De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Brandpunten!?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Brandpunten!?

13 minuten leestijd

Er zijn brandpunten van allerlei aard: brandpunten in de politieke verhoudingen, brandpunten in kerk en theologie, brandpunten op het terrein van de ethiek. Wat voor de één een brandpunt is is voor de ander de moeite van het overdenken niet waard. Er zijn brandpunten die alléén in een bepaalde kring als brandpunten worden ervaren. Zo bracht de publicist Rik
Valkenburg een aantal 'brandpunten' samen in een boek, dat hij de titel gaf: 'S.G.P.-ers over brandpunten', een boek waarvan de inhoud slechts in zoverre door de titel wordt gedekt, dat een zestal personen, al of niet actief betrokken bij de S.G.P., hun zegje doen over bepaalde omstreden zaken, maar dan óók over zaken, die weinig of niets met de politiek te maken hebben.
Daarom wil ik op enkele van die punten hier wat nader ingaan. Er ligt in dit boek namelijk een vrij diepgaande controverse, een controverse die weliswaar kennelijk in de S.G.P. vlees en bloed krijgt, maar die ergens in het geheel van wat Gereformeerde Gezindte heet opduikt op allerlei terreinen.
Zes personen zijn in dit boek aan het woord: Burgemeester G. v. d. Berg van St. Philipsland, ds. P. J. Dorsman uit Staphorst, ds. E. du Marchie van Voorthuysen uit Urk, ir. H. van Rossum, 2e kamerlid voor de S.G.P., ds. H. Rijksen, predikant van de Geref. Gemeente te Zoetermeer en de heer L. M. P. Scholten, kerknieuwsredacteur van Trouw/Kwartet, tevens mederedacteur van de Wachter Sions, orgaan van de Geref. Gemeenten in Nederland, de groepering van dr. C. Steenblok.
Drie van hen, namelijk ds. Dorsman, de heer Scholten en ds. Du Marchie van Voorthuysen zijn of voelen zich verwant met laatstgenoemd orgaan en dat bepaalt toch wel de controverse met de anderen.

