De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De engel van het Wee

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De engel van het Wee

6 minuten leestijd

'En ik zag en ik hoorde een engel vliegen in het midden des hemels, zeggende met grote stem: Wee, wee, wee dengenen, die op de aarde wonen'. (Openbaring 8 vs. 13a)

De openbaring van Johannes is de openbaring van Jezus Christus, die Hij Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft en die door hem te boek gesteld werd. Voor sommigen is het een open boek. Op grond van de gegevens in dit boek wagen ze zich aan berekeningen en voorspellingen. Voor velen is het een gesloten boek, de inhoud maakt een verwarde en vreemde indruk. Maar één ding is duidelijk: dit boek is het boek van de toekomst. De dingen die haast geschieden moeten komen aan de orde en de tijd dringt. Toekomst zonder meer? Ik dacht, dat verleden, heden en toekomst met elkaar verstrengeld waren. De geschiedenis verloopt in de openbaring spiraalvormig. Dezelfde woorden en beelden keren terug, maar dan op een ander vlak. Wij komen verder, maar veel wordt herhaald en verhevigd! Het is goed daarmee bij het lezen en verklaren te rekenen. De laatste dingen zijn reeds begonnen. Wij leven er naar toe en wij leven er middenin, zoals de zeven gemeenten er reeds mee te maken hadden.
Waar gaat het heen? Een mens geeft zich rekenschap van de toekomst. Wij kijken om ons heen en nemen kennis van de ontwikkelingen; wij merken, dat de tijd geen vaart mindert, integendeel, alles wordt versneld. Helemaal rustig zijn we er niet onder. De stemmen van hen die luidkeels riepen: het gaat de goede kant uit, ontwikkeling is ontplooiing van mogelijkheden, het paradijs komt nog, boeten in aan kracht en worden ten sterkste tegengesproken. Van alle kanten worden we gewaarschuwd: het gaat de verkeerde kant uit. We helpen onszelf om zeep, al ons initiatief en ons vernuft ten spijt. U kunt de toekomst wel afschrijven!
Met grote stem. In heel het boek zwijgt God, behalve dan die éne keer. Ziet, Ik maak alle dingen nieuw. Het is als doet Hij er het zwijgen toe. Er wordt echter wel namens Hem, in opdracht van Hem gesproken en geroepen. Hier is het die engel. Het is als een schrille kreet: Wee! Een onheilspellende roep: Wee, wee, wee hen die op de aarde wonen. Dat zijn wij, de mensen van toen, van nu, en van dan. Wij wonen er. We zijn er maar niet even neergestreken, we hebben er ons gevestigd. Wat er op aarde voorvalt, gaat ons aan, overkomt ons. In dit 'wee' overkomen ons de verschrikkelijkste dingen. De grote stem gaat ons door merg en been. Wat gaat er gebeuren? En het is al aan de gang.
Eerst de zeven zegel-visioenen, daarna de zeven bazuin-visioenen. Vier engelen hebben al met hun bazuin geblazen, drie zullen nog volgen. Die reeks visioenen is een opklimmende reeks, het wordt steeds gruwelijker. De zeven engelen blazen moord en brand en bloed. ledere stoot op de trompet is een nieuwe ramp, een nieuwe plaag. De rampen herinneren aan de plagen in Egypte. Dat is Gods hand, dat is Gods oordeel. Dat oordeel vaart en raast over de aarde. Vandaar het 'wee'. Men mag niet van geluk spreken, de toekomst klapt dicht in het oordeel. En die op de aarde wonen kunnen zich niet uit de voeten maken, om het te ontgaan.
Het gaat onherroepelijk door. De heiligen drongen er in hun gebeden op aan. Niet als een stille wraakneming voor alles wat ze hadden moeten lijden, maar als een hartstochtelijk verlangen naar de oprichting van Gods heerschappij, naar de komst van het Koninkrijk. Dan worden alle scheve dingen recht gezet. Gebeden zijn verborgen gangmakers in de geschiedenis. En hadden de mensen zich nu maar bekeerd! Dat weigerden ze halsstarrig. Dat is ook een reden waarom het doorgaat. Bedenken wij dat, rekenen we ermee. Het wee, wee, wee klinkt als een langgerekte waarschuwing. De engel slaat groot alarm.
Vreselijke dingen doet God horen in gerechtigheid. Hij laat niet met zich spotten. Hij laat zich niet buitenspel zetten. Hij voltrekt Zijn gericht in de geschiedenis. De mensen steigeren daar tegenin, ze vervallen van kwaad tot erger. Ook daarin is het oordeel Gods. De krachten van de toekomende eeuw worden ontketend; er komt wat los! En de satanische macht wint aan invloed onder de mensen. Ze worden geteisterd door ellende en nood, maar ze worden er niet godvrezender van, ze worden er in letterlijke zin, des duivels van. En dat is het verschrikkelijke.
Het wordt donker; de wereld wordt klein, als het zo donker wordt, botsen de mensen tegen elkaar. O wee! En die hagelregen, vuurregen, bloedregen vernielt en verteert een derde deel van wat er bloeit. De oordelen betreffen de leefbaarheid van de aarde, waarover zoveel te doen is vandaag. Water wordt tot alsem, wat we drinken krijgt een bittere bijsmaak. Water is heel gewoon drinken. De mensen hebben geen schik meer in het gewone leven. Het wordt ons blijkbaar vergald. En wat stijgt daar voor een afschuwelijke rook uit de afgrond? Gifgas. Demonische invloeden benevelen ons. De luchtverontreiniging, op grote schaal. Zedelijke verontreiniging. Wat een stank, wat een rook. Wee, hen die de aarde bewonen. Wat een verwildering. Wat een vertwijfeling. Sprinkhanen als paarden, die de mensen pijnigen. Appolyon! De vorst van de duisternis. Hij neemt alle middelen in dienst om de mensen te verleiden en te verharden. Zeden en waarden worden aan de kant gezet, de aarde raakt in de ban van de afgrond. ledere orde wordt stelselmatig ondermijnd. Een samenleving, die uit haar godsdienstige voegen wordt gelicht, valt uit elkaar. Wee, wee en nog eens wee.
U houdt niet van dat ach en wee? Het valt wel mee, vindt u, en het zal zo'n vaart niet lopen. Ziet u die engel niet vliegen, hoort u hem niet roepen? Houdt de openbaring ons de spiegel van de geschiedenis niet voor? Herkennen wij er onze tijd niet in, kondigt zich de eindtijd niet aan? Het is toch onmiskenbaar, dat de chaos ons wacht, vlak voor het einde nog eenmaal bedwongen door de dictatuur van het dier. Waag ik mij nu aan voorspellingen? U leest het maar eens na in het boek der openbaring. Want één ding is zeker: het geschiedt zoals er geschreven staat en geschreeuwd werd: Wee, wee, wee.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De engel van het Wee

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's