Uit de pers
De kerken en Zuid-Afrika
In ons vorig persoverzicht hebben we aandacht geschonken aan de houding van de kerken ten opzichte van Zuid-Afrika. Nu troffen we in het orgaan der confessionele vereniging, het Hervormd Weekblad van 9 mei een artikel aan van diaken Windig, lid van de synode, waarvan we u een gedeelte willen doorgeven.
De schrijver onderscheidt vier standpuntbepalingen ten aanzien van Zuid-Afrika. Daar is de houding van hen die zeggen: Wat gaat het ons aan, bemoei je er niet mee. Een tweede groep wil van de huidige politiek geen kwaad woord horen, uit een zekere Afrika-romantiek, en een heimwee naar de Kruger-tijd. De derde groep die momenteel de boventoon voert in de Wereldraad, in het IKOR en het 'Hervormd Nederland' een spreekbuis heeft wil er keihard tegenaan gaan en laat zich leiden door een marxistisch denkpatroon, volgens welke het geweld het enige alternatief is. De vierde groep heeft oog voor schrijnend onrecht, economische wanverhoudingen, ziet het grote gevaar van de rassenideologie, maar meent dat de kern van het euvel gelegen is in de geschonden menselijke verhoudingen, waardoor angst en haat gevoed worden. Alleen het Evangelie van Jezus Christus in haar genezende en helende kracht kan hier uitkomst geven. Want alleen van angst en haat verloste mensen kunnen de structuren aanpakken. Anders gezegd het komt op een stuk bekering aan. Hoe reageert men nu in Zuid-Afrika zelf?
Hiermee zijn de vier basishoudingen van de kerkelijke wereld t.a.v. het Zuidafrikaanse levenspatroon geschetst, waarbij men vanzelfsprekend allerlei schakeringen en overgangen tegenkomt. Eerstgenoemde houding vindt men natuurlijk ook in Zuid-Afrika, maar dan in omgekeerde richting: waar bemoeien jullie je mee! Ook in Zuid-Afrika zijn er duizenden kerkgangers die nauwelijks enig verband zien tussen hun godsdienst op zondag en de rassenverhoudingen op alle dagen van de week.
Op Paasmorgen bezochten mijn vrouw en ik een dienst in een N.G.-kerk in Pretoria. (De Nederduits Gereformeerde Kerk is de grootste en 'officiële' protestantse kerk van de Afrikaanssprekende bevolking). We kregen een gedegen maar 'tijdloze' catechismuspreek (!), die in elke calvinistische kerk waar ook ter wereld gehouden zou kunnen zijn. Na afloop van de dienst werden wij door de predikant en zijn vrouw op de thee (inderdaad, géén koffie) gevraagd. We vertelden hun iets over de conferentie die we hadden bijgewoond, waar een week lang mensen van alle rassen in één hotel logeerden, samen aten, samen de bijbel lazen, samen dachten, samen baden en samen besluiten namen. Op mijn vraag: 'Dominee, wanneer zal ik nu uw kerk binnenkomen en niet alleen maar blanke gezichten zien?' bleef mijn gastheer enige tijd in gepeins verzonken en zei toen: 'Dit sal kom, maar dit moet stadig gebeur.'
De wet laat gemengde godsdienstige samenkomsten toe. De synode van de N.G. Kerk laat de kerkeraden vrij of ze van deze toelating gebruik zullen maken. Het gebeurt echter maar bij hoge uitzondering. Men is beducht dat dit onmiddellijk demonstratief gebruikt zal worden door radicale elementen, waardoor de gewijde sfeer van de godsdienstoefening verstoord zal worden.
