Christus opgevaren ons ten goede
(Heid. Catechismus 18 : 46)
Wie zou ooit gedacht hebben dat die verachte Nazerener zou opvaren ten hemel? Wie zou dat ooit vermoed hebben, toen Hij zich nog geen meter kon verheffen, maar over de aarde kroop als een worm? Toen Hij neerdaalde in de hel? Toch, de Hemelvaarder is dezelfde als de Nederdaler. Christus die neergestoten is door Gods wrekende handen, wordt nu opgeheven door Gods Vaderhanden. Hij die de schachten van onze diepe verlorenheid inzonk en het land van de schaduw des doods doorwaadde, en het daar opnam tegen zonde, dood en duivel, die Jezus is het. Geen andere. Juist daarom mocht Hij weer binnen in het Vaderhuis.
Want door de losprijs van Zijn kostbaar bloed is het toegangsbewijs betaald. Bedenk het, de hemel is streng verboden terrein voor een Adamskind. Gods wetboek van strafrecht is daar ondubbelzinnig duidelijk in. En als zo'n Adamskind is Christus op de aarde gekomen. Vlees en bloed geworden. Ingedompeld in onze verachtelijke en verwerpelijke natuur. Zonder zonde, nochtans tot zonde gemaakt. Onschuldig, nochtans volbeladen met de gruwelijkste plagen. Bedekt met de zonden onder onze wonden, en de wonden van onze zonden. Gods ogen hebben gevlamd in toornende heiligheid. En dat laaiende vuur heeft Christus verzengd. In het vlees van Christus is immers onze zonde verschroeid.
Uit de hemel is Hij verwezen naar de onderste verblijven der aarde. De hemelpoorten werden gesloten voor de Borg. De hitte van Gods haat tegen de zonde hield Hem op grote afstand. Zulk één is onze Hemelvaarder. Vanwaar dus al dat gejubileer en gemusiceer rond Hemelvaartsfeest? Niet omdat er een mirakel plaats vindt. Niet maar omdat de wet der zwaartekracht wordt opgeheven. Maar omdat God in Christus ook hier de wereld met zichzelf verzoenende is. Omdat Christus ons ten goede opstijgt. Omdat dit de blijmare is van de geopende hemel. Voor ons, voor wie geen plaats meer is in de hemel. Wij hebben dat erfland verspeeld. Wij kozen voor de aarde. De los-van-God-beweging is ontketend. En is de aarde geen wingewest geworden van de overste dezer wereld? Door onze boosheid is Gods goede schepping aan de ijdelheid onderworpen. En elke opvaart daaruit is onmogelijk.
Gekortwiekt, sterker vleugellam fladderen we maar wat. Hoogstens! En als we al hoger zouden stijgen, onze bloedbevlekte handen duwen de hemeldeur niet open. Wie het handvat hanteert, is op slag dood. Wie klimt de berg des Heeren op? Wij niet. Zo staan we ervoor. Waarvoor?
Voor heel de lading van Gods hemelse majesteit. Voor die gloed bij wie niemand wonen kan. Waar zullen we ons bergen? Zie eens opwaarts. De moed zal ons vergaan. Zie eens neerwaarts. Kunt u de hitte van de hel soms doven? Wie zal met zijn hart en bloed Borg worden voor zulken? Dat is de vraag die Woord en Geest ons stellen. En wij gaan hem naspellen. En de Heere gaat het antwoord vóór-spellen. Hij ontvouwt ons de rollen van Zijn beloften. Christus rijst eruit op, in al Zijn kleuren en schakeringen. Scherp getekend in de gangen van Zijn hellevaart en hemelvaart. En Die hebben we nu net nodig. De Middelaar die het helse vuur verslindt in de vlam van Zijn liefde, en die de eeuwige ondergang begraaft in Zijn graf. En die uitbreekt uit de zeskanten doodskist van onze verlorenheid. En die als de levende Borg en Voorloper ingaat in het binnenste Heiligdom. Daar gaat Hij. Ziet u Hem dan niet? Neen, visioenen en dromen zijn bedrog. Maar het schilderij van het Evangelie is onbedrieglijk. Daar gaat Hij tot voor de troon. Tot bij het Vaderhart. Wilt u wel geloven dat ons hart zou springen, als we nu niet juichten? Want het moge dan waar zijn dat ik in de hemel niet thuishoor en bij God in het krijt sta. Het moge dan waar zijn dat ik een hellewicht ben. Inderdaad, ik heb nogal wat diepe groeven op mijn kerfstok staan. Maar mijn Jezus heeft mijn zonden ter helle gebracht.
