Preken in onderscheiden situaties 1
De prediking
Zoveel kan ons nu wel duidelijk zijn: de rechte prediking, dus zeker de prediking die van de gereformeerde beginselen wil uitgaan, moet gebracht worden in overeenstemming met het Woord van God en in onvoorwaardelijke onderworpenheid aan dat Woord met hoofd en hart en wil. Ondanks al onze kleinheid en onbekwaamheid, moet dat ons doel en onze begeerte zijn. Als een gemeentelid tekort doet aan het Woord van God is dat erg; wanneer een prediker dat doet is het onnoemelijk veel erger. God zal het volk van Zijn hand eisen. Zie Gods dreigementen tot hen, die van het Woord afdoen, in Jesaja 8: 20 en in Openbaring 22: 18.
Dienaar des Woords
Een van de titels, die aan de predikers gegeven wordt is V.D.M., dat wil zeggen: Verbi Divini Minister, wat betekent: dienaar van het Woord Gods. Dienaar, niet bedienaar. Dienaar, onderworpen aan het Woord. Hij staat in dienst van het Woord, waarmede God tot ons komt. In dat Woord ligt zijn opdracht; aan dat Woord moet hij onderworpen zijn.
Het kan nuttig zijn ons te laten waarschuwen door het ontstellende voorbeeld van Bileam. Als Bileam het woord neemt, staat hij zichzelf op te blazen, etaleert de gaven, die hij - slechts tijdelijk - van God ontvangen heeft: 'Bileam, de zoon Beors, spreekt en de man, wie de ogen geopend zijn, spreekt; de hoorder der redenen Gods spreekt en die de wetenschap des Allerhoogsten weet, en die des Almachtigen gezichten ziet; die verrukt wordt en wie de ogen ontdekt worden ...' maar met dat al bleef hij een valse leraar, wel door God gebruikt, wel voor een ogenblik onder de verlichting van Gods Geest gesteld, maar uiteindelijk verworpen. Hoe sober steekt daarbij af de eenvoud van de ware profeten van God. Zij zijn klein, zij verdwijnen achter hun grote boodschap en beginnen hun prediking met een eenvoudig maar glashelder: 'Zo zegt de HEERE!' Dat is de rechte houding voor een prediker. Het Woord moet niet alleen zijn geest verlichten, maar ook zijn hart vernieuwen, opdat hij, het met God eens zijnde, het Woord mag prediken. Dit doel moet ons steeds voor ogen staan; aan die eis moeten wij trachten te beantwoorden. Zo alleen ontvangen wij wijsheid en moed.
Dit kost natuurlijk zelfkennis en zelfverloochening, maar ook gedurige, nauwgezette studie, met name van het Woord zelf. Bekend is de uitspraak: 'Wie niet studeert, is niet bekeerd'. Dit lijkt mij onjuist. Wel kunnen we zeggen: die verzaakt zijn plicht; die woekert niet met de gaven, die God hem gegeven heeft. Wie niet studeert overschat zichzelf; onderschat de gemeente, de 'hoorders'; die onderschat boven alles de hem opgedragen taak.
Drie boeken
Luther heeft wel eens van de predikers gezegd, dat een prediker van het Woord goed thuis moet zijn in drie boeken: in het Boek van God, in het boek van het mensenhart en in het boek van de tijd, van de tijdgeest. Elk van deze drie eist al een mensenleven of meer. Inderdaad, ook het boek van het mensenhart, te beginnen bij zichzelf. Hij moet de gemeente leren kennen in haar levensomstandigheden, in haar persoonlijke huiselijke noden, in haar oprechtheid en in haar onoprechtheid, in haar waarheid en in haar schijn. Daartoe is het huisbezoek dringend nodig. Herhaaldelijk wordt geringschattend over het huisbezoek gesproken en geschreven. Vele dominees zien het nut ervan niet in. Over dat nut kan gesproken worden, maar in elk geval is het nuttig voor de dominee zelf. Dan leert hij dat hijzelf nog niet zoveel weet en kan; dan leert hij de gemeente kennen; dan leert hij eenvoudiger en meer pastoraal prediken, niet als een geleerde, maar als een herder der schapen. Vanouds heeft men ons reeds geleerd, dat de prediking van Gods Woord moet bestaan uit twee hoofdbestanddelen, explicatie en applicatie, dat is: uitleg en toepassing. Voor de uitleg heeft de dominee de wetenschappelijke opleiding nodig en de gedurige studie in de studeerkamer; voor de toepassing heeft hij onder meer nodig het kennen van de gemeente, dus ook het huisbezoek, ziekenbezoek, bejaardenbezoek, doopbezoek enz. Ook de catechisaties om de jeugd te leren kennen.
