De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gezag

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gezag

In gesprek met het gezin

7 minuten leestijd

De vraag naar het gezag is in onze tijd meer dan ooit aan de orde. "Wie kan en mag met gezag spreken en handelen? Wie zijn de dragers van het gezag?
De reformatie leert ons, dat wij de gezagsdragers in de eerste plaats in het gezin vinden. Dat zijn vader en moeder. Waarom hebben zij gezag? 'Omdat het God belieft ons door hun hand te regeren' (Heidelbergse Catechismus, zondag 39). Deze vader en deze moeder ontvangt de opdracht, om namens God te handelen in het leven van de kinderen. De ouders zijn voor hun kinderen de plaatsvervangers van God. Kohlbrügge zegt: 'ouders zijn de handen van God'.

Gezag en ouders
Het is niet zomaar, dat kinderen déze vader en moeder hebben. Het is de wil van God, die déze ouders aan déze kinderen geeft. Er zijn jonge mensen, die hierover wel eens onverschillig zeggen: 'Ik kan het ook niet helpen, dat mijn vader en moeder mij in de wereld hebben gebracht'. Dat zal waar zijn. Maar ... de Heere God heeft het zó bestuurd.
Vader en moeder besturen — naar de wil van God — het leven van de kinderen. God wil naar de kinderen komen door middel van de ouders. Daarom herhaalt de Bijbel telkens weer, dat de kinderen — wanneer zij iets van God en Zijn grote daden willen weten — er hun vader en moeder naar moeten vragen. Het is de opdracht van vader en moeder, om de werken van God door te geven aan de kinderen, van vader op zoon, van het ene geslacht naar het andere, de eeuwen door. Wij denken aan wat geschreven staat in Deuteronomium 6: 'Hoor, Israël, de HEERE, onze God, is een enig HEERE; zo zult gij de HEERE, uw God liefhebben met uw ganse hart en met uw ganse ziel en met al uw vermogen. En deze woorden, die Ik u heden gebied, zullen in uw hart zijn; en gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit en als gij op de weg gaat, en als gij nederligt en als gij opstaat.'
Zo hebben ouders de woorden van God aan hun kinderen door te geven en hen in te scherpen. In het Oude Testament was dat vooral het mondelinge overdragen. Wij hebben nu ook het geschreven Woord van God in de boeken van de Bijbel. Wij hebben ook méér: het Nieuwe Testament met de geschiedenis van de reddende daden van God in Christus Jezus. Dit alles zullen de ouders — ook in een persoonlijk getuigenis — aan hun kinderen doorgeven. Daartoe dient ook de de kerk, de bijbellezing in het gezin, de verkondiging van het Woord van God in catechisatie en de gesprekken op jeugd- en jongerenvereniging.
Met deze bedoeling, dat de ouders — op allerlei wijze — de grote daden van God aan hun kinderen zullen vertellen óf laten vertellen, met déze bedoeling legt de Heere God het gezag in de handen van vader en moeder. Daarom hebben zij 'het te zeggen'. Dit betekent voor het opvoeden van de ouders en het opgevoed worden van de kinderen, dat daar geen menselijke willekeur de boventoon mag voeren, maar de wetenschap dat Gód gezag geeft aan vader en moeder. Dit gezag van vader en moeder staat en valt met de gebondenheid aan de hoogste gezagsdrager, de HEERE zelf.
Het gezag, dat ouders hebben, is dus: afgeleid gezag. Ouders kunnen en mogen alleen gezag oefenen over hun kinderen in opdracht van de Heere God. Wanneer ouders dit niet doen, dan verzaken zij hun roeping. Het is de bedoeling van de Heere God, dat dit gezag tot zegen zal zijn van de kinderen, opdat de kinderen de Heere zullen leren kennen. Zijn Naam zullen belijden en in Zijn wegen zullen wandelen. Daarvoor zijn de ouders aan de Heere God verantwoording schuldig.
