Een Jezus die leeft
'en van zekere Jezus, die gestorven was, welke Paulus zeide te leven' (Handelingen 25 vs. 29b
Hij moet de zaak wel in een paar punten samenvatten, vooral omdat het hem niet duidelijk is wat de joden bezielt en wat Paulus beweert. Hoe kunnen de gemoederen zo verhit raken als het gaat over godsdienstige onenigheden? En hoe kan iemand zo strak volhouden, wat blijkbaar zijn volksgenoten in hoge mate ergert? Nu goed dan. Het ging over een zekere Jezus, wellicht heeft Agrippa van Hem gehoord. Festus heeft begrepen, dat deze Jezus dood is. De joden hadden dat hartstochtelijk betuigd: Hij is dood. En Paulus had dat eigenlijk niet tegengesproken. Jezus Christus en dien gekruisigd. Dus is het een uitgemaakte zaak: Jezus, die dood is.
Maar dan springt Paulus op; dat kan hij zo maar niet over zijn kant laten gaan, want . . . Jezus leeft. Dat is dwaasheid vindt Festus. Men moet de dingen niet door elkaar heen halen; dood is dood. Hij leeft krachtens de opstanding uit de doden, is het antwoord van Paulus. Opstanding uit de doden? Dat komt de stadhouder zo vreemd voor, dat hij Paulus straks toevoegt: Gij raast Paulus, uw grote geleerdheid brengt u tot razernij. Heeft de apostel al niet eerder verklaard dat het voor de Grieken een dwaasheid was?
Wat Festus nog met een schouderophalen afdoet, daartegen gaan de joden fel te keer. Jezus leeft. Dat is een leugen! Dan zou hun opzet mislukt zijn, dat zou eerherstel voor de gekruisigde betekenen, goddelijk eerherstel. Jezus leeft? Dan hebben zij een strafbaar feit gepleegd door Hem te doden, dan zal dat hun duur te staan komen. En daarom: Geen sprake van. Stefanus moest zijn belijdenis: Jezus lééft, met de dood bekopen. Paulus zal het niet anders vergaan. Want de opstanding is hun een ergernis, ze kunnen het niet verkroppen, dat Jezus leeft.
Jezus leeft. De apostel voert geen argumenten aan, om zijn stelling te bewijzen. Het is trouwens geen stelling, het is een getuigenis. De apostelen zijn getuigen van de opstanding. Er valt niets te bewijzen; er valt slechts te belijden. En te verkondigen, dat Jezus leeft. Dat is de eenvoud van de prediking en tegelijk naar volheid. Als Jezus niet leefde, dan was prediken, zeepbellen blazen, die weer uit elkaar spatten; ijdel noemt Paulus dat. Maar nu . . . Christus is opgestaan. Daarom: Hij leeft.
U had het al gehoord? Het is nieuws van de eerste orde, opzienbarend nieuws. Het is Pasen geweest, en u nam er kennis van. Geloofde u het ook? Zo dat de opstandingskracht over u vaardig werd, zodat u opstond tot een nieuw leven. Jezus leeft! Zoals Jacob hoorde: Jozef leeft! Hoe veranderde alles voor hem, toen dat tot hem doordrong.
De paasprediking handelt niet over dode zondaren, maar over een levende Zaligmaker. Zij is geen verhandeling over de opstanding, zoals een onderwerp behandeld kan worden. De Heere Jezus wordt verheerlijkt. Hij wordt uitgeroepen als de Levende, dood geweest en weder levend geworden. Op die prediking heeft de gemeente recht, al schijnt het bij uitstek 'gereformeerd' te zijn — hier en daar tenminste — om met Pasen de dood op te rakelen en het leven te verdonkeremanen. Van zulk een prediking geldt: laat de doden hun doden begraven. Het paasevangelie luidt: Jezus leeft. Paulus heeft dat nooit onder stoelen of banken gestoken, leven en dood was er immers mee gemoeid.
