Het gebed
De verhoring van het gebed 2
De verhoring van het gebed geeft de wonderlijke werkelijkheid te ervaren, dat er niet alleen een Stem is van buiten onze kleine aarde-wereld, maar ook een Oor, dat de stem van ons hart opvangt. Het blijkt, dat achter dat Oor een Hart klopt, vol barmhartigheid, waardoor Hij Zijn hand uitstrekt tot onze hulp. Die bewogenheid van dat goddelijk hart is nog wonderlijker dan de reddende macht van Zijn goddelijke hand. Als we op het kerstfeest gedenken, dat de Zaligmaker van schuldige, verloren zondaren in deze wereld kwam, zingen we:
Komt, verwondert u hier mensen;
ziet, hoe dat u God bemint.
Maar die verwondering wordt er niet minder om, wanneer Hij gaat prediken (Luc.4: 22; Joh. 7: 46).
Die verwondering wordt nog dieper, wanneer Zijn weg de kruisweg wordt. Maar die kruisweg heeft Hij gekozen, opdat Hij alle verhinderingen uit de weg zou ruimen en de toegang tot het binnenste heiligdom zou ontsluiten. Als de grote Hogepriester bracht Jezus het offer der verzoening. Toen scheurde het voorhangsel. Nu worden wij vermaand om met vrijmoedigheid toe te gaan tot de troon der genade, om barmhartigheid te verkrijgen en genade te vinden, om geholpen te worden te bekwamer tijd (Hebr. 4: 16).
Iemand (R. Erskine) heeft in dit verband gezegd: een korte verwondering is beter dan een lang gebed.
De verwondering mag echter de verwachting niet te niet doen. Dat het werk Gods een wonder is in onze ogen, dat wij niet doorgronden, legt in Ps. 118 het loflied niet het zwijgen op. Telkens belijdt de kerk, dat geen ding de Heere te wonderlijk zal zijn. 'Wonderlijk zijn Uwe werken' zingt de psalmdichter (Ps. 139: 14; 145: 5). Israels God is wonderlijk van raad en groot van daad (Jes. 28: 29). Als Israël het herstel van Jeruzalem bijna niet durft geloven, zegt de Heere: omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel des volks, zou het daarom ook in Mijne ogen dan wonderlijk zijn? (Zach. 8:6). Een groot Koning geeft koninklijk.
Tijd en wijze
Zelfs ten aanzien van ons mensen geldt het woord van de Prediker: het hart eens wijzen zal tijd en wijze weten. Zo handelen, als het goed is, b.v. ouders met hun kinderen. Ook wanneer zij de verlangens van hun jongens en meisjes wel willen inwilligen, kunnen er honderd redenen zijn, waarom zij zeggen: 'het komt wel, je krijgt dit of dat wel. Maar je moet nog geduld hebben'. De kinderen zijn er dan nog niet rijp voor. Ze zouden het nog niet recht weten te waarderen en gebruiken. Het past nog niet in het opvoedingsprogram van de ouders ten bate van hun kinderen.
Nu kunnen wij ouders maar al te vaak tekort schieten in wijsheid, inzicht en zelfs in liefde. Maar zo is het niet bij de Vader Die in de hemelen is. Hij handelt zoals bij iedere afzonderlijke situatie past rekening houdende met alle bij de verhoring betrokken uiterlijke en innerlijke factoren. Soms beantwoordt Hij het gebed verrassend snel. Hij heeft de situatie al lang zien aankomen. Hij is tot onze hulp gereed. Eer wij roepen is Hij al bezig te antwoorden. Als Eliëzer bij de waterput in Mesapotamië bidt, is God al bezig Rebekka naar diezelfde put te laten gaan.
Maar vaak stelt God de verhoring van het gebed uit, zelfs al ligt aan dat gebed Zijn eigen belofte ten grondslag. Abram moet 25 jaar wachten op Izaaks geboorte. Elke menselijke factor moet hier geëlimineerd zijn, opdat alle accent zal vallen op het wonder van de geboorte van dit beloofde zaad Abrahams. Zacharias en Elisabeth krijgen tot hun verbazing in hun ouderdom te horen, dat hun gebed van voor vele jaren verhoord is. Maar die verhoring zal dan ook bestaan in de geboorte van de wegbereider des Heeren. Het element van eigen oudervreugde treedt op de achtergrond bij het feit dat hier een mens ter wereld komt, van God gezonden, om de beloofde heraut des Konings te zijn en van het Licht te getuigen.
