De Joden niet
't En zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u kruisten,
Noch die verraderlijk u togen voor 't gericht.
Noch die versmadelijk u spogen in 't gezicht,
Noch die u knevelden, en stieten u vol puisten:
't En zijn de krijglui niet, die met haar felle vuisten
Den rietstok hebben of den hamer opgelicht,
Of het vervloekte hout op Golgotha gesticht,
Of over uwen rok t'saam dobbelden en puisten:
Ik ben 't, o Heer, ik ben 't die u dit heb gedaan.
Ik ben den zwaren boom, die u had overlaân.
Ik ben de taaie streng, daarmee gij ginkt gebonden.
De nagel en de speer, de gesel, die u sloeg,
De bloedbedropen kroon, die uwen schedel droeg:
Want dit is al geschied, eilaas! om mijne zonden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's