Pastorale overwegingen
Leven in de hoop 4
Men zou kunnen denken, dat de hoop vooral op de toekomst, op het leven na dit leven betrekking heeft. Maar laten we de hoop niet maken tot een wissel, getrokken op de eeuwigheid. En terecht schrijft Melanchton in zijn reeds geciteerde 'Loei Communes': 'de hoop is de verwachting van de verzachting van de rampen in dit leven volgens het beleid van God'.
Wat betekent de hoop voor nu?
Nu klinkt dat niet erg opwekkend 'verzachting van de rampen in dit leven'. Maar elk die bij het Woord van God leeft, kan weten, dat het leven in deze wereld en in deze tijd voor Gods kinderen vol van beproeving en strijd is. We zouden dat uit talloze voorbeelden uit de Schrift zelf omstandig kunnen bewijzen. Het is ook de ervaring van allen die de Heere eerbiedig vrezen.
Wel wil ik hier direct bijvoegen, dat men weleens al te gemakkelijk erover spreekt. 'Het moet er met een mens diep door', hoor je dan wel eens zeggen. Zo dit al gebeurt, is dit nooit een zaak om zo over verheugd te zijn. Het is ook meestal niet tot onze eer, als de Heere met ons een diepe weg moet gaan. Zeker, de Heere is zo vrij in Zijn leidingen. Maar laten we nimmer ziekelijk verlangen naar narigheid, met de gedachte, dat het dan goed is met ons. Iets anders is, dat de Heere loutert. Zijn eigen werk beproeft. En hoe groot is het voorrecht, wanneer we dan zo gewillig gemaakt worden dat we mogen belijden dat wat de Heere doet ook goed is. Dat wordt ook alleen op de school van de Heere Jezus geleerd.
Nu is het juist de hoop, die ook dan overeind houdt. Als de Heere druk en lijden doet komen, plaatst Hij er ook het nodige tegenover. Wat dit betreft is de Heere nooit 'eenzijdig'. En komt Hij in de drukwegen mee, dan wordt er wondere vertroosting genoten. Dan is er moed en kracht. Er kan in het leven van een verdrukt mens bij alles toch een goede verwachting van God zijn, een onverwoestbare hoop, dat Hij het in alles met wat Hij wil kan en zal goedmaken. Dan mogen de regels wel klinken: 'Die hoop moet al ons leed verzachten, komt, reisgenoten 't hoofd omhoog'.
De hoop is geen produkt van de ellende
Het gebeurt nog wel eens in het geloofsleven, dat de hoop op God juist in tijden van grote nood zeer levendig kan zijn. Ook wat dat betreft hadden de ouden wel gelijk, wanneer zij erover spraken, dat 'er gewicht aan de (levens)klok moet hangen, wil de klok de goede tijd aanwijzen, bij Gods tijd zijn'.
Maar de hoop komt niet uit de nood voort. De hoop is geen voortbrengsel van de ellende.
Meer dan eens is gemeend, dat de heilsverwachting bij het oudtestamentisch Israël een produkt zou zijn van de nationale nood. Wel is déze verwachting in tijden van nood opgevlamd en krachtig gewekt, maar er nimmer uit voortgekomen. Dan ware deze verwachting louter menselijk. Deze verwachting was een vruchtgevolg en een stuk van de openbaring Gods. Zo is ook de hoop op God en op Zijn genade een vrucht van Zijn eigen werk, van de boodschap van Zijn Woord, waarmee het geloof door de Heilige Geest bezig is en worstelt. En zoals een edelsmid de edele metalen kan louteren in de smeltkroes, zo kan en wil God ook het geloof doen blijken bij Zijn kinderen als het erop aankomt. Hoe heerlijk kan de hoop leven in het hart ondanks en in alle druk. Dat is geen beredeneren, dat is geen theoretische beschouwing maar praktische beoefening. Zo sterk kan de verwachting leven, dat God toch goed is, dat het 'nochtans des geloofs' beoefend wordt en Job betuigt, dat 'al zou de Heere hem doden, zie, hij toch zou hopen'. En was dat nu door of om de ellende van deze man Gods? Welneen, immers, dan kon hij wel ophouden.
Het is met de hoop op God als met een vuur, waarop wel water en zand kan worden geworpen om het met geweld uit te krijgen, maar waarop de olie op een verborgen wijze van de andere kant wordt uitgegoten, zodat het blijft branden. Er zijn er toch onder ons, die, naarmate de nood klimt, des te vuriger op de Heere hopen als de dichter van psalm 130?
Ware de hoop werkelijk een produkt van de ellende, dan zou deze ook alleen in de nood levendig zijn. Maar zo is het ook niet! Het behoeft niet noodzakelijk te stormen in het leven om goed van God te denken. Ook in tijden van vrede en zegeningen kan een lieflijke verwachting het hart vervullen. De hoop met het geloof is een vrucht van de werking van de Heilige Geest. Al het onze wordt weggeslagen. Het Zijne komt ervoor terug. De hoop komt als het geloof van buiten naar binnen, terwijl het menselijk gevoel van binnen naar buiten komt, als iets van onszelf.
Maar in de nood kan de hoop sterker worden gekoesterd. 'Hoop op den HEER', gij, vromen. Is Israël in nood, er zal verlossing komen. Zijn goedheid is zeer groot.'
Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's