De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De prediking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De prediking

Het eigentijdse in de prediking

10 minuten leestijd

Groen van Prinsterer heeft er eens over geklaagd dat in de preken die hij 's zondags hoorde wel de waarheid werd verkondigd, dat zij dus wel rechtzinnig waren, maar dat zij zo ver stonden buiten de tijd waarin men toen leefde. Zij waren degelijk, zij waren ernstig, zij waren stichtelijk, deze preken, maar zij stonden zo weinig in rapport met hetgeen er in de kerk en daarbuiten zich afspeelde.

Een kort verhaal
Groen moet in zijn kritiek het oog gehad hebben op de preken van de bekende Haagse predikant Dirk Molenaar, bij wie hij regelmatig naar de kerk ging. En Molenaar was waarlijk niet de eerste de beste. Lange tijd was hij de enige voluit gereformeerde predikant in Den Haag. Het heeft Groen ook verre gelegen iets af te doen van de kwaliteiten en gaven van deze predikant. Als hij uit de kerk thuiskwam schreef hij op wat hij zich van de preek van Molenaar nog herinnerde; hij vond dat blijkbaar de moeite waard en teerde er een hele week op. Maar wat hij miste bij Molenaar in diens prediking was het eigentijdse. Molenaars preken gingen stilzwijgend voorbij aan wat op dat ogenblik aan de orde van de dag was; zij onthulden niet, zij ontmaskerden niet de geest des tijds; zij prikkelden daarom ook niet tot verzet; zij stonden, naar het scheen, geheel buiten de tijd.
Wie ook heden nog de preken van Molenaar leest, en daartoe is alle gelegenheid want hij heeft hele reeksen nagelaten, wordt gewaar dat Groen in zijn kritiek gelijk heeft gehad. Het zijn goede en degelijke preken — ook Groen erkende dat — maar zij reiken niet verder dan het volk dat ze aanhoorde en dan de muren van het kerkgebouw waarin zij gehouden zijn. De eigen tijd is erin afwezig. En toch is Molenaar niet een man geweest die geen kennis droeg van hetgeen er omging in de kerk van zijn dagen. Hij is in zijn tijd een vooraanstaand man geweest, ja ook in de strijd. Van zijn hand kwam in 1827 het zo geruchtmakend Adres aan alle mijne Hervormde geloofsgenooten, waarin hij de strijd aanbond tegen al wat ongereformeerd was in de kerk; het was een stuk dat zelfs de toorn van de koning Willem I, gaande maakte. Men kan geen boek opslaan waarin de geschiedenis van de Nederlandse Kerk in het begin van de vorige eeuw wordt behandeld of men komt de naam van Molenaar niet één keer maar ettelijke keren tegen.
En dan toch zo tijdloos preken? Hoe komt dat? Wat ligt daarachter? Welke visie, welke opvatting aangaande het wezen en de taak van de prediking? Voorzover mij bekend is heeft Molenaar nergens zich daar expliciet over uitgesproken. Wij veronderstellen dat hij min of meer onbewust de tijd buiten zijn preken heeft gelaten. Hij zal de taak en de roeping van de dienaar des Woords wel zó gezien hebben, dat die zich buiten alles moet houden wat niet regelrecht te maken heeft met de tekst die behandeld wordt en met het geestelijke leven van de hoorders. Alles in zijn preken, zo blijkt ook nu nog wie ze leest, was geconcentreerd op die tekst en op dat geestelijk leven. En nu is de vraag: Móet dat zo? Is deze visie juist? En als het anders moet, hóe moet het dan anders?