Politieke Samenwerking
Eén van de brandpunten is de politieke samenwerking. In dit opzicht lopen de meningen radicaal uiteen. Er verscheen een nummer van het blad Onderling Kontakt, waarin door enkele personen (ds. H. G. Abma, ds. J. H. Velema en ondergetekende) bredere politieke samenwerking binnen het geheel van de Gereformeerde Gezindte werd bepleit, met name tussen S.G.P., G.P.V., N.E.V. gespreksgroep van A.R.-gezinden, Centrumgespreksgroep C.H.U., desnoods uitlopend op een Gereformeerd Gezindte Partij (ir. L. van der Waal besprak dat nummer in ons blad). Welnu, politiek gezien valt daar de scheiding tussen de geïnterviewden in het boek van Valkenburg. Drie van hen voelen daar kennelijk niets voor en reageren nogal verontrust op het bewuste nummer van Onderling Kontakt (ds. Dorsman, ds. Du Marchie en de heer Scholten). De andere drie reageren in dit opzicht positief, met begrip overigens voor de practische problemen en ook voor de gevoeligheden die er aan zitten. Wel blijkt echter, dat er een diepere tegenstelling is dan het al of niet willen samenwerken met anderen. De kwestie is: wat is christelijke politiek in deze tijd? Voor de één is het: alleen maar zeggen tot de wet en de getuigenis! Voor de ander is het óók practische politiek bedrijven en waar mogelijk medeverantwoordelijkheid dragen. Van de Berg was wethouder in Veenendaal, is nu burgemeester, zegt dat je geen beslissingen mag nemen die tegen het Woord indruisen, maar dat je intussen in de politiek van twee kwade dingen wel eens de beste moet kiezen en dat je dan van geval tot geval moet beslissen. De bijdrage van ir. Van Rossum laat ook duidelijk zien dat hij aan die medeverantwoordelijkheid in de practische politiek zwaar tilt. Voor Scholten, die overigens in dit boek een kundige bijdrage heeft, is de roeping in de politiek wel zo ongeveer gezegd met het terugroepen van het volk tot God en Zijn gebod.
Laatstgenoemde meent intussen — mét Hoedemaker — dat 'de reformatie van de staat zal voorafgegaan moeten worden door een reformatie van de kerk en een reformatie van de kerk zal op haar beurt weer vooraf moeten gaan door bekering persoonlijk'. Daarin geef ik hem gelijk.
Ik zal verder over deze materie kort zijn, maar wil toch wel opmerken, dat als getuigend optreden in de politiek niet gepaard gaat met de bereidheid om ook in zakelijk politiek opzicht stenen bij te dragen, het getuigenis bij voorbaat krachteloos zal zijn. Er moet geregeerd worden. Ook nu, in onze tijd. En als christen bezig zijn in de politiek betekent ook — Van de Berg wijst daarop dunkt me terecht — besef hebben voor wat Mozes noemde 'de hardigheid des harten' van het volk. Er liggen thans héél wat brandpunten in de politiek, met name ook ten aanzien van ethische vragen en vragen van sociale gerechtigheid. Hoe dienen we bij de oplossing van deze vragen God naar Zijn Woord en hoe dienen we daarin het volk, dat meer en meer aan de ontreddering wordt prijsgegeven? Hebben hier allen, die naar de norm van het Woord willen leven elkaar niet bitter hard nodig? Dan mag men wat mij betreft nog best een keer verschillend tegen de interpretatie van artikel 36 van de N.G.B, aankijken (een artikel dat mij overigens lief is) maar als we in de practijk tot dezelfde beslissingen inzake de zedelijke, de ethische, de sociale vragen komen, dan is gescheiden optrekken onverantwoord.
Maar de kwestie zit dieper. Scholten zegt: 'om gemeenschappelijk op te kunnen trekken in de politiek, moet men gemeenschappelijk kunnen bidden'. Men zal zeggen, dat spreekt vanzelf. Scholten komt echter tot de onvoorstelbare uitspraak, dat dat zelfs in zijn partij niet meer kan en suggereert duidelijk dat dat met anderen, die niet van deze partij zijn, ook niet kan, nog minder zelfs. Moet gezien het feit dat Scholten nogal kritisch stelling neemt tegen ds. Abma geconcludeerd worden:
Scholten kan niet samen bidden met Abma? Kan hij niet bidden met al diegenen die wat anders tegen bepaalde zaken aankijken? Welnu, die gedachtengang maak ik dan niet mee. Als je zover komt dat je met anderen — van zelfde confessie — niet samen bidden kan heb je je eigen standpunt wel erg verabsoluteerd. Er moet zijn, zegt Scholten, 'een eensgezindheid in de meest wezenlijke zaken van een mensenleven, de zaken van dood en leven, van de rechtvaardigmaking van een verloren zondaar voor God'.

