De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

Huisbezoek

12 minuten leestijd

In Hervormd Nederland van 23 februari en de eerste helft van maart hebben enkele artikelen gestaan over het huisbezoek van de hand van mevr. L. W. van Reijendam-Beek. De artikelen zijn geschreven naar aanleiding van de resultaten van een onderzoek dat de Raad voor de herderlijke zorg in 1971 instelde in de gemeenten inzake het huisbezoek.
Nu is het toe te juichen dat HN aandacht schenkt aan dit aspect van het kerkewerk. Het huisbezoek is immers een regelmatig terugkerend onderwerp op kerkeraadsvergaderingen. Geen wonder ook, want het bezoekwerk als onderdeel van het pastoraat vormt een centraal gegeven in de pastorale bearbeiding van een gemeente. Bovendien liggen er relaties tot de eredienst, de catechese, het diaconaat, terwijl ook de financiën van de kerk hoe langer hoe meer het bezoekwerk nodig blijken te hebben, in een tijd waarin de verantwoordelijkheid in dit opzicht niet meer behoort tot de vanzelfsprekendheden en juist de Hervormde Kerk in dat opzicht zijn problemen kent.
Terecht schrijft mevr. Van Reijendam dat niet elke huisbezoeker een ambtsdrager behoeft te zijn. Vele gemeenten kennen de wijkbezoekers, de bezoekbroeders, allerlei mensen die zonder dat ze in het ambt staan een stuk bezoekwerk verrichten. Toch is de vraag: Wat betekent het ambt voor het huisbezoek en omgekeerd. Kan men zeggen ten aanzien van de huisbezoeker: 'Zelf hoeft hij eigenlijk alleen maar geboeid te zijn door mensen, hen de moeite waard te vinden om naar hen te luisteren, met hen mee te denken en mee te leven'? Ik ontken niet dat dit belangrijke aspecten zijn: luisteren, meeleven, meedenken. Maar hoe komt hier het Woord nog aan het woord? Mag men van huisbezoekers toch ook niet vragen dat ze vanuit de Bijbel zicht hebben op de gemeente, haar zijn, haar werk, de kerkdienst, de geloofsvragen enz.? Blijven we op de aangegeven wijze in het artikel niet steken in de vrijblijvendheid? Merkwaardig is ook wat de schrijfster als doel van het bezoek ziet. Wij lezen in het nummer van 23 februari:

Voor mijn gevoel moeten we allereerst af van de sfeer van vermaning en tucht die het huisbezoek nog steeds omzweeft, en positief stellen: het gaat erom dat mensen tot hun recht komen. Huisbezoek is wel ontstaan in het kader van de tucht: het was een idee van Calvijn dat kort voor het Avondmaal ouderlingen de gemeenteleden zouden vlooien op eventuele tekorten in leer en leven. Als die beleden waren, kon de vergeving van zonden worden aangezegd en het Avondmaal gevierd.
De ervaring leert dat nog altijd veel gezinnen op spelden zitten als er een ouderling komt: die wil vast nagaan wat er bij ons allemaal mis is, waar bemoeit hij zich mee? Zenuwachtige, verontschuldigende of agressieve reacties.
Maar we zijn er niet in geïnteresseerd om tekorten op te sporen en aan elkaar te snuffelen. Maar om elkaar te bemoedigen met die tekorten te leven, eigen mogelijkheden uit te buiten, te ontdekken dat het leven als geheel vreugdevol kan zijn en de moeite waard. Een van onze bezoeksters kwam bij een mevrouw die agressief opende: 'Ik leef samen met een man die bezig is te scheiden. Dat vindt u zeker heel erg'. 'Ik vind niks hoor', riep de gast zorgeloos, en het werd een vertrouwelijk gesprek. Ik denk dat dit bij alle pastoraat voorop moet staan, dat we beginnen elkaar zoals Jezus het ons leerde, onvoorwaardelijk te aanvaarden.
In dit kader van onze opdracht mensen te helpen naar hun bestemming te leven, moet natuurlijk wel eens nee tegen iemand gezegd worden. Soms word je betrokken bij een situatie waarin iemand zijn geluk aan het bouwen is op het verdriet van een ander en dan kun je niet anders zeggen dan: Zo ga je toch niet met elkaar om.
Ik heb het daar altijd moeilijk mee. Het is wel waar dat een eerlijk gesprek juist in de ruimte van de kerk mogelijk moet zijn. In de kring van broeders die de waarheid niet hoeven op te offeren aan de beleefdheid. Maar van die broederlijke verbondenheid is vaak zo weinig zichtbaar. En dan valt het niet mee de ruimte geloofwaardig te maken, waarin je iemand in alle solidariteit op zijn verantwoordelijkheid kunt aanspreken, 't Lukt vaak wel over een onrechtvaardige handelwijze te praten in de vorm van een verhaal, over jezelf of een verzonnen figuur (je had het immers ook best zelf kunnen zijn). Zoiets als de parabel van Nathan maar zonder dat je erbij zegt: Gij zijt die man.