Déze ouders, die bij de gratie van God hun kinderen regeren, zullen de kinderen eren. En dat niet, omdat de ouders zoveel voor de kinderen doen, of omdat de. ouders zo goed en lief voor de kinderen zijn, maar omdat God zelf achter de ouders staat. De kinderen zullen de ouders eren met hun woorden, met hun daden, met hun gedachten, met hun gebeden. De kinderen zullen met eerbied over hun ouders spreken, zullen hen helpen zoveel zij kunnen, zullen steeds het goede in hen voor ogen houden, zullen voor hen bidden. Deze eerbied is vanzelfsprekend, wanneer de kinderen de ouders liefhebben.
De Heere vraagt van ons, dat wij onze naaste zullen liefhebben, als onszelf. Wie staan er dichter bij de kinderen dan de ouders? Dit liefhebben wordt bewezen in het trouw bewijzen. De kinderen zullen de ouders eren zolang zij in leven zijn. Vader en moeder blijven gezagsdragers.
Er komt op de duur wel verschil in de omvang van het gezag, dat vader en moeder over hun kinderen hebben. Er komt ook verandering in de manier, waarop kinderen ouders moeten gehoorzamen. Een klein kind bijvoorbeeld, moet wel eens een tik op de vingers hebben. Wanneer de kinderen groter worden, is dit niet meer verstandig. Wanneer zij ongeveer 17 of 18 jaar zijn, kan dit zelfs helemaal niet meer. Dan komen er alleen maar ongelukken van. De kinderen worden op de duur zelfstandig. De ouders hebben alle medewerking te verlenen, dat zij zelfstandig worden. Wanneer de kinderen geheel zelfstandig zijn geworden, dan kunnen de kinderen wel overleg plegen met vader en moeder, maar dan is de tijd van de volstrekte gehoorzaamheid en het geven van volstrekte bevelen voorbij. Toch is de tijd van het eren en liefhebben van vader en moeder dan niet voorbij — die tijd gaat nooit voorbij. Maar ... heeft het gezag van de ouders geen grenzen? Ongetwijfeld. Het ouderlijk gezag vindt zijn begrenzing in het gebod van God. Wanneer ouders van hun kinderen iets vragen, wat ingaat tegen het gebod van God, dan hebben de kinderen God meer te gehoorzamen, dan de mensen, ook meer dan hun ouders. Geen kind mag doen, wat tegen de wil van God indruist.
Een voorbeeld hiervan is Abraham Capadose. Hij leeft in de vorige eeuw. Hij is jood. Capadose wil christen worden. Zijn ouders verbieden het hem. Capadose zet toch door. Maar zijn vader vervloekt hem. Capadose weet zich geen raad. Hij loopt de stad uit, waar hij woont. De Heere God troost hem op bijzondere wij­ze. Wanneer Capadose de poorten verlaat, dan ziet hij de regenboog in de wolken staan. Dit bemoedigt hem buitengewoon. Capadose weet: de Heere denkt aan mij. Hij zal voor mij zorgen.
Kinderen hebben hun ouders te volgen, alleen op rechte paden. De ouders worden opgeroepen om de kinderen niet anders op te voeden, dan in het geloof in de Heere Jezus Christus. Ouders, die zelf geen voorbeeld zijn en geven in het geloof in Christus Jezus, kunnen en mogen geen aanspraak maken op gehoorzame kinderen. Deze ouders verspelen alle gezag. De kinderen dienen te merken, dat vader en moeder in alles met de Heere en Zijn Woord rekenen.
Er gaat diepe invloed uit van ouders die uit het geloof in Christus leven. Onze jonge mensen, hechten grote waarde — ook en juist in onze tijd — aan ouders, die in woord en daad, zondags en in de week, getuigen van wat God in Christus voor hen betekent. Zulke ouders hebben gezag en wekken ontzag!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Gezag

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's