Jezus leeft. O, dat die twee woorden weerklank vonden in onze harten. We zouden uit onze dood opgewekt worden. We zouden vol verwondering vragen gaan stellen, al vragende zou het ons bevestigd worden: Het is waar! Jezus. Het Lam van God. Hij werd geofferd op het altaar; geheel verteerd. Ieder offer riep om het volgende, het was nooit afdoende. Dit offer is afdoende. Het Lam leeft. Zijn arbeid behaagde aan de Vader, Hij heeft Hem uit de doden wedergebracht. Die stierf om het leven te verwerven, leeft om het uit te delen.
Jezus was in verzekerde bewaring gesteld. De straf op de zonde was de doodstraf. Daarom kreeg Hij 'doodslang'. Hij heeft die straf uitgezeten. De eeuwige dood heeft Hij doorleden. Toen werd Hij uit de gevangenis ontslagen, en van iedere verdere rechtsvervolging. Hij werd in Zijn opstanding gerechtvaardigd. Opgewekt ook tot onze rechtvaardigmaking. Mag ik het u nog eenvoudiger voorstellen? Jezus leeft. Kinderen denken wel eens: Als Jezus nog leefde, dan . .. En ouderen verzuchten: als Jezus nog leefde, dan . . . Dromen we dan weg in onze wensen, die droom wordt verstoord, want Hij leeft niet meer. Ik schrik ervan, nu het wordt neergeschreven. En toch, menigeen houdt het daarvoor. Als . . . Dan . . . zou ik . . . Dan zou Hij . . . Dromen zijn bedrog. Wordt toch wakker. Jezus leeft. Hij heet nog Jezus, Hij maakt nog zalig. Hij laat nog de kinderen tot zich komen. Verwacht u wat van Hem, hoopt u op Hem. Maar denkt u: het is te laat, wat zou ik toen graag. Dan hebt u de boodschap van Pasen niet verstaan: Hij leeft. Hij is nog Dezelfde. Wat een verrassing.
Leeft Hij? Dan . . . Dan zal ik . . . Dan zal Hij . . . U kunt erop aan, u kunt erop doorgaan. Het paasevangelie schenkt veel vrijmoedigheid en blijmoedigheid. Als Jezus leeft, dan kan alles nog ten goede keren.
Blijft de vraag, of ons dat een oorzaak van vreugde en vrede geworden is. Of we daarbij en daaruit leven. Het is zaak zijn leven te verliezen, en het in Zijn leven terug te vinden: Ik leef en gij zult leven. Ons leven afschrijven en Hem het leven toeschrijven; de opstanding en het leven. Mijn leven staat dan op een andere naam. Ik leef, doch niet meer ik. Dat is de rijpe vrucht van Pasen.
Jezus leeft. In tijden van nood, oorlog, rampen, is er de angstige vraag: Leeft die en die nog? Heb je nog bericht gehad? We krijgen bericht. Wanneer is de brief gepost? Hoe zou het ondertussen zijn? Kortom, we zijn in zorg over onze geliefden, en we kijken uit naar een levensteken! Als u de Heere Jezus lief heeft, verlangt u ook naar een levensteken, dat er u van verzekert: Hij leeft. De Heilige Geest verstuurt de brieven, geadresseerd en wel. Dat laatste schrijven, hoe was het gedateerd? Lang geleden? Zoek het maar niet op, om het poststempel te controleren. Hoort het heden: Jezus leeft. Hij sprak tot mij, ik sprak Hem. Met Pasen.
Er wordt om gelachen, het wordt aangevochten. Maar ook nu zijn er mensen, is er een gemeente die ervan getuigen mag: Jezus leeft. Hij pleit voor mij. Hij bespreekt een plaats voor mij. Hij regeert alle dingen, zodat ze medewerken ten goede. Hij buigt zich over mij heen, Hij redt mij uit nood en dood. Hij nodigt mij aan Zijn tafel. Hij geeft mij het eeuwig leven. Hij . . . Hij leeft!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's