De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ziet, de mens!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ziet, de mens!

9 minuten leestijd

Jezus dan kwam uit, dragende de doornenkroon, en het purperen kleed. En Pilatus zeide tot hen: 'Ziet, de Mens! Joh. 19 vers 5

Wat dunkt u van de mens? Dat is een vraag, die altijd weer boeit. Hoeveel antwoorden zijn er op die vraag niet mogelijk! De mens, een zoogdier; de mens, een redelijk-zedelijk wezen; de mens een ster, die verschiet, een gevangene tussen geboorte en dood. Telkens wordt onze aandacht gevraagd voor de mens. Interviews richten de schijnwerper op koningen, staatslieden, onderzoekers, wijsgeren enz. Overal komen we de mens tegen: een lachend kind met helder stralende ogen, een bejaarde, grijs en krom; de mens, die lijdt, de mens in zijn arbeid. Wat dunkt u van de mens? Daar is zomaar niet één antwoord op te geven, het is immers zo'n duizelingwekkend bont verschijnsel, het verschijnsel mens.
In deze woorden is het Pilatus, die aandacht vraagt voor de mens, althans bij de eerste indruk. Pilatus zit met Jezus in de klem. Aan de ene kant staat het voor hem onomstotelijk vast, dat deze mens onschuldig is. Aan de andere kant zijn daar de Joden, die hij zo graag te vriend wil houden. Als er oproer kwam zou de keizer kunnen denken, dat hij het eigenlijk niet aankon hier in Judea. Of als de Joden hem verdacht zouden maken! Keizer Tiberias was toch al zo wantrouwig. Pilatus heeft het maar moeilijk met de Heere Jezus. Hij moet eigenlijk tussen Hem en de Joden kiezen. Hij wil echter niet kiezen. Hij wringt zich in allerlei bochten om er onderuit te komen. Dat is u misschien niet onbekend. Voor die keuze staan wij telkens weer en wij proberen er net zo goed onderuit te komen als Pilatus. Niet tegen Christus willen we zijn, maar ook niet tegen de wereld, ook niet tegen Zijn vijanden. Van alles heeft Pilatus al geprobeerd en nog is hij niet aan het eind. Hij zal Christus laten geselen, misschien krijgen de Joden dan medelijden met Hem. Hopelijk vinden ze het dan wel genoeg. De geselstraf was bij de Romeinen eigenlijk alleen maar de inleiding tot de kruisiging. Iemand werd gegeseld en dan direct daarna gekruisigd. Maar dat was Pilatus toch niet van plan. Hij wilde een laatste poging doen om én van Jezus én van de Joden af te komen.
Zo werd Christus gegeseld, overgeleverd aan de willekeur van de soldaten. Wat een pijn, maar vooral ook wat een schande van onrecht wordt Hem aangedaan. Hij is onschuldig en wordt toch gegeseld om Pi­latus' positie toch nog te redden. In wezen is dat trouwens Zijn wonderlijke werk ook. Zijn Borgwerk, onschuldig gestraft worden, opdat Zijn volk gered zou worden. Daarom zwijgt Jezus stil, als de soldaten hun wreedheid aan Hem uitleven. Hij zwijgt stil als ze het bij slaan alleen niet laten, maar Hem ook bespotten met een doornenkroon en een soldaten jas. Wat wordt de Heere Jezus toegetakeld, daar in dat rechthuis van Pilatus. Het bloed loopt langs zijn rug, waarover het purperen kleed is geworpen. Zijn hoofd is gekroond met een doornenkroon. Zijn gezegend gelaat is getekend door uitputting, pijn en smart.
En zo komt Hij nu uit. Jezus dan kwam uit, dragende de doornenkroon en het purperen kleed. Hij komt uit, uit de binnenplaats uit naar buiten om aan het volk vertoond te worden. Het lijkt wel een kroningsfeest. Voor een paleis staat een menigte vol spanning te wachten. Aller ogen zijn op het balkon gericht. Komt de koning al naar buiten? Ja, daar is hij, in staatsiekleding versierd met de tekenen van zijn koninklijke waardigheid. Een oorverdovend gejuich breekt los. Jezus dan kwam uit. Het is allemaal zo anders. Hijzelf is zo anders. Een man van smarten, zonder gedaante of heerlijkheid, dat wij Hem zouden hebben begeerd. Zo komt Hij nog uit op het platform van de wereldgeschiedenis, in de prediking. In die prediking komt Hij uit als de Gekruiste. Zo is Hij Koning, Koning van zondaren. Kent u Hem zo als uw Koning? Hebt u Hem zo lief?
Pilatus ziet er niets van. Hij ziet die Jezus, waar hij zo mee zit. Nu zal het toch wel lukken. Nu zullen ze toch wel medelijden met Hem krijgen. Ziet, de mens! Ziet toch eens wat een stakker! Moeten jullie Hem nu nog verder lastig vallen? Pilatus vraagt om medelijden voor Christus. Het is wel de omgekeerde wereld. Pilatus medelijden doet er niet toe, dat van de Joden niet en dat van ons evenmin! Zijn medelijden, of beter nog Zijn lijden voor ons. Zijn lijden in de plaats van ons, dat is belangrijk, dat brengt God in het reine. Het verzoent met een vertoornd Rechter. Pilatus vraagt aandacht voor de mens. Hij, die zelf schouderophalend had gezegd: 'Wat is waarheid', spreekt hier waarheid uit. Goddelijke waarheid over de mens.
