De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De prediking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De prediking

Prediking in een tijd van woord-devaluatie 2

8 minuten leestijd

Ik wil me niet eindeloos verdiepen en u niet eindeloos vermoeien met de praktische uitwerking in dialoogdiensten, inclusief alle bezwaren die eraan kleven. U begrijpt zelf wel, dat het woord toch weer bij de predikant of een ambtsdrager terechtkomt, en u begrijpt zelf wel, dat het toch weer een bepaald en meestal klein gedeelte der gemeente is, dat de mond opendoet. U begrijpt ook wel dat een gesprek tussen honderden of zelfs tussen tientallen niet eenvoudig is en ruimtelijk en ordelijk nogal wat eisen zou stellen. U begrijpt tevens wel dat niet alles zinnig zal zijn en niet alles zal stichten.

De dialoog
Maar het is me zelfs teveel om daarop in te gaan. Wat is het wezenlijke van dit alles? De kerk heeft in vroege en later tijden inderdaad perioden gekend waarin gereageerd werd op en tijdens de prediking gedurende de dienst. Augustinus moest onder de Numidiërs nogal eens zijn preek onderbreken voor een plotseling aanzwellend applaus, waardoor duidelijke instemming betuigd werd. Waarop, naar de verhalen gaan, de kerkvader vaak gereageerd zou hebben met de woorden: 'Ja ja, doe nu eerst maar wat ik zeg'. Of hij er dus zelf zo gelulckig mee was? Hij klaagt nogal eens over het vurig karakter en de emotionaliteit van 'zijn' Numidiërs. Het Leger des Heils kende de onderbreking der getuigenissen door de roep 'Halleluja'. En nóg ervaren wij wanneer in een gebedskring wordt gebeden, dat deze en gene tussendoor uit een bewogen ziel 'amen' of 'ja' zegt. In de traditie overigens van de synagoge! Men kan hier ook nog wijzen op de wettige interrupties of antwoorden der gemeente tijdens de eredienst in de vorm van het Kyrie (Heere, ontferm U) en Gloria (Ere zij . . .) dat nu wel gezongen wordt doch dat waarschijnlijk uit een spontaan reageren en antwoorden der gemeente geboren is. Maar aangezien dat de liturgie en niet de preek-in-dialoogvorm raakt, wil ik er niet over spreken.

De preek en het gesprek
Wat onderscheidt nu dat impulsief reageren der Numidiërs en der Heilssoldaten en der Pinkstermensen van de voorstanders van de preek als tweegesprek? Me dunkt dit, dat het eerste geen, het tweede wel een aanzienlijke schade toebrengt aan de preek als verkondiging van Gods Woord. 'Och, dat al het volk profeten ware!' Maar dat is wat anders dan dat op allerlei wijze in de vorm van een gesprek de verkondiging van haar hemels en Goddelijk karakter wordt ontdaan. Zeg ik dat, omdat het predikantenkorps in het algemeen en ik zelf ook bang zou zijn voor overtroeving van onze stem door die van mensen die met bepaalde zaken beter op de hoogte zijn dan wij? Is het angst onzerzijds om ons gezag, ons gezicht, ons aanzien te verliezen en zo onszelf als overbodig aan de kaak te laten stellen en brodeloos te worden? Neen. Voor velen van ons zou het lijken op een bevrijding, wanneer de preek met anderen werd 'gemaakt', hoe dan ook en waar dan ook. Maar het lijkt er alleen op. Wij behouden toch in dat exclusieve ambt van dienaar des Woords de verantwoor­delijkheid alleen voor de prediking, echter Gode zij dank door Christus die ook een Middelaar voor ambtsdragers wil zijn en ook voor predikanten. Er is al meer in deze serie op gewezen, maar ik mag het wellicht herhalen. Het ambt in de gemeente wordt bepaald door een vertegenwoordiging der mensen bij God en door een vertegenwoordiging Gods bij de mensen. De prediking is van dit laatste vooral een sterk onderdeel.

