Het zit 'm niet in de kerkgang?
Twee uitspraken trokken dezer dagen mijn aandacht. Professor Kuitert werd geïnterviewd door het liberale Handelsblad. In dat interview zei hij op de vraag of hij veel naar de kerk ging — ik citeer het via het blad Opbouw —: 'Ik preek zondags, maar verder niet zoveel. Ik huiver er wat voor, het is vaak zo weinig zeggend. In bepaalde gevallen denk ik: moet ik daar mijn kinderen aan wagen?'
En op de vraag of hij geen last zou krijgen met deze uitspraak was zijn antwoord: 'Waarschijnlijk wel, ik zal wel wat bedroefde dominees op m'n dak krijgen. Het is niet mijn aard om moeilijkheden te zoeken, het is eigenlijk meer mijn stijl om overal soepel doorheen te gaan. Maar als de zaak het waard is moet je de tanden op elkaar zetten. En die kinderen moeten langer mee dan de dominees, daarover wil ik geen misverstand laten bestaan.'
*****
Ik vraag me allereerst af of het niet inconsequent is om te zeggen, dat je weinig naar de kerk gaat en er huiverig voor bent om te gaan, omdat het vaak zo weinig zeggend is, en dan toch zélf wél uit preken te gaan. Hier is dan kennelijk geen sprake van het de ander meer achten dan zichzelf. Maar ernstiger is, dat op deze wijze in een neutrale krant door een kerkelijk hoogleraar de kerkgang naar beneden wordt gepraat. Het is allemaal vaak te weinig zeggend, krijgen de lezers te horen. Ik weet overigens niet welke prediking de hoogleraar bedoelt die zo weinig zeggend is, maar als de prediking in de Gereformeerde Kerken — want die zal hij ongetwijfeld bedoelen — zo weinig zeggend is, dan mag de vraag gesteld worden hoe het dan ligt met de opleiding van hen, die zo weinig zeggend preken. Professor Kuitert werkt zelf aan die opleiding mee en zegt intussen over het hoofd van zijn studenten en van de predikanten heen dat hij zelf niet zoveel naar de kerk gaat, omdat het te weinig zeggend is. Nu zal ik de laatste zijn, die zeggen wil, dat er niet veel prediking is die weinig zeggend is, maar als Kuitert zijn lezers niet méér voorhoudt dan dat, dan geeft hij van de kerk een slecht getuigenis en geeft hij voet aan de enorme ontkerstening en ontkerkelijking die zich aan het voltrekken is. Waarom moet er dan nog een theologische opleiding zijn? Waarschijnlijk niét om de gang naar de pastorie en naar de kansel te bevorderen! Ik denk dat achter dit alles toch de gedachte ligt, dat het meer om de wereld dan om de kerk gaat en dat het buiten de kerk(dienst) ook wel kan.
*****
Er was een tweede uitspraak die me trof. Dat was in Hervormd Nederland, waarin een artikel stond onder de titel: 'De trend van de tijd is van het evangelie afgewend', naar aanleiding van een film getiteld 'Zeven dagen uit het leven van een predikant'. In dat artikel werd aan het woord gelaten ds. Van Asperen uit Amsterdam (samen met pastoor Gademan uit Abcoude). Ds. Van Asperen zegt dan op een bepaald moment: '... in 't kerkgaan zit 't em ook niet, begrijpt u wel. Er komen gemiddeld zo'n 150 tot 200 mensen per dienst in mijn kerk ... Mijn wijk is een echte saneringsbuurt, er wonen veel studenten. 511/2 pct. van mijn gemeente bestaat uit mensen boven de 65 jaar. Ik heb dan ook dit jaar geen catechisanten meer ...' En even verder: 'als je buiten de kerk staat sta je niet buiten het Koninkrijk Gods. En in de stad zeker; er is geen kerkelijke traditie meer. Een paar jaar geleden dachten we de jongeren nog te kunnen lokken door het veranderen van de verpakking. Maar nu zijn we tot de ontdekking gekomen dat het niet aan de verpakking ligt, maar aan de inhoud. En dan merkt ds. Van Asperen nog op ten aanzien van de benadering van de jongeren nog op, dat we 'Jezus niet als tandpasta moeten verkopen' zo in de trant van 'Jezus voor uw broodnodige rust' (wat een uitdrukkingen overigens!), maar dat we eerst naar jonge mensen moeten luisteren om te horen wat ze bezielt en we dan later, pas véél later maar eens met Jezus aan boord moeten komen. En verder besluit dominee Van Asperen met te zeggen, dat als hij bij oude mensen op bezoek is geweest hij wél met gebed eindigt, omdat ze dat van hem verwachten, maar zegt hij: 'Bij jonge mensen zou ik er niet over peinzen. Ben ik dan wel oprecht? Ik weet het niet.'
