De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De IKOR-karavaan trekt verder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De IKOR-karavaan trekt verder

De hervormde synode over IKOR

9 minuten leestijd

Twee jaar geleden werd op de hervormde synode bepaald, dat het bij het IKOR zou moeten komen tot een 'gelovige heroriëntering' met betrekking tot het omroepbeleid van deze interkerkelijke omroep. Prof. dr. C. Graafland, na die vergadering opnieuw bereid om deel uit te maken van het IKOR-bestuur, zorgde voor nogal wat deining op de laatstgehouden synodevergadering, toen hij dingen zei, waarvan hijzelf beweerde, dat die wel niet door de rest van het bestuur zouden worden gedekt. Tot die gevraagde heroriëntering is het niet gekomen, zei hij.
Er is continuïteit in de koers van het IKOR. Waar zit dat in? In de eerste plaats in de samenstelling van het bestuur. Daar zou de kritische tegenstem sterker moeten zijn. Nu neemt hijzelf als eenling een kritische positie in. In de tweede plaats is de samenstelling van de staf eenzijdig. De stafleden doen wat ze kunnen om de programma's zo goed mogelijk te brengen, maar ze werken binnen hun eigen horizon. Als de staf blijft zoals deze is, dan zullen de programma's óók zo blijven. De Hervormde Kerk worstelt met haar modaliteiten. Maar die worsteling vinden we bij het IKOR nergens terug. Daar is het alles eensgezindheid en eenkennigheid, die het karakter krijgt van een ideologie. Er zou een ander contingent van medewerkers moeten komen. Zoals het nu is is de IKOR-gemeente slechts een smal deel van de gemeente.

Synodediscussie
Dat de Hervormde Kerk worstelt met haar modaliteiten bleek ook wel heel duidelijk bij deze bespreking over het IKOR, waar bewonderaars van de programma's van het IKOR en critici elkaar afwisselden. Ds. F. J. Droogers (Wilnis) vond in de programma's weinig terug van het leven uit het geloof, het zondaar zijn voor God, het leven voor Gods Aangezicht. Hij gaf ook enkele voorbeelden. In een programma over het sterven geen woord over het in leven en sterven eigendom zijn van Jezus Christus. Een drama over Christus waar het bijbels element onherkenbaar is. Ds. De Liefde (Goes) liet weten waardering voor het werk van het IKOR te hebben, 'Het zoeken is mij sympathieker dan het weten', zei hij. Wel laakte hij het, dat in de berichtgeving de wereldkerk meer aandacht krijgt dan de landelijke kerk. Dat geeft een vervreemdend effect in de gemeente zei hij, terwijl de EO-programma's in de gemeente een goede pers hebben, wat aan ds. De Liefde overigens de geringschattende kwalificatie van 'geestelijk amusement' ontlokte. Ds. J. Pronk (Rijsoord) merkte op, dat als het IKOR komt vaak naar een andere zender wordt overgeschakeld. De gemeente komt bij het IKOR nauwelijks in het vizier. De redactie van Kenmerk fungeert als super-synode, zet mensen in de beklaagdenbank, oefent tucht en maakt een hoogst elitaire indruk: alleen wat wij belangrijk vinden komt erdoor, denkt de redactie. Elke nieuwe stroming is bij het IKOR 'alles', geweldig! En intussen is men politiek-dogmatisch bezig. Ds. F. J. Dun stelde dat het IKOR aan de wieg van de EO heeft gestaan.

