Belijdenis doen in de geschiedenis
Het bestek van dit artikel gedoogt geen breedvoerige weergave van de historie van het onderwerp. Daarom volstaan wij met een keuze en beginnen met de Hervorming. Door de Reformatie is het kerkelijk onderricht in nauw verband gebracht met Doop en Avondmaal. De Doop is het begin van het catechumenaat, de deelneming aan het Heilig Avondmaal het doel daarvan. 'Aan den heiligen Disch gaan', 'tot het Heilig Nachtmaal te worden toegelaten' zijn staande uitdrukkingen in de kerkorden van de 16de eeuw. De nood der tijden maakte vooreerst nog de toepassing van het wél begrepen beginsel, om het kind tot zelfstandig lid der gemeente op te voeden, onmogelijk. De ouders werden wel verplicht kinderen en huisgenoten in de hoofdstukken van de catechismus te onderwijzen, in de scholen werden die hoofdstukken de kinderen voorgezegd en door hen nagezegd, in de catechismusprediking werden ze nader uitgelegd, maar het verplichte kerkelijke onderricht, teneinde de kinderen op te leiden tot een waardige deelneming aan het Heilig Avondmaal, ontbrak nog. De catechismusprediking was grotendeels dogmatische polemiek en werd overal door slechts weinige toehoorders gevolgd.
* * *
In de Lutherse Kerk werd een zogenaamd geloofsexamen vastgesteld. Daaruit moest blijken, dat de leerling de hoofdstukken van de catechismus kende en dan ook bevoegd was aan het Heilig Avondmaal deel te nemen. Hierdoor was nooit het doel van het catechumenaat bereikt, want telkens, vóór de deelneming aan het Heilig Avondmaal, moest dit examen worden gehouden, zodat het gemeentelid telkens weer in de toestand van catechumeen terugviel. Maar bovendien werden dergelijke examina ook gehouden met de dooppeten van een kind, ja zelfs met de burgers van een stad, wijksgewijze, en met de landlieden regelmatig herhaald. Eerst na de dertigjarige oorlog komt er grondige verbetering in de catechismusexamina, de catechismusprediking en de openbare catechisatie.
* * *
Bij de gereformeerden vindt men spoedig veel gunstiger verhoudingen. Sedert 1527 werd in Duits-Zwitserland aan de kinderen van 7 tot 14 jaar elke zondag door de predikant catechismusonderwijs gegeven. Evenzo geschiedde dat op onderscheiden wijze in Frankrijk en Engeland. De Synode van Dordrecht maakte grote ernst met het godsdienstonderwijs. In de 14de zitting op 27 november 1618 wordt de catechismusprediking opnieuw ingescherpt. In de 15de zitting — 28 november — geven de theologen van Engeland, de Palts, Hessen en Zwitserland, Bremen en Embden bericht over het catechismusonderwijs in hun landen en dus voorstellen tot algemene besluiten. Overal wordt op het huiselijk onderricht der kinderen door de ouders, in de scholen door de schoolmeesters, in de kerken, deels door catechismusprediking, deels door catechisatieoefeningen, deels ook in privaat-onderwijs door de predikanten grote nadruk gelegd. De magistraat wordt geprezen om zijn zorg voor goede scholen, waar de predikanten onderzoek doen naar het godsdienstonderwijs. De schoolmeesters, zo wordt in de 17de zitting — 30 november — besloten, moeten een behoorlijk loon ontvangen, de kinderen van de minderbedeelden moeten gratis onderwezen worden. De kerkeraad moet de onderwijzers examineren in hun bekwaamheid om te catechiseren. De predikanten moeten catechismuspreken houden en wekelijks met een aantal gemeenteleden, in tegenwoordigheid van de ouderlingen, gesprekken over de catechismus voeren. Voor het eerste Avondmaal moeten de kinderen drie of vier weken in het bijzonder voorbereid worden. Toch was ook in de Gereformeerde Kerk het dogmatisch onderwijs nog het één en al, en werd er bijna evenmin als in de Lutherse Kerk onderscheid gemaakt tussen de jeugd en de mondige gemeente. Twee punten vallen in dit historisch overzicht op. Allereerst de grote mate van zorg voor het onderwijs door de vaderen. En vervolgens het sterke bewustzijn van het nut van verstandelijke kennis, ook in geloofszaken. Deze beide elementen verdienen bij voortduur bewaard te worden ook in de kerk van heden. Wij bemerken immers grove onkunde alom. Daardoor weet men niet meer wat men belijdt. De moderne methode van discussiëren over een praatstuk veroorzaakt, dat men alom in het vage blijft hangen en niet meer weet van een confessie in vaste, strakke vormen.
