De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Na 35 jaren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Na 35 jaren

15 minuten leestijd

Er is een dik boek te schrijven over alles wat op kerkelijk, politiek en maatschappelijk terrein ook in ons volk is gebeurd. Wij kunnen maar enkele dingen aanstippen. Na onze verkiezing tot hoofdbestuurslid in 1939 brak reeds spoedig in 1940 de wereldoorlog uit, ook op eigen bodem. Het wordt een tijd van bloed en vuur en rookdamp. Het nationaal-socialisme met zijn modern heidendom, jodenhaat, ras, bloed en bodem deed een aanslag ook op ons volk.
Als God het niet verhoed had zouden we in deze duivelse, wurgende greep zijn verstikt. God heeft ons echter weer bevrijd en gaf ons toen de gelegenheid om in de weg van weerkeer tot Hem de herkregen vrijheid in Zijn dienst te besteden.

Eeuw van de mens
Na de Tweede Wereldoorlog voltrokken zich stormachtige en ingrijpende ontwikkelingen. In plaats van de vreze des Heeren breken machten zich baan die zich tegen het Woord, tegen God en Zijn Christus en Zijn Geest heftig verzetten.
Het wordt de eeuw van de mens. Deze moet in het middelpunt komen met zijn kennis, inzicht en maatstaf. Hoogstens mag het nog zijn 'God wat en wij veel'.
In het begin van ons bestuurslidmaatschap was de discussie over het Verbond in volle gang (Woelderink). In de Herv. Kerk werd in 1939 het reorganisatie-ontwerp van 1938 verworpen. De Geref. Bond was in grote meerderheid tegen omdat, zo meende het hoofdbestuur, op principiële gronden deze sprong in het duister niet mocht worden gewaagd.
Tijdens de wereldoorlog kwam er beweging. Verzet tegen het nationaal-socialisme, dat de kerk, de school, de jeugd, het hele volk poogde te vergiftigen. Er werd vergaderd, overlegd, er werden besluiten genomen, o.a. dit besluit van april '44 om een grote synode bijeen te roepen. De 31ste oktober '45 kwam voor het eerst sinds eeuwen weer een generale synode bijeen.
Ongeveer 5 jaar leefde de kerk toen onder de zogenaamde 'werkorde'. In 1950 werd de nieuwe kerkorde aanvaard die in mei 1951 in werking trad. Dit alles is niet los te maken van de arbeid o.a. van het driemanschap Gravemeyer, Kraemer en Banning.
De verwachting die óók leefde dat de kerk in haar geheel meer zou gaan leven naar de Schrift, dat de belijdenis beter zou gaan functioneren is helaas niet in vervulling gegaan. De Geref. Bond heeft zich in grote meerderheid tegen de nieuwe kerkorde gekeerd. Omdat er onoverkomelijke bezwaren waren o.a. tegen de wijze waarop de band aan de belijdenis tot uitdrukking werd gebracht.
Helaas zien we dat ook na de Tweede Wereldoorlog het gezag van de H. Schrift en de belijdenis der kerk wordt aangetast en weersproken. De mens wil heersen over Gods Woord. De Schriftkritiek viert hoogtij. Wie denkt hier niet aan de discussies omtrent de Heilige Schrift (Kuitert o.a.), het geloof in God (Sperna Weiland), Verzoening (Wiersinga), de Drieeenheid, de Christologie (Berkhof). Wat onder ons volkomen zekerheid moet hebben wordt op losse schroeven gezet. En dit in strijd met het gereformeerd belijden. We zien het: het is altijd weer de zondige mens die voor God niet buigen wil, zich niet gewonnen wil geven, niet uit souvereine genade alleen wil leven, maar die zijn leven, zijn welzijn in eigen hand wil nemen en zich een God maakt naar zijn eigen beeld en gelijkenis.
De taak die aan de midden-orthodoxie werd toegedacht (Berkhof) om het verbindende midden te zijn tussen allerlei groeperingen die elkaar voorshands nog niet verstonden, heeft zij niet kunnen vervullen. Daarin heeft zij gefaald. Hoe zou het ook anders kunnen. Als het in de richtingen, later genoemd de modaliteiten, wat de verschillen betreft slechts zou gaan over onbelangrijke, bijkomstige zaken, zou de taak wellicht nog zijn gelukt. Maar er zijn en waren niet te overbruggen verschillen tussen bepaalde modaliteiten. Dit is thans zeker niet minder duidelijk dan enkele tientallen jaren geleden. Wat denkt u van een Evangelie dat alleen gericht zou zijn op wereld- en maatschappijvernieuwing. Wat denkt u van een Jezus, die kwam om de armsten van het proletariaat maatschappelijk te verheffen. Wat moeten we aan met een theologie der revolutie en met een handleiding voor de revolutie die ons wordt aangereikt? (P. Reckman). Wat moeten we aan met een oecumene, waarin zo verschillend over de grondwaarheden der kerk gedacht wordt?

