De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Lezen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Lezen

In gesprek met het gezin

9 minuten leestijd

Het wordt tijd, dat we ons gesprek met het gezin voortzetten. Er valt zoveel te vragen en te praten. Wanneer we de draad weer opnemen, dan kan de gedachte je dwarszitten: het gezin stelt tegenwoordig niet veel meer voor. Het is geen levensgemeenschap meer, althans het moet zich meten met en verweren tegen andere gemeenschappen, waarin de gezinsleden leven. De schoolgemeenschap, de werkgemeenschap, bijvoorbeeld. Kunnen wij het volhouden, als gezin? En wordt de saamhorigheid die nodig is voor het gezinsleven niet van alle kanten bedreigd? Het gezin is zeker geen besloten gemeenschap meer, en wat er aan geslotenheid was, dat wordt geleidelijk en soms plotseling opengebroken. Maar . . . de schepping is er ook nog, en de roeping, en het verbond, en het gebod en de belofte! Dat willen wij niet vergeten als het gezin ons een zorg is.
We voeren dit gesprek, in de hoop, dat er in het gezin over gesproken wordt. Zo'n artikel is een mooie aanleiding, handreiking tot een gesprek. Is dat zo? Ook het gesprek wordt een hele opgave. We zijn druk, we zien elkaar maar weinig en haast in het voorbijgaan. Het gesprek wordt niet alleen overschreeuwd door al de loze leuzen en de holle kreten die we zo gemakkelijk aanhoren en overnemen.
Er is nauwelijks tijd voor en rust. We leven zo langs elkaar heen, wisselen enkele woorden, maar . . . Nu, dan is het gesprek een eerste vereiste. We hebben vandaag de mond vol over 'communicatiemiddelen'. Het is zeer de vraag of zij de communicatie bevorderen. Echt met elkaar in contact komen, communiceren? De conversatie is de voornaamste vorm van communicatie en velen komen er thuis niet aan toe, of kunnen het in feite niet meer opbrengen. Trouwens, ook op bezoek bij anderen, wordt er meer oppervlakkig gebabbeld dan gesproken. Geen tijd, geen geduld, geen inhoud, geen interesse voor de ander. Duidelijk is in ieder geval, dat het gesprek ons wat waard moet zijn, nu het zo schaars wordt.
Mag ik even . . . ? Gaat u zitten. Neem mij niet kwalijk, ik moet naar de keuken, ik ben zo terug. Daar zit je dan en je kijkt wat rond. Tafel, stoelen, schemerlamp, . . . boekenkast, boekenplank. De ogen glijden langs banden, waarop de titel van het boek en de naam van de schrijver prijken. Hele series vullen de planken. Onwillekeurig maak je een gevolgtrekking. Wat we lezen is vaak leesvoer, niet meer. Het klinkt wat onvriendelijk, maar het leesgeld had beter besteed kunnen worden. Boeken, die je één keer leest zijn eigenlijk niet waard dat je er blijvend een plaats voor inruimt. Wat ook zo teleurstellend is: waaraan is het te merken, dat ik in een christelijk gezin ben? Op die boekenplank bedoel ik. 'Het' boek ontbreekt niet, stel u voor. Wordt er regelmatig in gelezen? Er wordt uit gelezen, en dat is belangrijk. Vader doet het, en moeder, en de kinderen om beurten. Ik herhaal toch mijn vraag: wordt er in gelezen? Neemt u de bijbel wel eens ter hand? Lezen uw kinderen er wel eens in? Jo, waarin zit jij te lezen? In de bijbel! Dat vinden we vreemd, dat durven we niet. Het is goed, dat onze kinderen hun eigen bijbeltje hebben, en laat ze daar vooral in lezen, 's morgens, 's avonds. Het lezen in 'het' boek is van zo'n grote betekenis voor heel je leven. Geen valse schaamte; uw kind mag best eens thuis komen en moeder aan het lezen vinden, in het Woord. Omgekeerd ook!
En daarnaast. Boeken, dikke en dunne boeken, die de Schrift uitleggen. Die zijn te koop! Een prekenbundel. Ieder kan niet altijd naar de kerk, en wat lezen we, als we ziek zijn? Ik weet het, de bibliotheek is er ook nog. Maar welke boeken hebben we uit de bibliotheek? Lezen we wel eens wat over de kerk? Haar geschiedenis, de worsteling om de waarheid, de eeuwen door? Over de vragen die zich vandaag voordoen, en die dringend om een antwoord, naar het Woord, roepen. Het is verheugend, dat er vandaag een ruime keuze is, naar ieders belangstelling, naar ieders beurs. Het is allerminst verheugend, dat men dat in menig gezin blijkbaar niet weet. Het zou aanbeveling verdienen, als er in ons blad, regelmatig een boekengids werd verstrekt. Kijkt u uw boekenplank eens na, ook met het oog op uw kinderen! Het christelijke gezin is een kern van de christelijke gemeente. Wat daar gelezen wordt, bouwt én sloopt die gemeente. Sloopt haar door een gebrek aan kennis, aan kennisneming van wat toch voorhanden is.
Wat er niet staat is kenmerkend, wat er wel staat evenzeer. Ik neem graag aan, dat het geen 'verkeerde' boeken zijn. Ontspanning! Maar inspanning levert meer op. Goede ontspanning, daarover geen kwaad woord. Maar . . . Een mens, zeker de hedendaagse mens, is vatbaar voor vervlakking. Lezen doet daaraan het hare toe, als u niet oppast. Wij vereenzelvigen ons met de held, de heldin van het boek, we leven mee met al die onbenulligheden, en ons leven wordt er nog onbenulliger door. Dat gevaar is niet denkbeeldig-