* * *
Na de Reformatie, voornamelijk door de invloed van het Piëtisme, is in de kerk gebruikelijk geworden de bevestiging als besluit van het catechetisch onderwijs, waardoor de catechumenen tot mondige leden der kerk worden verklaard en het doel van het godsdienstonderwijs formeel is bereikt. Van de bevestiging, dat is de kerkelijke handeling krachtens welke, na een onderzoek, de kinderen met belijdenis en belofte in de mondige gemeente worden opgenomen, moet de oorsprong bij de Boheemse broeders worden gezocht. Ook Erasmus geeft in zijn parafrase op het Nieuwe Testament een voorstel tot hervorming van het catechetisch onderwijs. Hij wil een hernieuwing van het doopverbond. Door Calvijn wordt een openlijke belijdenis geëist. In zijn Institutie (IV, 19, 13) eist hij een bevestiging, die het catechetisch onderwijs afsluit en die onder getuige van en ten aanschouwe van de kerk plaats heeft. Zij, die openlijk hun geloof zullen belijden, moeten zich aan de gemeente aanbieden. Zij stellen zich daardoor onder de tucht der kerk. Onder invloed van Calvijn heeft in de Gereformeerde Kerk van westelijk Duitsland dit zich onderwerpen aan de kerkelijke tucht ingang gevonden. Acht dagen tevoren melden zij, die begeren tot het Heilig Avondmaal te worden toegelaten, zich bij de predikant aan. Is er geen aanmerking op hun wandel, dan worden zij naar het geloof ondervraagd en openlijk in de gemeente opgenomen. Hun namen worden op openbare lijsten bekendgemaakt en de volgende dag worden zij tot het Avondmaal toegelaten. Het nieuwe moment in de praktijk der Gereformeerde Kerk is de verbinding van de belijdenis des geloofs met het eerste gebruik van het Heilig Avondmaal. Hoe ernstig dat werd genomen, bewijst het zorgvuldig onderzoek niet alleen naar de leer, maar voornamelijk ook naar de zedelijke toestand van de belijdeniskandidaten. Hier ziet men reeds de praktijk van onze dagen vooraf geschaduwd. Wel kan niet worden ontkend, dat ook toen reeds in verschillende geschriften werd gewezen op het gevaar van het intellectualisme; het kunnen opzeggen van de catechismus gold stilaan voor belijden. Zuivere leer werd gelijkgesteld aan zuiver belijden. Het piëtisme heeft het rationalisme te vuur en te zwaard bestreden. Maar hoe nobel ook het streven van de piëtisten is geweest om het hoofd in het hart te brengen — het kan niet worden geloochend dat de bevestiging vooral in enigszins traditioneler gemeenten tot een familie- en kerkfeest is geworden. Daarmee werden vooral in plattelandsgemeenten de kinderjaren afgesloten en de rijpere jeugd begonnen. Wij hebben de indruk dat deze gang van zaken onder invloed van de tijdsomstandigheden begint te verminderen, maar feit is, dat ons allen de Palmzondag heugt als een feestelijke dag in het gemeentelijk leven — helaas niet algemeen gevolgd door het besef en de roeping nu ook de Heere der gemeente aan het Avondmaal te belijden. Doch dat is een aparte behandeling waard en daarover is elders geschreven.