Om de waarheid Gods
In deze 35 jaren heeft de Geref. Bond zijn taak gezien hierin, om de waarheid Gods, zoals deze ons in de Schrift gegeven is, overeenkomstig de belijdenis der kerk, te verbreiden en te verdedigen.
Bij besprekingen in de oorlogsjaren is dat meer dan eens duidelijk gezegd en onderstreept. Onvergetelijk blijft ons altijd nog de bijeenkomst met het genoemde driemanschap en anderen waarin prof. Severijn op een indringende en indrukwekkende wijze uitdrukking gaf aan zijn Schriftgeloof en de dogmata die in de Schrift gegrond zijn. 't Ging ons niet om ons gelijk, het ging ons niet om maar 'neen' te zeggen tegen allerlei voorstellen, tegen de kerkorde, tegen de vrouw in het ambt, maar het ging en gaat ons om het buigen onder de Schrift en om het inslaan in die wegen, waarop een kerkelijk leven naar de Schrift en de belijdenis bevorderd mag worden.
In alle besprekingen die we in deze jaren met kerkeraden, afdelingen, groepen in de kerk en niet te vergeten ook met het moderamen van de synode gehad hebben, is het ons daarom te doen geweest. En daar gaat het ons nóg om. En daar moet het om blijven gaan. Voor het geheel van de Herv. Kerk. En zó voor het hele kerkelijke leven in ons vaderland. Juist ook met het oog op de Geref. Gezindte, waarover in deze tijd weer veel gesproken en geschreven wordt.
Het behoeft geen betoog, dat de prediking des Woords en de bediening der sacramenten bij arbeid en doel van de Geref. Bond een centrale plaats inneemt. Ook deze 35 jaar van ons bestuurslidmaatschap hebben we dat ondervonden. En wel heel speciaal in 1950 en de jaren daarna, toen we penningmeester waren, als opvolger van ds. Goslinga. Wat een duizenden guldens zijn in die jaren aan ons overgemaakt. Maar ook — wat een bedragen hebben we als studietoelagen uitgekeerd aan minstens 200 studenten die als dienaren des Woords in onze kerk dienden of nu nog dienen. Met dankbaarheid zijn we vervuld dat korte tijd geleden ook de bijzondere hoogleraarspost door dr. Graafland kon worden bezet en dat we in ir. J. van der Graaf een ijverige en bekwame algemeen secretaris kregen. We hebben ons, naar de kracht die de Heere ons schonk, mede aan al dit werk mogen geven. Daardoor hebben we zelf ook veel mogen ontvangen. Door allerlei contacten, gesprekken, samenkomsten, informaties die anders niet of moeilijk worden verkregen. Niet het minst door de goede verhoudingen in ons hoofdbestuur en de steun die we aan elkander hadden. Dit kwam ons vooral ten goede toen we enkele jaren lid van de Generale Synode waren en deel uitmaakten van het breed moderamen van de synode. We komen dan wel direct met de nood, de vragen, de moeilijkheden in verband met het kerkelijk leven in aanraking. We zien ze voor ons, met wie we in het hoofdbestuur zaten. In het eerste jaar nog ds. M. van Grieken, en met deze en na hem o.a. It.gen. Duymaer van Twist, ds. Remme, ds. Goslinga, ds. Timmer, prof. Severijn, ds. Boer, ir. Smit. Ze hebben hun tijd, gaven en krachten geschonken aan de arbeid van onze Bond in het midden van onze Herv. Kerk, waartoe ook wij behoren. We mogen dankbaar zijn voor het feit dat door Gods barmhartigheid en trouw nog op vele plaatsen het Woord Gods recht mag worden verkondigd. En dat dit ook gebeurt op plaatsen waar dit voor korte of langer tijd niet het geval was.
Met ootmoed en dank gewagen we van het 'Getuigenis' dat uitging en zoveel weerklank vond, waardoor het hart werd verwarmd, naast veel bestrijding die ondervonden werd.