Mijn Meester heeft mijn zonden afgespoeld in Zijn bloed. Mijn Borg heeft de kerfstok ter hand genomen en versplinterd. Aan het kruishout. Wij dan gerechtvaardigd door het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus, door welke wij ook de toeleiding hebben. Toegang? Hoe? Op eigen benen, op eigen kracht? In geen geval. Door het geloof, dat is door Christus! Opgenomen in Hem. Meegenomen door Hem. Ons ten goede! Wat baat mij heel de wereld nog? Jezus is 't alleen, waar mijn hart gaat heen. En wat baat mij heel de hemel nog, als Jezus er niet is? Wie heb ik nevens u omhoog? Gij, mijn allerliefste Hemelvaarder, Gij zijt mijn rots en deel in eeuwigheid.
Hij zit daar. Met ons in Zijn hogepriesterlijk hart. Ons leven is met Christus verborgen in God. En niets kan ons nog deren. Medegestorven in Zijn sterven. Mede opgewekt in Zijn verrijzenis. Mede gezet in de hemelse gewesten in Zijn hemelvaart. Wie zal dat ongedaan maken? Geen duivel kan op tegen deze voldongen feiten. Door God gedane zaken nemen geen keer. Wat in de hemel is, komt er nooit meer uit. Hallelujah.
Ja maar, werpt u tegen, nu moeten we toch een paar voet zakken. Dat mag dan allemaal waar zijn, maar we leven toch maar hier en nu. Zeker, dat is evenzeer waar als dat het niet waar is. Tegelijk hemelburger, tegelijk aardbewoner. Boven én in het ondermaanse. Zeker, al ons gejuich heeft als voortdurende ondertoon het woord nochtans. Het welt op uit de diepte. Het is omfloerst door de wade van zonde en dood. Het klinkt daarom nog gedempt. Voorsmaken zijn het slechts. De liederen Sions slaan telkens weer om van de lof naar de klacht. En andersom. Die spanning en tweespalt behoort tot het tijdsgewricht van de Heilige Geest, van Hemelvaart tot Wederkomst.
En die spanningsvolle tweeslag van het reeds en nog-niet moeten we niet weg willen theologiseren en geloven. Maar kom, we hebben het nu niet over ons, maar over Hem die ons ten goede opvoer. Wij-voor-ons zijn niet opgevaren, maar Hij. En zó ook wij. En daarom: toch maar weer een paar voet omhoog. Al klinkt het Halleluja getemperd en gebroken, het klinkt. En al is het soms niet om aan te horen, het is daarom niet minder waarachtig. Daar staat de grote Godlover in de hemel garant voor. En uit Hem neemt de Geest het en brengt het ons te binnen.
Ja, zegt u, en toch kan ik nog niet zo meekomen, laat staan meezingen. Ik kan het juiste zicht maar niet krijgen en de juiste toonhoogte maar niet vinden. Mag ik u vragen waar u dat dan zoekt. In u-zelf misschien? In uw wisselvallige gevoelsleven, in uw belegen ervaringen, in uw pogingen tot onthechting? Geen wonder dat het zicht naar boven dan belemmerd wordt. Wie naar binnen kijkt, vindt daar de hemel niet. Veeleer het tegendeel. En geen wonder dat u de goede toon niet te pakken krijgt. Onze tonen zijn zo vals. Je kunt er geen hoogte van krijgen, nietwaar. Zullen we ons dan maar aan het Woord houden? Er zit niets anders op. Die bril geeft zicht en licht. En die stemvork is zo helder en zuiver. Neem de toon maar over. De minst muzikale kan erbij. Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom, door het bloed van Jezus, op een verse en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is Zijn vlees, en dewijl wij hebben een grote priester over het huis Gods, zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs. Kom, zeg eens, wie zonde heeft, en daaronder niet omhoog kan komen: Is Christus omhooggekomen en is Hij daarboven of niet? Sprengt Hij daar Zijn bloed of niet? Mag daar het anker van de hoop bevestigd worden of niet? Of is het soms verboden nu de Voorloper is voorgegaan en de vrijbrief geeft? Eigen toegangsbewijzen hebt u niet nodig. Geen geleerdheid of bekeerdheid. Juist niet! En wie niets weet dan Christus alleen is ongeleerd genoeg. Wie een hekel gekregen heeft aan zijn eigen godsdienst en goddeloosheid, is onbekeerd genoeg. Voor verloren en verlopen schooiers zit Christus daar. Ons ten goede. Zijn bloed houdt de toegang vrij. En anders niets. De Heere vindt het voldoende. En wij ook.
Tholen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's