De uitersten
Men zou het standpunt dat Molenaar — en velen vóór hem en na hem — heeft ingenomen in zekere zin een uiterste kunnen noemen. Een ander uiterste is er echter waar wij in onze dagen veel meer mee te maken hebben.
Wij herinneren ons een predikant uit een der grote steden die beweerde dat hij, als hij 's zondags zijn preek gehouden had, hem dadelijk wegwierp, want dat die preek een week later al zó verouderd zou zijn dat hij hem toch niet meer ergens elders zou kunnen houden. Wij merken hierbij op: In zo'n preek moet het eigentijdse dan toch wel heel sterk aanwezig zijn! De kwesties van de dag maken er blijkbaar zo'n wezenlijk bestanddeel van uit, dat deze preken even snel verouderen als onze dagbladen.
Wij kennen in onze tijd volop de preken waarin het over bijna niets anders gaat dan wat er gebeurt in de wijde wereld, nog het meest op politiek gebied. Men spreekt dan van een politieke prediking. Zij is thans meer in de mode dan, naar wij weten, ooit eerder het geval is geweest. Tot vervelens toe wordt de gemeente — voorzover zij nog komt — voorgehouden wat er in deze wereld veranderen moet, met name in de diverse structuren; de preek is meer een politieke actie-rede dan bediening van het Woord Gods. Nog niet zo lang geleden, even na de kerstdagen, heeft in Woord en Dienst prof. dr. K. Strijd er voor de zoveelste keer een drammerig pleidooi voor gevoerd.
Ik spreek zeker in de geest van Groen als ik opmerk: Geef mij dan maar liever de tijdloze preek; preken zoals er gehouden zijn door Molenaar en vele anderen; en er nóg wel gehouden worden. Daarin komt tenminste de bijbeltekst aan bod. En daarin wordt de zielen tenminste voedsel geboden. Ook bij een tijdloze preek blijft de gemeente bewaard, wordt zij gebouwd in het allerheiligst geloof; een geloof dat niet op- en ondergaat met de tijdsomstandigheden. Ook van een tijdloze preek kan er kracht uitgaan en is er vaak kracht uitgegaan, in de harten, in de gemeente, en via haar ook in de wereld. Zij is zinvoller, in alle opzichten, dan de politieke preek; zélfs voor de samenleving, want zij verwoest niet maar bouwt; zij gooit niets revolutionair omver maar gaat regenererend, dat wil zeggen wederbarend, herscheppend te werk, van binnenuit.
De twee uitersten die wij nu hebben genoemd staan dan ook niet als gelijke polen tegenover elkaar. De tijdloze preek mag iets missen, zij is daarom niet onzuiver, onwaar, niet krachteloos en waardeloos; zij kan instrument van de Geest zijn. De politieke prediking mist Gods belofte, zij vertolkt eigen politieke visie van hem die zich ervan bedient. Zij is eigenlijk geen prediking; zij hoort niet thuis op het terrein van de Woordverkondiging maar op dat van de partij-propaganda.
Niet dat alle partij-propaganda verwerpelijk is; maar zij is geen prediking, geen Woordbediening; zij hoort niet thuis in de kerk. Wie een politieke rede houdt, ook al is het in een kerkgebouw, doet wat anders dan wie het Woord bedient voor de gemeente. De politieke prediking, zoals die op het moment gangbaar is, is bovendien gewoonlijk van een bepaalde kleur. Zij wordt gedragen door een onchristelijke of zelfs anti-christelijke ideologie. In de nazi-tijd was dat zo, heden in de tijd van een herlevend marxisme is dat ook zo.
Wat wij bepleiten willen is een volle bediening van het Woord Gods, waarin de tekst en de gemeente nummer één zijn, maar waar dan bijkomt het besef dat men met de Woordbediening staat in een bepaalde tijd. Ook al worden dan niet steeds de vragen van de tijd waarin men leeft, dus de actuele problemen en ook de actuele gevaren expliciet aan de orde gesteld, zij resoneren wel in de prediking mee. Dat is het wat wij willen verstaan hebben onder het eigentijdse in de prediking.

