De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pastorale overwegingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pastorale overwegingen

Leven in de hoop 3

4 minuten leestijd

Het is wel zeer opmerkelijk, dat in de Schrift, met name in het Nieuwe Testament, geloof en hoop bij elkaar worden genoemd. Vooral in de brieven van Paulus merken we dat op. Als ik een enkel voorbeeld mag geven: in Galaten 5: 5 schrijft de apostel: Want wij verwachten uit de Geest uit het geloof de hoop der rechtvaardigheid'. Het geloof brengt dus de hoop als het ware voort. We kunnen ook zeggen, dat het geloof de grondslag van de hoop is. In Romeinen 8: 24 schrijft dezelfde apostel: Want wij zijn in hope zalig geworden'. Daaruit mag men besluiten, dat anderzijds het geloof door de hoop wordt gevoed en ondersteund. Er is tussen geloof en hoop wederkerigheid. Vandaar dat zij zo nauw aan elkaar verbonden zijn. In de eerste Petrusbrief schrijft voornoemde apostel in vers 21 de opwekking: opdat uw geloof en hoop op God zou zijn'. De hoop wordt als metgezel van het geloof ook genoemd in dat zo bekende woord in 1 Corinthe 13, waarin 'geloof, hoop en liefde' met elkaar voorkomen.

De hoop als metgezel van het geloof
Waar het waarachtig geloof door de Heilige Geest gewerkt wordt in het hart, daar is ook hoop op God en op Zijn Woord. Naarmate de Heere verder onderricht, meer ontdekt, dieper eigen hopeloosheid doet kennen, wordt ook de hoop meer en meer op de Heere Jezus en op Zijn werk gericht. In het tweede artikel zagen we reeds, dat de hoop in het Nieuwe Testament eerst voluit gericht is op Gods heilshandelen in Christus, met het perspectief op het einde der tijden.
Naarmate het geloof Christus leert kennen en omhelzen, wordt ook de hoop meer en meer op Hem alleen gericht. Niet alles leert en geeft de Heere Zijn kinderen op eenmaal. Er is ook geen plaats voor. Maar anderzijds is ook waar dat in de wedergeboorte alles begrepen is van het nieuwe leven, al is voor het eigen bewustzijn soms zo weinig helder.

Enkele woorden van Calvijn
Ik wil u, zelf daardoor getroffen, niet onthouden wat de hervormer doorgeeft over het verband tussen het levende geloof en de hoop. 'Gelooft het geloof, dat God waarachtig is, de hoop verwacht, dat God deze waarachtigheid te gelegener tijd zal betonen. Het geloof gelooft dat God ons een Vader is, de hoop verwacht, dat Hij zich altijd als zodanig jegens ons zal gedragen. Het geloof gelooft, dat ons het eeuwige leven geschonken is; de hoop verwacht, dat het eens zal geopenbaard worden.'

Een beeld van Bunyan
Wanneer het gaat om de hoop, staat u wellicht voor ogen de treffende illustratie van Bunyan, o.a. in diens Christenreize. Waadt christen ten laatste door de jordaan des doods, is het dan niet zijn trouwe vriend Hoop, die hem met het hoofd boven water doet blijven? Hij dreigde onder te gaan, meer dan een keer, maar de hoop doet triumferen.

Verschil tussen geloof en hoop
Alhoewel het geloof en de hoop elkanders metgezellen zijn, het geloof de grondslag is van de hoop en de hoop het geloof ook voedt, zo moeten zij toch niet vereenzelvigd worden. Laat de hoop maar eens wegvallen, wat is er dan van het geloof nog over? Men overtuigt ons ervan, dat we zelfs geheel geen geloof bezitten. Dan komt er een leger van bestrijders op de been! De hoop is vooral nodig, als er verzoekingen op de weg ons overkomen, of wanneer de Heere de vervulling van Zijn Woord uitstelt.
Dat er verschil tussen geloof en hoop is, lees ik ook bij Melanchton in zijn prachtig werk 'Loei Communes' (in 1970 uitgegeven bij de Geref. Bibliotheek Goudriaan). In een definitie over de hoop schrijft deze hervormer, vriend van Luther: 'het geloof kent en wil en ontvangt de vergeving en de verzoening in het tegenwoordige; als de harten onder het vrezen levend gemaakt worden door de Zoon van God, dien zij door het geloof aanschouwen. De hoop is de toekomstige bevrijding willen, die er nog niet is en rusten in het aangeboden toekomstig goed.' De spanning tussen heden en toekomst doet zich volgens Melanchton dus ook gelden bij de verhouding geloof—hoop. Het eerste is meer op het heden, de weldaden, die nu reeds worden genoten gericht, de tweede, de hoop, strekt zich veel meer uit naar de toekomst. Er is ook in het leven van Gods kind telkens weer spanning tussen het 'nu al' en het 'nog niet'.
Calvijn zegt ook daarom niet zonder reden, dat 'de hoop, die in stilte de Heere verwacht het geloof ook in bedwang houdt opdat het niet in al te grote haast zou voortijlen'.
Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Pastorale overwegingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's