INGEZONDEN
Calvijn over Kindercommunie
Eén van onze lezeressen gaf ons iets door van wat Calvijn schreef in Zijn Institutie n.a.v. de vraag of kinderen aan het avondmaal mogen. Dit naar aanleiding van het beraad hierover op de laatstgehouden synode, waar met name dr. W. Nijenhuis stelde dat deelname van de kinderen in de lijn is van Calvijn. De inzendster schrijft:
N.a.v. uw artikel in 'De Waarheidsvriend' d.d. 7.3.'74, waarin een verslag werd gegeven van reakties op het voorstel in de synode: kinderen aan het H. Avondmaal? — wil ik graag het volgende onder uw aandacht brengen. Hierin is Calvijn zelf aan het woord in zijn 'Institutie'.
'Het is wel in de oude kerk herhaaldelijk geschied, dat men de kinderen het Avondmaal gaf, gelijk blijkt uit Cyprianus en Augustinus; maar terecht is die gewoonte afgeschaft. Want indien wij de aard en de eigenaardigheid van de Doop nagaan, dan is hij ongetwijfeld een zekere ingang en als het ware inwijding, waardoor wij tot Gods volk worden toegevoegd, een teken van onze geestelijke wedergeboorte, waardoor wij tot de kinderen Gods wedergeboren worden. Terwijl daarentegen het Avondmaal toegewezen is aan hen, die vrij wat ouder zijn, die de tedere kinderleeftijd te boven zijn en reeds geschikt zijn tot vaste spijs. Dit onderscheid wordt zeer duidelijk in de Schrift aangewezen. Want de Heere maakt in de Schrift, wat de Doop betreft, geen onderscheid in ouderdom. Maar het Avondmaal biedt Hij aan niet opdat allen gelijkelijk daar deel aan zullen hebben, maar alleen zij, die in staat zijn het lichaam en bloed des Heeren te onderscheiden, hun eigen consciëntie te onderzoeken, de dood des Heeren te verkondigen en de kracht daarvan te overwegen. Willen wij iets duidelijkers hebben, dan hetgeen de apostel leert (1 Cor. 11: 28), wanneer hij vermaant, dat een ieder zichzelf beproeve en onderzoeke en dan ete van dit brood en drinke uit die drinkbeker? Er moet dus een onderzoek vooraf gaan, en dat zal men van de kinderen tevergeefs verwachten. Evenzo: wie onwaardiglijk eet, eet en drinkt zichzelf een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren. Indien slechts zij waardiglijk aan het Avondmaal deel kunnen nemen, die de heiligheid van het lichaam van Christus behoorlijk kunnen onderscheiden, waarom zullen wij dan aan onze tedere kinderen vergif uitreiken voor levendmakend voedsel? Wat zullen wij zeggen van 's Heeren gebod: 'gij zult het doen tot Mijn gedachtenis'? En wat van het andere, dat de apostel daaruit afleidt: 'zo dikwijls gij dit brood zult eten, zo zult gij de dood des Heeren verkondigen, totdat Hij komt.'? Welke gedachtenis, vraag ik u, zullen wij van de kinderen eisen van die zaak, waarvan ze nooit besef gehad hebben? Welke prediking van het kruis van Christus, waarvan ze de kracht en de weldaad nog niet met hun verstand begrijpen? ' Institutie-boek 4-hoofdstuk 16-afd. 31
'dat ze door de Doop toegelaten worden tot de kudde van Christus, en dat het teken van de aanneming voor hen voldoende is, totdat ze, opgewassen zijnde, in staat zijn vaste spijs te verdragen. Dat men dus de tijd moet afwachten van het onderzoek, dat God bij het Heilig Avondmaal nadrukkelijk eist.' (hoofdstuk 16-afd. 32)
Misschien is het ook goed nog even te herinneren aan wat Prof. dr. J. H. van den Berg ons doet zien in zijn 'Metabletica': het onderscheid in de volwassen-wording van kinderen in de tijd van de Kerkhervorming en in onze tijd.
Het bovenstaande meende ik u te mogen en te moeten doorgeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's