Kerk en opwekking 1
Revival
Een revival (Engels: herleving) is een geestelijke opwekking. Volgens de Chr. Encyclopaedic betekent 'revival' een herleving, inblazing van nieuw leven, geestelijke opwekking. Elk revival onderstelt een geestelijke dorheid en dodigheid, 't zij in 't zij buiten een bepaalde kerk en bedoelt een massale bekering; een tevoorschijn treden van geestdriftig geloof en van een krachtige lust om God te dienen. Geestdriftige opwekkings-predikers prediken de eis van persoonlijke bekering. Met de zonde dient radicaal gebroken te worden, en van nu voortaan zal God in het gehele leven worden gediend. In massa komen zondaren onder een dikwijls hartstochtelijke prediking tot bekering.1)
Historie
In de gehele kerkgeschiedenis is er sprake geweest van dergelijke opwekkingen. We beperken ons tot de tijd na de Reformatie (die in zeker opzicht al een opwekking kan worden genoemd). De meest bekende onder ons zijn dan wel de revivals in Engeland in de 18de eeuw onder predikers als George Whitefield en de broers John en Charles Wesley, en het revival in Amerika (Nieuw-Engeland) onder Jonathan Edwards. Daarnaast heeft Schotland vele eeuwen lang grote revivals gekend. Deze revivals mogen vrij sterk calvinistisch gestempeld worden genoemd. Maar niet alleen daar, óók in Australië, Korea, Zuid-Afrika, Rusland, Zweden, in Noorwegen en Duitsland kwamen revivals voor. Ook Nederland heeft dergelijke verschijnselen gekend (Nijkerkse beroeringen!). Verwant hiermee is weer het Réveil, dat in Zwitserland en Frankrijk ontstond in de 19de eeuw.
Waardering
De revivals brachten soms het zuivere Evangelie en bezielden de dorre kerk met nieuw leven. Dikwijls traden er echter ook pathologische (ziekelijke) verschijnselen op, en verliep de beweging in dwaling en buitensporigheden. Niet altijd konden de revivals de toets van de schriftuurlijke kritiek helemaal doorstaan. In dit verband noemen we de Waldenzen, de Kwakers, het Piëtisme, de Hernhutters, de 'Erweckung' in Duitsland en Zwitserland. Een stuk waarachtige vroomheid ging vaak ten koste van de band met de kerk, die óf erg gerekt werd óf helemaal verdween. In het laatste geval werden de sektarische trekken wel heel duidelijk. Prof. Graafland heeft erop gewezen, dat bij de sekte de vrome mens centraal staat. De verhouding Woord en Geest, bij Calvijn in schone harmonie, wordt hier verstoord. De Geest wordt dan overbenadrukt ten koste van het Woord. 2) Vandaar dat, wanneer het revival uitliep op radicalisme en separatisme, we het negatief dienen te beoordelen. Al doen we dat dan vaak met pijn! En met begrip!
Hedendaagse bewegingen
Ook vandaag de dag zijn er allerlei opwekkingsbewegingen, van meer of minder bijbels gehalte. Eén ding hebben ze gemeen: de kerk is, zoal niet dood, dan toch wel heel erg koud, en dus weinig 'inspirerend'. Het moet allemaal eens een keer helemaal opnieuw aangepakt, beleefd, en beleden (d.i. gedaan) worden. Dat we zo ongeveer 20 eeuwen kerkgeschiedenis achter de rug hebben, is daarbij niet zo heel erg belangrijk meer. Men begint met een reformatorisch elan, maar mist de breedte en diepte van een kerkelijke reformatie. We denken aan de Pinksterbewegingen hier te lande. De uit Amerika 'overgewaaide' Children of God en de Jesus People vinden veel aanhang onder de aan drugs en sex verslaafden, voornamelijk in de grote steden. Andere verschijnselen zouden te noemen zijn, ook binnen-kerkelijk. Allen gedreven door hetzelfde 'vuur': het 'opnieuw' beleven van het christelijk geloof; als het moet — en in sommige gevallen: liefst! — ten koste van de kerk als instituut. Hier rijzen onze bezwaren levensgroot!
Opwekking gewenst?
Kunnen (mogen) we naar een opwekking verlangen? Is een opwekking een gewenste zaak? Een zeer gewenste zaak? Het antwoord moet zijn: Ja! En dat volmondig! Een geestelijke opwekking is een broodnodige zaak. Zelfs nodiger dan dit! Ja! Maar dan wel kerkelijk! Een geestelijke opwekking van de kerk, binnen de kerk en door de kerk.
