De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verslag hoofdbestuur

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verslag hoofdbestuur

21 minuten leestijd

Verslag van werkzaamheden van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond over de periode mei 73 tot mei 74.
Een verslag moet meer geven dan een opsomming van gebeurtenissen en handelingen; immers stelt het hoofdbestuur zich voor de vergadering om een stuk verantwoording af te leggen van zijn beleid, om te vertellen welk de trend is, waarin dit beleid bezig is zich te ontwikkelen, want regeren is nu eenmaal vooruitzien. Ook een jaarverslag van de secretaris heeft iets van een winst- en verliesrekening en ondanks dat wij nu al weer jaren gewend zijn bij de penningmeester te spreken van de resultatenrekening, de zaak is dezelfde gebleven, het gaat om verlies en winst en is het niet vooral het laatste cijfer, dat telt? Naar welke kant slaat de balans over? Het jaarverslag moet iets hebben van een geestelijke balans. Gezocht moet worden naar het eindresultaat van de vraag: Hoe is het met het beheer van het grote geestelijke goed, dat wij het onze mogen noemen, gegaan? En hoe is daar het eindresultaat? Winst of verlies?

Traditioneel niet, traditionalistisch
De prille jeugd van de Bond vermeldt van een koerswijziging: in plaats van de vrijmaking der kerken, waarop de Bond in 1906 mikte kwam de verbreiding en verdediging der waarheid. In de naam van de Bond werd dit als de directe doelstelling opgenomen. In art. 4 van de statuten werd in 1909 verwezen naar de belijdenis der kerk, vastgesteld in 1618/'19 en zelfs de Dordtse Kerkorde werd uitdrukkelijk vermeld. Wij zijn dus zeer traditioneel opgesteld. Wij kunnen niet terug tot de tijd voor Dordt, willen dat ook niet. Hier is geen sprake van traditionalisme — al wil ik niet zeggen, dat de grote gevaren van traditionalisme ons ook vandaag niet bedreigen — verwijt men ons menigmaal, daarmee al te gemakkelijk de richting waarin de Bond zich beweegt diskwalificerend. Trouwens ook zo is er nog wel een antwoord te geven. Herinner degenen, die zo gemakkelijk tegen de traditie schoppen eraan, dat in het verzet tegen de traditie, soms een eeuwenoude, uitkomt, dat men ijverig bezig is een nieuwe op te bouwen, een traditie, die een andere geest ademt, die uit een ander beginsel opkomt, in overeenstemming met de geest van de moderne tijd; het proces van de aanpassing gaat door. De Gereformeerde Bond legt een sterke nadruk op de reformatie van de kerk, op geestelijke vernieuwing; dat betekent een zwaar accent op Schriftuurlijke prediking. Dat sluit in intensieve studie der Schriften en der belijdenisgeschriften. Maar in de doelstelling is ook een beperking ingesloten. Er is in de eerste plaats de prioriteiten-kwestie: als een huis in brand staat, dan blijft echt de vaat staan; er moet geblust worden. Ook zijn er terreinen, die niet de onze zijn of niet meer de onze, als het werk van onze Bonden voor Inwendige Zending, voor de zending buitenslands, voor de jeugdarbeid, met welke bonden ook dit jaar goede betrekkingen waren. Maar de Bond heeft niet tot taak alle knopen te ontwarren en alle vragen en problemen op te lossen, die moeite geven in het sociale en soms ook het kerkelijke leven. Het is één van de verwijten, die soms aan de Generale Synode en haar raden en organen moet worden gemaakt, dat men over alles en nog wat stukken moet laten uitgaan. Zegt de les der historie hier niets? Vroeger meende de kerk over allerlei dingen haar licht te moeten laten schijnen en het laatste woord te kumien spreken; men krijgt wel eens de indruk, dat het leergeld, dat de kerk voor deze fouten heeft moeten betalen voor niets is betaald. Hoe meer de kerk zich op haar eigen terrein beweegt, hoe meer gezag zal haar woord hebben, ook in een geseculariseerde wereld, die er zich bitter weinig van aantrekt, als de kerk ergens tegenin gaat, maar die de kerk wel gebruiken wil om het leven van ons volk naar werelds patroon om te buigen. In de beperking toont zich de meester!