Verantwoording van het beleid
De heer De Haan van het IKOR, zei in een eerste beantwoording van de synodeleden, dat hij vreesde dat het IKOR zijn eenzijdigheid wel zou blijven behouden, zoals ook de NCRV en de EO hun eenzijdigheid hebben. Het IKOR wil werken in kritische verbondenheid met de Wereldraad van Kerken. Ten aanzien van de bevrijdingsbewegingen in Afrika bij voorbeeld: eerst werd daar in ons land kritisch tegen aangekeken, maar nu — dank zij de IKOR-programma's — genuanceerder. Het gewone reilen en zeilen van de gemeente is moeilijk in programma's te brengen, stelde de heer De Haan verder. Datzelfde stelde ds. W. J. Koole, IKOR-directeur, ten aanzien van persoonlijke geloofsvragen. Spreken over het geloof heeft een taboe-karakter. In het IKOR-rapport, dat op de synodetafel lag, werd daarbij de volgende opmerking gemaakt: 'Nu God en godsdienst factoren zijn geworden in de slag om de gunst van de kijkers, zal juist een kerkelijk, niet aan ledental gebonden rubriek als Kenmerk sterk moeten waken voor zijn eigen onafhankelijke journalistieke opzet. Dat Kenmerk daarbij wel eens terechtkomt bij politieke stellingname is een punt van voortdurend gesprek. Hoe kan een kerkelijke nieuwsrubriek, zonder concessies te doen aan de gunst van het publiek, toch nog communiceren met datzelfde publiek en zonder in vrijblijvende vroomheid te belanden wezenlijke evangelische vragen blijven stellen? Om dit te bevorderen hebben soms in de Kenmerk-uitzendingen gesprekken plaats en is er regelmatig gelegenheid voor de kijkers om via telefoon deel te nemen aan de uitzending.'

Nog enkele stemmen
Nog enkele synodestemmen. Het IKOR is te weinig ingesteld op de gemeente en op de problemen van de zoekende mens; de toon is vaak hard en dogmatiserend wat, blijkens de opkomst van de EO niet overkomt (ds. W. Ph. van Kooten, Schoorl). De Raad voor de Zaken van overheid en samenleving (ROS) en het IKOR komen beide links over, maar als je bezig bent met knelpunten in de samenleving schuif je vanzelf links op (ds. J. van Veen, secretaris van de ROS). Ds. Addink (Holten) was droevig gestemd over de reacties van de synode op het IKOR. Het was in ieder geval duidelijk, dat het IKOR meer kritiek dan waardering oogstte, hoezeer ook programma-onderdelen lof ontvingen. Ds. S. Gerssen, secretaris voor de Raad van Kerk en Israël ging fundamenteel in op de houding van het IKOR t.o.v. Israël, met name in de laatste oorlog. Hoewel het IKOR in de loop van de jaren er duidelijk toe bijgedragen heeft het joodse denken hier te introduceren, aldus ds. Gerssen, werd er bij de laatste oorlog zó genuanceerd over Israël gesproken, dat het wel de indruk van onwelwillendheid moest maken.' Geschokt toonde ds. Gerssen zich door de opmerking van IKOR-directeur W. J. Koole, dat elk gevoel van anti-semitisme de mensen van het IKOR instinctief vreemd was. Reactie van ds. Gerssen: dan is het probleem onvoldoende gepeild; 'ik durf niet zeggen dat gevoelens van anti-semitisme mij instinctief vreemd zijn'.