Een geestelijke opwekking ... Ja! Maar dan een opwekking door de Geest, en niet door een bepaald soort methodisme, op welke kerkelijke of wereldse leest ook geschoeid!
Onze methoden, hoe goed ook bedoeld, rieken naar vlees! En daarmee heeft de Geest niets van doen. De Geest laat zich niet 'vangen' of binden door methoden, systemen, schema's of kerkelijke politiek. De Geest is vrij. De Geest werkt Geestelijk. De enige band van de Geest is het Woord.3) En het Woord is verbonden met de kerk. Aan haar dankt de kerk haar ontstaan; en aan de Geest (H.C. zondag 21). Zo zijn Geest, Woord, en kerk nooit van elkaar te scheiden. Gode zij dank! Zal er van een geestelijke opwekking sprake zijn, dan is de Geest er, én het Woord én de kerk.
En als we kerk zeggen, dan zeggen we ook instituut (in het O.T. is het Verbond geen ideële, maar een reële, geen abstracte, maar een concrete zaak). En als we kerk zeggen, dan zeggen we ook ambt, sacrament, theologie.4) Vandaar dat de Geest zich ook, in afgeleide zin, bindt aan kerk, ambt, sacrament en theologie.
Een geestelijke opwekking? Ja, zielsgraag! Maar dan kerkelijk! Een geestelijke opwekking, een revival, van de kerk der Hervorming, de eigenhandige planting Gods in ons land.
Legitiem?
Is het verlangen naar een opwekking wettig? En kan de opwekking zélf wettig worden genoemd? Dat is dezelfde vraag als: Zijn deze zaken schriftuurlijk? Ons antwoord moet zijn: Beide ! Een geestelijke opwekking, en het verlangen naar deze, zijn schriftuurlijke zaken. En als het schriftuurlijke zaken zijn, dan zijn ze ook geboden. Geboden schriftuurlijke zaken, met de klem van de Geest! Wat staan er in de psalmen niet een gebeden om het welvaren van Sion?! Ps. 51: 20 'Doe wel bij Sion naar Uw welbehagen; bouw de muren van Jeruzalem op'. Ps. 85: 5 'Breng ons weder, o God onzes heils! en doe te niet Uw toornigheid over ons!'. Ps. 90: 13 'Keer weder, Heere! tot hoe lang? en het berouwe U over Uw knechten'. Om er maar enkele te noemen! En welk een existentiële (levende) zaak voor de Israëliet, vgl. Ps. 137: 5 'Indien ik U vergeet, o Jeruzalem! zo vergete mijn rechterhand zichzelf!'; Het gebed van Habakuk (3: 2) spreekt voor zichzelf: Uw werk, o Heere! behoud dat in het leven (Engels: revive) in het midden der jaren, maak het bekend in het midden der jaren; in de toorn gedenk des ontfermens'. Het volk Israël heeft 'hoogtijden' beleefd onder David en Salomo. En het heeft 'hoogtepunten' gekend onder Asa, Josaphat, Hizkia en Josia. Tijden, gemarkeerd door afval en verval (en dat soms heel diep), maar nochtans tijden, waarin de Heere Zijn verbondstrouw overduidelijk toonde. Tot beschaming van Israël, tot verheerlijking van Zijn Naam! Na de ballingschap was er zo'n tijd onder Ezra.
We maken een grote sprong (voor de HEERE niet te groot!) en we zijn bij Johannes de Doper, predikend de doop der bekering van zonden (het Koninkrijk der hemelen werd geweld aangedaan). En wie denkt niet aan de Handelingen? Op één dag 3000 bekeerden! En de volgende dag nog eens 2000! En de Heere deed dagelijks toe tot de gemeente, die zalig werden. Kort daarna velen in Samaria. En 'De gemeenten dan, door geheel Judea, en Galilea, en Samaria, hadden vrede, en werden gesticht; en wandelend in de vreze des Heeren, en de vertroostingen des Heiligen Geestes werden vermenigvuldigd' (Hand. 9: 31). En is de apostolische paraenese (vermaning) niet gericht op een 'opgewekt' christelijk leven? Is het verlangen naar een geestelijke opwekking schriftuurlijk? En is deze opwekking zélf een schriftuurlijke zaak? Helemaal! En voluit! En daarom een geboden zaak!
Poederoijen
1) J. C. Rullmann's Encycl. v. Kerk in verleden en heden. 2), 3) en 4) dr. C. Graafland, Kerk en opwekkingsbeweging.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1974
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1974
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's