Waar het om gaat
In de Bond blijft het — statutenwijziging of geen statutenwijziging — verbreiding en verdediging der waarheid. Wat een pretenties!, heeft men dikwijls tegen ons gezegd: jullie de waarheid verdedigen. Die waarheid handhaaft zichzelf. Dat weten wij en in velerlei teleurstelling is dat een troost geweest. Wij weten, dat de Heere instaat voor Zijn werk, dat Hij niet laat varen. Maar wij hebben de opdracht de waarheid te belijden en te beleven, te verbreiden en te verdedigen. Dat is de waarheid waard. En al is geestelijke hoogmoed één van de zaden van zonde in ons allen, wij weten maar al te goed, dat wij de wijsheid niet in pacht hebben. Waarschuwend staat het woord van Job tot de vrienden voor ons: De wijsheid zal met jullie sterven (Job 12: 1). Het woord waarheid kent in de Schrift menige schakering, bijvoorbeeld trouw, het staat rechtstreeks tegenover de leugen. En de waarheid, waarvan de Schrift spreekt, die hebben wij te verdedigen en te verbreiden.

In goed gezelschap
Bij Calvijn vinden we dezelfde woordverbinding bij zijn verklaring van 1 Tim. 3: 15, waar Paulus spreekt, hoe men zich gedragen zal in het huis Gods, en waar hij de gemeente noemt als pilaar en vastigheid der waarheid. De kerk is een pilaar der waarheid, omdat zij door haar ambt (haar dienst, ministerium) de waarheid beschermt (tueor, verdedigt, beveiligt, zoals de grenzen verdedigd en beveiligd worden tegen invallen van de vijand) en verbreidt (propagare). God daalt niet zelf af van de hemel naar ons, noch ook zendt Hij dagelijks Zijn engelen om ons Zijn waarheid bekend te maken, maar Hij gebruikt de dienst van herders (pastores), die Hij tot dat doel geordineerd heeft. Om het scherper uit te drukken: Is de kerk niet de moeder der vromen, die hen door Gods Woord wederbaart en die hen het hele leven door opvoedt en voedt, die hen bevestigt en tot een soliede volkomenheid voert?
Als de prediking niet altijd weer gehoord wordt, als er geen trouwe dienaren des Woords beschikbaar zijn, die door hun prediking de waarheid voor verduistering en vergeten beschermen, dan zullen leugen en dwaling en vervalsing en bijgeloof en allerlei verleiding de heerschappij verkrijgen. Stilzwijgen in de kerk betekent verbanning en verdrukking van de waarheid. Gods waarheid heeft haar bestand in de reine prediking van het Evangelie . . . Kunnen wij God iets ergers aandoen dan de lastering van de waarheid? . . . Als men Gods waarheid verdraait is het alsof we Hem van de troon rukken, Hem alle eer en Goddelijke heerlijkheid ontroven . . . Verbreiden en verdedigen van de waarheid. Met dit doel voor ogen zijn we in goed gezelschap, dacht ik. Maar de verantwoordelijkheid is wel erg groot. Wat moet daarvan terechtkomen, als wij de apostel niet kunnen nazeggen: Onze bekwaamheid is uit God?

