De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het openbare gebed 4

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het openbare gebed 4

Het gebed

8 minuten leestijd

In de kerkeraadskamer
Wat het openbare gebed betreft denk ik in de eerste plaats aan het gebed, waarmee 's zondags vóór de dienst de prediker en zijn prediking, de gemeente in haar luisteren, zingen en bidden wordt opgedragen aan Hem, die alleen de wasdom geven kan. In vele gemeenten wordt na de dienst God gedankt voor het Woord, dat Hij liet verkondigen. Dit gebed in de kerkeraadskamer is geboren uit het besef van onze volkomen afhankelijkheid van de werking van de Heilige Geest, die in alle waarheid leidt, het verstand verlicht, het hart opent, de wil vernieuwt en heiligt, en ons door het Woord de wegen des Heeren voor persoonlijk en gemeenschappelijk leven bekendmaakt. Het is niet voldoende, dat de dominee een goede preek houdt, waarmee de grote meerderheid van de gemeente content is. Ook niet dat zij tot tranen bewogen wordt.
De consciëntie moet getroffen en het hart verbroken worden. Het verslagene moet opgebeurd en het dwalende terechtgewezen worden. De verharde moet gewaarschuwd, de onoprechte ontmaskerd, de bedroefde getroost worden. Er moeten werelden opengaan. De van God vervreemde wereld in haar voosheid, armoede en onbetrouwbaarheid. De wereld van Gods Koninkrijk in haar onvergankelijke en onvergelijkelijke waarde, omdat Christus er de grote rijkdom van is. De wegen Gods moeten onderwezen worden. Verleden, heden en toekomst moeten gesteld worden in het licht van Gods openbaring. Bovenal moeten de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen bediend worden, ontsluitend en toesluitend, zodat het de rechtvaardige gezegd wordt dat het hem wél zal gaan, maar de goddeloze, dat het hem kwalijk zal gaan (Jesaja 3: 10, 11).
Het leven moet gesteld worden in het ontdekkende bliksemlicht van Gods heiligheid, maar in de prediking van het Evangelie moet het warme licht van de zon der gerechtigheid stralen tot genezing van de krankheid onzer ziel. De bediening van dit allesdoordringende en allesomvattende Woord is toevertrouwd aan een mensenkind, dat zelf alleen maar een gebrekkig instrument is, beperkt in gaven en inzicht, omringd door allerlei gevaren ook in zijn ambtswerk, lang niet altijd op de hoogte van het geloofsleven, waarop hij zou moeten staan.
Bovendien - ook al mag hij instrument zijn - hij kan zelf niet zó in de harten doordringen als nodig is, om blijvend vernieuwing of herstel uit verval teweeg te brengen, om echt te leren en te regeren. Daarvoor is nodig, dat Hij, die zelf Zijn gemeente vergadert, het instrument van Zijn Woord hanteert en de harten dóór het Woord en vóór het Woord opent. Het gebed van de ouderling van dienst heeft daarop voornamelijk betrekking. Dat kan een ware verkwikking zijn voor de prediker, voordat deze zijn mooie, maar moeilijke werk gaat doen - in een eenvoudig, hartelijk gebed met heel de dienst en heel de gemeente opgedragen te worden aan die God, die krachten geeft. Persoonlijk mis ik het altijd, wanneer b.v. voor de tweede dienst niet gebeden wordt omdat 's morgens in het gebed de diensten van de hele dag begrepen waren. Ik begrijp wel dat men bang is voor de routine en daardoor ontheiliging door de vele gebeden. Ik wil alleen wijzen op het waardevolle van dit gebed voor de dienst.
Dat bidden beperke zich echter wel tot datgene, waartoe de kerkeraad op dat ogenblik geroepen wordt.
Er zijn verhalen genoeg in omloop over ambtsdragers, die meenden, dat hun taak in de kerkeraadskamer dezelfde was als die van de voorganger in de samenkomst der gemeente - alsof die gemeente reeds in de consistorie aanwezig was. Diezelfde gemeente moet dan vaak geduldig zitten wachten, totdat de deur opengaat, waardoor dominee en kerkeraad binnenkomen. Dat is niet stichtelijk meer. De ouderling, die voorgaat moge een uitnemende woordkeus hebben, maar hij brengt de prediker meer van zijn stuk, dan dat hij hem steunt. Een abrupt 'Amen' van de predikant heeft dan vaak moeilijke gevolgen.
Gezegend de gemeente, die in haar kerkeraad mannen heeft, die verstaan, wat hun hoge, belangrijke roeping is als mond van de gehele kerkeraad, en die hun taak met eerbied en liefde vervullen. Eerbied voor God en liefde tot God. Daarom ook liefde tot Zijn gemeente, Zijn dienstknecht, Zijn Woord en Zijn dienst. Dan gaat men ook de plaats en de functie van dit gebed beseffen.