Nadat ik twintig jaar niet in Zuid-Afrika geweest was, kon ik inderdaad enkele verzachtingen van de apartheidspraktijk waarnemen. Met het oog op niet-blanke buitenlandse diplomaten en zakenlieden zijn er b.v. enkele hotels, die voor ieder toegankelijk zijn (waardoor wij onze conferentie konden houden). In enkele universiteitsgebouwen kan men, met speciale toestemming, gemengd vergaderen, onder voorwaarde dat er geen 'social intermingling' zal zijn. Op onze openingsbijeenkomst waren er een duizendtal mensen aanwezig van elke huidskleur. De levendige discussies na het officiële gedeelte hebben we maar als 'religious intermingling' beschouwd!
Toen we echter na de conferentie met een groepje op reis gingen en ergens koffie wilden drinken, mochten onze zwarte reisgenoten uit Kenya niet samen met ons in één ruimte in het café zijn, waarop we allen, zonder koffie, vertrokken zijn. Ik vroeg mijn reisgenote uit het land waar onze kinderen geboren zijn of ze alleen maar pijn voelde of misschien nog kon glimlachen over zoveel blanke dwaasheid. 'I only feel pain', zei ze. 'What have I done?''
Als het zo stadig moet als de dominee het zou willen, vrees ik dat de 'pain' zo groot zal worden, dat desperate mensen desperate dingen zullen gaan doen waar niemand mee gebaat zal zijn.
De meest impopulaire organisatie in Zuid-Afrika is ongetwijfeld de Wereldraad van Kerken, niet alleen bij de blanken, maar ook bij vele zwarten. Mijn mededeling over de besluiten van de hervormde en gereformeerde synodes om aan investeringen voorwaarden te verbinden tot verbetering van lonen en sociale verhoudingen werd op de openingszitting van de conferentie met applaus begroet. Na afloop kwam er een zeer boze zwarte burgemeester naar mij toe. Hij was de voorzitter van de raad voor de 'urban areas' rond Johannesburg, waar ongeveer twee miljoen zwarten wonen. Ik dacht eerst dat hij boos op mij was, maar hij bleek woedend op de Wereldraad te zijn. 'They should come and speak to me!' herhaalde hij vele malen op luide toon. Hij vond dat de Wereldraad 'highhandedly' over het welzijn van miljoenen mensen beschikte met hun desinvesteringsbeleid. Dat zwarten wel economisch willen lijden, als ze maar vrij worden, is, voorzover ik heb kunnen nagaan, een fabeltje. Zoiets wordt nooit beweerd door mensen die verantwoordelijkheid dragen, maar in hoofdzaak door studenten en uitgewekenen, die bij een economische crisis buiten schot blijven. Dr. Lukas Vischer, die bij zijn vertrek uit Zuid-Afrka (waar hij niet terug mag keren) beweerde dat het beleid van de Wereldraad steun vindt bij de zwarte bevolking, zou beter geweten hebben, als hij een van de thuislanders had ontmoet.
Dezen behoren tot de meest uitgesproken critici van de blanke regeling, die de dialoog met hen wel móet voeren. Natuurlijk worden ze ook door hun eigen mensen kritisch gevolgd, maar van 'verraad' is tot nu toe niets gebleken.
Een staatsman van formaat, die op het scherp van de snede politiek bedrijft met 'Pretoria' is de chiefminister van Kwa-Zulu, Gatsha Buthelezi. Hij zei tegen één van ons gezelschap over de telefoon: 'No Christian has the right to wash his hands from us, withdrawal of investments amounts to that. For christians in Europe to indulge in selfrighteousness and act like the publican and the farisee does not help us.'
(Een christen heeft niet het recht ons in de steek te laten. Daar komt terugtrekking van investeringen op neer. Het baat ons niet als christenen in Europa zich vermeien in zelfgenoegzaamheid en zich gedragen als de farizeeër en de tollenaar).
Windig legt er in zijn artikel sterke nadruk op dat alleen de bekering tot God, het geloof in de gekruisigde en opgestane Christus bevrijdt van superioriteitswaan en verbittering, over en weer. De grote vraag is: Zal de weg van verzoening en bekering het winnen of zullen de krachten die aansturen op geweld de overhand krijgen? In dat laatste geval is te vrezen dat een extreem rechtse dictatuur gevestigd wordt. Wij mogen ook in onze voorbede gedurig wel vragen dat God de zwarte en blanke bevolking van Afrika bewaart voor deze 'oplossing' die allerminst een oplossing is, maar de ellende alleen nog maar groter zal maken.
