Het front
Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods ... (Efeze 6: 12, 13)
Als je vecht tegen vlees en bloed wil dat zeggen, dat je met mensen te doen hebt. Dan kan het een gevecht zijn van man tegen man. Dan kan je elkaar zien en wéét je wie je vóór je hebt. Dan kan de strijd óók wel bitter zijn, maar dan herken je de vijand, je weet met wie je te doen hebt. Maar Paulus zegt in genoemde tekst, dat we uiteindelijk niet met mensen te doen hebben, maar met veel hoger en sterker machten. De strijd der gelovigen is in wezen een geestelijke strijd. Met als aanvoerder de duivel, de mensenmoordenaar van den beginne. Hij heeft een héél heirleger van machtige geesten onder zich. Paulus gebruikt verschillende namen. Maar bij elkaar genomen is het één leger van satan. Het zijn machten, die hij gebruikt om de mensen te binden in hun vervreemding van God. Die er zich voor inspannen, dat God en mens niet bij elkaar komen om eventueel vrede te sluiten en met elkaar verzoend worden. Deze machten beheersen de wereld. Zij houden haar in de geestelijke duisternis. Zij zorgen ervoor, dat de mensen niet uit deze duistere gevangenis ontsnappen. Calvijn zegt, dat juist de verdorvenheid van de wereld de heerschappij van de duivel mogelijk maakt. In deze troebele toestand is er voor de boze machten vrij spel. Zij hebben de situatie méé, temeer omdat zij niet onderkend worden. Paulus wijst op het gevaarlijke hiervan. De geesten der mensen zijn als het ware bedwelmd. En met een bedwelmd mens kun je van alles doen.
Maar nu is er behalve deze geestelijke machten de Geest van God, de Heilige Geest. Door déze Geest geleid waarschuwt de apostel de gelovigen aller eeuwen. Zij moeten een goed onderscheidingsvermogen hebben om Gods vijanden (en hun vijanden) te onderkennen. Dit is al een eerste winstpunt. Wij moeten onderwijs ontvangen in de goddelijke strategie. Anders worden we gewis een prooi van de vijand. Daarom moeten we kennis hebben van het front van de vijand, we moeten goed weten hoe hij z'n legers heeft opgesteld. Zij vormen een breed terrein. Paulus zegt: het zijn wereldbeheersers. Dat wil zeggen: de massa van de mensheid hebben zij in hun greep. Daaruit kan dan alvast déze conclusie getrokken worden, dat, als we aan de kant van de massa staan, we verkeerd staan. Wat over het algemeen 'in' is, wat a.h.w. 'in de lucht zit' is zéker van de duivel. Daarom zijn de geestelijke machten dynamisch van aard. Ze komen telkens met nieuwe beïnvloedingen. Ze weten, dat de mensen van variaties houden. Daarom veranderen de duivelse methoden nogal eens, maar het doel van de strijd blijft de eeuwen door hetzelfde: de mensen onttrekken aan de kennis en macht des Heeren. Zo is het begonnen bij de eerste mensen in het paradijs en zó zal het doorgaan tot de jongste dag. De wortel verzoeking is echter hetzelfde gebleven. Waar legde de boze bij Eva het op toe? Dat zij niet luisterde naar het woord van God maar zich leiden liet door hetgeen haar ogen gezien hadden. Het visuele gaf de doorslag. Is het vandaag anders? Wat te bekijken valt, dat interesseert. Vandaar de devaluatie van het gesproken woord. De T.V. trekt meer dan de radio, het voetbalveld méér dan de preek. Een kras staaltje van de invloed van de wereldbeheersers. Leven bij het zichtbare en tastbare. Vandaar ook de leuzen (zelfs van theologen) dat het om déze wereld gaat. Héél het gedachtenklimaat is erdoor besmet. Alles wat door de mensen uitgedacht wordt tot redding van de wereld (buiten God) is uit de duivel. Want redding zonder verlossing van zonde en schuld is geen redding.
