De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De taal van de prediking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De taal van de prediking

De prediking

8 minuten leestijd

Eigenlijk is dat al een ouderwets woord: prediking. Maar niemand zou er gelukkig mee zijn, als ik het inwisselde voor: prekerij. En we zouden wezenlijk wat anders zeggen met: preek. Zo zitten we er meteen al middenin: de taal van de prediking. De taal blijkt uiterst gevoelig te zijn in het gebruik. En wie maken er meer gebruik van dan de dominees, ook wel predikheren genoemd.
Preken is spreken. Nog afgezien van onze roeping om het Woord te prediken, hebben wij een beroep, waarin we veel en vaak woorden spreken. Prediken, spreken, praten, een afnemende reeks. Maar woorden komen erbij te pas. We zullen ons min of meer tot de prediking beperken, maar willen niet de indruk wekken, dat het daarbij blijft. De taal en de prediking, is grotendeels de taal in het gesprek.
Veel woorden, om het ene Woord te vertolken. Vertolken! Het Woord moet niet in onze woorden zoekraken, in de snellere of tragere woordenvloed verdrinken. Dat gebeurt op grote schaal, maar de waarschuwing daartegen is hier niet op zijn plaats. Wel mag gezegd worden, dat we zuinig moeten zijn met onze woorden. Wanneer we die zomaar rondstrooien, morsen we ermee. U kent toch die vraag van het zoontje van de dominee? Hij vroeg aan z'n moeder, na z'n eerste kerkgang: waarom draagt vader die witte slab? Waarop z'n moeder antwoordde: omdat hij zo met woorden morst. Helaas, niet ten onrechte. Zuinig met woorden. Wat ik in enkele woorden niet kan verklaren, gaat met veel woorden helemaal de mist in.
Zuinig en zorgvuldig. Men mag niet slordig met de woorden omgaan, als doet het er niet toe welk woord u neemt. Bij een zorgvuldig woordgebruik, zult u wel eens wikken en wegen, om uiteindelijk te kiezen. Dat vergt niet zoveel tijd als het schijnt, maar het vraagt wel de aandacht van de prediker. Onze vaderen waren geletterde lieden! Niet voor niets heeft de Statenvertaling zo'n invloed gehad op de taalvorming in deze landen. Sindsdien is de geleerdheid en de geletterdheid niet toegenomen. En toch, wat een verantwoordelijkheid tegenover de taal, draagt een predikant; daar mag aan herinnerd worden, nu de taal wordt gemarteld en uitgemergeld raakt, in een spreektaal die van de edele kunst een platvloers vergrijp maakt.
Wie preekt dient over een woordenschat te beschikken. De predikator is geen literator, maar de 'literae' zal hij niet verwaarlozen. De literatuur bijvoorbeeld. Wij lezen te weinig en noemen onze studieboeken — hebben we ze nog, gebruiken we ze ook?? — onze vak-literatuur, terwijl ze beter onze vak-lectuur konden heten. Hoewel ... Goede theologen waren merendeels goede 'woordvoerders'. En nog kan geen breedsprakigheid het gemis aan welsprekendheid verhelpen. Hoe rijker onze woordenschat, hoe zinvoller zullen we de woorden gebruiken. Want woorden vinden hun verband in zinnen. We dienen 'zuinige dingen te zeggen. Ook dat.
Vóór alle dingen dienen we ons af te vragen of wij wat te zeggen hebben. Anders kan men het preken en spreken gevoeglijk staken. Maar, natuurlijk hebben we wat te zeggen!! Waarom wordt er dan zo lang gepreekt en zo weinig gezegd? Het Woord is er toch. Toegegeven, maar niemand volstaat met het voorlezen van een tekst, of meerdere teksten in hun samenhang. En daarom gaat het ook om de zeggenskracht in het taalgebruik. We zijn bij dat gebruik betrokken. En we verraden er ons door, dat kan tenminste.
De overtuiging tintelt door de taal heen; de taal leeft, of ... niet. Wie woorden aan elkaar rijgt, kan zich beter bij kralen houden. Daarom vereist de prediking voorbereiding, en is het goed de preek uit te schrijven, hardop te lezen, op z'n taalgebruik te toetsen. Dat alles gaat niet een twee drie, het is de oefening die kunst baart, en die oefening blijft aan de orde. Ze loont stellig de moeite. Als onze woorden het Woord ten dienste staan, het uitleggen en toeëigenen dan zullen we van eerbied voor dat Woord blijk geven in ons taalgebruik.
We moeten het ons niet te makkelijk maken. Teksten mogen in de prediking worden aangehaald, liefst met vermelding, want de Schriftkennis is geringer dan we vermoeden. Maar ook van teksten moet een zuinig en zorgvuldig gebruik gemaakt worden. Een preek, met teksten doorspekt, kost de prediker weinig moeite, en de hoorder al evenmin. Het bevordert over en weer de luiheid, die de geest eigen is. Dat is ook het geval met de termen! Daar is de taal gestold, in overgeleverde woordverbanden. Een dorre zaak. Wel makkelijk, de termen Iiggen voor het grijpen. Men behoeft zich geen inspanning te getroosten, men kan ze te pas en te onpas in de woorden mengen, maar aan te bevelen is het niet.