Men wrijft zijn ogen uit als men de zinsneden over Calvijn leest. Ik laat nu nog maar daar of het woord 'vlooien' in dit geval niet ten enenmale misplaatst is. Maar men moet toch wel wonderlijke ideeën over schuld en vergeving erop nahouden als men schrijft zoals hier gedaan wordt. Waar is hier het besef dat er vanuit het Woord Gods oordelend over ons leven gesproken wordt. Niet wij zijn het maar God oordeelt. Wat is hier nog over van het bijbelse herder-zijn, het weiden van de schapen. Dat het moeilijk is, zij volmondig toegegeven. Dat ootmoed elke bezoeker past eveneens. Dat we beginnen moeten met luisteren in zachtmoedigheid en bescheidenheid zal waar zijn. Maar de schrijfster blijft m.i. in een humaniserende levensvisie steken. En wonderlijk, de verwijzing naar 2 Sam. 12 schiet nu juist aan de bedoeling voorbij. Want Nathans verhaal loopt inderdaad uit op die spits: Gij zijt die man. Wil men dit verhaal uit 2 Sam. 12 gebruiken als illustratie voor wat huisbezoek is, dan zal men die toespitsing toch niet mogen negeren. Dan blijft de vraag: Hoe komt dit bijbels spreken tot zijn recht? Dat vraagt m.i. voor elke bezoeker omgang met de Bijbel, en vooral ook persoonlijk gebed.

Huisbezoek en de geloofsvoorstellingen
Het grote manco in dit artikel is dat zo weinig vanuit het Woord gesproken wordt. Dat valt ook op in een tweede artikel waarin de schrijfster ingaat op veelgehoorde opmerkingen als: Ik weet zelf wel wat ik geloven moet'.

