De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Drievoudig nut  van Hemelvaart

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Drievoudig nut van Hemelvaart

8 minuten leestijd

Heid. Catechismus 18 (49)

Bij God moeten we zijn of we zijn verloren. In Zijn lichtkring, in de gemeenschap van Zijn liefde. Niet dat we daar zo van doordrongen zijn! Maar het Woord van God, de sprekende God zelf dringt erop aan. Opstaan! De alarmklok beiert. Ik hoor noodsignalen. Naar God toe! Ja, maar dat gaat zo maar niet. In de eerste plaats kan ik mezelf niet omhoog heffen. Dat is onbegonnen werk om Gods hoge troon te bestormen. En in de tweede plaats mag ik daar niet eens verschijnen. De hemel is afgezet terrein. Zelfs vijandelijk gebied. Zoudt u over de muur van Oost-naar West-Duitsland durven? Daar wordt met scherp geschoten. Ondoordringbaarder is de afgrenzing tussen ons en de hemel. Want we leven niet meer in het paradijs. Zonde is scheiding. Want zonde is ongehoorzaamheid. De horigheid is opgezegd door u en mij. En dat betekent dat het contact met God is geknakt en het contract is verbroken. God en wij: wij zijn elkaars onverzoenlijke vijanden geworden. We verdoezelen dat wel graag. Onze religiositeit slijpt daar wel wat aan bij. We zwakken het dan af door op Gods liefde te wijzen. Alsof er met Gods toorn te marchanderen valt, met een beroep op Zijn barmhartigheid. Nee, er valt niet te schipperen. Als uw godsdienst daar nog uit bestaat, zou ik daar onverwijld een punt achter zetten.