Ook hier weer een naar omlaag praten van de kerkgang, een spreken alsof de kerkgang er eigenlijk niet veel toe doet. Het zit 'm niet in de kerkgang. Maar waar zit het 'm dan eigenlijk nog wel in? Van de nood van de ontkerkelijking wordt een deugd gemaakt door te zeggen, dat je buiten de kerk staande niet buiten het Koninkrijk Gods staat. Dan leze men overigens wat professor Graafland in zijn boekje Waarom nog gereformeerd, zegt over de verhouding van kerk en koninkrijk, in de lijn van de Reformatie. Buiten de kerk niet buiten het koninkrijk, zegt ds. Van Asperen, maar buiten de kerk kennelijk óók geen boodschap meer. Wel luisteren naar jonge mensen, maar niet te snel met Jezus aan boord komen en er niet over peinzen om met hen te bidden.
Mag een dienaar van het evangelie van Christus, een Verbi Divini Minister, zó spreken? Het zit 'm wél in de kerkgang. We hebben de onderlinge bijeenkomsten niet na te laten, zegt Paulus. Als de gemeente niet meer bijeen is rondom Woord en sacrament waar is ze dan nog wel bijeen? En als we Jezus niet nodig hebben voor onze broodnodige rust — inderdaad broodnodig — waarvoor hebben we hem dan wél nodig? Mijn vrede geef Ik u, Mijn vrede laat Ik u, zegt Hijzelf, niet zoals de wereld hem geeft geef Ik hem u. En waar wordt die vrede anders gegeven dan in de samenkomst van de gemeente, bij de bediening van het Woord? Van de herbouwde tempel zegt Haggaï: in deze plaats zal ik vrede geven, zegt de Heere der heirscharen'. (Hag. 2: 10).
*****
Ik vrees dat het weinig zeggende van veel prediking — waarover professor Kuitert dan sprak — hierin bestaat, dat niet meer functioneert de inhoud van de psalm die zegt: 'hier wordt de rust geschonken, hier 't vette van uw huis gesmaakt, een volle beek van wellust maakt, hier elk in liefde dronken.' Dat dan de trend van onze tijd van het Evangelie is afgewend zal waar zijn — wanneer is het Evangelie overigens naar de mens geweest — maar dat geeft de kerk toch geen aanleiding om daar dan maar bij aan te passen en het over een andere boeg te gooien, door te zeggen dat het er eigenlijk niet zoveel toe doet of je naar de kerk gaat of niet? Het gaat om het behoud van mensen, om mensen die reizigers zijn naar de eeuwigheid. Er blijft een rust over voor het volk Gods, maar van de ongelovigen wordt gezegd: zo zij in Mijn rust zullen ingaan! Als meer beseft zou worden dat het gaat om eeuwige rust of eeuwige onrust, dan zou niet zo vrijblijvend over de kerkgang gesproken worden en niet zo laatdunkend over het rust geven door Christus. Ik vrees echter, dat er dominees zijn, die zelf allang buitenkerkelijk waren geworden als het dominee zijn niet hun vak was. Professor Berkhof zei eens, dat ouderlingen van nu de onkerkelijken zijn van morgen. Het zou ook voor dominees kunnen gelden, als in de kerk niet hun bestaan lag.
*****
Hervormd Nederland zou er eens over moeten denken een andere stem te laten horen dan die van ds. Van Asperen, namelijk van een gewone dominee, die nog een goed functionerende gemeente heeft, die nog catechisanten heeft, die nog weet dat het gaat om eeuwig wel en eeuwig wee en dat Jezus de Rustbrenger is voor de zijnen, en die daarvan rekenschap geeft in de prediking, en die bemerkt dat de mensen, ook de jonge mensen komen, óók in 1974, óók in een tijd die van het Evangelie is afgewend, daarnaar nog komen luisteren en er de zegen van ondervinden. Weet de redactie van Hervormd Nederland, dat er gemeenten zijn waar nog tientallen of zelfs honderden catechisanten zijn, waar de kerkgang toeneemt in plaats van afneemt, waar het aantal predikantsplaatsen nog uitbreidt en waar nog besef is dat het 'm wél in de kerkgang zit? Waarom wordt dat niet eens doorgegeven aan de lezers, in plaats van het naar beneden halen van de kerkdienst en het eigenlijke van de verkondiging en het al maar zaaien van twijfel en het aanpraten van een levensgevoel waarin de twijfel normaal wordt?
Een kerk die zegt dat het allemaal niet zo nodig meer hoeft zal geen dageraad hebben. Maar wie door de genade van de Heilige Geest levend gemaakt is heeft het telkens nodig om voedsel te ontvangen. Zoals we in het natuurlijke dagelijks ons voedsel nodig hebben, zo ook in het geestelijke. Hebben we die behoefte niet dan mag de vraag gesteld worden of er wel leven is. We zullen als kerk ook nu blijven zeggen: kom ga met ons en doe als wij!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's