Pasen en de vernieuwing aller dingen
Pasen is een groot gebeuren. Het is ook Jezus' opstanding uit de doden, waarin Hij de dood verslonden heeft tot overwinning. De dood verslonden, dat is dan niet minder dan dit, dat de dood te niet gedaan is en dat hij als het ware in Christus' ingewand is ingegaan. Dat is geschied tot overwinning, zodat de dood overwonnen werd om overwonnen te worden. Reeds nu triomfeert de kerk met de apostel: 'Dood! waar is uw prikkel? Hel! waar is uw overwinning'. Dat is een profetisch woord. Het is tot stand gebracht met Pasen en het strekt zich uit naar de toekomst, totdat de dood er niet meer zal zijn. Zo'n profetisch woord is gezet in de verleden tijd en het kan verstaan worden in de toekomende tijd.
Pasen is een groot gebeuren. Jezus heeft toen het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht. Dat leven is op een zeer heerlijke wijze in Hemzelf gekomen en heeft zich op een zeer heerlijke wijze geopenbaard. Het eeuwige leven is in Hem gekomen, waarvan de kerk zingt: 'Het leven heeft Hij van U begeerd; Gij hebt het Hem gegeven: lengte van dagen, eeuwiglijk en altoos. Groot is Zijn ere door Uw heil; majesteit en heerlijkheid hebt Gij Hem toegevoegd.' Dat is voor ons het eerste en grootste van het Paasgebeuren: de ere voor de Heere Jezus, de heerlijkheid, die Hem zo ten volle toekomt na Zijn volbrachte Middelaars-offerwerk. Hij is op Pasen van de Vader geëerd met het Amen van die Vader op Zijn Middelaarsarbeid. Jezus staat hier op de eerste trede van Zijn verhoging, die Hem nu snel zal leiden naar de tweede trede in Zijn hemelvaart en dan tegelijk naar de derde trede in Zijn zitten aan de rechterhand Gods, om dan uiteindelijk te voeren tot de laatste trede van Zijn verhoging: Zijn wederkomst om te oordelen de levenden en de doden. Dat is in de eerste plaats Pasen: de glorie voor Christus Zelf!
Waar Hij echter geen ding doet of Hij doet het als Middelaar, dus Hij doet dat voor Zijn gemeente, daar leert ons de Schrift, dat Hij is opgewekt tot onze rechtvaardigmaking (Rom. 4: 25). In antwoord daarop belijdt de kerk als het eerste nut van de opstanding van Christus, 'dat Hij ons de gerechtigheid, die Hij door Zijn dood verworven had, kon deelachtig maken. Daarna ook worden wij door Zijn kracht opgewekt tot een nieuw leven. Én tenslotte is ons de opstanding van Christus een zeker pand van onze zalige opstanding'. Hier is ons in dit belijden gegeven alles wat Christus, de Opgestane aan Zijn gemeente doet en wat ze dus in de eeuwen van de opstanding af tot aan de voleinding van Hem verwachten kan. Maar het is dus nogal wat. Dat zondaars rechtvaardig voor God gesteld worden. Geen eisende, geen straffende gerechtigheid Gods meer, geen toorn meer bij God, zodat God in vrede, in behagen, in welbehagen nederziet op mensen, op de mensen van het welbehagen. Van Pasen af gaat ook de kracht van Christus zich openbaren in de opwekking van die mensen, waarop God in gunst nederziet, de mensen van het welbehagen. En daar is dan die wonderbare werking van het leven in de zielen, dat in hen ontwaakt, zich ontplooien gaat als een leven niet uit de aarde, maar uit de hemel. Daar ontstaan de burgers van het Koninkrijk der hemelen, die niet zoeken wat beneden is, maar wat van boven is. Daar ontstaan de pelgrims naar een beter, dat is naar een hemels vaderland, die zich verwant gevoelen aan Abraham, Isaac en Jacob, die de voortrekkers der kerk geweest zijn, en aan de nieuwtestamentische voortrekkers, die gasten en vreemdelingen waren op de aarde, wier wandel reeds als in de hemelen was. Dit alles was dus het nieuwe begin, waarmee de Eersteling, Christus, begon en van waaruit Hij een nieuw en eeuwig testament opende.