Het hoofdbestuur
Het hoofdbestuur heeft dertienmaal vergaderd. Daarnaast waren er verscheidene moderamen-vergaderingen, waar o.a. dikwijls studenten gelegenheid kregen een aanvrage om een studietoelage toe te lichten. Bovendien waren er heel wat besprekingen met besturen van afdelingen en kerkeraadsleden, die met vragen en problemen zaten. Ieder van de H.B.-leden werkte mee door zich hiervoor te laten afvaardigen naar de betrokken gemeenten. Het is geen laffe vleierij (waarvoor ergens Kuyper bij een afscheid waarschuwde), als ik in dit jaarverslag, het laatste van mijn hand, vermeld, dat er in het H.B. een fijne teamgeest heerst, dat er samenwerking is, dat niet één of twee leden de dienst uitmaken, maar dat samengewerkt is en — dat mag ik wel zeggen — samen gebeden en daarvan is kracht uitgegaan en stille bemoediging. Bijzonder moet onze voorzitter bedankt worden voor zijn leiding met wijsheid en geduld. Met de gehele Bond hebben wij ons verblijd over de koninklijke onderscheiding toen ds. Tukker tot officier in de orde van Oranje-Nassau werd benoemd.
Half juni nam ir. Van der Waal het penningmeesterschap van ds. Vermaas over; het is geen sinecure 23 jaar lang het financiële beheer te voeren. Daarin is veel lijdzaamheid en veel wijsheid nodig. Van de bijzondere staat van dienst van collega Vermaas voor de G.B. te getuigen is een dure plicht en een persoonlijke vreugde. De nieuwe penningmeester wiens debuut een goede pers heeft wensen wij twee delen van de geest van zijn voorganger toe. Dan zal hij het best doen.
Allerlei arbeid werd commissoriaal verricht o.a. voor de statuten en reglementeswijzigingen de leden Van der Graaf, Van Brummelen, Bos en De Visser. In een commissie ter beoordeling van het nieuwe liedboek wilden zitting nemen ir. G. B. Smit (hij is tot zijn spijt verhinderd vandaag in ons midden te zijn), ds. C. van der Wal en ds. L. J. Geluk.

Verliezen
De Bond leed verliezen in deze periode en geen geringe, zodat één onzer scribenten 1973 het jaar der verliezen genoemd heeft. Dat geldt ook van onze periode. Plotseling is ons ontvallen ds. J. van Sliedregt, die de 17ste oktober, op 59-jarige leeftijd van zijn post werd afgelost — als voorzitter van de GZB deed hij veel verantwoordelijk werk op verantwoorde wijze met tact en bezonnenheid. In een in memoriam in de Waarheidsvriend tekende onze voorzitter hem als een man, die stoer van begrip een afkeer had van uitwassen naar links maar ook naar rechts. Boven alles ging hem het leven des geloofs. — Hij liet een lege plaats achter. Het werk gaat verder en de apostel vermaant ons: Volgt hun geloof na ziende de uitkomst van hun wandel.
De kerk verloor meer. Meer dan één predikant moest voortijdig zijn dienstwerk beëindigen: dr. Van den End, ds. Doornenbal, ds. De Bruin, ds. Van Malenstein. De Koning der kerk moge hen die uiterlijk uitgeschakeld zijn nabij zijn; ook dit stuk van hun leven en van allen, die 'uitgediend' zijn heeft zin in eeuwig licht. Is het theoloog zijn een slijtend ambt? vroeg prof. Jonker (in Reflexen, Theol. Ref. 1973). En ik dacht aan ds. Remme, die toen hij eraan herinnerd werd dat hij wat kalmer aan moest doen zeide: Beter versleten (in de dienst des Heeren), dan verroest.
Verliezen. Ik noem toch nog meer, aarzelend. Nu en dan raken wij leden kwijt, soms uit de kring der predikanten. Dan zeggen wij niet: Laat maar gaan. Ja, natuurlijk: Zij zijn uit ons uitgegaan, want zij waren uit ons niet (1 Joh. 2: 19). En toch wij betreuren het. We zien sommigen langzamerhand van ons weggroeien zonder dat we er iets aan kunnen veranderen. Hoe komt het, dat wij hen niet voor ons hoge ideaal kunnen behouden en vasthouden? Menig trouw gemeentelid, menige getrouwe ambtsdrager ontviel ons door de dood. Ieder heeft en kent ze in eigen kring. Ik noem slechts een enkele bij name: De heer F. Troost die vele artikelen in ons blad heeft geschreven en zich veel moeite getroost heeft voor de uitgave van gereformeerde geschriften, o.a. De zin van het leven. Ik denk aan de schrijver J. W. Ooms, aan de heer J. C. Jongeneel die vorig jaar nog op de jaarvergadering zijn grote belangstelhng voor onze arbeid toonde.

