Horen
In gesprek met het gezin
Nee, we moeten het er niet te dik opleggen, als zou ons gezin een toonbeeld zijn van godsvrucht. Als zouden wij ons nergens anders mee bezig houden dan met Gods geboden en beloften. Waarbij dan de geboden de boventoon voeren: dit wel en dat niet. Alsof wij niet van de beloften moesten leven, ook als gezin. De doopbelofte; niet in de eerste plaats de belofte die u bij de doop aflegde, maar de belofte van God die in de doop betekend en verzegeld werd. Hij wil onze God zijn. En dan is er de stem achter ons: dit is de weg.
Het luistert zo nauw in een gezin. Vader verbiedt dit. Moeder maakt bezwaar tegen dat. Maar de kinderen hebben hun ouders ook in de gaten, soms onbarmhartig goed in de gaten. En bij vader, van wie dit niet mag, kan er dat wel mee door. En moeder, kan ieder over de hekel halen, terwijl ze ons op de vingers tikt over haargroei en . . . Het sticht verwarring, wanneer we onze kinderen zogenaamd — en als dat nog mogelijk is — strak houden, maar er tegelijkertijd alles in 't zakenleven, in de geldbesteding, in de familie verhoudingen mee door kan. Het werkt ook een zekere gespletenheid in de hand, waaraan het voorgeslacht wel mank ging, en waarmee het nageslacht niet gelukkig is.
Lezen! Horen! Nu, stilte is er niet meer bij tegenwoordig. Die moeten we zoeken ver buiten onze woonwereld waar de geluiden ons niet met rust laten. En buiten het gezinsleven, als het gezin tenminste bij elkaar is. Moeders hoofd loopt er van om. En vader, eenmaal thuis van zijn werk, geeft driftig te kennen, dat hij ook wel eens wat rust wil hebben. Hij duikt weg achter zijn krant. Zoonlief zit te lezen. Een ander zet de radio aan, totdat de televisie een zekere eenheid schept: Ieder keert zich naar het kijkkastje! Ondertussen: muziek. Er is wat te horen, erger nog, er heerst vaak een herrie, waarin we ons niet verstaanbaar kunnen maken, laat staan een gesprek voeren.
Horen. Muziek. Ik denk dat ik te ver van huis raak. Als ik daar nu over ga praten. Bovendien ben ik niet deskundig, en behoor ik niet tot die dominee's die overal verstand van hebben, boordevol antwoorden en geen vragen. Mijn voorkeur voor klassieke muziek legt dus geen gewicht in de schaal. Een platenspeler is een kostbaar bezit, dat vind ik wel. Niet alleen om stichtelijke muziek, — met het stichtelijk instrument bij uitstek: 't kerkorgel—maar ook muziek in het algemeen te horen. Alles op zijn tijd. Welke plaat zetten we op? Dan lopen de wensen uiteen en wordt de speeltijd verdeeld. Maar dat lawaai! Nu goed, smaken verschillen.
Het gaat ditmaal voornamelijk over de radio! Niemand zegt meer: foei. Ik weet nog dat heel weinig mensen een radio hadden, en hoe geweldig wij het, als kinderen vonden, bij onze grootvader zo'n toestel aan te treffen en, onder voorwaarden in te schakelen. Er werd van sommige zijden voor gewaarschuwd! Uit den boze. De radio dat kon censuur betekenen. Alsof een toestel aangeeft: kwaad, goed. Nee, waarnaar we luisteren, dat heeft met goed en kwaad te maken. Waarmee ik maar wil zeggen, dat de kerk of de goede, vrome lieden, niet te gauw ach en wee moeten roepen. En als ze het doen, goed moeten weten, waarover en waarom. Bij mijn weten is de radio nu algemeen aanvaard.
In die begintijd zette iedereen, die radio had, die ook aan! De hele dag. 'k Herinner mij de straat waarin mijn oom woonde, een huis tussen andere in. Een zomerse dag - toen had je nog zomers, waarin de lucht zinderde van de hitte - ramen en deuren open. En de radio!! Uit iedere deur waaide het geluid door heel de buurt. Later is dat beter geworden. Ieder wilde er, denk ik uit halen wat er in zat. Dat is uiteraard dwaasheid, en was een overlast voor de buren.
We hebben radio, en gebruiken die zelden. Vooral wanneer de televisie haar verdrongen heeft van de eerste plaats. Al schijnt het getij weer te keren. We zetten de radio regelmatig aan. Ieder heeft een eigen 'luistertijd'. De zieke, de oude van dagen, de huismoeder. En nu laat ik de muziek buiten beschouwing. Hoewel, er lopen mensen rond die altijd zo'n kleine radio bij zich hebben, en blijkbaar niet zonder 'uitzending' kunnen. Onderweg niet, op het werk niet, in de vacantie niet. Waarom zijn ze zo bang voor de stilte? Dat zou een nader onderzoek verdienen, want echt, de angst kijkt hun soms de ogen uit en ze draaien haastig de knop om: Hoor, wat een leven!
Verantwoord, verstandig gebruik maken van de communicatie middelen. Weer dat dure woord. Ze worden verondersteld gemeenschap te stichten; een 'over en weer' tot stand te brengen. De mensen dichter bij elkaar te brengen, doordat we gezamenlijk van veel meer kennis kunnen nemen. Daar zit wat in. Al kan het ons niet ontgaan, dat deze zogenaamde communicatie nadelige gevolgen heeft voor echte gemeenschap, ik zei 't vorige keer al: conversatie is daartoe meer geschikt. We hebben dan de mens voor ons, we kunnen, van onze kant, inhaken op wat hij zegt en zo voort. Een pleidooi dus voor het gesprek, dat niet te vervangen is. Je luistert tijdens een gesprek toch anders, dan naar de radio.