Pilatus is hier profeet ondanks zichzelf. Wilt u weten wat de Heere over de mens denkt, volgt dan de vinger van Pilatus. Ziet de mens. Hij wordt aangewezen voor het forum van het ganse menselijke geslacht. Ziet daar staat Hij. Dit is Hij nu. de mens ten voeten uit. Alle dromen over de mens, de vrije, mondige, hoge mens, spatten als zeepbellen stuk. Hier is de mens te zien. Een koning? Ja, maar een spotkoning. De mens, die denkt te heersen bijkans over het ganse bestaan. De mens, die alles denkt te kunnen regelen en besturen. De mens, die echter een gevangene is van de machten, van zichzelf van zijn eigen zondige vlees. De mens gebonden aan wellust en zonde. De mens: een spotkoning. Hij draagt een doornenkroon. Een kroon gevlochten van de doornen, die de aarde voortbrengt als vrucht van de vloek van het paradijs. Hij is met een kleed omhangen, rood als het scharlakenrood van de zonde. Zo is hij nu de mens. Zullen we medelijden voor hem vragen net als Pilatus dat deed? Medelijden met die geknakte, geknechte, lijdende mens? Tegenwoordig willen we dat nog wel eens doen, als we op Jezus zien en we hebben de euvele moed om de aanklacht dan op God te richten. Maar de aanklacht wordt op ons gericht, op u, op mij. Ziet de mens. Zo is hij, maar zo was hij niet. Zo is hij niet uit Gods Hand gekomen. Dit hebben wij van hem gemaakt. De koning, die heerste over het werk van Gods Handen werd een spotkoning door de zonde. Ziet toch aan hoe hij daar staat, hoe u daar staat onder de gevolgen van de zonde, onder de vloek. Eenzaam. Er is geen mens, die het voor Hem opneemt. Pilatus denkt alleen maar aan zichzelf. De Joden, de voorgangers en het volk, ze geven ook niet meer om Hem. Ziet de mens, de eenzame mens. De zonde scheurt immers alles uiteen. De zonde scheurt mens en God uiteen. Zo staat de mens daar eenzaam vervreemd van de mensen, vervreemd van God. De Heere kan met deze mens niet meer van doen hebben. De Heere is deze mens tegen vanwege de zonde. De Heere is voor deze mens een beker van gramschap die overvloeit. En de mens kan daaronder alleen maar zwijgen. Er is immers niets tegen in te brengen. Dit is de weg van het recht Gods. Dit is de vrucht der zonde: deze mens veroordeeld en vervloekt vanwege de zonde. Wie zal zijn stem opheffen als God ten gerichte komt! Ziet de mens! Pilatus vraagt aandacht voor hem. Neen, God zelf vraagt aandacht voor hem, voor uzelf. Zo bent u voor Gods aangezicht. Ziet de mens. Dat zien kan geen vrijblijvend zien meer zijn. Daar wennen wij steeds meer aan om de dingen vrijblijvend, van een afstand te bekijken. We worden in een auto rondgereden en wij kijken toe. We worden er niet in betrokken. We willen dat niet. We laten het maar zo'n beetje aan ons voorbijgaan. Zo willen we ook graag luisteren naar het Woord Gods als het ons gepredikt wordt. Maar het kan niet, want het gaat om ons. Wij worden er in betrokken. Wij worden aangewezen. Ziet, dat bent u, dat is uw leven, dat is uw toekomst! We zijn zo nieuwsgierig naar een foto of een portret, waar we zelf opstaan. Hoe sta ik er op? Kom ik nogal goed uit op die foto? We willen maar graag er een beetje mooier opstaan dan we zijn. Dit portret is helemaal echt. Ziet de mens. Zo is hij. Zo bent u! Is het niet aangrijpend? Beschamend! Heeft het u inderdaad aangegrepen? Beschaamd? Heere dit ben ik. Dit heb ik zelf van mijzelf gemaakt. Dit ben ik door de zonde geworden. De Heere wil Hem door Zijn Woord en Geest nogeens aanwijzen.
Ziet de Mens! Wie is het. Die daar 't beeld van de mens uitdraagt? Het is Christus. God uit God. Licht uit Licht, geboren, niet gemaakt. Hij is mens geworden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet. Hij is in gedaante gevonden als een mens. De Koning der eeuwen, aan Wie de Vader alle dingen in handen gegeven had werd een spotkoning, gekroond met doornen, gekleed met purper. De Beminde des Vaders staat in die woeste eenzaamheid van het gericht van God over de zonde. Hij, Die het Woord is, zwijgt onder de aanklacht des hemels. Zo treedt Hij uit. Jezus dan kwam uit in de gestalte van de mens, zoals die werd onder de zonde. Ziet het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt. De mens. Deze mens heet Jezus. Hij zal Zijn volk zalig maken van al hun zonden. Hij treedt uit. Hij wil daar te kijk staan, opdat u in Hem uw oude mens zoudt aanschouwen, belijden en verliezen, opdat u in Hem de nieuwe mens zoudt vinden. Hij is immers mens geworden voor Pilatus en aan het kruis, maar zo werd Hij ook de Eerstgeborene onder vele broederen. Het verderfelijke heeft in Zijn dood en ondergang onverderfelijkheid aangedaan. Het sterfelijke, onsterfelijkheid. En dat werkt Hij uit aan al Zijn volk. Wilt u de mens zien, of beter nog, wilt ge mens zijn, mens Gods, naar God geschapen, in ware kennis, gerechtigheid en heiligheid, komt dan tot Hem. U zult het leren: 'En gelijkerwijs wij het beeld van de aardse gedragen hebben, alzo zullen wij ook het beeld van de hemelse dragen'. Ziet de mens: Een volk Gode gemaakt tot koningen en priesters. En in verwondering en ootmoed rijst het lied: 'Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Ziet, de mens!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's