De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pastorale overwegingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pastorale overwegingen

Leven in de hoop 2

5 minuten leestijd

In het Nieuwe Testament wordt ten volle op- en overgenomen, wat we in het Oude al ontdekten, dat de echt bijbelse hoop op God is gericht. Paulus kan zelfs spreken van de God der hoop (Rom. 15: 13). Toch komen er nieuwe aspecten voor de dag. Wie denkt niet, als het gaat over de hoop in het Nieuwe Testament, aan 1 Cor. 13, waarin de hoop als metgezel van het geloof en de liefde wordt getekend?

Nieuwe aspecten in het Nieuwe Testament
De hoop vloeit voort uit en gaat mee met het waarachtig geloof. Er is geen geloof zonder hoop. Het is aan het geloof eigen om te vertrouwen. Het geloof redeneert niet, overweegt niet maar hoopt, kort en goed. En nimmer is er hoop zonder liefde. De hoop is geen weloverwogen, dor beredeneerde, koude verwachting, neen de hoop doet gloeien en tintelen van de liefde. Alle drie, geloof, hoop en liefde zijn vruchten van de Heilige Geest. Veel sterker en duidelijker nog dan in het Oude Testament — we komen daar nog op terug — is de hoop gericht op de toekomst, beter, op de dingen die men niet ziet, op wat nog onthuld moet worden, op wat aan de andere kant is, aan de overzijde van dit leven, en wat na en achter de dood en het graf ligt.
Dat betekent niet, dat de hoop een zoethoudertje is, waarbij men gezapig wacht op het betere. Neen, de hoop is gegrond in het geloof in God en Zijn Woord en werk, en voor een deel is het vertrouwen reeds ook bezit, maar de hoop strekt zich uit op het volkomene. Wat we nu zien behoort tot deze wereld, tot wat met het vlees heeft te maken, is dus tijdelijk en vergankelijk. Wie daarop betrouwt is er ongelukkig aan toe. Trouwens, zo zegt de apostel ook: 'wat iemand ziet, waarom zal hij het nog hopen'?
Sterk komt ook in het Nieuwe Testament naar voren, dat de hoop geheel en al beheerst wordt door wat God gegeven heeft in Zijn Zoon en door wat de Heere Jezus door Zijn kruis en opstanding heeft gedaan en ondergaan. De hoop is zeer bepaald christelijke hoop, dat wil zeggen hoop op Christus en Zijn heilswerk, hoop op Zijn genade, op de verlossing door Hem teweeggebracht. Wie daarvan weet heeft in zijn persoonlijk leven, heeft niet maar 'een hoopje' zonder meer. Neen de verwachting is gegrond op het borgwerk van de Zaligmaker, op wat Hij gedaan heeft, op wat Hij is en nog zal zijn en brengen. We mogen onszelf en elkaar wel afvragen, of onze hoop is op Christus, de gekruisigde en opgestane Heere. Want alle verwachting buiten Hem vergaat. En hoe fel bestreden en aangevochten zelfs, er ligt in het hart van de gelovige een hoop op de Heere. Nauwelijks kan deze soms blijken, toch is deze er.
De hoop is in het Nieuwe Testament ook heel duidelijk hoop op de toekomstige openbaring en heerlijkheid van Christus. Denk eens aan het woord van Paulus, dat 'als we alleen in dit leven op Christus zouden zijn hopende, we dan werkelijk de ellendigste mensen waren van allen' (1 Cor. 15).
Het gaat om de wederkomst van Christus. Het gaat om de dag van Zijn toekomst. Het gaat om de voleinding van Gods handelen-ten-goede-voor-Zijn-volk en het gaat om de volvoering van Zijn raad.
Wordt er hoop geoefend, altijd valt de grote dag van Christus binnen de gezichtskring. Ontbreekt deze verwachting niet vaak?
U zegt: 'dat lees ik in de Bijbel al. De Heere Jezus spreekt niet voor niets van slapende maagden'.
Ja, maar u vindt dat toch niet vanzelfsprekend? U zegt toch, hoop ik, niet: 'zo staat het in de Bijbel, zo zal het straks worden en zijn'. Want dat slapen is toch niet zoals het behoort. Dat slapen is toch een ongestalte van de kerk. Dat slapen is toch iets anders dan de vurige bede van de apostel der liefde: 'Amen, ja, kom, Heere Jezus, ja, kom haastelijk'.
Is het geloofsleven niet erg ingezonken? Is de prediking wellicht te mat, te weinig op de wederkomst gericht, de komende triomf van Christus?
Deze rubriek en dit stukje zal wellicht ook door dominees worden gelezen. Laat ik voor mijzelf allereerst en ook voor mijn collega's en voor u allen neerschrijven de woorden van Calvijn, die mij persoonlijk zeer troffen bij de voorbereiding van een preek over Titus 1: 2: daarom, een goed leraar moet altijd hierop zien, dat hij de mensen van het aardse aftrekt om hen te verheffen tot het hemelse. Ik belijd wel dat wij in veel groter achting moeten hebben de heerlijkheid Gods dan onze zaligheid; doch dat is nu niet de kwestie, welke van beide in waardigheid moeten voorgaan. Ik zeg alleen, dat de mensen God nimmer rechtvaardig zoeken, tenzij zij een betrouwen hebben om tot Hem te komen, en dat ze nimmer hun hart terecht tot de godzaligheid zetten tenzij ze onderwezen zijn in de hoop van het eeuwige leven.'
Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Pastorale overwegingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's