Boeken, waarin de Naam des Heeren niet voorkomt, bijvoorbeeld. Of wel voorkomt, als een vloek. Waarin het leven geleefd wordt als ware er geen God. Zo kan het dus ook! En wij vinden het langzamerhand gewoon! Dat is het: de gewenning. Moet het dan allemaal zo 'christelijk'? Het echte menselijke is christelijk. En we moeten er duur voor betalen, als we dat vergeten; dat zien we om ons heen, dat worden we aan het leven gewaar. Daarom: let op uw zaak. Onze voorstelling van het leven wordt beïnvloed door wat we lezen.
Wat lezen onze kinderen? Lezen ze nog? Er is verschil in aanleg, er zijn 'lezers' en 'niet-lezers'. De 'lezers' hebben wel wat voor op de 'niet-lezers', naar mijn mening althans. Als het dan maar hout snijdt, wat ze lezen. Wat ze van school moeten lezen is een onderwerp apart, dat wordt later nog wel behandeld. Ze zitten — of liggen: het gemak dient een mens — te lezen. Stelt u zich op de hoogte van hun lectuur? Niet als een politieagent, die hen op heterdaad betrapt, maar als vader, als moeder, die medeverantwoordelijk is. Het gaat er dan niet om, om met een gebaar van schrik en een blik van verbijstering, hun het boek uit de handen te rukken. U bent ook jong geweest, uw ouders hebben ook niet altijd geweten wat u zat te lezen, ze zouden het stellig niet altijd goedgekeurd hebben. Het gaat er wel om, dat we een beetje met hen meelezen, en hen helpen het goed van het slechte te onderscheiden. Alle lectuur is geen literatuur. Ook dan — al is dat moeilijk — hebben de ouders hun taak.
En spreken over het lezen. Hebben we er voldoende erg in, dat boeken, woorden, zinnen, ons vormen. Ze kunnen onze fantasie vergiftigen, en menigeen heeft er lang over gedaan voordat die vergiftiging genezen was aan het medicijn van het Woord. Onze hele voorstellingswereld, onze waarneming ook, kunnen ten goede en ten kwade worden beïnvloed. Mede door wat we lezen, wordt ons oordeel verzwakt. Wat goed en kwaad is wordt steeds vager. Het normbesef neemt af. We raken, wat dit betreft, in een soort schemertoestand. Vooral geen zwart-wit. In het donker zijn alle katten grauw, dat is een wrange spreuk, toch is ze hier van toepassing.
Zullen we de invloed van het lezen niet onderschatten? Daarover valt toch met jongeren te praten. Ze kunnen het niet ontkennen. En ze dienen wat gewapend te worden, tegen die sluipende invloed. Dat moet u doen. Dat mag u doen. Want het is een voorrecht, kinderen groot te brengen, mee te doen in hun groei naar volwassenheid. Trouwens, wat werd aangeduid, geldt even goed volwassenen. Wij kunnen er ons niet van afmaken met fictieve grenzen: zoals lezen beneden de achttien en boven de achttien.
Het geldt ook voor alles, wat door de bus over de mat rolt (het tijdschrift, het . . . damesblad). De meest ingrijpende onderwerpen worden er aangesneden, en hoe! Het gebeurt allemaal zo begrijpelijk en zo betrekkelijk, maar ondertussen. Het oordeel; wat wel en niet mag, wat je moet nastreven en wat je moet vermijden; sijpelt door in ons leven. Onbekende redacteuren en redactrices, medewerkers en medewerksters, enquêtes en interviews, opiniepeilingen en spelregels maken de dienst uit. En van de dienst des Heeren wordt niet gerept. Dat wreekt zich op den duur. Ik wil voor geen blad propaganda maken. Ik wil u wel op uw verantwoordelijkheid wijzen. Moeten er maatregelen genomen worden, neem ze meteen.
Daarbij wordt het dagblad niet uitgezonderd. Een goede krant! Dag uit, dag in wordt die gelezen. Vluchtig, met aandacht. En het maakt verschil wat we lezen. Vooral, wanneer het de pretentie voert: christelijk. Als daar de Schrift, en wat naar de leer is, stelselmatig wordt omgebogen, naar wat van deze tijd en naar onze eis is, gebeuren er ongelukken. En de vanzelfsprekendheid waarmee dit wordt aangediend en opgedist, als was ieder die er anders over denkt, wat achterlijk, heeft iets bedriegelijks.
Het zou de schijn kunnen hebben als zouden we beter niets kunnen lezen, of ons beperken tot wat christelijke lectuur. Nu, dat is zwaar overdreven. En, eenmaal wat ouder, zullen we van veel kennis moeten nemen, dat nu niet direct christelijk gestempeld is. Dat zullen we dan ook kunnen — maar niet zonder kritische zin — als we met enige zorgvuldigheid leerden lezen. Onze weg zochten, daarbij opzettelijk en onopzettelijk geholpen, door onze ouders, door allen die in de opvoeding een rol spelen. Hulde aan allen die bij het onderwijs werken en ons hierbij de behulpzame hand bieden. Bij het begin beginnen: het Woord van God. En dan verkennen, heel het wijde gebied, waar we, al lezend, worden binnengeleid. Niet zonder gids. Lezers zijn spoorzoekers! Padvinders. Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. Lezen maar, jongens en meisjes. Maar niet op goed geluk, maar op een goed kompas.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Lezen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's