De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een zekere Jezus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een zekere Jezus

6 minuten leestijd

'Over wie de beschuldigers hier staande geen zaak hebben voortgebracht, waarvan ik vermoedde, maar hadden tegen hen enige vragen van hun godsdienst en van zekere Jezus'. Hand. 25 vs. 18c, 19a.

Het is opvallend: alle preken van de apostelen zijn paaspreken. Zodra zij ertoe de gelegenheid krijgen stellen ze de opstanding aan de orde. Petrus doet het in zijn pinksterpreek — c2 vs. 24 —, bij de schone poort — c3 vs. 14, 26 — en zo maar voort. Paulus is ook een kroongetuige van de opstanding en hij brengt die in iedere prediking ter sprake. Zou het nog niet zo zijn? De zondag, een paasdag, de preek een paaspreek. Opwekking, opstanding.
Paulus — hij heette vroeger Saulus — heeft zich op de keizer beroepen; de zaak die tegen hem aanhangig gemaakt was, moet in Rome voorkomen. Twee mannen, verantwoordelijke mannen, nemen de aanklacht nog eens door. Porcius Festus, de opvolger van Antonius Felix als procurator van Juda. Een gematigd man, die in de korte tijd van zijn bewind een bekwaam man bleek. Hij levert Paulus niet uit aan de gunst of de nijd van het volk, al is hij dat volk wel ter wille. Dat is de een. De ander is Marcus Julius Agrippa, wiens vader zich goddelijke hulde liet welgevallen. Hij was ongehuwd, maar er deden geruchten de ronde, dat de verhouding met zijn zuster Berenice bedenkelijk was. Hij was een beschermheer van de joodse godsdienst, maar godsdienstig onverschillig en een vriend van Rome.
In Caesarea brengen Agrippa en Berenice de stadhouder een welkomstbezoek en bij die gelegenheid legt Festus hem de zaak van de apostel voor. Wat moet hij met deze man? En wat moet hij naar Rome schrijven? Misschien kan Agrippa hem helpen. Festus had de indruk gekregen, dat Paulus een misdadiger was, zo fel gingen de joden tegen hem te keer! Een moordenaar of een wetsschender. Maar als hij scherp luistert vangt hij slechts godsdienstige termen op. Is dat alles? denkt hij. Hij drukt het wat minachtend uit: enige twistpunten over hun eigen godsdienst. Beuzelingen, als u het hem vraagt, van geen enkel belang. Festus is een modern mens! Hij haalt de schouders op over al dat godsdienstig gepieker en geruzie. Toch duidt hij het nog nader aan: Over een zekere Jezus. Paulus sprak de naam herhaaldelijk uit, en de joden spuwden hem uit. Dat was hem wel duidelijk geworden: het ging over Jezus.
Blijkbaar een onbekende voor de stadhouder. Begrijpelijk, toentertijd. Maar dat is vandaag de dag ook voor duizenden en duizenden het geval. Jezus dreigt ook onder ons een onbekende te worden. Wel eens van gehoord, maar ik zou niet weten wie Hij was, en het interesseert mij ook niet. Jezus? Nooit van gehoord. Zo ver is de ont-christelijking voortgeschreden in ons werelddeel, waar Paulus Christus verkondigde.
Het was echter onder de joden, onder Zijn eigen volk niet anders. Hij kwam tot de Zijnen en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Hadden ze Hem gekend, zij zouden Hem niet gekruisigd hebben. Wie is deze? Jezus van Nazareth. We kennen Zijn moeder en broeders. Hem eigenlijk niet. Paulus heeft zijn volksgenoten het eerst benaderd, om hen Jezus voor te stellen als de Messias Christus. Onbekend!
