Boekbespreking
C. H. Spurgeon: Pastotale Adviezen (deel II), vertaling door ds. W. de Graaf. Uitgave Buyten & Schlppersheyn; Amsterdam, 1974, 222 blz.
Erg dankbaar zijn we voor het vertaalwerk van ds. W. de Graaf, waardoor deel II van Spurgeons Pastorale Adviezen binnen de gezichtskring van de Nederlandse lezer is gekomen. Deze lezingen van Spurgeon, voor zijn studenten gehouden, liggen nu in een keurige uitgave voor het grijpen. Hopelijk zullen studenten in de theologie in het bijzonder daarvan een dankbaar gebruik maken. Spurgeons lectures bevatten een rijkdom aan pastorale raadgevingen, die de jonge pastor kan toerusten voor zijn werk, maar niet minder opwekkend is voor allen, die al langer het werk in Gods koninkrijk mogen doen. In de Engelssprekende wereld wordt Spurgeon 'geëerd' als de prins der predikers. De Banner of Truth Trust (Londen) verzorgde onlangs nog een respectabele uitgave van al zijn werken. Gretig gelezen literatuur. Het valt me steeds weer op, hoe bij Spurgeon een calvijnse beginselvastheid (in een prediking van de waarheden van de Schrift) verbonden is met een geestelijk opgewekte ijver om zielen voor Christus te winnen. Deze studentenlezingen zijn doorspekt met een groot aantal anekdotes, die de lectuur ervan tot een waar genot maken. Hier en daar krijgen we wel de indruk, dat de zaak wat teveel in de methode gevangen wordt, b.v. wanneer de voordelen van de openluchtprediking zo breed uiteengezet worden. Maar inmiddels betekent dat bij Spurgeon toch niet, dat de zaak in een wettisch-methodistisch schema wordt geperst. De adviezen blijven levensecht. Ze zijn ingegeven door een hartstochtelijke ijver voor de eer van God in de redding van zondaren. Het boekwerk is verlucht met een aantal tekeningen bij de voordrachten over houding, voordracht en gebaren, enz. Als we bedenken, dat deze tekeningen er meer toe dienen om ons kwalijke gewoonten inzake de voordracht en gebaren op de kansel af te leren dan dat zij dienen om ons kneepjes van het vak bij te brengen, zijn deze tekeningen een welkome en koddige onderstreping van de tekst. Ik zou van dit boek van Spurgeon willen zeggen, dat het 'encoraging' is, bemoedigend. Een hartsversterking, nodig voor iedere dominee op zijn tijd. Een enkel citaat tenslotte om u uit te nodigen het boek ter hand te nemen: 'Hef (op de kansel) één lege hand tot God omhoog om te ontvangen en deel met de andere aan de gemeente uit, wat de Heere schenkt'; 'Studeer uzelf dood en bid dan uzelf weer levend'; 'Ga in de stroom staan, als ge wilt vissen'; 'Onzin stijgt niet in waarde door die uit te brullen'. (over kanseltaal gesproken)
Wageningen
Ds. Joh. Francke: Leven tot in eeuwigheid (Schriftoverdenkingen in de gang der hellshistorie). Uitgave J. Boersma, Enschede, 1973; 235 bIz.; ƒ 17, 50.
Dit boek bevat een aantal Schriftoverdenkingen van de hand van de geref. (vrijgemaakte) predikant ds. Joh. Francke (Emmen). De meditaties zijn gerangschikt naar de gang van de heilsgeschiedenis en van het kerkelijk jaar. Het is een keurig verzorgd boekwerk. Graag ter lezing aanbevolen. Ds. Francke graaft diep in de verschillende door hem behandelde teksten en geeft vaak door verrassende typeringen de juiste betekenis daarvan weer. Dat betekent niet, dat men niet ook zijn vragen overhoudt bij het lezen van de verschillende meditaties. B.v. wanneer de schrijver spreekt over de verzegeling met de Heilige Geest, een zaak, die alles te maken heeft met de persoonlijke heilszekerheid. In dit geval kies ik toch liever voor de verklaring van Calvijn, die de verzegeling betrekt op de verzekering in onze harten van het kindschap Gods en van ons eeuwig heil in plaats van wat ds. Francke zegt, nl. dat het betrokken moet worden op het leven der heiliging, waardoor de verzekering van ons geloof gestalte krijgt. Het laatste is niet onjuist. Maar door het eerste wordt in elk geval ook de dimensie van het hart, die een duidelijk Schriftuurlijke dimensie des Geestes is, niet buiten beschouwing gelaten. Hoe graag we ook met ds. Francke nadruk leggen op het leven uit het Woord en het Verbond, daar is ook de diepte-dimensie van de Geest in het werk der wedergeboorte, waarvan we onder meer lezen in het verhaal over Lydia: 'God opende haar hart, zodat zij acht gaf ...'. Deze diepte-dimensie des Geestes had ook meer door kunnen klinken bij de uiteenzettingen over de uitverkiezing, in het bijzonder waar het gaat over het vastmaken van de roeping en verkiezing. Is het b.v. juist, als ds. Francke zegt, dat voor een christgelovige de zekerheid van zijn verkiezing niet in het geding is! De Dordtse Leerregels spreken daarentegen wel van de vele aanvechtingen en twijfelingen van de gelovigen (D.L., V. 11 b.v.) en halen daarbij de draad op een Schriftuurlijke wijze telkens weer op. Verder is het, dunkt mij, zo, dat de zekerheid des heils niet slechts mede in de weg van de heiliging verkregen wordt, maar omgekeerd ook, dat de verzekering door de Heilige Geest (een vrije en goede consciëntie, Heid. Cat., antw. 32) de beste stimulans voor de heiliging is. Overigens bevelen wij dit boek graag bij onze lezers aan. Er staan vele voortreffelijke dingen in.
Wageningen C. den Boer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's