Dit is het nieuwe, wat Christus, de Eersteling Zijner gemeente maakt, dat het Koninkrijk der hemelen zich openbaart op aarde, niet van deze aarde, van de hemel. Hemels leven — een hemelse kijk op deze aarde — een toekomst in de hemel, die dan op een voor ons onvoorstelbare wijze met de nieuwe aarde verenigd zal zijn. Voeg daar dan bij de uiteindelijke en zalige opstanding van het vlees, die op een navolgbare wijze aan de opstanding van Christus' lichaam gelijk zal zijn en ge hebt in bestek voor u, wat Christus met Pasen deed, begon te doen en zal voleindigen. Ja Pasen is een groot gebeuren.
Geen wonder, dat Pasen rust in het oudtestamentische Pascha. Daar maakte de HEERE ook een nieuw begin. Het was de geboorte, de nieuwe geboorte, van Israël als volk. Het volk toog uit uit de windselen van zijn ontstaan, uit de windselen van zijn geboorte, onder het teken van het geslachte lam door. Het ging in in de vrijheid, het ging in in het verbond, dat God terstond bij Sinaï met hem sloot in het schenken van de wet en de dienst der verzoening. Op dat Pascha viel het nieuwtestamentische Pasen terug, als Christus tot Zijn discipelen zeide: 'Ik heb zéér begeerd dit Pascha met ulieden te eten', en de apostel betuigt: 'Ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus.' Ja Pasen is een groot gebeuren. Het groot gebeuren! Waarop de eeuwen zagen. Wat nu in de eeuwen tot aan de voleinding evolueert. En Hij, die nu aan de rechterhand van Ziin Vader zit, zegt in het voorlaatste hoofdstuk van de Bijbel: 'Zie Ik maak alle dingen nieuw!'
En dan voegt Hij erbij tot Johannes, de schrijver van dat boek: 'Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en getrouw.' Dat zal voor die tijden wel nodig geweest zijn. Het is zeker nodig voor onze tijd, nu men alles op deze aarde zet, déze nog niet vernieuwde aarde. Het is nodig, als men nu geen hiernamaals verwacht. Het is nodig, als men zelf als mensen van deze aarde wat meent te moeten en te kunnen maken. Ik denk, dat dit laatste pogen catastrofaal af zal lopen met heel deze wereld, die men meent de 'wereld der mensen' te zijn. De aarde is des Heeren met al haar volheid. En Hij zal dwars door de catastrofale hoogmoed heen heerlijk in haar en met haar zegevieren. Als Christus uit de doden opstond, en dat grote nieuwe begin maakte, wat Hij in de eeuwen van dat groeiende Koninkrijk der hemelen bezig is te voltooien (het Koninkrijk der hemelen was toch met Zijn komst nabij gekomen en het was toch in Hem midden onder Zijn discipelen en het kwam toch door Hem binnenin hen!), dan is Zijn Woord gewis voor de eindtijd, voor de voltooiing der tijden: 'Zie - Ik maak alle dingen nieuw!'
Hoe dat alles, die uiteindelijke vernieuwing, dan zal zijn? Wat nieuw zal zijn, dat zal dus dan eerst geweten worden. De oude professor Greydanus - dr. S. zegt er dit van: '. . . Hij maakt alles nieuw, geen enkel ding uitgezonderd en Hij maakt alles 'nieuw': de dingen zelf, hemel en aarde met wat erin is, de verhoudingen en toestanden, de bestaanswijzen en genietingen, de levenswijzen en de werkzaamheden: alles nieuw; anders niet slechts, maar nieuw, heerlijk. De Heere zegt niet: Ik zal nieuw maken, doch: Ik maak nieuw. Hij is er reeds aldoor mee bezig, hoewel Hij aan het eind de nieuwe wereld ineens doet verijzen.' Dat geloven wij. Ja, zo geloven wij het.
Daarom is Pasen een groot gebeuren! Daarmee is het begonnen. Het was de eerste trede van Jezus' verhoging. En Hij ging naar de tweede en naar de derde trede. Daarop is Hij bezig. En Hij gaat zeker naar de vierde en laatste trede: Zijn wederkomst. Dan zullen wij Hém zien, de Overwinnaar van Pasen, die uitging overwinnende . . . en opdat Hij overwonne. Er komt dus nog veel meer. Dan zullen wij hét zien: alle dingen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's