Een nieuwe lichting
Tien kandidaten tot de Heilige Dienst werden in hun eerste gemeente bevestigd; ik noem G. K. Korporaal, Th. van der Heyde, L. Schaap, M. Baan, R. van Kooten, C. van Sliedregt, G. van der Kamp, W. van Laar, R. A. Grisnigt, G. J. van Steeg, H. J. Stoutjesdijk. Misschien vergat ik er nog één. Het is een verblijdende zaak, als jonge mensen de fakkel mogen overnemen, als het oudere geslacht die niet langer kon dragen. God zegene hen en geve in diepe afhankelijkheid veel vrijmoedigheid. Wij aldoor minder worden, je hele leven lang! Hij groeien!

Studie
Met dankbaarheid memoreren we de vele arbeid van prof. dr. C. Graafland, die als bijzonder hoogleraar aan de R.U. te Utrecht gereformeerde geloofsleer doceert. Op zijn college's behandelde hij de artt. 10, 17—19, 16 van de N.G.B. In zijn verslag maakte hij melding van vele andere activiteiten, in de universiteit en daarbuiten. Ook zijn publikaties gaan door o.a.: Waarom nog Gereformeerd? Zo komt zijn arbeid ook de gemeente ten goede. Het O.G.G. hield zijn jaarlijkse conferentie. Prof. Graafland sprak toen over nieuwe bezinning op het christelijk geloof.
Dr. W. Balke promoveerde de 14de juni op een dissertatie over Calvijn en de Doperse radicalen. Het cum laude, dat aan het judicium werd toegevoegd was een verdiende hulde voor deze wetenschappelijke arbeid. Eerder in het jaar promoveerde ds. W. S. Cuperus tot doctor in de theologie op een godsdienst-historische studie over Al Fatiha dans la pratique religieuse musulmane du Maroc a partir du 19ième siècle. Promoties, die een gelukwens verdienen.
Ook dit jaar werd onder de gewone belangstelling de contio van predikanten gehouden en wel op 9 en 10 januari. De voorzitter sprak over: Welke strategie. Referaten werden gehouden door dr. W. Balke: Dopers radicalisme in historisch perspectief, door ds. C. den Boer: De wet en de prediking en door dr. W. Aalders: De christelijke hoop. De jaarlijkse contactdag met de studenten staat voor september op het programma. Het was niet mogelijk deze nog voor de vakantie te organiseren.
Een tweede jaargang van de cursus voor het colloquium van hulpprediker is van start gegaan, zulks evenals de vorige met medewerking van de Bond voor Inwendige Zending en Jeugdbond. Het is een alleszins noodzakelijke cursus, zoals mij van nabij uit de praktijk van de colloquia bekend is. Goede begeleiding van studerenden is zeer nodig, wil de studie niet ontaarden in een beetje grasduinen. Wij zouden kunnen zeggen: Hier is een vervolg van de bestaande catecheten-opleiding. Hoewel de catechetencursus te Zeist, die ik in deze vorm nu 23 jaar mag leiden formeel geen binding heeft met het H.B. is er een nauwe unie door de personen, die hier leiding geven en doceren zonder dat hier sprake kan zijn van een personele unie! Met dankbaarheid wordt vermeld, dat er dit cursusjaar meer dan tweehonderd cursisten de lessen getrouw volgen. Er wordt gelukkig nog gestudeerd. Men heeft er tijd en geld voor over om 'er meer van te weten'. In deze dingen ligt winst.