Wij krijgen Gods toorn en liefde niet in overeenstemming met elkaar. Al onze berekeningen lopen faliekant mis. Beide liggen voor ons te zeer binnen Gods hart verstrengeld, dan dat ze zich door ons laten uiteenrafelen. U zegt: dan is het maar het beste om uit Gods buurt te blijven. Nee, dat is 'de veiligste' weg van het ongeloof. Het is anders. De vertoornde God die de zonde haat en ons met Zijn linkerhand de deur wijst, die wenkt ons tegelijk in Christus met Zijn rechterhand om toe te treden. Ja maar, die kloof. Ik huiver voor die loodrechte hoogten en diepten. Er is geen brug te bekennen van onze kant uit. En materiaal voor een noodbrug ontbreekt ons. Is er nog een weg, nu al de onze doodlopen? Er is de Middelaar. Hij is de weg. Hij heeft de overgang tot stand gebracht. En de opgang en de toegang. Voor wie? Voor buitengesloten en doodgelopen mensen. Nee, niet voor hemelingen, maar voor stervelingen. Niet voor kenners en kunners, maar voor verzwakte zondaren. Niet voor levende mensen, maar voor verstorvenen. Niet voor liefhebbers van Gods deugden en eer, maar voor vijanden daarvan. En wat doet Hij daar boven, die ten hemelgevaren Middelaar? Alles wat wij niet kunnen en toch niet missen kunnen. Hij is onze Voorspraak bij de Vader. Daar voert Hij een krachtig pleidooi voor veroordeelden. Daar bekleedt Hij een advocatenambt voor gearresteerden. Wie weet zich in hechtenis genomen? Die Man zal niet rusten! Hij neemt het op voor uitgeprate, uitgewerkte en uitgerangeerde mensen. Voor Gods aangezicht!
Hoe durft Hij? O, daar is voor Hem — in eerbied gezegd — geen durven aan. In al Zijn waardigheid en spreekvaardigheid staat Hij daar en treedt Hij Zijn Vader onder ogen. Vergeet niet dat Hij die ogen vriendelijk gestemd heeft. Dat Gods vlammende blikken zijn uitgewoed op Hem. Heeft Hij niet op eenmaal Gods ogen veranderd, dat is: verzoend tot vredelievende ogen? Wel, hier in Christus wordt ons de paradox van grimmigheid en liefde onthuld. Niet doorzichtig voor ons verstand, maar glashelder voor het geloof in deze genade.
Voorspreker zijn. Hoe doet Hij dat? Door het offer van Zijn bloed te tonen. Door Zijn rechten te laten gelden. Niet als bedelaar. Maar als rechthebbend eiser. Nu nog eens: hoe moeten wij voor Gods aangezicht verschijnen, ontoonbaar als we zijn? Niet met eigen zoenoffers. Maar de toevlucht nemend tot die Offeraar Boven. Dat alleen beurt een verslagen en ter dood veroordeeld zondaar op. Zo alleen dringt het gebed uit ons graf naar boven. Gestuwd en gestuurd door Gods Geest. Bidden is derhalve niet iets kunnen, maar niets willen kunnen en zó schuilen in het bloed, de wonden, de verdiensten van de Middelaar. En dat mag. Want er is niemand onder de schepselen in hemel en op aarde die ons liever heeft dan Jezus Christus.
En hiermee is de voorraad aan hemelvaartsnut niet uitgeput. Want Hij zit daar ook ten bewijze dat wij ons vlees in de hemel hebben als een zeker pand en dat Hij als het Hoofd ons Zijn lidmaten ook tot zich nemen zal.
Heengegaan met een pand is Hij: iets wat strekt tot zekerheid van de verbintenis. Een bekend maar niet versleten beeld is dat van de trouwring. Zoals de bruidegom de ring om heeft met de naam van de bruid erin, zo ook Christus. De Bruidegom is een tijd lang weg, maar de ring zit aan Zijn vinger. Hij komt terug om de bruid, die Hij zich duur ten eigendom kocht, voorgoed te halen. Ja, gegarandeerd! Door de garantie, het pand. Dat is: ons vlees, onze hele lichamelijke bestaanswijze. Dat is ongehoord ! Christus is daar niet alleen naar Zijn Godheid, maar ook naar Zijn mensheid. Niet als vluchtige schim, maar als vlees. U begrijpt, dit is niet ons zondige, weerbarstige, beperkte en beperkende vlees. Maar het is een Geestelijk lichaam dat in de Verrijzenis zonde en dood heeft afgelegd. En zó, verrezen en verheerlijkt, zullen we eenmaal naar lichaam en ziel bij de Heere zijn. Zullen. Niet misschien, maar zeker. Want in Christus is ons lichaam al in de hemel. Dat zijn even verbijsterende als verrukkende uitspraken. Als ledematen van het lichaam mogen we dan nog hier op aarde zijn, we worden geliefd, gelaafd en geleefd door het Hoofd. Hoe zouden we anders haken naar de Jongste Dag en hoe de wederopstanding des vleses belijden? Want dit vlees en bloed worden het Koninkrijk niet deelachtig. Maar dat heeft ook afgedaan. Achtergebleven is het in Christus' graf. En een nieuw lichaam en een nieuwe ziel zijn Daarboven. Als een zeker pand. Waarom leven we dan zo ondermaats? Omdat we zo ondermaans leven. Altijd maar graven en graaien in ons denken, doen en bevinden. En dat telt niet mee. Dat vlees is niet nut. Zoekt dan de dingen die boven zijn. Nooit komt er vastigheid in het geloofsleven als we niet pertinent en consequent afzien van onszelf en heenzien naar de hemelse Christus. En op Hem zijn we zomaar niet uitgekeken. Waarom zouden we onze tijd dan verbeuzelen en onze ogen bederven door naar binnen te turen? Ja, zegt u, maar hoe leef je dat opwaartse leven? Hij is zo ver weg. Wel, ook daar heeft Hij voor gezorgd. Want Hij zendt ons van daar af Zijn Geest tot tegenpand. Hij nam niet alleen een ring méé. Hij liet ook een ring achter. Hij met ons vlees in de hemel, wij met Zijn Geest op de aarde. De kerk moge dan de weduwe-gestalte dragen, zij is geen weduwe. Het huwelijkscontract is gesloten, en verzegeld in Christus' bloed. De Bruidegom moge dan vertoeven, Hij is in aantocht en laat ons dat weten door Zijn Geest. Hoe? De Geest is bescheiden. Net als een trouwring. Die verwijst ook niet naar zichzelf, maar naar de bruidegom. Zo ook de Heilige Geest. Hij wijst en leidt naar Jezus. Hij overtuigt van zonde en vergeving. Hij betuigt Gods vaderlijke liefde en trouw. Hij getuigt met onze geest dat we Vaders kinderen en erfgenamen zijn in Christus. De Geest is het die onze omlaag getrokken zinnen opheft. De Geest is het die ons neergebogen hoofd opbeurt en het verslagen hart opricht. De Geest is het die Christus brandschildert in de vensters van het Woord, en afdrukt in mijn ziel. Zo, dat mij de lust in de zonde vergaat. Zó, dat Christus mijn lust en mijn leven wordt. De Geest is het die met de bruid roept: Kom! Maakt de Geest hemelzoekers? Ja en nee. Zoeken wat boven is, betekent: zoeken Wie boven is. Dat is: Christus, ons leven, ons vlees, onze adem. Anders krijgen we geen lucht. Wij zoeken het niet op de aarde. Niet in de materie, niet in de geest, niet in ons goed, niet in ons kwaad. Want dat zijn ladders van ons uit naar de hel, of naar een hemel van eigen ontwerp. En die ladders zijn door de duivel opgericht. We zoeken het in Christus die boven is. Dat is genoeg. Hij is genoeg. En zó, hemelwaarts gericht, zo zal mijn leven hier beneden tot zegen zijn. Dat doet de gestalte van Christus dragen. Eigen stugheid en halsstarrigheid verliezen.
Christus' gezindheid weerspiegelen. Nee, dat is geen lafhartige vlucht uit de werkelijkheid. Juist en alleen de gemeenschap met de hemelse Christus leert ons wat zelfovergave in liefde is. Hoe zou de rank die in Christus blijft geen vrucht dragen? Is de wijnstok soms onvruchtbaar? Maar hoe zou de rank vruchtdragen uit zichzelf? De Wijnstok nu is boven. Alle rank die in Hem niet blijft, is buitengeworpen. Blijft dan in Hem. Als rank die Boven Zijn levensvocht betrekt. En die beneden vrucht draagt uit Hem.
Tholen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 mei 1974

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Drievoudig nut  van Hemelvaart

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 mei 1974

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's