* * *
Eerst sedert 1816 is de wijze, waarop men in de Nederlands Hervormde Kerk tot het volle lidmaatschap komt, geregeld. Voordien kon men eigenlijk van een officiële belijdeniscatechisatie niet spreken. In de oude notulen van gemeenten hebben wij meermalen de aanduiding gelezen dat bepaalde personen incidenteel toegang vroegen tot het Avondmaal. Zij werden op hun geloofskennis onderzocht en toegelaten. Later evenwel is een officiële catechisatie voor de aanstaande lidmaten ingesteld. Dat betekende uiteraard een verarming van de geloofskeuze, maar daarnaast ook een verrijking van de kennis. Het treden in de rechten van het volle lidmaatschap was in de Geref. Kerk het toegelaten worden tot het Avondmaal des Heeren. In de Synode van Dordrecht werd bepaald, dat dit niemand zou worden vergund, dan die belijdenis der gereformeerde religie gedaan had en die ook een getuigenis had van een vrome wandel. Tevens werd bepaald aldaar, dat zij, die zich voor het eerst tot de Heilige Dis zouden begeven, drie of vier weken vóór de viering van het Avondmaal herhaaldelijk en naarstig zouden worden onderwezen, opdat zij des te beter rekenschap van hun geloof zouden kunnen geven. De leraars werden vermaand, toe te zien, dat zij alleen welonderwezenen zouden toelaten, van wie kon verwacht worden, dat zij goede vruchten des geloofs zouden voortbrengen en die begerig waren naar het heil hunner ziel. De samenkomsten tot hun voorbereiding moesten met gebeden en heilige vermaning beginnen en eindigen. Dat met deze eisen niet door alle leraars de nodige ernst werd gemaakt en het onderwijs dikwijls veel te wensen overliet, blijkt uit menigvuldige klachten die daarover in de 17de eeuw werden geuit. Ook was het onderwijs beperkt tot de hoofdzaken der christelijke leer en dit onderwijs bestond in het memoriseren van vaste vragen en antwoorden.
* * *
Men ziet dus dat ook de zogenaamde belijdeniscatechisatie een historie achter de rug heeft. Van incidentele, particuliere voorbereiding op de toelating tot het Avondmaal loopt de lijn naar de samenkomsten ter voorbereiding op het lidmaatschap der kerk. Daaruit kwamen voort de 'openbare catechisaties', waarop vooral in de 18de eeuw de nadruk werd gelegd om grondige kennis van de leer en van de praktijk van het christelijk leven te verbreiden. De catechese van de voorbereiding op de openbare belijdenis des geloofs is van meet af aan zeer sterk verbonden geweest met de Avondmaalsviering. Zo sterk zelfs, dat voorheen ieder die dat begeerde, voor ieder Avondmaal toegang kon verkrijgen tot de Dis. Daaruit ontstond een meer massaler en eenmalige vorm. Wie weet, of naast veel andere oorzaken, ligt hier ook een wortel aan ten grondslag van losmaking van belijdenis en Avondmaal. Wie persoonlijk gedreven belijdenis doet om Christus' kruisdood bij brood en beker te gedenken, weet zich persoonlijk sterk daarbij betrokken. Wie naar een samenkomst gaat en in een leervorm zich geloofswaarheden toeeigent, komt licht daartoe niet. Het proces van rationalisering oefent diepe invloed uit in de loop der historie. Wij moesten een keuze doen uit de feiten der historie. Maar het komt ons voor, dat de huidige praktijk van de kindercommunie een aantasting betekent van een eeuwenoude praktijk. Zeker, Calvijn wilde veel eerder al kinderen laten aannemen. Maar wie een blik slaat op de ontzaglijke onkunde in de gemeente, stelle de norm niet lager, maar hoger. De droeve ervaring, dat velen, die geloofsbelijdenis aflegden, niet getrouw bleven, kan slechts aansporen de meeste ernst te maken met de voorbereiding tot de openbare belijdenis des geloofs. Voor het overige moet het pastoraat hierin reddend inspringen. Verzwakking van normen betekent altoos verlies van het goud des geloofs.
Huizen A. van Brummelen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's