De radio geeft ons informatie en oriëntatie, om bij die twee dingen nu maar te blijven. Ze doet dat anoniem. Al kennen wij de namen van hen die de uitzending verzorgen, de mensen kennen we niet! Weten wie het zegt, - een oude wijsheid - doet hier niet mee. Het komt zakelijk over, maar kan evengoed heel persoonlijk zijn, in die zin, dat de persoon die mij toespreekt, zijn eigen levensloop en levensopvatting, daarin een veel grotere rol speelt, dan ik op het eerste horen vermoed. Dat willen we dus bij ons horen in rekening brengen. Niet te goedgelovig zijn. De radio zei! Wie is dat?
Informatie. Wij worden breder geïnformeerd, dan ooit te voren. Al wat er in de wereld plaats vindt krijgen we als nieuws op ons bord. De nieuws berichten. De commentaren, de reportage's. Wie zou ze willen missen? We leven nu eenmaal in grotere verbanden, onze eigen kleine wereld ligt naar alle windstreken en werelddelen open. Wereldmensen zijn we aan het worden. Is het winst? Dan niet zonder verlies. Want veel informatie blijft onverwerkt; het is te veel. En u heeft er ook geen vat aan: de feiten, daar komt u niet aan te pas. Radio, een goede kans om op de hoogte te blijven. In de beperking ligt het meesterschap. De informatie is selectief. Dat hangt in hoge mate af van de omroepverenigingen èn de 'achter het nieuws' mensen. Wat zij belangrijk vinden krijgt u voorgeschoteld. Is daarom subjectief, en te subjectiever en selectiever, naarmate ze zich verder van berichtgeving verwijderen. Dat geldt dus van alle uitzendingen, en we zullen alles niet voor zoete koek kunnen slikken. Alweer: wij zullen op onze beurt moeten selecteren.
Dankbaar voor die omroep, die ons informeert over het woord en de dienst des Heren, over de Kerk en het Koninrijk. Inlichten over zedelijke vragen, en menselijke vraagstukken. Inlichten wordt voorlichten. Nu, we worden ingelicht en voorgelicht bij het leven! Maar dat weten we als gezin toch ook wel, en we zullen dus een keuze maken.
Oriëntatie. We hebben ons te oriënteren in de wereld van vandaag. Het is geen schande, in deze tijd te leven, het is ook niet toevallig. Onze tijden zijn in Gods hand. Hoe oriënteren we ons in die bonte werkelijkheid, die wereld heet? Nu, daarbij kan de radio ons behulpzaam zijn. Wie over zendtijd beschikt, mag die niet gebruiken ten eigen behoeve, maar tot nut van het algemeen, het gemenebest. Voeling houden met de tijd. Het levensgevoel wat benaderen, dat de meesten eigen is. Verliezen ze die voeling, dan gaan ze er niet echt op in, dan wordt er met machtspreuken gewerkt, die geen kracht doen. Wij moeten niet uit een kijkpost uitzenden, maar in het open veld. Dat is moeilijk genoeg. Maar dan is de voorlichting veel vruchtbaarder, en we dwingen de mensen niet in het dwangbuis van onze mening en stroming, wij informeren hen over mening en stroming, die leven en samenleven raken en . . . maken.
Waaraan? Aan het Woord! Aan Wie? Aan de Here God! Een oriëntatie, waaruit Hij weggevallen is, desoriënteert ons. We dwalen dan maar wat rond. Die u leiden, verleiden u, misleiden u. Wat voorlichting heet, en verlichting roemt, is verduistering. Misschien is er nooit een eeuw geweest, die met recht de eeuw der verlichting genoemd mocht worden. En de verduistering neemt hand over hand toe. Dat geeft te denken. Wanneer we ons oriënteren aan wat 'de radio' zegt, ziet het er somber uit. Wie zich zou oriënteren aan de waan, zou de waarheid missen! En de ijdele waan van trotse mensen is vaak aan het woord. Wat het gezin betreft: zoek samen naar de goede informatie en de goede oriëntatie. En vergeet niet, dat we die ontvangen hebben en mogen uitbuiten, ook in ons horen. Vandaag heeft men de mond vol over indoctrinatie en manipulatie. Meningen worden opgedrongen, mensen worden gekneed! Wij vinden dat verschrikkelijk in de landen achter het gordijn. We ruiken de dictatuur al van verre. Dichter bij huis zullen we er op bedacht en er voor beducht moeten zijn. De radio kan een instrument voor indoctrinatie en manipulatie zijn, zo goed als alle communicatie middelen. De moderne samenleving is daar in hoge mate gevoelig voor. Een samenleving van 'mondige' mensen, die massaal worden voorgelicht, en wier mondigheid daarin bestaat, dat ze allemaal vinden wat iedereen vindt, en allemaal leven, zoals iedereen leeft. En dat allemaal en iedereen, is zo onmondig als het groot is! De radio kan zo'n onmondigheid in de hand werken en doet het ook. Mondig betekent: ergens over mee kunnen praten. Wij kunnen tegenwoordig overal over mee praten, dank zij, onder andere, de radio. Maar we weten niet veel anders in te brengen, dan wat die radio te berde brengt. Nog altijd is het waar, dat zij die het Woord horen, en het bewaren, goed geïnformeerd, en goed georiënteerd zijn. Dat zij er over mee kunnen praten. Niet uit de verte en uit de hoogte. Zo maar, in het gezin; En daarbij spreken over wat we horen. We haalden wel veel overhoop, deze keer, en veel slechts terloops. Hopelijk dient het een of ander toch het gesprek met het gezin.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's