Ons orgaan en zijn hoofdredacteur
Velerlei contacten waren er met de afdelingen niet altijd persoonlijk — hoewel verscheiden malen een delegatie uit het H.B. op stap ging — niet altijd door correspondentie, hoewel menigmaal het papier eraan te pas moest komen en soms was het erg moeilijk — maar vooral en in de eerste plaats is er het wekelijkse contact door ons orgaan. En de Waarheidsvriend is niet alleen voor de Bond en door de Bond, maar de beginselen moeten naar buiten gedragen worden. En het is een vreugde te mogen melden, dat de groei van het aantal abonnees, op het orgaan blijft groeien. De oplage is nu boven de 11.000 exemplaren. Veel dank aan allen, die hieraan medewerken, want dat is niet de arbeid van één man; daarvoor is veel arbeid gedaan in de afdelingen door verspreide leden. Veel dank ook aan alle scribenten, die ervoor zorgen, dat er altijd kopij is bij de hoofdredacteur. In verband met de snelle toename van het werk, niet alleen voor de Waarheidsvriend, maar ook voor de afdelingen naar buiten heeft het H.B. in nauw overleg — hoe kan het anders — met de penningmeester besloten ir. Van der Graaf als fulltimer te benoemen in dienst van de G.B. met ingang van 1 augustus. In een uitvoerig verslag vernam het H.B. van het juiste aantal vergaderingen en besprekingen thuis op zijn bureau en elders in den lande. Om te zwijgen van het aantal telefonische gesprekken: dat is legio. Van de verschenen publikaties hebt u kunnen kennisnemen in het orgaan. Ik denk dat zij ook ter vergadering aanwezig zijn. Ir. Van der Graaf heeft een groot aandeel in de voorbereiding van een aantal en heeft zelf ook medegeschreven. Zojuist kwam uit de serie over het Verbond (in '73 in de Waarheidsvriend verschenen). Vast en zeker ook de serie radio-lezingen van ir. Van der Graaf 'Als God roept' zal dezer dagen uitkomen. Later in het jaar zal ook de serie over de Prediking uitkomen. Wij danken ir. Van der Graaf voor al dit werk en wetende, dat hij met zijn geheel hart erachter staat hopen we, dat hij gesterkt moge worden voor deze bijzondere arbeid, die altijd meer wordt, waarbij ik ook denk aan de Geref. Sociale Academie i.o., waarvan de deuren in augustus zullen opengaan. Van zijn enthousiasme en doorzettingsvermogen gaat een grote kracht uit in het midden van de Bond en ook daarbuiten.

Vergaderingen
Dit jaar is niet de gebruikelijke vergadering van ambtsdragers te Utrecht gehouden, maar in plaats daarvan zijn streekvergaderingen — zes in totaal — geregeld. Een inleiding werd gehouden over moeilijkheden en mogelijkheden in een ontkerstenende wereld, waarna in ruime bespreking de problemen van een bepaalde streek of gemeente aan de orde werden gesteld. Op deze wijze werden veel meer ambtsdragers en andere gemeenteleden bereikt dan in vorige jaren het geval was. Het ligt in de bedoeling ook het komende jaar wellicht op andere plaatsen deze vergaderingen te beleggen.

Israël
Meer dan eens heeft de nood en de bedreiging van Israël ons bezig gehouden. Meer dan eens dachten we aan het woord: Ik zag uit te rechterhand en daar was niemand, die mij kende. Golda Meïr, moeder in Israël zeide eens: Het is verschrikkelijk om klein te zijn en ook nog alleen te staan. Ik moet mij bedwingen om er niet dieper op in te gaan. Het H.B. hoopt zo mogelijk in september een conferentie te beleggen ter bespreking van het geheim, dat Israël is.

