De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

H. Verweij: Kerk en Israël; 124 blz. ing.; uitg. De Banier 1973.
De heer Verweij heeft het ons met zijn boek over de verhouding tussen Kerk en Israël niet gemakkelijk gemaakt. Hij voert een pleidooi voor het chiliasme, bespeurt in het kerkelijk christendom en met name in de kerkgeschiedenis telkens de verleiding van het 'nieuwe Israël' en het 'geestelijke Israël', waar de kerk zich mee identificeert, en is bovendien nog in voortdurend debat gewikkeld met dr. Matter, de gereformeerde nieuwtestamenticus, rond een twintig jaren oud (!) boek, getiteld De toekomst van Israël. Aan dit boek wilde Verweij zijn eigen, radicaal tegenovergestelde mening toetsen. Ik moet zeggen dat er van toetsing m.i. niet veel is terechtgekomen.
Kort en goed komt het bij Verweij hierop neer, dat hij de heilswerking van het Oude Testament, met name wat de profetieën betreft, ziet doorgaan, nadat de canon van het O.T. is afgesloten, en dat er een heilsorganisme (hersteld Israël) naast de kerk openbaar zal worden, waarin Christus verheerlijkt wordt. Niet geheel duidelijk is mij daarbij, of en in hoeverre Verweij die heilsdoorwerking van het O.T. in Israël verbonden ziet met een bekering van Israël. Geheel duidelijk is mij, dat hier zijn Israëlvisie verbonden is met zijn chiliasme.
De kerkgeschedenis doet hij m.i. geen recht weder­ varen. Ik zal één voorbeeld noemen. Volgens hem had de grote knecht van God, Calvijn, zijn beperkingen, 'en de eschatologie van Israël kon zijn sterkste zijde niet zijn', omdat Calvijn geheel door de strijd met Rome en de roomse dwalingen werd opgenomen. Ik geloof dat niet. Het proefschrift van Balke over Calvijn en de doperse radicalen, bepaalde brieven uit de uitgave van Schwarz, gericht tot Bucer over de kwestie van de Dopers in Zwitserland en Zuid-Duitsland, en Institutie III/25/5 over de verwereldlijking van het Rijk van Christus via het chiliasme doen ons zien, dat Calvijn bewust van beschouwingen over Israël als die Verweij bedoelt, heeft afgezien. Of dat juist was, staat aan ons niet te beoordelen. Zeker is dat ook déze positie Calvijn bij zijn eschatologische stellingname heeft geleid. Uiteraard gaat mijn hoofdbezwaar tegen Verweij's veronderstelling van een tweevoudig heil, waarvan de kerk een hemelse belichaming en toekomst zou inhouden, terwijl de aardse belichaming Israël zou voorbehouden zijn. Ook de argumenten die Verweij meent te vinden in de Evangeliën (het al dan niet generaliserend gebruik van 'de Joden' bij Johannes, de wijze waarop hij Israël als het centrale adres wil verstaan van Mattheüs, en de manier waarop hij de gemeente acht als een onvoorzien 'Fremdkörper', dat pas na de hemelvaart opdoemt), bevredigen allerminst. Enzovoort.
Maar aan de schrijver komt wel de eer toe, dat hij ons met onze neuzen duwt op het niet dan van God en de 'hope Israels' uit verstaanbare verschijnsel van Israël in ons midden. En wij hebben hem bepaald dankbaar te zijn voor de anti-secularisatietendens die door zijn boek heenloopt, en voor de christologische bepaaldheid van wat hij in geloof venvacht voor Israël en ten aanzien van het duizendjarig rijk.
C. A. Tukker

Ds. C. den Boer: Om 't eeuwig Welbehagen. Uitg. De Banier, Utrecht; 245 blz.; pr. ƒ 22, 50. Het laatste van de Drie Formulieren van Enigheid — de Dordtse Leerregels, ook wel genoemd: de Vijf Artikelen tegen de Remonstranten — is niet bepaald het meest bekende en het meest gelezen belijdenisgeschrift. Er is in de loop van drie eeuwen betrekkelijk weinig over geschreven. En het is zeker een zeldzaamheid wanneer erover wordt gepreekt.
Ds. Den Boer, thans te Wageningen, heeft dit wél gedaan. In zijn vorige gemeente Zeist behandelde hij de Dordtse Leerregels in een aantal 'leerdiensten'. Deze preken (13 in getal) zijn thans door 'De Banier' gebundeld en uitgegeven, echter met weglating van de liturgie, enz., zodat ze niet op het eerste gezicht als preken herkenbaar zijn, maar konden worden aangekondigd als 'pastorale verhandelingen'.
Naar mijn inzicht kunnen we ons over de verschijning van dit boek alleen maar verheugen, daar het in een grote behoefte voorziet. In mijn vorige en ook in mijn tegenwoordige gemeente behandelde ik de Dordtse Leerregels op een catechisatie voor lidmaten. Gezien de grote belangstelling die daarvoor bestond ben ik versterkt in mijn mening dat de stof die in de Leerregels wordt behandeld ook vandaag de dag nog zéér actueel is. Ik kan dan ook volledig instemmen met ds. Den Boer als hij in zijn 'Ter Inleiding' schrijft: 'De dingen die in de Dordtse Leerregels besproken worden hebben volop te maken met de heilszekerheid. Juist op dit punt van de zekerheid des heils leven er in onze gemeenten grote en vele vragen. Hier mag dus de prediking niet verstek laten gaan. Op de kansel wordt één van de beste vormen van pastoraat aan de zielen beoefend, .als het goed is. Welnu, waarbij kan men daarmee beter terecht dan in de Dordtse Leerregels? Het is voor ondergetekende iets geweldigs geweest, te ontdekken hoe eerlijk en teer in de Leerregels van Dordt de zielen behandeld worden. Het is een pastoraal geschrift bij uitnemendheid.'
Ds. Den Boer, zelf blijkbaar ook gegrepen door dit belijdenisgeschrift, is er uitstekend in geslaagd de Leerregels dichter bij de gemeenten te brengen. Hij geeft telkens een stuk achtergrond-informatie over de geschillen met de remonstranten, waaraan we de Leerregels te danken hebben. Hij stelt de belijdenis van de Reformatie — 'door genade alleen' — helder in het licht. En hij blijft daarbij niet in het leerstellige steken, maar gaat — geheel in overeenstemming met de bedoeling van het geschrift — in op concrete vragen en noden. Daardoor is het niet alleen een leerzaam, maar ook een uitermate pastoraal werk geworden, dat iedere theoloog en ieder belangstellend gemeentelid moet kopen, lezen en bestuderen. Bovendien een boek dat een bijzonder goede handleiding kan vormen voor verenigingen en gesprekskringen.
'De Banier' verzorgde deze uitgave voornaam. De prijs lijkt wat fors, maar wat betekent nu eigeiilijk een paar tientjes in deze tijd voor een boek van blijvende waarde?
Ridderkerk                                                                                    W. van Gorsel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's