gereformeerde leringen en theologieën moeten en willen opbrengen, die we ook graag in de Gereformeerde Kerken zouden zien, maar tot hiertoe te weinig zien.
3) Maar, zegt prof. Runia, wij zijn van synode tot synode met deze zaken bezig; en het verschil met de Hervormde Kerk is, 'dat geen van onze synoden deze situatie ooit gelegitimeerd heeft'. Me dunkt dat dit een vergissing is. Ook de Hervormde Kerk heeft de vrijzinnigheid de jure, dat wil zeggen kerkelijk, nooit gelegitimeerd. Ze weert zelfs, volgens art. X van de Kerkorde, al wat haar belijden weerspreekt! Maar de facto is er wél de legitimering. Prof. dr. P. Smits bleef in feite met wat hij leerde ongemoeid. Is daarover in de Hervormde Kerk rust gekomen, is dat 'geaccepteerd'? We weten beter. Dat maakt het lijden aan de kerk uit voor al diegenen, die de kerk liefhebben en de confessie liefhebben. Ik kan mij best voorstellen, dat prof. Runia zegt: bij ons zijn leringen van Kuitert c.s. niet gelegitimeerd. Maar de facto worden ze in de Geref. Kerken op dezelfde wijze gehandhaafd als binnen de Herv. Kerk de opvattingen van prof. Smits over de verzoening en van ds. Krop over de dood werden gehandhaafd, ook al werden deze leringen door de synode niet geaccepteerd maar verworpen.
4) Over het naschrift van prof. Runia wil ik kort zijn, zeker omdat na wat ds. Exalto in ons blad over de Proeve van belijden van prof. Berkouwer en prof. Ridderbos schreef en na wat prof. Ridderbos daarover dezer dagen in het Geref. Weekblad (Kok, Kampen) schreef, deze zaak nog breder aandacht zal krijgen. Maar mag ik dan één ding zeggen: het gaat er ons niet om dat in onze tijd het belijden niet opnieuw verwoord zou mogen en moeten worden en dat bij ons de 'traditionele formulering' het laatste en beslissende woord heeft. Maar wél zijn we op onze hoede — en ons zijn in de Hervormde Kerk heeft ons dat wél geleerd — als onder de benaming geconcentreerd belijden in feite een gereduceerd belijden geboden wordt, waarin die noties, die in onze tijd zo omstreden zijn — óók in de Gereformeerde Kerken — worden weggelaten. Noties uit de oude confessie, die thans omstreden worden, weglaten is niet niets. Gegeven de tegenstellingen, die de laatste jaren in de Geref. Kerken aan het licht traden, mag men zich afvragen hoe het mogelijk is dat een Proeve van belijden eenparige instemming krijgt. Als we daarnaast stellen, dat ten tijde van het hervormde Getuigenis er óf vanuit de Geref. Kerken het zwijgen toe werd gedaan óf dat er scherpe oppositie tegen kwam (ik noem namen van Okke Jager en prof. Verkuyl), dan is er bij een proeve als die van Ridderbos en Berkouwer toch ook méér aan de hand dan alléén maar vervanging van de oude formulieren. Waar waren de Geref. Kerken ten tijde van het Getuigenis? Zwijgen in onze tijd over omstreden punten is óók spreken. Vandaar onze zorg. In een geconcentreerd belijden kan veel goeds zitten, maar als het tevens een gereduceerd belijden is wordt in feite datgene, wat in het oude belijden wézenlijk was, weersproken.
5) Hebben wij het als Geref. Bond dan altijd zo goed gedaan? We zullen moeten erkennen — en daar val ik prof. Runia bij — dat we op het plaatselijk vlak bepaald wel eens de ogen voor elkaar gesloten hebben. Maar dan zeg ik ook: voor elkaar.
De Herv.-Geref. stonden niet altijd te dringen om samenwerking met de gereformeerden te zoeken. Maar het omgekeerde is ook waar. Gereformeerden zochten vaak meer de aansluiting bij de middenorthodoxie dan bij de Geref. Bond, zeker de laatste jaren. Was er misschien een zekere huiver voor het bevindelijke? Maar hier liggen van beide zijden zonden die beleden moeten worden. Wat we dan ook nodig hebben is, dat we de eenheid zoeken van allen, die in gebondenheid aan de Schriften en de daarop gegronde confessie willen leven. Eerlijkheid tegenover elkaar mag het zoeken naar wat bindt niet naar achteren dringen.
Als zodanig hoop ik dat deze gedachtenwisseling tussen prof. Runia en mij alleen maar ertoe bij mag dragen om elkaar op te scherpen en elkaar te dragen en te steunen bij ons bezig zijn om het behoud van de verworvenheden van de Reformatie binnen de kerken van de Reformatie. Maar het samen-op-weg zijn mocht een discussie als deze, ter wille van de duidelijkheid, wél even hebben.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's