De dingen zijn door onze oversterke eigenliefde in ons hart en in ons leven schots en scheef komen te liggen. Die wantoestand zou maar al te zeer bestendigd en zelfs verergerd worden, wanneer onze gebeden steeds aanstonds en naar onze wensen verhoord werden.
Wij spreken niet ten onrechte van de leerschool van het gebed. Daarin gaat het erom, dat wij leren. Leren, dat het niet het belangrijkste is, dat wij op onze wenken bediend worden. Integendeel ons leven moet dienstbaar gemaakt worden aan de uitvoering van Gods heilsplan.
Vaak willen wij de verhoudingen omkeren. We meten ons zelf dan de functie aan van architect, wiens werk bestaat in het ontwerpen van plannen. Het gebed zou dan hierin bestaan, dat wij de Almachtige benoemen tot de Uitvoerder van onze projecten. Geen wonder, dat wij dan geen verhoring te verwachten hebben. Wij zullen de vervulling van ons gebed altijd afhankelijk moeten stellen van de wil des Heeren. Calvijn heeft terecht gezegd, dat de gelovigen verhoring mogen verwachten, mits zij zich houden binnen de grenzen van het goddelijk welbehagen.
Bidden geen zin?
Daar ligt ook het antwoord op de vaak gehoorde tegenwerping, dat bidden geen zin heeft, omdat b.v. in een oorlog gelovige mensen aan weerszijden van het front bidden om vrijheid en vrede door de overwinning op de tegenstander. God kan hen dan toch niet tegelijk verhoren, want zij bidden tegen elkander in! Zulk een redenering berust op een misvatting ten aanzien van het gebed. Bidden is niet zoiets als voorschrijven of afdwingen. Het mag voluit een spontane uiting zijn van datgene wat de liefde van ons hart ook voor de identiteit en ongeschondenheid van het eigen volksleven begeert. Maar tegelijk zal de gelovige ook in zijn bidden moeten bedenken, dat hij bidt vanuit zijn eigen beperkte en bepaalde visies en emoties. God ziet alle factoren van ons volksleven en van het wereldleven duizendmaal scherper en vollediger dan wij, ook in verband met de komst van Zijn Koninkrijk en de wijze waarop Hij Zijn kerk op aarde in haar vreemdelingschap wil leiden.
God de Heere gaat met ons op opvoedkundige wijze om bij wat Hij ons schenkt en bij wat Hij ons onthoudt. Door de tijd der verhoring uit te stellen stelt Hij vaak de ernst van de begeerte van ons hart op de proef. Hij verdiept of wijzigt ons inzicht in de waarde (of onwaarde) en in de noodzaak (of overbodigheid) van datgene, waar wij om vragen. Hij loutert ons gebedsleven en doet ons zien, dat bepaalde dingen noch tot Zijn eer noch tot ons wezenlijk voordeel zouden strekken.
Prof. dr. Joh. de Groot heeft een boekje geschreven: De zegen der onverhoorde gebeden. Hij schrijft daarin: dit zou een zegen kunnen zijn, dat we al peinzend tot het inzicht komen: mijn gebed was niet goed, en daarom werd het niet verhoord. Hij wijst er dan op, dat er een 'knoop' in ons leven kan zitten, die we niet willen losmaken. Of dat wij nog niet ten bloede toe streden tegen een boezemzonde, ook al is deze schijnbaar klein. Het bleef bij een niet ernstig bedoelde schermutseling. Er kan een ban in het leger zijn b.v. door onverzoenlijkheid. Of we worden ons ervan bewust, dat ons gebed toch meer oppervlakkige lippentaal was dan diep-ernstige smeking van ons hart. Of — we weten niet wat we begeren, zoals Mozes, die begeerde Gods heerlijkheid te zien op een wijze, die geen zondig mens kan dragen. Of zoals Johannes en Jacobus, die begeerden te zitten ter rechter- en ter linkerzijde des Heeren in Zijn Koninkrijk. We denken ook aan de discipelen, die vuur van de hemel zouden begeren om de Samaritanen, die Jezus niet wilden ontvangen, te verslinden, niet wetende van hoedanige geest zij waren (Luc. 9: 51—56).
Er blijkt vaak uit de verborgen bron van ons hart tegelijk met allerlei zuivere bestanddelen van geloof en liefde zoveel onzuivers vermengd te zijn, dat uit ons vlees voortkomt, dat God de verhoring wel in uitzicht stelt, wanneer wij op Zijn beloften mogen pleiten, maar haar in overeenstemming brengt met Zijn eigen voornemen, Zijn eer en ons wezenlijk welzijn.
Hilversum
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's