Nog steeds nodig
Ook al gaan we als bestuurslid heen, zolang God ons spaart blijven we met u allen nauw verbonden als leden van onze Herv. Kerk, als leden van onze Geref. Bond. We staan voor dezelfde zaak en leven als het goed is dóór Gods souvereine genade uit dezelfde Borg en Zaligmaker Christus Jezus, door de kracht des H. Geestes.
We zouden de Heere prijzen als de toestand in de Herv. Kerk zó was dat de Geref. Bond direct kon worden ontbonden. Helaas is deze toestand echter nog niet zo. Er is verwarring, afval, ketterij, verzet en ontkenning van de Waarheid Gods in de Heilige Schrift ons gegeven.
Temidden van dit alles heeft de Geref. Bond trouw te zijn aan haar grondslag en doel. We bidden om een gereformeerde kerk, waarin gepreekt, geleefd en gewerkt wordt naar de Schrift, in overeenstemming met de gereformeerde belijdenisgeschriften. Het verblijdde ons dat van de hand van prof. dr. Graafland het prachtige boekje verscheen met als titel: Waarom nog gereformeerd? Duidelijk, wordt aangetoond dat wanneer alles wat van de mens komt een rol gaat spelen, zoals de traditie, de theologie, het denken, de vroomheid, de goede werken enz. de kerk verwordt. En dat Calvijn en Luther, verlicht door Woord en Geest hiervoor oog kregen, dit afwezen en de kerk weer onder het Woord brachten. Het wordt in de Reformatie: Sola Scripture, sola gratia, sola fide en solus Christus.
Dit alles is onlosmakelijk met elkaar verbonden met het geheel van het reformatorisch belijden. De kerk is weer geworden een kerk onder het Woord. In onze belijdenisgeschriften nu doen onze vaderen belijdenis vanuit hun geloof. Dat door de Geest gewerkte geloof spreekt en klopte in de belijdenis. Dat geloof wensten ze alleen — om te spreken met art. 5 van onze Ned. Geloofsbelijdenis — naar de Schrift te reguleren, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. Het gaat erom of wij datzelfde geloof deelachtig zijn en door datzelfde geloof mogen leven.

Al gereformeerd?
Omdat het hierom gaat in de kerk, kerk zijn onder het Woord, belijdend en levend door het waarachtig geloof in de drieënige God, hebben we als Geref. Bond daarvoor bezig te zijn en te blijven.
De vragen zijn gesteld: Hoe lang nog gereformeerd? Waarom nog gereformeerd? Wij zouden vandaag willen vragen: Zijn we al gereformeerd?
De Heere geeft nog veel om ootmoedig en verwonderd voor te danken. Rechte prediking, ware godsvrucht, breken met de zonde en wandelen met de Heere. Maar er is ook zoveel waar we bedroefd over moeten zijn. Zoveel wereldgelijkvormigheid, zoveel eigengemaakte vroomheid, zoveel onbekeerlijkheid, zoveel ontrouw en ingezonken geloofsleven. Daar hebt ge de oorzaak waarom er vaak zo weinig krachtig getuigenis gehoord wordt en we anderen niet tot jaloersheid verwekken. Als we willen belijden: het gezag van het hele Woord, Christus alleen, geloof alleen, als we Gods vrije genade onderstrepen, Zijn verkiezend welbehagen, het buigen onder de Schriften voor het hele le­ ven, de verzoening door voldoening, als we de rechtvaardiging van de goddeloze met kracht prediken, als we daarmee in de kerk en als kerk in de wereld willen staan, wat doen wij dan hiermee in ons persoonlijk en gemeentelijk leven?
Als de verborgen omgang met God niet wordt gekend, hoe zullen we dan de strijd des geloofs strijden? Laat niemand denken dat we de vloedgolf van secularisatie kunnen keren door in eigen kracht toch wettisch te gaan leven. Of door op de een of andere extreme, buitenissige godsdienstige wijze ons te gaan gedragen. Wanneer we daarin onze kracht willen zoeken dan zijn we ook wereldgelijkvormig op een extra-gevaarlijke wijze en staat ook de mens, staan wijzelf in het middelpunt. En evenmin zullen we de invloeden van wereld, zonden en satan keren en terugdringen door onze kracht te zoeken in allerlei aanpassingen aan de tijd waarin we leven. Daarmee halen we de verderfelijke invloeden juist temeer binnen.
In beide gevallen geven we er blijk van niet te verstaan wat het gereformeerd belijden en leven betekent. Dan is er geen waarachtig buigen onder de Schrift, geen leven uit Christus alleen, door het geloof, uit louter genade.
Daarom moet in de prediking van het Woord, in de catechese, en bij alles wat de kerk doet deze boodschap Gods, de noodzakelijkheid hiervan duidelijk en klaar naar voren worden gebracht. We hebben wedergeboorte nodig, geloof, bekering. Door deze boodschap moet de Geest ons kunnen ontdekken aan wie we zijn voor God en hoe wij voor Hem leven. We moeten onszelf leren kennen in onze schuld, onze ongerechtigheid, onze verdoemelijkheid voor God. Want in deze weg maakt de Geest door het Woord ons begerig naar de gerechtigheid, de genoegdoening, de verlossing, die in Christus Jezus is. En rusten we niet voordat we deze van God geschonken Zaligmaker in het geloof kennen als onze Borg, in Wien wij verzoend worden met de Heere en gelegd worden aan Zijn Vaderhart. Met dit Woord, naar de gereformeerde confessie als Gods Woord beleden, door het getuigenis des Geestes, hebben we te staan in het kerkelijk leven, als enige bron en richtsnoer, als de Lamp en het Licht, als de Waarheid Gods. En met dit Woord hebben we te staan in het maatschappelijke en politieke leven, opdat dat zoveel mogelijk naar de Schriften geregeld zal zijn. Wij, met alle terrein van ons leven, hebben te staan onder de kritiek van het Woord. Wij en ook de structuren.
Wij hebben nodig door Geest en Woord waarachtige wedergeboorte, echt oprecht geloof, vergeving, verzoening, vrijspraak van Godswege door Christus Jezus, wij hebben nodig vernieuwde mensen, uit wie het stenen hart is weggenomen en die er een vlezen voor in de plaats ontvingen. Maar dan hebben we ook hier, op de plaats waar de Heere ons zet, als veranderde mensen te leven. We hebben te staan naar alles wat God welbehaaglijk is ook ten opzichte van onze naaste en de samenlevingsverbanden. We hebben te breken met wat voor God zonde is, haat en nijd, zelfzucht en wereldzin, gierigheid en verspilzucht, grootsheid des levens en begeerlijkheid der ogen, onderdrukking en verdachtmaking. We hebben voort te brengen de vruchten des Geestes, vruchten der waarachtige bekering en liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en matigheid. Daarin wordt de Heere verheerlijkt.