Met schijnoplossingen zijn we niet gebaat. Op de bodem aller vragen ligt der wereld zondeschuld. Wat men voor vrijheid aanziet is een nog sterker gebondenheid aan satan en zijn trawanten. Maar wie zand in z'n ogen heeft ziet niet veel. De wereldbeheersers, die Paulus op het oog heeft zijn zandstrooiers. Hier en daar wordt echter al goed duidelijk waar het op uitloopt als de mensen te veel vrijheid krijgen. Men kan de chaos niet meer bedwingen, het loopt uit de hand. Wie het van déze wereld verwacht klampt zich vast aan een stam, die al voor driekwart doorgezaagd is. Wie ziet het? Niemand, behalve wie de wapenrusting Gods draagt.
'Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods'. Wanneer vroeger iemand tot het geloof kwam en in de gemeente van Christus werd opgenomen, werd gezegd: Welkom in de strijd! Maar, er ligt een wapenrusting klaar. We moeten die aannemen. Het oorspronkelijke woord, dat Paulus voor 'aannemen' gebruikt was in zijn dagen een gangbare militaire term. Wanneer een jonge man in 'dienst' ging, moest hij beginnen met z'n eigen kleren uit te trekken en alles in ontvangst te nemen wat men hem als uitrusting verschafte. Dat gebeurt trouwens nog. Zo moeten we als geestelijke strijders (als krijgsknechten van Christus) de wapenrusting ontvangen uit het wapenmagazijn van God. Met eigen wapenen beginnen we niets. We worden zéker een prooi van de vijand, we zijn zeker niet van gelijke sterkte. Maar God de Heere komt ons te hulp in het strijdperk en zegt: Doet aan Mijn wapenrusting! Dan staat de overwinning vast. Dan kunt ge wederstaan in de boze dag. Die boze dag is er eigenlijk elke dag. Alle dagen, tot aan de wederkomst van Christus, zijn boos. (1 Joh. 5: 19). Daarom zegt Paulus, dat we ieder uur in gevaar zijn. (1 Kor. 15: 30). Elk ogenblik zijn er de listige omleidingen, de verlokkingen, de aanvechtingen, de sluwe berekeningen, de weloverwogen plannen. 'Wat wordt er van ons in die staat, o Vader, zo Gij ons verlaat?' Maar als we gaan in Zijn wapenrusting verlaat ons de Heere niet. Hij opent allereerst onze ogen, dat we inderdaad in 'de boze dag' leven. Hij laat ons met de bevrijdingsleuzen van deze wereld niet méédoen. Hij laat ons het onderscheid goed zien tussen Zijn woord en de slagzinnen van de wereldbeheersers. Hij onderwijst ons in de ware weg der verlossing, die alleen in Jezus Christus is, zodat we alles van Zijn Zoon gaan verwachten. Daartoe laat Hij ons (door Zijn Geest) de loopgraven van satan zien. Hij opent onze ogen voor de 'methoden' van de vorst der duisternis. Hij leert ook steeds te zeggen: Mijn hulp is van de Heere alleen. Ik zal mijn vertrouwen van alle schepselen aftrekken en op U alléén stellen. Zo worden we krachtig in de Heere en in de sterkte Zijner macht. Maar dan moeten we ook (zoals Paulus zegt) alles verricht hebben. Met eerbied gesproken: we komen er hier niet met een franse slag doorheen. Het vraagt de inzet van onze gehele persoon. De boze dag maakt ons soms dodelijk vermoeid. Onze doodsvijanden houden immers niet op ons aan te vallen? Maar in de wapenrusting Gods houden wij stand. Dat wil zeggen: Worden we van onze plaats niet bewogen. Wat is deze plaats? Het verkeren — door de genade van Christus — onder een geopende hemel. Het wéten: Zijn oog slaat mij in liefde gade. En: die bij ons zijn, zijn méér dan die bij hén zijn.
Het front is gevaarlijk, er wordt met scherp geschoten. Maar er zijn bewarende handen, zegenende handen! Ze reiken ons alles toe wat we nodig hebben om staande te blijven. Wat is het groot, zelfs aan het front te ervaren, dat er een God van vrede is.
Putten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1974
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1974
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's