Geloven is een weg gaan met God. In het spoor van Christus zo goed mogelijk beslissingen nemen in wisselende omstandigheden. Ik weet wel wat ik moet geloven? Zo bezien weet ik het helemaal niet. Een weg gaan met God. Maar God is vaak ver weg en stelt me voortdurend voor raadsels. Een weg gaan, welke weg?
Hoeveel geld mag ik houden voor mezelf, hoeveel zal ik weggeven, hoe draag ik de kinderen over wat voor mij waarde heeft zonder over ze heen te vallen. Hoe kan ik als christen mee-oordelen over de eindeloos ingewikkelde kwesties in onze samenleving. Juist in een tijd waarin geloven een levend beweeglijk begrip is dat ons aanspreekt op onze eigen verantwoordelijkheid, heeft een persoonlijk gesprek waarde. Je kunt dan namelijk een heel eind met iemand meegaan.
Bijvoorbeeld. Ik kom bij een oude vrouw die verwacht straks na het sterven haar man terug te zien en samen verder te leven voor Gods aangezicht. Dat is haar geloof, dat haar geschonken is en waar ze kracht uit put. Ik bid met haar in de Geest van haar geloof. Maar dan spreek ik een jongen die zegt: 'Voor mij betekent de Opstanding een nieuw leven nu, vanuit de vergeving, met telkens nieuwe kansen en mogelijkheden die ons gegeven worden. In een leven na de dood geloof ik niet, daar verlang ik ook niet naar'.
Dan ben ik blij dat die jongen in het leven staat met een geloof dat hem moed en geestkracht geeft, en spreek met hem in de geest van zijn geloof. Zijn er grenzen aan de ruimte die het christelijk geloof biedt? Ik weet het niet precies. Als iemand met geloofsvoorstellingen zit waar hij uitgegroeid is, of die hem krampachtig of angstig maken, of onbarmhartig dan is het voor hem bevrijdend te horen dat je het ook anders mag geloven. En verder houd ik het maar op de horizon van de Bijbel die een zo ongelooflijke verscheidenheid in denken en geloven toestaat.

Alweer: te waarderen is dat de schrijfster ons ervan wil doordringen hoe belangrijk het luisteren is, het niet-voortijdig in de rede vallen. Maar de indruk die ze wekt is die van: de kerkelijke klant is koning ten aanzien van dat wat men geloven wil. Dat wordt dan verdedigd met een beroep op de horizont (??) van de Bijbel die een zo ongelooflijke verscheidenheid in denken en geloven toestaat (welke ??). Wij menen dat men op deze wijze de problematiek omzeilt en de eigenlijke vraag van de toetsing van onze geloofsvoorstellingen aan het Woord ontwijkt. Ook uit deze artikelen blijkt hoe fundamenteel de visie op de Schrift is die aan ons kerk-zijn en de arbeid in de kerk ten grondslag ligt.

Dr. O. Jager over de EO
De bekende predikant-dichter, dr. O. Jager, heeft een nieuw boek gepubliceerd, getiteld 'Baas boven buis' en handelend over televisie in theorie en praktijk. Nu gaat het me in dit persoverzicht niet over dit boek. Men mag aannemen dat de auteur die over een vlotte pen beschikt en gezien zijn werkzaamheden bij de NCRV bekend is met deze hele problematiek, een boek geschreven heeft dat de moeite van het bestuderen waard zal zijn. De zaak als zodanig is belangrijk genoeg. Maar nu heeft Hervormd Nederland van 6 april een interview afgedrukt van Wil de Ru met dr. Jager.
Uit dit gesprek blijkt dat dr. Jager in dit boek met name ingaat op de betekenis van de EO, nl. daar waar hij spreekt over de identiteit van de christelijke omroep. Dat is m.i. juist voor iemand die zo nauw betrokken is geweest bij de arbeid van de NCRV geen eenvoudige zaak om hier onbevooroordeeld over te spreken. Licht kan zich ook in de kritiek een subjectieve factor mengen. Maar het is uit de aard der zaak iemands recht zijn visie op een omroepvereniging naar voren te brengen. Al ben ik nieuwsgierig, waarom dr. Jager wel de EO en niet de VPRO b.v. zijn speciale aandacht schenkt. Wel­licht schenkt het boek ons hierover uitsluitsel.
Maar nu komt in dit gesprek ook de EO ter sprake. Dr. Jager is nl., zo lezen we, in dit gesprek ten aanzien van de toekomst bang 'voor de zogenaamde ver-Trossing'. Op een vraag van Wil de Ru: Hoe hou je het tegen? is het antwoord:

