Mijn Naam is HEERE
Tijdens onze vakantie vorig jaar leidde ik een dienst voor Nederlandse vakantiegangers in Luxemburg. Zoals altijd gebruikte ik daarin 'HEERE' als Naam van God. Naderhand werd ik aangesproken door een vrouw, die zich hieraan had geërgerd. Hoe was het mogelijk, dat je in deze tijd nog zó ouderwets was vroeg zij zich af. Tegenwoordig zei immers niemand meer 'HEERE'. Ze was er verbaasd over, dat er nog mensen waren, die een taal bezigden, die zelfs haar grootvader — en ze was zélf al op leeftijd! — niet meer gebruikte!
Nu was ik altijd van mening, dat het hier niet ging om ouderwets of modern, maar om een wijze om onze houding tegenover God uit te drukken. Thuisgekomen heb ik hierover nog eens wat studie gemaakt, en het leek me goed dat in een artikeltje te schrijven. Het verwijt, dat ik kreeg zal immers wel niet het enige zijn, er wordt wel méér over gepraat. En juist een onderzoek naar de achtergronden zal anderen misschien ook aan het denken zetten. Want het is geen onbelangrijk iets: het gaat immers om de Naam van de God van hemel en aarde. Als je op catechisatie per ongeluk 'Henny' schrijft voor een meisje, dat 'Hennie' heet, krijg je al protest. Zó belangrijk vinden wij onze naam. Hoeveel te meer is het van belang de HEERE zo juist mogelijk aan te spreken!
In het Oude Testament heeft God Zijn Naam bekendgemaakt. Meestal wordt de Naam van Hem geschreven als 'Jehovah'.. Eigenlijk is dat helemaal geen woord, maar ontstaan uit het samenvoegen van twee andere. In het Hebreeuws schreef men vroeger namelijk alleen maar medeklinkers; er stond dus voor de Naam alleen 'JHWH' (de w en de v zijn in het Hebreeuws dezelfde letter). Dit werd waarschijnlijk uitgesproken als 'Jahweh'. Uit angst voor ijdel gebruik sprak men later deze Naam helemaal niet meer uit. In plaats daarvan gebruikte men het woord voor 'HEERE', dat is in het Hebreeuws 'Edonai'. Toen ze later wel klinkers gingen schrijven, lieten ze de medeklinkers JHWH staan en schreven de klinkers e-oa van Edonai ertussen. Zo ontstond het woord 'Jehovah'. Nooit is dit in Israël zo uitgesproken. Als er 'Jehovah' stond, lazen ze 'Edonai', dus 'HEERE'.
Er zijn dus twee manieren, waarop God werd aangesproken in Israël: eerst als 'Jahweh', later als 'HEERE'. Het laatste is het geval in de tekst, die wij van het O.T. hebben overgeleverd gekregen.
Nu is een naam in Israël niet zomaar een naam. Onze namen hebben meestal geen betekenis, die op ons zelf slaat. Ze zeggen niets over ons wezen. Als je weet, dat iemand 'Piet' heet, weet je nog niets over zijn persoon. Maar in Israël werd geprobeerd in de naam iets van het wezen van iemand weer te geven. En bij God is dat helemaal het geval. Hij is, wat Zijn Naam betekent. Het is niet zomaar een naam, om over Hem te kunnen spreken, maar in Zijn Naam wordt gezegd, hoe Hij is. Dat blijkt al in Exodus 3: Zijn Naam is Jahweh ('Jehovah'), want 'Ik zal zijn, die Ik zijn zal'. Dat is de betekenis die van 'Jahweh' wordt gegeven. God heet zo, omdat Hij zo is: 'Ik zal zijn, die Ik zijn zal', dat betekent: Ik blijf dezelfde, die Ik was, en ben, en al tijd wezen zal. Ik ben de God van Abraham, Izaak en Jacob, en Ik verander niet. Déze God zal Ik altijd zijn. Dus je kunt op Mij aan. Je kunt op Mijn beloften aan. Ik bedenk Mij niet. Ik zal trouw zijn aan het verbond met de vaderen. In de Naam van God zit dus een geweldige troost. Zó is Hij. Zó heeft Hij zich geopenbaard. Als degene, die zichzelf niet verloochenen kan, en daarom het werk van Zijn handen niet zal laten varen, zelfs ondanks de ontrouw van Zijn volk! Daarom heeft Hij Israël uit Egypte bevrijd. Daarom was er de terugkeer uit Babel. Daarom heeft God in Christus al Zijn beloften vervuld. Omdat Hij is, zoals Hij is! Wij hebben met een trouwe God te doen. Dat zegt de Naam Jahweh.
Maar ook het gebruik van 'HEERE', zoals Israël later deed, heeft zijn betekenis. Ook dat openbaart het wezen van God. Opvallend is daarbij, dat er in het Hebreeuws niet het gewone woord voor 'heer' staat, maar een aparte, verlengde vorm die alleen voor God gebruikt wordt. Hiermee wilde men tot uitdrukking brengen, dat Hij niet een heer als alle aardse heren is, maar de HEERE der heren, die boven alle andere heren en heersers verheven is. Hij is niet zomaar een heer, maar de HEERE van het gans heelal, van de hemel en de aarde.