Samen op weg
We willen wel 'samen op weg' met anderen, wanneer althans mede daardoor het gereformeerd belijdend karakter van ons kerkelijk leven kan worden hersteld, versterkt en bewaard. Wanneer dit niet het geval is wordt door welk samengaan dan ook de deformatie van het kerkelijk leven in de hand gewerkt. Om samenwerking in groter verband mogelijk te maken mag het gereformeerd belijden nimmer worden afgezwakt.
Het is juist roeping en voorrecht om het gereformeerd belijden in al zijn diepte en breedte beter te leren verstaan, er meer naar te leven en het voluit vast te houden. Vanuit dit belijden hebben we in te gaan op de geweldige vragen van de tijd waarin we leven, biddend om de komst van het Koninkrijk Gods.

Hoop die niet beschaamt
Wanneer we zó levend onze hoop op de Heere vestigen, zal Hij ons niet beschamen. Want Christus, die stierf, is opgewekt en leeft. Hij houdt Zijn Kerk in stand. De toekomst is aan Hem. Door de vuurbrand van het laatste oordeel heen zal Hij Zijn Koninkrijk in heerlijkheid doen komen.
Als we de Zoon blijven weerstaan zullen we geen dageraad hebben en daarom worden we dan alsnog geroepen tot bekering. Kus de Zoon, voordat Hij toome en gij op de weg zoudt vergaan.
Maar wie de Zoon te voet valt vindt in Hem een barmhartig Overwinnaar. Die Christus zij ons allen nabij. Ons hele kerkelijke leven. Onze gemeenten met haar ambtsdragers, Hij zij met onze bond en zijn bestuur.
Weet u wat we nodig hebben? Door de kracht des Geestes en des Woords de stilte tot God, het gebed, de oefening des geloofs, de verborgen omgang met de Heere. Daarin moeten we worden geoefend en het moet worden beoefend. We hebben nodig in de gemeente het persoonlijk contact, de gemeenschap in het geloof, het pastoraat juist ook door de ambtsdragers. Het huisbezoek bij de gemeenteleden. We hebben nodig de strijd tegen zonde, wereld en satan naar binnen en naar buiten. We hebben te weerstaan alles waardoor de Heere en Zijn Woord wordt aangerand.
Maar: tracht dit niet te doen met wapenen van eigen makelij. Het kan alleen en het mag alleen in geloofsverbondenheid met de overste Leidsman en Voleinder des geloofs. Het zal alleen gelukken met de wapenen, die de Koning der Kerk ons verschaft. Daarom: Doet aan de gehele wapenrusting Gods opdat gij kunt staan in de boze dag en alles verricht hebbende, staande blijven (Ef. 6). Verblijdt u te allen tijd. Bidt zonder ophouden. Dankt God in alles want dat is de wil Gods in Christus Jezus over u.
Blust de Geest niet uit. Veracht de profetieën niet. Beproeft alle dingen, behoudt het goede. Onthoudt u van alle schijn des kwaads. En de God des vredes zelf heilige u geheel en al en uw geheel oprechte geest en ziel en lichaam worden onberispelijk bewaard in de toekomst van onze Heere Jezus Christus.
Hij die u roept is getrouw, die het ook doen zal (2 Thess. 5: 16, 23).


(Uitgesproken op de jaarvergadering van de Geref. Bond, waarop ds. Vermaas voor het laatst als bestuurslid aanwezig was).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 mei 1974

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Na 35 jaren

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 mei 1974

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's