Het eigentijdse in de vorm van de prediking
Wanneer wij nu vragen welke argumenten er zijn aan te voeren die pleiten voor het eigentijdse in de prediking dan willen wij eerst enige aandacht schenken aan de vorm van de prediking.
Of men het zich bewust is geweest of niet in alle tijden heeft de vorm waarin gepreekt werd de invloed ondergaan van de tijd waarin men leefde. Men behoeft maar eens enkele preken van de kerkvader Augustinus te lezen en men zal dit beamen. Zij verraden zijn klassieke opleiding, de scholing in de retorica (kunst der welsprekendheid) die hij heeft ondergaan en die algemeen was in die tijd. De invloed daarvan bemerkt men niet alleen in de preken van Augustinus maar ook in die van de andere kerkvaders. In hun soort zijn deze preken, ook wat de vorm betreft, briljant, en toch: zó preken wij niet meer!
Neem vervolgens de preken van Luther. Ik spreek uit ervaring wanneer ik zeg dat het erg moeilijk is ze zó over te zetten in de taal van nu dat zij voluit begrepen kunnen worden. De inhoud van deze preken is zonder meer rijk, zij bevatten een, Evangelieverkondiging die nimmer veroudert, maar de manier van zeggen, kortom al wat tot de vorm behoort levert moeilijkheden voor ons op; en dat komt omdat zij veel van hun eigen tijd, de 16de eeuw, aan zich hebben.
Met Calvijns preken, met de preken van van de 17de-of 18de-eeuwse 'oude schrijvers', ja ook met de preken van Kohlbrugge, die nog maar ruim een eeuw oud zijn, is het al net zo. Er zijn onder deze preken uitstekende en kostelijke preken, maar in hun vormgeving heeft de eeuw waarin zij ontstaan zijn een woordje mee gesproken. In zekere zin zijn zij alle, gewild of ongewild, bewust of onbewust, eigentijds geweest.
Ook de preken die nu gehouden worden zijn dat; en mógen dat ook zijn. Er hangt iets van het klimaat van de 20ste eeuw omheen, en wij behoeven ons daar niet voor te schamen. Wel is het van belang dat wij het ons bewust zijn en dat wij er ons rekenschap van geven. Dan gaan wij niet krampachtig doen. Wij behoeven de 17de-eeuwse preekvorm niet te imiteren. Wij behoeven ook niet de preekvorm van Kohlbrugge te imiteren. Wij behoeven ook niet gewild eigentijds te doen. Als wij eenvoudig zijn die wij zijn, mensen van deze eeuw, en wij zijn het ons bewust, dan is, wat de vorm betreft, onze prediking vanzelf eigentijds.
Dit sluit intussen niet uit dat wij toch wel met enkele dingen bewust rekening trachten te houden. En nu spreek ik uiteraard tot predikanten.
30 of 40 jaar geleden was de mentaliteit van de hoorders nog een geheel andere dan nu. Het leek soms of men in de kerk kwam om uit te rusten. Alles ging er soms heel gemoedelijk aan toe. Er werd nog kalm een tussenzang gezongen. Men had de tijd; men luisterde wel of men liet het over zich heengaan, nl. als het wat erg lang duurde en als de predikant soms in herhaling viel. Het leven was nog een stuk rustiger dan nu, ondanks het feit dat er veel harder en langer gewerkt moest worden dan nu.
Wat tóen ging gaat nu niet meer; althans niet in het merendeel der gemeenten. Er is niet meer dat geduld dat er toen was; het langdradige verdraagt men niet meer. Er staat tegenover dat men minder gezapig is. Wie dan ook het oor van de gemeente wil hebben moet geen omwegen gaan, maar moet recht op de tekst en op de mensen afgaan. Dan kan een dienst heus nog wel 5 kwartier of anderhalf uur duren. Als men zich maar niet behoeft te vervelen. De kalm-aan-diensten doen het niet meer. Het kerkvolk wil er enige vaart in hebben — dat is gewoon de mentaliteit van nu, het levensklimaat van de mens van nu. De dominees zelf als zij kerkgangers waren, zouden het in gezapige diensten ook niet uithouden. De mensen, wijzelf óók, zijn veranderd. En waarom zouden wij er geen rekening mee houden? Dan nemen wij bewust iets van het eigentijdse in de vormgeving van de prediking op. De inhoud van de prediking behoeft er niet onder te lijden; integendeel, die kan er zelfs bij winnen. De presentatie van de prediking is wel niet alles maar zij is ook niet niets.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De prediking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's