Christelijk Nederland
Enkele weken geleden hebben we aandacht besteed aan de nieuwe indeling van de kalenders en de zakagenda's, waarin de zondag naar het eind van de week is geschoven en niet meer de eerste dag van de week is. Er zijn kennelijk bij de uitgevers van de agenda's nogal wat reacties binnengekomen op deze wijziging. De uitgever Van Rijmenam schrijft, dat men zich ernstig zal beraden stappen te ondernemen om in de agenda voor 1976 — die voor 1975 is al praktisch gereed — rekening te houden met de binnengekomen reacties. De uitgever Wolters-Noordhof heeft in zijn uitgave van schoolagenda's voor de cursus 1974—1975 de zondag als eerste dag van de week gehandhaafd. En de uitgeverij Succes heeft bericht: aangezien de nieuwe weekopstelling voor een deel van christelijk Nederland onaanvaardbaar blijkt te zijn, hebben wij inmiddels besloten in de agenda voor 1976 (die voor 1975 is al ten dele gedrukt) terug te keren tot de normale kalenderopstelling niet de zondag als eerste dag van de week.'
We zien hieruit dat reageren zin kan hebben. In meerdere kerkelijke bladen is aan deze zaak aandacht besteed en kennelijk hebben de binnengekomen reacties bij de uitgevers iets mogen uitwerken. Dat is verheugend.
***
Er zal meer en meer van ons gevraagd worden onze stem te laten horen bij al die initiaitieven, die ten doel hebben de tekenen van het Evangelie, die onze samenleving nog kent, uit te wissen. Eén van de uitgevers zei, dat de nieuwe weekopstelling voor 'een deel van christelijk Nederland' onaanvaardbaar bleek te zijn. Men kan daaruit lezen dat het voor een deel van de christelijke bevolking onaanvaardbaar was, men kan er ook uit lezen dat het voor een deel van christelijk Nederland onaanvaardbaar was. In het laatste geval spreekt men uit dat Nederland een christelijke natie is, waarin een deel van de bevolking inderdaad genoemde wijzigingen afwijst. Gezegd moet dan worden, dat Nederland als natie helaas niet christelijk meer is, maar anderzijds kan Nederland van het christelijke, van de doorwerking van het Evangelie, van de aanraking met het Woord niet meer af, en is als zodanig vanuit haar geschiedenis een christelijke natie. Maar de machten maken zich breed om elke herinnering daaraan in het publieke leven uit te wissen. En de regering, die we momenteel hebben, laat niet na daaraan mee te werken. De naam van God werd geschrapt uit de Troonrede. De Zondagswet werd ingrijpend gewijzigd. Thans gaan stemmen op om de Naam Gods weg te laten bij het aanbieden van wetsontwerpen, om over te gaan tot het schrappen van 'bij de gratie Gods' en om het randschrift van de gulden 'God zij met ons' van guldens en rijksdaalders voortaan weg te laten. Daarover moet te praten zijn, heeft premier Den Uyl gezegd. Als we de huidige trend in het regeringsbeleid zien dan lijkt er geen twijfel aan te bestaan of ook déze tekenen van het Woord in onze samenleving gaan verdwijnen. En dan is te hopen dat niet de bovengenoemde interpretatie zal gelden, nl. dat dit dan voor een deel van christelijk Nederland, dat wil zeggen van de christelijke bevolking onaanvaardbaar zou zijn. Moeten we namelijk niet als één man in beweging komen bij de ontwikkelingen, die zich aan het voltrekken zijn?
***
Het zal voor een regering een heel ding zijn als zij de geschiedenis ingaat als één die zoveel mogelijk christelijke tekenen in de samenleving heeft uitgewist. Eenmaal vraagt namelijk de Koning van hemel en aarde, bij Wiens gratie de koningen regeren, rekenschap óók van regeringen. Dat geldt ook voor onze regering.
Daarom mag van al diegenen, die op verantwoordelijke posten in de politiek staan en de Naam des Heeren belijden, worden verwacht, dat zij tijdig onderkennen wat zich bezig is te voltrekken onder een regering die zich tot hiertoe niet onbetuigd heeft gelaten in het stellen van god-loze daden.
De politiek draait zo langzamerhand om het materiële, de inkomstenverdeling, de uitgaven, de opbouw van de samenleving. Maar op onze gulden — hét symbool van het materiële — staat heel diepzinnig 'God zij met ons'. Het is een belijdenis en een bede. Ook bij de besteding van het geld, de verdeling van de welvaart kunnen we niet zonder Hem, van Wie wij het geld en het goed slechts in beheer hebben.
Als de kerk in onze tijd zo druk politiek in de weer is, dan willen we zeggen: hier ligt een taak. In het bewustmaken van het volk, van de regering ook, dat onze samenleving niet kan zonder de belijdenis God met ons, en dat daarom het verdwijnen van het randschrift van de gulden en van de Naam van God uit documenten en formules een ernstige zaak is. Want belijden we die Naam niet dan zullen we toch een andere Naam belijden, de Naam van de Overste der wereld.
De dingen voltrekken zich in ons land stapje voor stapje maar toch in zo'n snel tempo dat er van een Umwertung aller Werte, een ombuiging van alle waarden gesproken moet worden. In zo'n situatie is niets erger dan een gezapig christendom, een christendom dat het wel gelooft of allerlei argumenten mee aandraagt om aan te tonen dat het toch eigenlijk maar beter is dat de publieke belijdenissen van de Naam Gods verdwijnen omdat de meerderheid in de samenleving er immers niet meer in gelooft. Maar het recht van God is niet het recht van de meerderheid maar van de waarheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's