Hoe vertellen we het onze kinderen?
Onder deze titel lazen we in Hervormd Nederland van 18 mei een artikel van ds. R. Pomp over godsdienstige opvoeding aan kinderen. Hoe dragen we het over: geloven in God? Allerlei voorstellingen uit de kinderjaren verdwijnen immers als kinderen ouder worden. Staan we trouwens ook als volwassenen niet in een leegte waarin onze traditionele voorstellingen over God en Zijn ingrijpen niets meer zeggen?, aldus de schrijver. We zijn immers groot geworden bij formules uit het verleden, die hoorden bij mensen die op deze wijze hun Godservaringen verwoord hebben.
Volgens ds. Pomp is het zo: God licht op waar mensen bepaalde ervaringen meemaken. En waar dan verhalen in omloop komen. Later kreeg dit soort ervaringen hun neerslag in formules en geloofsuitspraken. Wij kunnen dat niet meer meemaken, maar moeten, aldus de schrijver 'God' en 'geloven' verbinden aan de ervaringen van nu. Zo moet de begeleiding van de kinderen ook gericht zijn.
We moeten de moed hebben te zeggen: lieve mensen, lieve kinderen rondom de leegte, jullie staan verkeerd. Geen wonder, dat jullie niets zien, geen God en geen licht. Toch is Hij er echt wel, maar heel ergens anders dan waar jullie kijken, waar jullie denken dat je kijken moet, omdat het jullie zo geleerd is van vroeger.
Waar het op aankomt is, dat wij God gaan verbinden met ervaringen van nu. Als je de krant leest over verdrukten, die om vrijheid roepen — dan God zeggen. En wel zo actueel, dat je er niet aan ontkomt, maar voor het blok gezet wordt mee te helpen aan de bevrijding van verdrukten, om in te staan voor de weerloze.
God zeggen — als mensen elkaar getergd en getreiterd hebben en later tot vergeving in staat zijn en een nieuwe weg willen gaan. God zeggen — als vergeten medemensen beschouwd worden als 'jullie horen bij ons, want wij horen bij jullie'.
God zeggen — als mensen elkaar barmhartigheid bewijzen zonder bijbedoelingen. Het trof me in een gesprek in het ziekenhuis. Er was een jongeman uit Amsterdam, helemaal verbrand. Ik kwam voor iemand anders. Hij merkte dat ik dominee ben en zei: 'Ik ben helemaal niet gelovig, maar soms wil je wel eens je hart uitstorten, daarom vroeg ik een poosje geleden om een pater. Je hoopt, dat dat iemand is, die zonder bijbedoelingen naar je luisteren wil. Zulke mensen zijn er haast niet. Iedereen wil iets met je, heeft belang bij je.'
Dat trof me: elkaar zomaar barmhartig zijn zonder er iets mee te willen voor jezelf. Een werkelijkheid, die oplicht en die groter is dan de werkelijkheid van alledag, waar je dank-je-wel tegen zegt, waar je God tegen zegt.
De reductie van het geloof tot een 'ja-zeggen' tot geheime informatie, uitspraken, formules, plaatst het geloof volstrekt buiten het leven. Het is dan helemaal niet meer de moeite waard er een geloof op na te houden. Het is terecht, wanneer onze kinderen daar 'nee' tegen zeggen.