'De omroepen zouden dat zelf aan de kaak moeten stellen. Maar ik vrees, dat ze voor zo'n tactiek terugschrikken. Datzelfde geldt voor de EO. Deze zou door de andere omroepen heel kritisch gevolgd moeten worden. Deze omroep zou niet direct op bepaalde programma's moeten worden bekeken (al is zo'n abortus-programma wel heel illustratief) maar als verschijnsel moeten worden doorgelicht. Vooral opgroeiende kinderen moet je erop wijzen, hoe alles bij de EO in elkaar sluit. Luns en EO dat hoort bij elkaar. Klagen over het verloren gaan van de moraal, waarbij het vooral om de seksuele aspecten gaat, maar wel toelaten, dat Luns in een EO-programma zegt, dat het zo'n indrukwekkend gezicht is een atoombom te zien ontploffen. Dat noem ik ondergang van de moraal. Ik begrijp niet dat de EO dat niet ziet!' In zijn boek schrijft dr. Jager daarover: 'Dat is juist de moeilijkheid; er is geen sprake van opzettelijk bedrog of kwade trouw. Als valse profeten een stel leugenaars en zwendelaars waren, vormden zij niet zo'n groot probleem. Maar zij zijn de produkten van 'n bepaald geestelijk klimaat. Zij komen niet zomaar uit de lucht vallen; zij worden gemaakt door de gangbare meningen van hun voorgangers en tijdgenoten. De valse profeet is de mond van de zwijgende meerderheid. Van hem wordt verwacht dat hij de volkswil voorziet van een theologische facade. Daar is hij immers volksprofeet voor. Hij is gehuurd om almaar de cliché's te citeren van de populaire volksideologie, de frasen van de bij de nationale smaak aangepaste religie.
De valse profeet is de ware patriot, de verdediger van het echte geloof van de vaderen. Hij moet de mensen bevestigen in wat zij altijd al gedacht hebben. Hij mag zich daarbij opwinden, in extase raken, graag zelfs. Dat gaat er altijd in. De combinatie doet het goed: emotie en het oudvertrouwde, jeugdsentiment en fundamentalisme, wel het Wilhelmusgevoel maar geen politiek. Vroomheid als zelfbevestiging: daar ligt de verzoeking voor de EO. Daarom kan zij met de TROS vergeleken en door De Telegraaf gesteund worden. In haar angst voor de pseudo-christelijke machten van morgen loopt zij gevaar de machten van gisteren niet als pseudochristelijk te herkennen.'

Dat weten we dus: de EO wordt in de buurt gezet van de valse profeten, de volksprofeten die de meerderheid naar de mond praten enz. Nu gaat het mij er niet om beleid en programmakeuze van de EO te verdedigen. Daar zijn zij zelf mans genoeg voor. En ook wil ik niet de indruk wekken dat men de EO-programma's niet kritisch zou mogen begeleiden. Wat voor elke omroep geldt, geldt ook de EO! Mensenwerk staat voortdurend onder kritiek. Maar kritiek zonder liefde is m.i. levensgevaarlijk. Dat is het wat me in dit ongenuanceerde spreken zo treft. Wat Jager hier over de EO opmerkt is gespeend van christelijke iefde, begrip en belangstelling voor het 'Anliegen' van de EO-mensen. Op deze wijze bevordert men alleen maar de polarisatie en de verbrokkeling.
En de hele vraag b.v. of het opkomen van de EO ook niet iets te maken zou kunnen hebben met de wazigheid en vrijblijvendheid van de bestaande christelijke organisatie op dit terrein komt niet aan de orde. Alle zelfkritiek wordt hier gemist. Begrijp me goed: het is iemands goed recht te zeggen dat hij het bestaan van twee christelijke organisaties op radio-en tv-gebied betreurt en vooralsnog geen reden ziet om de NCRV vaarwel te zeggen en over te stappen naar de EO. Op dit punt is verschil van visie mogelijk en zullen christenen dat van elkaar hebben te accepteren.
Maar de manier waarop dr. Jager eventjes in een gesprek de zaak van de EO afdoet vind ik ronduit beneden alle peil en beneden de maat van de christelijke broederschap. Op deze wijze kan men alleen nog maar steeds verder uit elkaar groeien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's