Theologia Reformala
Over publikaties schrijvende memoreer ik ons theologisch tijdschrift, dat zijn 17de jaargang is ingegaan. Theol. Reformata gaat zijn zelfde gang. Ook niet-theologen van professie zullen er stellig veel aan hebben, als zij wat dieper op de dingen willen ingaan dan in een wekelijks verschijnend blad mogelijk is. Fijn als u lezers aanwint voor de Waarheidsvriend, prachtig als u ook eens aan Theologia Reformata denken wilt om te voorkomen, dat het al te zeer in de schaduw komt.
En dan nog iets uit het H.B. Ds. Van Brummelen doet nog steeds goed werk voor onze gemeenten door zijn predikbeurtenbureau. Menige kerkeraad, die in zorg raakte over de vervulling van een preekbeurt dankt hem en zijn vrouw hartelijk voor dit tijdrovende en veel accuratesse vragende werk.

Nieuw belijden
Rumor in casa gaf de Proeve van belijden, 'een mogelijke weg tot een nieuw belijden' van de hand van de prof. Berkouwer en Ridderbos. De hervormde synode heeft dit stuk niet overgenomen. Ook dezerzijds werd het geheel met kritiek ontvangen. Ds. Exalto heeft een artikel geschreven, dat nog voordat het in de Waarheidsvriend werd opgenomen aan de leden van de synode is uitgedeeld. Na de reactie van prof. Ridderbos in het Geref. Weekblad (Kok), is een antwoord, van het hoofdbestuur in het orgaan opgenomen waarin de inhoud van het stuk van ds. Exalto voor rekening van het H.B. werd genomen. Een nadere reactie is (nog) niet ontvangen. De Geref. Bond is over het stuk nog niet uitgepraat. Polemieken zijn nooit erg aangenaam en wij trachten zoveel mogelijk ons niet te bemoeien met de zaken van andere kerken, omdat wij genoeg hebben aan de nood waarin de eigen kerk verkeert, maar soms zijn we erbij betrokken op dusdanige wijze, dat het ons raakt.

Vergaderingen
Met het Moderamen van de Generale Synode zal het H.B. een gesprek hebben op D.V. 7 juni. Het ligt in de bedoeling, dat zo enigszins mogelijk alle H.B.-leden deze bespreking zullen meemaken. Aan de orde zal komen de positie van de vrijzinnigen in de Herv. Kerk en ook onze positie in de kerk. Meerdere openbare vergaderingen en besprekingen zijn in het noorden des lands gehouden, waar man­nen uit onze kring spreken; contacten zijn er ook met een groep studenten in Groningen. Een commissie uit het H.B. (voorz., secr. en ir. De Graaf) heeft enige bezoeken gebracht aan Groningen en Friesland. Bij het laatste bezoek was een bespreking gearrangeerd met de moderamen van de P. Kerkverg. te Groningen. — Dezer dagen zullen wij naar Groningen gaan om een regionale afdeling op te richten.