De karavaan trekt verder
Wat hebben discussies als deze ter synode voor zin? Na afloop betrekt ieder zijn post, de karavaan trekt verder en alles blijft zoals het was. Het IKOR is zoals het is, synodediscussies ten spijt al geven deze discussies wel aan hoe sterk het onbehagen in de kerk vaak is. Wie het IKOR-rapport doorneemt ontwaart op elke bladzijde hoe de koers is. Het echt gereformeerde element ontbreekt volledig. Men sluit aan bij de filosofie van de Wereldraad van Kerken, waarbij een uitgesproken politieke ideologie achter het geheel van het programmabeleid ligt. Onder het hoofdstuk 'radiocatechese' gaat men bijvoorbeeld uitsluitend in op de zogenaamde 'zwarte theologie' en de 'Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologie'. Het zijn theologieën, die van Jezus niets anders maken dan bevrijder van onderdrukten, door Hem voor te stellen als een aards Messias, die ons voorgaat in de revoluties van de geschiedenis. Het heeft vruchtbaar gewerkt om met deze theologie bezig te zijn, zegt het IKOR-rapport. Theologische studenten uit Kampen hebben de banden en teksten van de uitzendingen bijvoorbeeld gebruikt. Er wordt niet bij gezegd hoe juist deze theologische studenten in Kampen deze hogeschool momenteel in diskrediet brengen, zodat in de kranten enkele malen gesuggereerd is dat in Kampen zich marxistische invloeden doen gelden.
Nogmaals, de koers van het IKOR zal ongewijzigd doorgaan. In de opdrachtformule voor de eindredacteur van de rubriek Kenmerk staat, dat als er sprake is van een controverse der opinies en in zaken, waarvan de eindredacteur vermoeden kan, dat de uitzending ervan tevoren problemen kan opleveren, hij dan eerst overleg moet plegen. Ds. P. J. Droogers zei daarvan, dat vrijwel elke uitzending van Kenmerk controversieel is. Op geen enkele wijze wordt daar zelfs maar een doorsnede geboden van wat in de Hervormde Kerk leeft.

Een sprekend voorbeeld
Twee dagen na dit uitvoerige debat over het IKOR werd al weer een triest bewijs geleverd van wat het IKOR beoogt, toen het IKOR een uiterst kwalijke uitzending weidde aan de synodezitting over het abortus-vraagstuk. Een sporadische stem van de voorstanders van het abortusrapport dat ter tafel lag — een rapport met goede bijbelse lijnen (zie ons nummer van vorige week) — en een koor van stemmen die zich kritisch tegenover het rapport opstelden. Naar buiten toe móést zo wel de indruk worden gewekt alsof de hervormde synode als één man kritisch op het rapport had gereageerd. Aan het slot werd bovendien nog de volkomen onjuiste mededeling gedaan, dat de commissie het rapport zou hebben herschreven en zou aanpassen aan de geleverde kritiek. Een volkomen uit de lucht gegre­pen en onjuiste conclusie. De commissie zal haar werk met behoud van de lijnen die zij getrokken heeft afmaken en in november opnieuw aan de synode aanbieden.
Om slechts één voorbeeld te noemen: uitvoerig liet Kenmerk dr. W. J. Maan (een bioloog) aan het woord, die de stelling lanceerde, dat een embryo in de beginfase nog geen mens genoemd kan worden. Wat dr. Mante, één van de opstellers van het rapport, in een geladen toespraak aan het eind van de zitting opmerkte bleef echter volledig ongenoemd.
Dr. Mante zei, dat het embryo vanaf het begin alle eigenschappen in aanleg bezit van de mens die geboren zal worden, tot de kleur van het haar en de gang bij het lopen toe, en wel terdege vanaf het begin mens is, zodat abortus gelijkstaat met het doden van een pasgeboren baby. Geen woord daarover in Kenmerk, zoals men 'ook nauwelijks repte over de eigenlijke inhoud van het abortusrapport (alleen dr. E. Schroten uit de commissie mocht enkele zinnen zeggen). De Hervormde Kerk moest worden gepresenteerd aan het Nederlandse volk vanuit een conceptie, die het IKOR daarvoor al bij voorbaat gemaakt had, en waarnaar alle betogen ter synode pasklaar werden geknipt. Geen woord van de speech van dr. Mante, van het fundamentele betoog van mevr. Diemer-Lindeboom, van wat ds. Pronk zei over de huidige cultuurcrisis, van wat ds. Spilt opmerkte over de wenselijkheid om de lijnen van het rapport te behouden, van wat ds. Droogers en ds. Van Veenen hebben gezegd, die stelden dat bij alle spreken van de kerk de Schrift het uitgangspunt moet zijn.
Maar genoeg hierover. Men kan zich afvragen of het IKOR niet beter van de synodevergaderingen kan wegblijven, omdat men daarvan niet anders dan karikaturale voorstellingen naar buiten pleegt te geven. Een heroriëntering zit er niet in.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De IKOR-karavaan trekt verder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's