Woorden! Mooie woorden? Nee, daar moet het ons niet om gaan. Stoere woorden dan? Die tijd is voorbij. Ruige woorden? Men zou menen dat die 'bij de tijd' zijn, maar ze stroken niet met het Woord, en dat is een ernstig tekort. Oude woorden dan! Ik weet, ze klinken ons vertrouwd in de oren, maar dat is vaak ook alles. Het valt hard tegen als men naar de betekenis vraagt. Die blijkt steeds vreemder en vager te worden. Trouwens, men doet geen nieuwe wijn in oude lederen zakken. Als de zakken het kunnen hebben, dan is de wijn waarschijnlijk niet zo nieuw.
Spreken en denken hangen nauw samen. De taal is het voertuig van de gedachten. Ze vervoert die, ze laadt ze in en uit. Wij brengen onder woorden wat we denken. Wonderlijk is dat. Tegelijk is de taal de voerman van de gedachten. De taal leidt de gedachten, via de woorden, van het een naar het ander. Ook dat is wonderlijk. Men mag er zich rekenschap van geven, zonder er krampachtig op te letten. De taal is een gave Gods. Als zodanig wil ze ontvangen en bewaard worden. Aan de taal van de prediking mogen eisen gesteld worden. Wij praten wel eens over: doodgepreekt. Welnu, doodgepreekt hangt samen met het taalgebruik. Er staat echt meer op het spel dan de taal; de prediking staat op het spel.
Preken is het lezen, het spellen bijna van de Schriftwoorden. We willen ze niet slechts herhalen, we willen ze doorgeven aan de gemeente. Dat veronderstelt communicatie. De taal is het communicatiemiddel bij uitstek. Wat te doen als we elkaar niet meer verstaan? En dat gevaar is niet denkbeeldig. Ieder kent het. Menigeen ontmoet het in z'n gezin. Je kunt erover praten met elkaar, maar het is als spreekt ieder z'n eigen taal. Zou de prediking aan dat gevaar ontsnappen? Ik denk van niet. We kunnen er ons op de preekstoel het minst van aantrekken, dat wel. We staan nogal hoog, en we zijn geruime tijd alleen aan het woord. Maar ieder, wien het prediken, het verkondigen en vertolken, ernst is, zal voortdurend vragen: komt het over? Hij zal dat te dringender vragen, omdat hij, zodra hij onder de mensen komt, merkt hoe weinig er wordt verstaan. En hoe moeilijk het dan ineens is om de grote woorden aan de man te brengen. Het lijken wel ballonnen, die plotseling leeglopen! Communicatiestoring van de eerste orde. En praat eens over wat gepredikt werd, met iemand die nergens van weet, of aan doet. Uw woorden laten u in de steek. In het evangelisatiewerk, in het gesprek met de jeugd. Wie is nooit geschrokken van de onmacht van onze woorden, om duidelijk te maken, dat het Woord ook hen aangaat. Dat is een heilzame schrik. Daar kijken we dan ook de kerkgangers op aan. Hoe is het bij hen?
Wanneer wij met het Woord worstelen om de mensen, dan zullen we worstelen om hen met onze woorden te bereiken! Om verstaanbare woorden te gebruiken. Dat is, dunkt me, nog wat anders dan gangbare woorden. Het is niet mogelijk om zich tot de gangbare woorden te beperken in de prediking. Veel woorden, die wezenlijk van belang zijn, zijn nu eenmaal niet gangbaar. Moeten we die dan maar laten schieten? Daarmee zou de verkondiging schade lijden, en de waarheid! Zulke woorden moeten wij geduldig omschrijven, en herhaaldelijk. Wij moeten de gemeente binnenleiden in het taalgebied van de Schrift. Hen als het ware inwijden in de geheimen van het Woord! Dat kan die gemeente niet missen. Daarom is de catechisatie zo belangrijk. Lezen en nog eens lezen. Dat is de beweging van buiten naar binnen: zich de woorden van de Schrift eigen maken. Daarnaast is er de beweging van binnen naar buiten. Het Woord van de Schrift bij de mensen bezorgen, zodat ze ontdekken: dat is het dus, in eigen woorden.
Verstaanbaar preken! Een eigentijdse taal, die woorden afstoot en opneemt, al naardat de tijd dat vraagt. Maar altijd zo, dat het doel ermee gediend is, en dat de eigenlijke woorden niet door de eigentijdse worden vervangen, en zodoende de zaken, die God aan de orde stelt, eenvoudig niet meer aan de orde komen. Vertalen — vanouds reeds verwant aan verraden — mag geen vervagen, en nog minder een vervangen zijn. Maar we zullen ermee bezig zijn, omdat het Woord verstaanbaar wil worden, in onze tijd en onze taal. Wil het dat dan? Inderdaad. Het wordt Pinksteren. De Heilige Geest bedient zich van de taal! Op een pinksterlijke wijze! Maar alle vertaalarbeid ligt in het verlengde van dit gebeuren. Dan worden de grote werken Gods gepredikt. Gesproken! Ieder hoort het in zijn eigen taal. Er zijn geen woorden voor! Maar ze worden gegeven en gevonden, de taal wordt ingeschakeld in de verbreiding van het Evangelie. Vandaag nog.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De taal van de prediking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's