De kern van de zaak
Hier zitten we bij de kern van de zaak. De scheidslijn in dit boek ligt in feite bij de vragen van de religie. Ik zei al, dat dit boek slechts ten dele met de politiek te maken heeft. Het gaat hier om een bepaalde lijn die door de kerken en groeperingen van de Geref. Gezindte loopt ten aanzien van de aanbieding en toeëigening van het heil.
Ds. H. Rijksen schrijft: 'Het evangelie, het woord evangelie, betekent goede boodschap, is eigenlijk één en al belofte en daarom, de prediking van het evangelie is de prediking van de belofte Gods in Christus. Het is de prediking van het heil dat God in Christus wil schenken. Daarom, een prediking die geen aanbieding is van het heil in de Heere Jezus Christus, ik dacht, dat dat geen ware prediking is . . . Die aanbieding is vrij en algemeen. De Heere stelt geen voorwaarden in de mens.
Als wij voorwaarden in de mens gaan stellen, als wij gaan stellen dat de mens eerst moet onderzoeken of hij een verbrokene van hart is, dat hij eerst moet onderzoeken of hij waarachtig aan zijn zonden en ellende ontdekt is, voordat hij mag weten dat God met zijn genade in Christus tot hem komt en hem die genade aanbiedt dan kom je in feite op het spoor van het semipelagianisme, dan wordt de mens op zich zelf terug geworpen en dat wordt een uitzichtloze zaak, want iemand die waarachtig aan zijn zonden en ellende ontdekt is, iemand die waarachtig verbroken van hart is zal zichzelf daar nooit voor durven houden en daarom, die aanbieding van het heil in Christus is zonder enige voorwaarde in de mens.'
Ds. Dorsman daarentegen — en hij spreekt daar in de lijn van de anderen die zich met de Wachter Sions verwant weten — vindt dat je met het aanbod van genade op gevaarlijk terrein komt, 'waar men van aanbieding . . . een soort belofte maakt, dat men zich toeeigent.' Mensen moeten gewaarschuwd worden 'voor al die gronden voor de eeuwigheid, die tenslotte geen grond zijn.' Het 'nabijkomende werk' moet worden blootgelegd. Degenen die stellen dat er leven is voor de rechtvaardigmaking mogen zich wel eens onderzoeken. En aan de gemeente moet worden 'voorgesteld' het leven en de dood. Als Paulus tot de stokbewaarder, die vraagt wat moet ik doen om zalig te worden zegt: 'geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden', dan bedoelt Paulus alleen maar — aldus ds. Dorsman — aan de stokbewaarder de weg der zaligheid vóór te stellen: de weg naar de zaligheid ligt alleen verklaard in Christus.
Men ziet dit zijn nogal andere accenten dan die ds. H. Rijksen legt. Waar liggen die verschillen? Me dunkt in het woord 'voorstellen'. Is bediening van het Woord alléén voorstellen? Mozes doet méér dan voorstellen. Hij zegt: 'Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen de hemel en de aarde; het leven en de dood heb ik u voorgesteld (!), de zegen en de vloek'. Maar hij laat er direct op volgen: Kiest dan het leven opdat gij leeft, gij en uw zaad'.
Zó kan de verkondiging nooit vrijblijvend zijn. Ik moet zeggen dat in dit opzicht de bijdrage van ds. Du Marchie van Voorthuysen onbevangener is. Hij wijst enerzijds in dezelfde richting als ds. Dorsman wat betreft het aanbod van genade en tegen bepaalde uitdrukkingen en gedachtengangen heb ik nogal bezwaren; maar intussen neemt hij het op voor 'de kleinen' als hij zegt: Christus heeft 'zeer vele kleinen en meest zeer zwakken, en meest zeer behoeftigen en zeer veel lammeren tegen één groot schaap'. En hij zegt ook, dat Christus moet worden voorgesteld 'met een grote dierbaarheid en met zulk een gewilligheid om arme zielen uit te nodigen, om met alle vervloeking, zonde en ellende tot Hem de toevlucht te nemen en op Hem alleen te vertrouwen'. Dat is toch weer andere taal dan die ds. Dorsman spreekt.
Me dunkt dat niet onbevangen genoeg Christus en Zijn verdiensten — niet alleen voorgesteld — maar ook aangeboden kunnen worden aan ieder, wil het geloofsleven van de gemeente niet verschralen. Predikers zijn dienaren van Christus en uitdelers van de verborgenheden Gods (1 Cor. 4: 1). En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moest ook Christus verhoogd worden, opdat ieder die in Hem gelooft niet verderve maar het eeuwige leven hebbe. Dat staat in het hoofdstuk van het gesprek met Nicodemus over de wedergeboorte (Joh. 3). Maar het wil toch zeggen, dat, zoals de slang in de woestijn voor ieder zichtbaar werd opgericht, zo ook Christus aan het kruis voor ieder zichtbaar is opgericht en zo ook in de prediking tot behoud van ieder die gelooft mag en moet worden voorgesteld en aangeboden! Het geloof is een gave Gods, ongetwijfeld, de zaligheid van mensen komt van één kant, ongetwijfeld. Maar de stokbewaarder kreeg in zijn nood maar één ding te horen: geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden. Dat was al verkondiging van één kant. Scholten zegt in dit boek, dat Paulus aan de stokbewaarder zeker ook gezegd zal hebben, dat het geloof een gave Gods is en dat wij geen kracht hebben om te kunnen geloven, totdat Gods Geest Zelf in ons werkt. Me dunkt dat zo het appèl krachteloos wordt gemaakt, dood wordt beredeneerd, dingen worden toegevoegd die er eenvoudig niet staan!
Men ziet, in dit boek lopen op het punt van de aanbieding en de toepassing van het heil de wegen nogal uiteen. Ik kan mij geheel vinden in wat ds. H. Rijksen hierover zei. Maar intussen is duidelijk dat hier wegen in de prediking uiteengaan, die ook consequenties blijken te hebben op andere terreinen. Wie een orgaan als de Wachter Sions leest zal bemerken dat daarin wekelijks nogal fors stelling genomen wordt tegen al die anderen in de Geref. Gezindte, of ze nu behoren tot de Geref. Gemeenten, de Geref. Bond of de Chr. Geref. Kerken, die in deze dingen andere wegen wensen te gaan dan dr. Steenblok deed. Dat komt ook in dit boek duidelijk aan de orde.