Is Hij dan voor u meer dan een zekere Jezus? Een naam onder andere namen. U weet zo ongeveer wie die naam draagt, maar dat is dan ook alles. U leest dagelijks namen, ze worden u bekend, maar de mensen die deze naam dragen kent u daarom nog niet. Al zou u hun levensge­schiedenis kunnen vertellen, ze blijven toch vreemden voor u. Het is te vrezen, dat velen Jezus niet kennen. Als ze over Hem denken en spreken is het zo vaag en zo koel. Zakelijk, soms, maar niet persoonlijk. Nooit een hartelijk: die ken ik. Hij is een uit velen, niet de Ene, die alles voor u werd. Een zekere. U hebt nooit kennis met Hem gemaakt, hoewel u daartoe dringend werd uitgenodigd. Wordt de naam Jezus ons verkondigd, dan is dat toch de bedoeling: Mag ik Hem aan u voorstellen. Maar u draaide u om en ging uws weegs. Beledigend is dat.
Onbekend en onbelangrijk. Festus wil er verder ook geen woorden aan verspillen. Jezus betekent niets voor hem en hij veronderstelt dat Agrippa er net zo over denkt. Jezus is niet in tel bij de groten der aarde. Maar de mindere man kan ook niets met Hem beginnen. Er zijn andere namen, andere mensen, van wie ze wat verwachten. Jezus valt altijd tussen de wal en het schip. Bij u ook nog? Stelt u belang in Hem? U hebt tot in den treure over Hem horen spreken, maar als Hij zou uitvallen, zou u Hem niet missen. Jezus brengt het niet verder dan een zekere Jezus, bij jong en oud.
Paulus verklaart: Hij is het! Wie? Jezus! Wat? Hét! Heel het heil ligt in die naam. Zaligmaker. Hem wijdde hij hart en dienst. Hem roemde hij. Hij wilde van niemand anders weten. Sinds . . . Saulus moest niets van Jezus hebben, hij haatte Hem. Hij haatte Zijn gemeente. De haat verblindde hem; blindelings vervolgde hij Hem, zonder te weten wie Hij was. Jezus maakte zich aan hem bekend, rechtstreeks: Ik ben Jezus. Een kennismaking onder zeer bijzondere omstandigheden. Maar een echte kennismaking, die niet naliet diepe sporen te maken in heel zijn levenspatroon.
Jezus. De naam wordt van betekenis. Dat is het eerste. Wie zou dat toch zijn. Hem zou ik willen leren kennen. Het verlangen naar Hem! De naam krijgt klank in het Woord, krijgt kracht door de Geest. Want de Heilige Geest wil Jezus verheerlijken. Dan gaan we Hem belijden. Hem alleen. Als Hij er niet was, dan zou alles zo donker zijn, dan zou er geen redden aan zijn. Maar Hij is er. Ik ken Hem, in geloof, hoop en liefde. Ik leef in die spanning: Opdat ik Hem kenne. Alles wordt van onwaarde vergeleken met de waarde van deze naam. De uitnemendheid van Christus, legt haar glans over ons leven.
Hij predikte hun Jezus. De enige naam, onder de hemel gegeven! U merkt het: Paulus kent Hem. Dat is zaak, als we Hem prediken. Dat de snaren van het hart mee gaan trillen met het noemen van die naam. Dan is de prediking een getuigenis, en dat is meer dan ooit nodig. Dan worden mensen getrokken. Er wordt heel wat gepredikt, zonder dat Jezus gepredikt wordt. Bij Paulus verkeerde niemand in het onzekere: Hij sprak van Hem. Het is te horen: hij kent Hem. Onbekend maakt onbemind. Hij houdt van Hem. Daar maakt de Heilige Geest gebruik van, daar is Hij al in werkzaam, om anderen tot deze kennis te brengen. En daarbij te bewaren. Dan gaan er ogen stralen: Jezus, die ken ik. Dan worden wij vertroost en versterkt. In dofheid en doodsheid, heft iemand het hoofd op: Jezus. De hoop wordt weer wakker. Dat maakt de prediking zo verrassend. De herkenning van Jezus. Kortom: een zekere Jezus wordt deze Jezus. Wordt Jezus! Zodat we in Hem al onze zaligheid verwachten, nu en voor de toekomst. Weet u over wie ik het heb? Gode zij dank. U hebt het over Jezus, mijn Jezus, die ons van God gegeven is, tot rechtvaardiging, tot heiliging en tot een volkomen verlossing.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een zekere Jezus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's