Voortgaande ontkerkelijking
Deze stichting is niet van het H.B. uitgegaan, maar van de mensen in het noorden; het is ook niet begonnen zonder overleg met leidende figuren van de Conf. Vereniging, integendeel, hier is volkomen overeenstemming en een gedurig contact. Diep zijn we onder de indruk gekomen van de noodtoestand van de Herv. Kerk op vele plaatsen in het noorden, dat geldt daar stad en land. Wij zijn er dankbaar voor dat er nu een fonds is voor instandhouding en stichting van predikantsplaatsen, waarbij in de eerste plaats aan de steden gedacht is. Er is een stuk afbraak in onze kerk aan de gang, dat ons tot diep in ons hart moet raken, een stuk afbraak waarvan het einde niet te zien is. Kerken worden gesloten en predikantsplaatsen opgeheven. Wij zijn er niet klaar mee te zeggen, dat het allemaal eigen schuld is. Dat zal wel waar zijn! Wij zijn er niet mee klaar om te zeggen: Dan is het bij ons nog best. Als de Heere ons en onze gemeenten naar ontrouw en oppervlakkigheid doet wat zou er dan van ons terecht zijn gekomen? Het is echt niet onze verdienste, wel een grote genade als wij het Woord der waarheid mogen bezitten. Ik kan niets verdedigen, wat ik niet heb! Het is genade om het alles voor de Heere neer te leggen: Waarom verstokt Gij, Heere ons hart, dat wij U niet vrezen? — Maar er zal ook wat gebeuren moeten. Wij kunnen niets forceren, maar wij zullen moeten aanpakken. In plaatsen waar nog door velen bij het Woord wordt geleefd, waar nog een weerklank is op het Woord, daar is het thuisfront. Vandaar moeten de wapenen worden aangereikt aan de mannen en vrouwen, die aan het front staan. Dat geldt van de zending buitenslands; het geldt ook van ons. De Kerk heeft de geest des tijds nog nooit mee gehad en zal die ook nooit meekrijgen. Maar als de Kerk zwijgt, of als er van de Kerk een slap woord uitgaat als van Eli tot zijn zonen of als de kerk meezingt met het koor, dat in deze tijd de toon aangeeft, of zoekt aan te geven. Wat jaren gezaaid is wordt nu gemaaid. De levende God — te prijzen tot in eeuwigheid — wordt doodgezwegen. De Naam des Heeren wordt in het publieke leven niet genoemd. Demonstratief liet men de bede om Gods hulp weg. Het dynamiet van heidense beginselen wordt gelegd onder de fundamenten van de kerk. — Als het Getuigenis door duizenden aanvaard wordt als een gelovig waardig protest tegen een afbraaktheologie die in de mode is dan praat men in de synode net zolang tot dat een antwoord niet meer gewenst wordt gedacht. Maar de tegenstellingen worden feller en tegenover een verpolitiekt Evangelie en een prediking, die geheel aards en werelds is zullen wij moeten stellen de verkondiging van heil voor verloren zondaren: Het kruis als de enige verwachting. — Er is een evangelie naar de mens, dat van een nieuwe tijd droomt, een duizendjarig rijk waarin melk en olie bij stromen vloeien, waarin distelen vijgen zullen dragen. De mens met zijn kunnen en kennen beheerst de gehele wereld! En men wil er niet van weten wie de mens werkelijk is. Men komt langzamerhand tot de gedachte, dat het met de technische overwinningen niet alles gedaan is, men gaat waarschuwen voor catastrofale ontwikkelingen. Het is niet de zaak van teveel mensen, maar wel van teveel wensen! Het is het ontdekkende woord, dat ons allen moet raken: Gij weet niet, dat gij zijt arm en naakt en blind (Op. 3: 17). En voor zulken is er Goddelijke, hemelse raad: Ik raad u, dat gij van Mij koopt. Ik moet hier wel een streep zetten. Maar hoe zit het met die rekening? Zijn wij armer geworden? — Onze geestelijke rekeningen sluiten altijd met een tekort. Dat is het einde. Ook de Bond eindigt met een tekort. Al is er veel ontvangen, elke dag was geladen met de goedheid Gods. Menigmaal werd ook in dit jaar openbaar, dat het Woord, zoals dat van week tot week naar de Schriften uitging niet onbeantwoord bleef. Er is nog een volk, dat bij het Woord leeft. Het is soms wonderlijk hoe de Heere deuren openmaakt, waarvan wij nooit hadden kunnen denken. Soms werd het ook bij ons uit verlies winst. En William Tempel had gelijk: Het is niet het werk, wat wij doen, dat meetelt, maar het werk, dat de Heere door ons doet. Zo instrument te zijn in de hand des Heeren, dat is een rijk leven.
Tenslotte; dit is mijn laatste jaarverslag. Vierendertig jaar zat ik in het H.B., waarvan de laatste acht jaar als secretaris. Ik heb veel aan u allen te danken. En dat wil ik hier uitspreken. Ik mocht ook hier iets doen voor de kerk, die ons lief is. Ik hoop nog enige tijd met u te mogen meeleven. De God van alle genade, die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, nadat wij een weinig tijds zullen geleden hebben, die volmake, bevestige, versterke en fundere ulieden.
H.                                                                                                                   Bt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 mei 1974

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Verslag hoofdbestuur

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 mei 1974

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's