Derde brandpunt
Een derde 'brandpunt' dat in dit boek aan de orde komt is de Statenvertaling. Een commissie van het N.B.G., bestaande uit predikanten behorende tot de G.B., de Geref. Gem. en de Chr. Geref. Kerken onder leiding van ds. Tukker werkt aan een revisie van de Statenvertaling. De Gereformeerde Bijbelstichting wil met een heruitgave van de Statenvertaling komen, die zoveel mogelijk ongewijzigd is, — Oud Gereformeerden lezen het liefst de taal van de 17e eeuw zegt Scholten — maar verklarende woorden achterin bevat. Aan bepaalde wijzigingen ontkomt men bij de G.B.S. natuurlijk óók niet. Intussen stellen de vertegenwoordigers van de Gereformeerde Bijbel Stichting die in dit boek aan het Woord zijn, één en ander maal de commissie van het N.B.G. in gebreke en stellen het voor als zou hier het principe in het geding zijn. Door telkens te zeggen dat de uitgave van de G.B.S. 'alleszins betrouwbaar' is doet men voor komen alsof dat met het werk van de commissie van het N.B.G. niet het geval is. Men spreekt wat die uitgave betreft van 'aangepaste bijbel', 'tussen-bijbel' e.d. Intussen is uit een persbericht van de G.B.S. gebleken dat de eerste uitgave mislukt is. De bijbel is gereed maar bevat zoveel fouten dat deze niet in de handel komen kan. Me dunkt dat dit resultaat de woorden als betrouwbaarheid en dergelijke en de aanvallen op wat dan de commissie Tukker wordt genoemd niet rechtvaardigt. Zouden we bij dit soort zaken maar liever niet wat bescheidener zijn? Het uitgeven van een Bijbel is nog geen sinecure, dat blijkt wel.

Tenslotte
Wie het boek van Valkenburg ter hand neemt zal het ongetwijfeld in één adem uitlezen. Jammer dat het nogal wat taal en stijlfouten bevat. Maar er staan markante stukken in met overigens even markante tegenstellingen. Wilt u nog een aardig punt uit dit boek? Burgemeester Van de Berg vermeldt dat wijlen ds. L. Boone, die vroeger oud geref. predikant te St. Philipsland was, zijn vrouw opwekte om te gaan stemmen en zei dat ze vooral S.G.P. moest stemmen, want . . . dat was de enige partij die tegen het vrouwenkiesrecht was.
Maar men leze verder dit boek zelf. Brandpunten of binnenbrandjes, dat laat ik in het midden. In ieder geval zijn er wel heel wat brandpunten in kerk en theologie die niet aan de orde komen. Maar je kunt in één preek niet alles zeggen, zo ook in één boek niet.


Rik Valkenburg: S.G.P.-ers over brandpunten; Uitgave G. Kool, Veenendaal; 142 pagina's; ƒ 13, 90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Brandpunten!?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's