Positief
Maar nu zit er uiteraard in de term dialogisch preken wel meer dan alleen een poging om tot een gesprek te komen in de ruimte waarbinnen het Woord verkondigd moet worden. God voorkomt wanorde in Zijn gemeente. Hij laat er niet tien tegelijk of door elkaar heen Zijn Woord verkondigen; nog minder laat Hij er tien door elkaar heen ieder hun mening over een tekst uitgalmen. God neemt er één en stelt hem tot nader order op die en die plaats. En nog een, en nog een, al naar gelang het nodig is. Doch Hij laat er telkens maar één aan het woord komen.
Goed, wat is dan in dié weg dialogisch preken? Dan moet ik eerst wijzen op het sterke verband tussen prediking, catechese en pastoraat. De inhoud van de preek dient pastoraal doorgesproken te worden, dus na de zondag. Zo ontstaan tegelijk véél preken, zeker uit de Schrift, doch naar aanleiding van het pastoraat. Beter uitgedrukt: doordat God pastorale zaken opklaart met Zijn woorden, die de predikant bezig doen zijn met die teksten, met het oog op de aanstaande zondag. Dat heeft een dubbel nut. Zo wordt de preek herhaald in het pastoraat in het eerste geval en hebt u de leraar aan huis. En de leraar krijgt dan vaak een koude douche als het gaat om wat er overschiet na een zondag, doch daar moet hij doorheen, en hij zal merken dat het vruchtbaar is om zo nogmaals met de tekst bezig te zijn. Trouwens, de gemeenteleden ook. In het andere geval worden de teksten, waardoor God pastorale problemen opklaart, met het oog op de prediking nageslagen en bestudeerd. Een onzorgvuldig hanteren van teksten wordt vermeden, en de gemeente komt ten dele of geheel aan de weet, dat haar zaken in Gods Woord alleen verklaard worden met gezag van God. Dat doet die gemeente haar leven, haar bestaan ook werkelijk zoeken in andere dingen, dan waarin ze zes dagen van de week het vege lijf dacht te redden. Ik zou dat hele proces een voorbeeld van dialogisch preken willen noemen, en zo geldt het precies eender de catechese en de prediking. Door de catechese wordt de prediking eenvoudiger, bevattelijker, en door de prediking wordt de catechese bijbelser, meer op de woorden van de Schrift betrokken. Dat die lijnen over en weer worden nagetrokken op de kansel en in de catechisatieruimte, bevordert een samen-bezig-zijn van catechisanten en predikant in het Woord. Ik zou ook dat een vorm van dialogisch bezig-zijn en dialogisch preken willen noemen.
Er is echter één gevaar: dat de preek vooraf of achteraf toch discutabel, ter discussie wordt gesteld. Onze gemeenten kennen in veel gevallen de preekbespreking met de jeugd. Dat is heel best, wanneer het gaat om de praktische gerichtheid van de preek en vooral van ons hart en leven ten aanzien van de geboden en beloften Gods. Stellen wij echter delen of een geheel van een preek bij zo'n gelegenheid ter discussie, dan lopen wij — waarschijnlijk ongemerkt, maar juist dan des te zekerder — het gevaar de verkondiging ter discussie te stellen. En dat moet ook door alle partijen voorkomen worden.
Zijn er nog meer voorbeelden van dialogisch preken? Zeker, er zijn de themapreken, waarbij een thema terecht wordt belicht uit een tekst, of ten onrechte een thema wordt opgedrongen of opgehangen aan een tekst. Wij moeten voorzichtig zijn met het terugvinden van ons ongecorrigeerde bestaan en spraakgebruik in woorden van het Woord van God.
Er is echter één vorm van dialogisch preken, die ik eruit wil lichten, omdat zij een van de belangrijkste is. Wanneer er door gemeenteleden indringend en aanhoudend gebeden wordt voor een predikant en zijn dienst, en wanneer een predikant als herder in datzelfde gebed bij God doende is met zijn gemeenteleden, dan ontstaat in de verhoring van het gebed een dialogisch dienstdoen in Gods huis, en dan ook een dialogisch preken. Daarin wordt waarschijnlijk weinig gevraagd naar mogelijkheden om de inbreng van een ieder als deskundige van een klein gebied zeker te stellen. Daarin wordt zeker veel ervaren van de gemeenschap der heiligen en van de leiding van de Geest, die in de dienst der gebeden en in de dienst van het Woord de zaken en woorden van God en de vragen van ons naar Zijn keus honoreert.

Bekering van de taal — bekering van ons leven!
Tenslotte: betekent dit laatste, dat toch alle ditjes en datjes, ofwel de problemen zoals wij die zien en waar wij de voorkeur aan geven en die voor óns het zwaarste wegen, ook altijd in de prediking het zwaarste wegen? Neen. Ik ben begonnen met het afwegen van een wereld, waarin wij een bestaan zoeken, een wereld van het nuttige, bruikbare, directe, zichtbare en bewijsbare, tegen een wereld waarin God leeft, waarin geschouwd wordt, waar het geloof zonder bewijs mee verbonden is op zo hechte wijze als geen bewijs ons levert. Het zou niet billijk zijn, wanneer ik nu niet constateerde dat de taal van de wereld Gods bepalend moet zijn voor wat wij zeggen, spreken en denken in ons dagelijks bestaan. Ofwel: dat wij niet restloos in de wereld, waarin wij menen te kunnen bestaan, ons leven zoeken. Ofwel: dat er ook in onze taal een ruimte komt en een bepaalde afstand ten opzichte van al wat zich aards, natuurlijk en veelszins duivels als onweerlegbaar, zicht-, tast- en eetbaar aan ons voordoet. Hiervandaan verwacht ik de vernieuwing niet alleen van onze taal en de daarbij behorende herwaardering van onze taal, maar ook de leefbaarheid in denken, spreken, zijn en handelen van het leven voor de kinderen Gods in deze bedeling. Zij heeft een hemelse oorsprong; draagt de kentekenen van de wedergeboorte. En wie de volgorde omkeert en de taal der prediking en de manier der prediking richt naar onze voertaal, komt met het een en het ander reddeloos om. Hij zal merken dat hij wat anders doet dan de verkondiging van Gods Woord behartigen.
Kamerik

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De prediking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's