In zijn onlangs verschenen boek 'Theologie is antropologie' zegt prof. Luypen daar duidelijke dingen over. Hij gebruikt o.a. het volgende voorbeeld: Wanneer ik een dure sigaar in mijn hand neem, deze achter mijn rug houd en tegen een bezoeker zeg: 'Deze sigaar is duur', dan kan hij die uitspraak noch bevestigen noch ontkennen. Hij ziet immers de sigaar niet en kan er geen enkel oordeel over uitspreken. Zou hij 'ja' of 'nee' zeggen, dan zou dat 'ja' of 'nee' precies hetzelfde betekenen, namelijk niets. Welnu, dat geldt ook van uitspraken als: God bestaat; God heeft de wereld geschapen; Christus is geboren uit een maagd, opgestaan uit de dood. Of je er nu 'ja' of 'nee' tegen zegt, in beide gevallen zeg je hetzelfde, namelijk niets.
Daar moeten we dus vanaf. We zullen tot de erkenning moeten komen, dat we rond de leegte staan (de uitdrukking is van prof. Kuitert in een artikel in het blad 'Voorlopig' van enkele jaren geleden). Positiever gezegd: we zullen opnieuw moeten leren, dat we een vertelgemeenschap zijn en geen gemeenschap van argumentaties en formules en dogma's. Een vertelgemeenschap van mensen, die iets ervaren en die ervaringen aan elkaar overbrengen: hoe ze hun situatie overstijgen, hoe ze worstelen om bevrijding, om een stukje menselijkheid, en dat daar in dat proces, in dat gebeuren tussen mensen, in die geschiedenis van lief en leed iets oplicht wat ze God noemen.
Waarom we dit hier doorgeven? Wel om u te laten zien, wat de consequenties zijn van de moderne theologie voor de kerkelijke praxis, in dit geval de godsdienstige opvoeding van kinderen. Waar is hier nog plaats voor het gezaghebbend spreken van de Schrift als openbaring van God? Het objectieve getuigenis Gods, waar ons geloof op rust is hier losgelaten. Alles gaat op in de ervaring van het heden. Is de ervaring van deze onze wereld bij Pomp een soort openbaringsbron? De voorhanden dingen moeten anders gezegd worden. Dat is geloven, en dat anders zeggen moeten we dan, aldus Pomp, God of openbaring noemen. Natuurlijk gaat het geloof niet op in een verstandelijk voor waar houden. Dat heeft de kerk met haar geloofsuitspraken ook nooit bedoeld en gezegd. Men waant zich in dit artikel in de 19de eeuw met zijn subjectivisme, waarin het geloof gebouwd werd op religieuze ervaringen. Wat wij belijden op grond van Gods Woord dient ook beleefd te worden. Maar er is geen geloofshouding en geloofsbeleven zonder een geloofsinhoud. Wordt dat losgelaten dan verwijzen we de mens naar zichzelf. Dan wordt dit leven, de geschiedenis, de wereldwerkelijkheid openbaringsbron. Onthutsend is dan ook het slot van dit artikel van ds. Pomp:
Wat wij te doen hebben, is niets anders dan vertellen, in een kring en rond de tafel, van nu naar toen, en van toen naar nu, ononderbroken, door elkaar heen, tegen elke poging in om toch weer te argumenteren en te fixeren, om van het verhaal een niet-verhaal te maken.
Wie dat echt doet, en eerlijk, vertelt dan vanzelf één verhaal in het bijzonder. Het beeldverhaal over de Dode, die niet dood was, maar een levende geliefde, Jezus van Nazareth. Weet je nog wat hij deed, toen en toen, en wat Hij zei? En de Dode komt tot leven, het verhaal roept Hem op, doet Hem opstaan — was ons hart niet brandende in ons toen Hij ...
Ik denk, dat wij niet veel anders te doen hebben dan door alle verhalen heen dit verhaal telkens weer opnieuw te beginnen, op te rakelen, door te geven. Want het is ons eigen verhaal. Je moet een kind zijn om dat aan te voelen.
Hoe vertellen we het onze kinderen ? Een vraag om over na te denken. Een vraag met vele kanten, theologisch en paedagogische aspecten. Maar de auteur moet het ons niet euvel duiden als we denkend aan zijn artikel zeggen: Zo niet! Bepaald niet!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's