Dat houdt twee dingen in: allereerst een vermaning: dat dan ook het gans heelal Hem dienen moet. Alle volken moeten zich aan Hem onderwerpen. Niemand kan zeggen: 'Ik heb niet met Hem te maken'. Alle knie moet voor Hem zich buigen. Het houdt dus de eis tot gehoorzaamheid in, ook voor ons. Hij is de HEERE, een ijverig, d.w.z. een jaloers God, die geen andere goden voor Zijn aangezicht duldt. Anderzijds houdt de heerschappij van God ook een vertroosting in: Hém is alle macht in hemel en op aarde. Daarom zal Zijn volk ook niets gebeuren zonder Zijn wil. Zalig hij, die in dit leven, déze God ter hulpe heeft! Hij is de HEERE, en er zal geen haar van ons hoofd vallen zonder Zijn wil. Er kunnen nóg zoveel machten zijn, alle heidenen, de duivel en zijn ganse rijk kunnen zich groot maken, maar zij zullen niets vermogen. De HEERE bewaart Zijn volk. Zijn machtige arm beschermt de vromen. God behoedt Zijn volk. Dat wordt tot uitdrukking gebracht, als Hij 'HEERE' wordt genoemd.
Nu gaat het in dit alles niet om een stuk theoretische kennis. Het is een geloofsbelijdenis. Deze God is ónze God. Opvallend is, dat die verlengde vorm van het Hebreeuwse woord voor 'HEERE' oorspronkelijk een aanspreekvorm is. Deze vorm gebruikte je, als je tot iemand persoonlijk sprak. Voordat er óver God gesproken werd, was er eerst tót God gesproken. Eerst was er de persoonlijke ontmoeting met Hem, en vandaaruit het getuigenis. Vanuit de verborgen omgang met God ga je over Hem spreken. Eigenlijk is het zo, dat je niet over God kunt spreken, als je niet zegt: Hij is mijn God. Alleen een belijdenis is een waarachtig spreken over God. Anders heb je Zijn Wezen niet begrepen. De natuurlijke mens verstaat niet de dingen, die des Geestes Gods zijn. Het is net als met de Bijbel: zolang je die ziet als een boek, waarin gesproken wordt óver God en óver mensen, heb je het wezen niet begrepen. Het is het spreken van God tót mensen, tot die mens, die ik ben. God heeft mij wat te zeggen, alles te zeggen, want Hij is niet het vage Opperwezen, dat alles bestuurt, maar wij niet kunnen kennen, maar Hij wil mijn Vader zijn in Christus. Zo heeft Hij zich geopenbaard. De Naam van God is een persoonlijke Naam. Zijn Wezen is een persoonlijk Wezen.
Vroeger kwam bij ons thuis vaak een oude man. Als hij voorging in gebed, zei hij altijd 'Je' tegen God. 'HEERE, we komen tot Je'. Dat was geen onverschilligheid, maar het besef van de grote nabijheid Gods, die zich als een Vader ontfermt over de kinderen, terwijl juist in het hele gebed de eerbiedige schroom van het besef van de grootheid van God doorklonk. Ik wil niet zeggen, dat wij het allemaal zo moeten doen. Het zit niet in het gebruik van 'Je' of 'U', maar in het geloof, dat die machtige HEERE van hemel en aarde mijn God wil zijn. Hij is de HEERE: Hij maakt aanspraak op mij, en ik moet Hem met eerbied vrezen. Hij is de HEERE: Hij wil mij ontmoeten in het kruis van Golgotha. Hij is de HEERE: Hij bewaart mij van de boze. Hij is Jahweh: Hij is getrouw, zelfs als ik ontrouw ben. Hij kan zichzelf niet verloochenen.
Hoe moeten we nu in het Nederlands de Naam van God weergeven? We zouden de oudste Naam 'Jahweh' zo kunnen overnemen. Dat is in elk geval beter dan 'Jehovah', dat geen Israëliet ooit heeft gezegd. Maar de Naam van God heeft een inhoud, daarom is het beter die inhoud door een vertaling weer te geven. We zouden dan, wat óók Israël hoorde in deze Naam, kunnen vertalen met 'Ik zal zijn, die Ik zijn zal', of kortweg 'Ik zal zijn'.
Beter lijkt me evenwel ons te houden aan de tekst van het O.T., die we nu hebben, en waar overal het Hebreeuwse woord voor 'HEERE' wordt gebruikt. En juist vanuit de grondtekst moeten we dan zeggen: 'HEERE' is beter dan 'Heer'. En wel om twee redenen: ook in de grondtekst staat er een aparte, verlengde vorm die alleen voor God wordt gebruikt om aan te duiden, dat Hij de HEERE van alle heren is. Daarnaast is ook ons woord 'HEERE' oorspronkelijk een aanspreekvorm, die gebruikt werd, als je iemand persoonlijk aansprak. Eigenlijk moeten we geweldig blij zijn in onze eigen taal de mogelijkheid te hebben het wezen van wat de grondtekst van de Bijbel probeerde uit te drukken, zo precies weer te geven: de grootheid van God én de persoonlijke ontmoeting met Hem!
Nu is één ding echter van het allergrootste belang: we zijn er niet mee klaar 'HEERE' te zéggen. We kunnen een voorstander zijn van het gebruik van 'HEERE' in plaats van 'Heer', maar als we Hem niet kennen als ónze HEERE, dan baat het ons niets. En dan zullen degenen, die het oppervlakkige 'Heer' gebruiken, maar Hem in hun leven hebben ontmoet, ons voorgaan! Alleen uitspreken van de Naam is niet genoeg, het gaat erom Hem te belijden, om mee te zingen met Ps. 48: Want deze God is onze God!
Lexmond
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's