Nogmaals in de kerkeraadskamer
De kerkeraad komt meerdere malen per jaar, vaak éénmaal per maand samen. We gaan hier niet over de agenda van deze vergadering spreken. Wel over het feit, dat we ons die niet kunnen denken zonder gebed en dankzegging. Veel behoeven we daarover niet te zeggen. Evenals in het gebed voor de dienst wordt de inhoud van dat bidden bepaald door het doel waartoe de vergadering belegd is. Hier geen persoonlijke ontboezemingen; laat staan, dat iemand bij gebrek aan deugdelijke argumentatie, het gebed gebruikt (lees: misbruikt) om z'n hart te luchten. Het besef van het belang der te bespreken onderwerpen en van de te nemen beslissingen beheerse dit ambtelijke gebed. Ook het bewustzijn, dat wij met al ons 'gelijk' of onze juiste inzichten en opvattingen het land geen behoudenis aandoen (Jesaja 26: 18), maar dat God al onze zaken moet uitrichten (vs. 12). De wijze, waarop een vergadering door Schriftlezing en gebed in een bepaald licht gezet wordt, kan van groot belang zijn voor het karakter, dat de hele samenkomst gaat dragen. Samen bidden kan sterk samenbinden.
Het gebed zij ook hier ootmoedig, eerbiedig, pleitend en zakelijk, d.w.z. het concentrere zich op datgene, wat op déze avond te bespreken en te beslissen staat.

Het gebed in andere samenkomsten
Die zijn er vele. Ik denk aan vergaderingen van verenigingen, die nauw bij het kerkewerk betrokken zijn, zondagsscholen, jeugdverenigingen, zendingsverenigingen, mannen- of vrouwenverenigingen, wijkavonden enz. enz.; ik denk ook aan andere verenigingen, die allerlei arbeid behartigen, die niet rechtstreeks met de kerk verbonden is, maar wel dienstbaar is aan de arbeid in het Koninkrijk Gods, op het gebied van het onderwijs, bijbelvertaling en bijbelverspreiding, evangelisatiewerk, ziekenverzorging, en maatschappelijk werk enz. enz.
Die veelheid van takken van arbeid doet me even denken aan het telkens terugkerende 'naar zijn aard' in de scheppingsgeschiedenis en aan wat Paulus zegt over de verscheidenheid van gaven en werkingen (1 Cor. 12). Naar twee zijden hebben we hier te waken.
We moeten de verscheidenheid laten gelden, opdat wij in ons bidden voldoende rekening houden met degenen, met wie en voor wie wij tot God bidden. Bidden met kinderen zal een andere toon, woordkeus en instelling hebben, dan met een kring, die grotendeels uit volwassenen of bejaarden bestaat. Het bidden met mensen, die in een ziekenhuis werken draagt weer andere belangen aan Gods zegenende handen op, dan wanneer we ons bevinden onder degenen, die hun levenswerk in de zending vinden. Een leraar van een middelbare school zal zijn gebed met de leerlingen anders onder woorden brengen, dan de leider van een politieke partij groepering die meent dat de grondlijnen van de goddelijke orde van de menselijke samenleving in het Woord Gods gezocht moeten worden. Zelfs het gebed met de enkele zieke, met wie we zojuist een zeer persoonlijk gesprek hadden, is anders dan dat met de vele patiënten op één zaal, van wie we de meesten niet kennen.
Toch moet naast de verscheidenheid ook de eenheid in het oog gehouden worden. De vele geledingen van een natie vormen toch één volk. Uit iedere stad of dorp loopt er een weg naar de hoofdstad. Alle organen van ons lichaam worden gevoed door het bloed, dat het hart door alle grotere en kleinere aderen stuwt. Daarom denke degene, die in het openbaar bidt niet alleen aan het aparte werk, dat groten of kleinen, gezonden of zieken, ontwikkelden of eenvoudigen samenbrengt. Maar alle harten hebben zich te richten naar het licht van de éne zon der gerechtigheid, de Heere Jezus Christus; allen richten zich tot en bukken voor dezelfde door God gezalfde Koning; allen vinden elkander, als het wel is, in de grote beden, die het Onze Vader vooropstelt: Uw Naam worde geheiligd, Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Zo worden verscheidenheid en éénheid vastgehouden in het éne lichaam van Christus, dat vele leden heeft, maar alles biddende verwacht van de éne Vader der lichten, van wie alle goede gaven en volmaakte giften afdalen; wie ook alleen de lof, de dank en de aanbidding toekomt voor alles wat Hij is en doen wil ter vervulling Zijner beloften aan allen, die op Zijn goedertierenheid hopen. Uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen; Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. En aller hart zegge: Amen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het openbare gebed 4

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's