Leven in de hoop 1
Pastorale overwegingen
Bent u nooit tegengekomen — wat een dominee nogal eens kan gebeuren — dat iemand op de heel persoonlijke vraag hoe het met hem of haar er voor staat, met het oog op de eeuwigheid, antwoordt: 'ik heb een hoopje'.
Misvattingen
Het is eigenaardig dat er onder ons in kerkelijk of religieus woordgebruik zoveel verkleinwoordjes in omloop zijn. Er is sprake van 'een hoopje', 'een beginseltje', 'een knechtje', zelfs wordt voor de Heere gebruikt de aanspraak 'lief wezentje'. Zonder iemand op een woord te willen vangen en zonder een eenvoudig, oprecht geloof te kort te doen, moet ik toch zeggen, dat mij dat bepaald on-bijbels voorkomt. De Schrift gaat ons daarin niet voor. Zeker niet als het gaat om de eerbied voor Gods majesteit. Maar ook niet als het gaat om de dingen van Zijn koninkrijk.
Mensen kunnen een bepaalde innigheid en dierbaarheid willen leggen in hun woorden, die niet anders dan gevoeligheden van de mens zijn, te rekenen onder uitingen van het vrome vlees, gespeend van alle bijbelse vroomheid.
Of een mens dan niet klein van zich mag denken en heeft te denken?
Werd dat in waarheid meer gevonden, we zouden ook in onze eigen dierbaarheden niet meer wegvluchten. Er kan achter verkleinwoordjes een brok eigengerechtigheid schuil gaan om van te huiveren.
Maar was er onder ons iets van die eerbied, die we vinden bij de vader aller gelovigen: ik heb mij onderwonden te spreken tot de HEERE, hoewel ik stof en as ben. Daar komt geen verkleinwoordje aan te pas.
Maar gaan we op die eerste uitdrukking af, en trachten we in alle voorzichtigheid en eerlijkheid na te gaan waarin dat 'hoopje' dan bestaat, moeten we menigmaal bedroefd vaststellen, dat er geen sprake is van bijbelse hoop, van verwachting, die grond heeft. Meestal berust dat 'hoopje' op iets van de persoon zelf, een zekere ervaring, een bepaalde gevoeligheid, eigen ernst of een vaag vermoeden, dat het bij God nog wel wat zal meevallen. God is toch goed en barmhartig? De Rechter zal wel met Zijn hand over het hart strijken.
Het is eigenlijk ook opvallend hoezeer bepaalde uitdrukkingen, waarin het woord 'hoop' gebezigd wordt, voedsel geven aan ongegronde verwachtingen.
Wat denkt u van uitdrukkingen als 'hoop doet leven' of 'zolang er leven is, is er hoop', of het misvormd gezegde 'moed verloren, al verloren'.
Wat is hoop?
Als een van de uitspraken van de grote Griekse denker Plato staat genoteerd: 'het zijn van de mens is bepaald door wat hij hoopt en hoe hij hoopt'. Een mens, die niets (meer) hoopt, is dus, volgens dit gezegde, diep ongelukkig. Eigenlijk is hij geen mens meer, zijn eigenlijk wordt aangevreten.
Nu moeten we meteen daarbij aantekenen, dat in het Grieks het woord hoop een neutraal begrip is. Hoop betekent in Griekenland eigenlijk niet meer dan dat er iets verwacht wordt. Wat er verwacht wordt, kan dan nog goed of slecht zijn. De mens vormt voor zich zelf verwachtingen. Hij kan in de toekomst mooie en blijde gebeurtenissen verwachten, maar evengoed ook sombere verwachtingen hebben en denken dat er in de komende tijd slechts nare en verdrietige gebeurtenissen te wachten staan.
Wij kunnen het woord hoop in een adem noemen met verwachting en deze door elkaar heen gebruiken, maar gaan we na wat de Schrift ons leert over de hoop, dan vinden we een geheel andere boodschap dan Plato ons geeft.
We openen de Bijbel
Doen we de Schrift open, dan komen we eerst in het Oude Testament terecht. Reeds in dat eerste grote gedeelte van Gods Woord vinden we dat hoop in alle gevallen betekent de verwachting van iets goeds! Gaat het om de verwachting van iets kwaads en rampzaligs, dan lezen we het woord 'vrees'. Hoop is in het Oude Testament maar niet verwachting zonder meer maar hunkerend verlangen, halsreikend uitzien.
Het woord hoop is dus veel positiever van inhoud dan in Griekenland. En dat komt omdat de hoop niet is gericht op iets, dat de mens zichzelf vormt of voor elkaar brengt, op een menselijk toekomstbeeld, maar op God en op Zijn Woord.
Ik hoor David in psalm 71 zingen: 'want Gij zijt mijn Verwachting, HEERE, Heere, mijn vertrouwen van mijn jeugd aan'.
God Zelf, in hoogst eigen persoon was en is en blijft de hoop van David.
In later tijd horen we Jeremia zeggen: gezegend is de man, wiens verwachting de HEERE is. De hoop is dus niet op iets, veel minder op iets menselijks gericht, maar op God Zelf. En de Bijbel gaat nog verder. De hoop, die geen vertrouwen op de HEERE is is geen echte verwachting. Die hoop stelt teleur en bedriegt deerlijk.
In psalm 52 onderwijst David hoe de vromen zullen lachen over de ondergang van hem, die op de veelheid van zijn bezit vertrouwde en niet op God.
In Babel voorzegt zelfs de profeet Ezechiël dat een rechtvaardige, die vertrouwt op zijn gerechtigheid en tevens onrecht doet, zal sterven. Ondanks het goede dat hij, door genade dan nog altijd deed, zal het betrouwen er op niet baten.
De profeten hebben het volk Israël sterk ontraden te betrouwen op buitenlandse machten, zoals bijvoorbeeld Hosea, in 10: 13 en Jesaja, die in 31: 1 waarschuwt tegen het vertrouwen op Egypte om zo aan de macht van Babel te ontkomen.
Toen Jeremia optrad in de zeer kritieke tijd van de naderende ondergang, zag hij hoe zeer het volk bouwde op de tempel. God zou Zijn huis toch niet laten vernietigen door heidenen? (hoofdstuk 7:4). Maar of het ook gebeurd is!
Och, waar kan een volk, waar kan een mensenkind al niet op betrouwen!
Maar alleen de hoop op God en op Zijn woord beschaamt niet.
In de psalmen 42 en 43 keert als een refrein steeds terug, wat de heilige zanger tot zichzelf heeft te zeggen: hoop op God! En in psalm 130 het zo bekende en aangrijpende boetelied zingt de ons onbekende dichter het de pelgrims voor: ik verwacht den HEERE en ik hoop op Zijn Woord. Ja, meer dan de wachters op de morgen.
David heeft er in zijn oude dag van geweten. Psalm 25, dat 'allen, die U verwachten, niet beschaamd zullen worden'.
Hier en daar komt de hoop ook als gericht op de eindtijd naar voren, Jes. 25: 9, Micha 7: 7.
Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's