Ingezonden
Mijn naam is HEERE
In de Waarheidsvriend van 30 mei jl. pleit drs. A. van der Beek is een artikel voor het gebruik van de Naam HEERE voor God. Nu behoor ik niet tot die groep mensen, die zoals die mevrouw in Luxemburg waar de schrijver van rept, zich ergert aan de uitspraak HEERE. Wel vraag ik mij echter af waarom mensen zich wel ergeren wanneer een predikant in zijn preek spreekt over God als 'Heer', terwijl diezelfde mensen in dezelfde dienst uit volle borst in de psalmen God toezingen als Heer. Ik behoef geen voorbeelden aan te halen uit de psalmen, anders zou ik nog de indruk wekken alsof deze schrijfwijze slechts hier en daar voorkomt, daar het de schrijver bekend is, dat in nagenoeg elke berijmde psalm God meermalen als Heer wordt aangesproken, terwijl er in de onberijmde psalmen HEERE wordt geschreven.
Waarom is het 'oppervlakkig' (zo noemt de schrijver het gebruik van Heer) om over God te spreken als Heer, maar is het nota bene in de aanspraak van God in de gezongen psalmen, waarin wij God lofprijzen, aanbidden, smeken, aanroepen ... wel toelaatbaar? De schrijver zegt in zijn artikel immers zelf, dat HEERE de aanspraakvorm is.
Men kan toch moeilijk zeggen, dat het om dichterlijke redenen in verband met rijm of ritme zo geschreven wordt, want als werkelijk de eer en de majesteit van God in het geding is, zou alles daaraan ondergeschikt gemaakt moeten worden in het lied.
Mogelijk kan de schrijver mij een gefundeerd antwoord geven, even uitvoerig als hij in zijn artikel de Naam HEERE heeft verdedigd. Het is zeker de moeite waard om dit in De Waarheidsvriend te publiceren, daar meer lezers met het antwoord gediend zullen zijn.
Nog een bijkomende vraag. Als de schrijver één en ander ondersteunt door te zeggen, dat God niet het vage Opperwezen is, dat alles bestuurt, waarom wordt er dan in de berijmde psalmen wel gezongen van en tot het Opperwezen (Ps. 38, 77, 81)?
Bodegraven G. J. van Embden
Naschrift
Graag wil ik ingaan op de vragen van ds. Van Embden ten aanzien van het gebruik van de Naam 'HEERE' voor God. Inderdaad is het zo, dat in de berijmde psalmen, en uit de brief van ds. Van Embden meen ik te mogen opmaken, dat hij de berijming van 1773 bedoelt, vrijwel steeds 'HEER' gebruikt wordt. Dit is in de berijming van 1773 zover ik kan nagaan niet gebeurd terwille van het ritme of de rijm, waarbij men de afzwakking van de inhoud maar op de koop toe nam. Dat laatste zal ook in iedere berijming, evenals in iedere vertaling gebeuren, maar speelt hier niet de hoofdrol. Op sommige plaatsen blijkt, dat men met opzet 'HEER' gebruikt in plaats van 'HEERE'. Denk maar aan Ps. 25: 2: HEER, ai maak mij Uwe wegen'. Wat was makkelijker geweest dan 'HEERE, maak mij Uwe wegen'? Zo zijn er nog wel meer voorbeelden: Ps. 1: 4: De HEER toch slaat der mensen wegen ga; Ps. 6: 4: Keer eind'lijk HEER toch weder, e.a. Nergens wordt in de berijming van 1773 'HEERE' gebruikt. Alleen in de tweede en derde naamval staat er 'des HEEREN' en 'den HEERE', maar dat is net zo goed de tweede of derde naamval van 'HEER'. Het gaat hier dus om een bewuste keus voor 'HEER'.
Nu hangt dit gebruik van 'HEER' nauw samen met allerlei andere woorden die gebruikt worden. Eén daarvan is, zoals ds. Van Embden al schrijft 'het Opperwezen'. Het gaat hier om een visie op God als het eeuwig, ondoorgrondelijk, ontoegankelijk Wezen. Hij is de oorsprong van het al. Hij is de Albestuurder. Alles wordt door Hem bepaald. Hij is de machinist van het Heelal. Nu is de scherpe kant hiervan wel wat afgeschuurd door de inhoud van de onberijmde psalmen, maar toch tref je het telkens weer aan. En dat is toch wat anders dan de God, die Zijn verbond opricht met Zijn volk, die Zich openbaart aan mensen, opdat zij met Hem zouden leven, die in Christus Jezus ons de volle Waarheid heeft bekendgemaakt. Ook in het gebruik van 'HEER' blijkt iets van deze afstand: Hij is de onpersoonlijke heerser.
Al deze opmerkingen zullen ds. Van Embden wel niet onbekend zijn. Het zijn de bekende bezwaren tegen de oude berijming. Maar je moet een berijming niet op één bepaald accent alleen beoordelen. Het gaat om de totaliteit. De consequente doorvoering van het gebruik van 'HEER', met het idee van het Opperwezen daarachter, is inderdaad een groot gebrek. Maar daartegenover staan vele andere dingen, waar de diepte van het geloof, van de omgang met God, van het smeken en de troost, van de schuld en de vergeving zo geweldig zijn weergegeven, dat er een stuk levensomgang van de gelovige, die in 1974 deze liederen zingt, met zijn God, de God van Israël tot uitdrukking komt in deze liederen. Daarbij mag ik wijzen op het slot van mijn artikel: het zit niet alleen in de woorden, maar ook in het hart. Dat geldt naar de ene kant: je kunt het gebruik van 'HEERE' voorstaan zonder de levende omgang met de HEERE te kennen. Dat geldt ook naar de andere kant: je kunt in de gebrekkige woorden, die je voor het lied op dat moment ter beschikking hebt, een hartelijke lofzang zingen voor de HEERE. Nu is dat geen excuus, zo van: als het hart maar goed is, doen de woorden er niet toe. Het blijft een handicap en het is steeds weer bij gebrek aan beter. Het is onjuist, als in de berijmde psalmen 'HEER' wordt gebruikt, maar misschien is het uit deze opmerkingen enigszins duidelijk geworden, waarom mensen, die het gebruik van 'HEERE' voorstaan, toch deze liederen zingen.
Hieraan is nog een andere kant: wat mensen, of dat nu voorstanders zijn van het gebruik van 'HEERE' of niet, doen of laten is niet het meest wezenlijke. Het gaat niet om een bepaald kerkelijk gebruik, om dat te verdedigen, of af te kraken, maar om de rijkdom van Gods spreken door apostelen en profeten, zo duidelijk mogelijk over te brengen voor ons. Het gaat erom, dat we met elkaar, in de gemeenschap met het volk van God van alle eeuwen, steeds meer gaan verstaan, wie de God van Israël, de God van hemel en aarde is, die Zich als de HEERE heeft geopenbaard.
Lexmond A. van de Beek
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's