Hetzelfde anders
De taak is hetzelfde Woord in allerlei omstandigheden te brengen, maar dat wil niet zeggen dat het steeds helemaal op dezelfde manier moet geschieden. Het gaat steeds wezenlijk om dezelfde mens, maar de mensen zijn eindeloos gevarieerd en ook uitermate gecompliceerd; bovendien kunnen de levensomstandigheden zeer verschillen. Ook de tijdsomstandigheden, die ons ook weer voor nieuwe vragen en problemen stellen. Het is onmogelijk, dat ieder dominee op dezelfde wijze de boodschap van God zal doorgeven. De boodschap is zo onvoorstelbaar rijk en de verstgevorderde kent nog maar ten dele. Bovendien is ieder mens, wat aanleg betreft, beperkt en dus min of meer eenzijdig. Tenslotte is onze geestelijke ontwikkeling ook nog maar ten dele. Zo gezien is de gemeente maar aan gebrekkige mensen 'overgeleverd'. Toch niet, want God heeft aan de gemeente Zijn beloften gegeven. Hij wil de dienaren bekrachtigen. Hij kan hen boven zichzelf uittillen — en doet dat ook. Hij geeft hen zelfs in hun meest aangevochten tijden meermalen een ambtelijke zegen. Een bekwame tekenaar kan met eenzelfde tekenstift heel wat meer bereiken, dan een onbekwame; zo kan God met een zwak mens grote dingen doen. Dit stemt volledig overeen met de ervaring, die Paulus opdeed in de leerschool des Heeren: Wij hebben deze schat — de verlichting door het Evangelie — in aarden vaten, opdat (opdat!) de uitnemendheid der kracht van God zij en niet uit ons' (2 Corinthe 4: 7). God zal Zijn eer niet aan het schepsel, aan de eerrover, geven!
Bijbelse voorbeelden
In de artikelen over het 'onderscheidend prediken' is er al op gewezen, dat er velerlei geestelijke situaties en toestanden mogelijk zijn. Dat eist meermalen een andere aanpak, een andere gerichtheid van de prediker. De Bijbel geeft daarvan duidelijke voorbeelden. Ook de spreekwijze van Jezus maakt dat duidelijk. Een zondares spreekt Hij heel anders aan (Johannes 8: 11), dan de blinde leidslieden (Johannes 9: 41; Mattheüs 23). Nicodemus pakt hij heel anders aan, dan de los-levende Samaritaanse vrouw (Johannes 3 en 4). Beiden moeten ontdekt worden aan hun onbekeerdheid en zonde; beiden wil Hij brengen tot de weg des geloofs, dus het doel is één, maar Zijn methoden zijn heel verschillend. Nicodemus, de man, die denkt er te zijn, moet horen, dat alle godsdienst en alle gelovigheid zonder wedergeboorte door de Geest, tekort is voor het Koninkrijk Gods; de zondige vrouw, die begint te vragen naar Gods weg, moet horen, dat wij Gods weg alleen zullen kunnen vinden als wij onze zonden inzien en met de zonden — in haar geval o.a. het zondige samenleven — willen breken. Zo was ook Gods weg met Lydia (Handelingen 16: 14) anders dan Zijn weg met Saulus (Handelingen 9: 3—6), Zijn weg met Luther anders dan met Calvijn, Zijn weg met u anders dan met mij enz. Daar moet een prediker oog voor hebben. Gods werk is maatwerk, geen confectie; Gods werk is afgestemd op onze toestand, op ons verleden, op ons karakter zelfs; wij mogen Gods wegen niet dwingen in ons denk-corset, in ons dogmatisch systeem. Dezelfde verschillen zien wij ook in de brieven van de apostelen. Niet alleen heeft Johannes een heel andere stijl van spreken dan Paulus en dan Petrus en dan Jacobus, maar ook Paulus zelf heeft in zijn verschillende brieven een heel andere wijze van benaderen. Niet één sleutel past op alle sloten; niet één preektrant is voor allen en in alle omstandigheden de juiste, de alleenzaligmakende. Als de prediker maar eerlijk is; als hij maar afziet van mensen-smaak en mensen-eer; als hij maar niet eigen eer bedoelt, maar de eer van zijn Zender en het heil van de gemeente.
Voor Gods gericht
In elk geval moeten wij de zondaar plaatsen voor Gods aangezicht, 'dagen voor het gericht, waar wij gewis geoordeeld worden' (aldus Calvijn). De prediking is wel eens genoemd het preludium van het toekomende oordeel. Het oordeel, dat God eenmaal over ons zal vellen, dat moet over ons in de prediking uitgesproken worden: het oordeel over onszelf buiten Christus; het vrijsprekend oordeel over de zondaar in Christus. In de prediking moeten wij horen, wat ons te wachten staat. Daarom moeten in de prediking de twee wegen voorgesteld worden, de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen gehanteerd worden, ontsluiting en toesluiting, zie Catechismus zondag 31. Daarom geen algemene verzoening, noch voor de wereld, noch voor de kerkgangers. Wel een algemeen aanbod van genade! Zoals een van de gebroeders Erskine zegt: 'Ik geloof niet in algemene verzoening, maar wel in een algemeen aanbod van genade. Helaas worden die twee meermalen vereenzelvigd. Een dominee, die ruim het aanbod van genade predikt én de oproep tot geloof en bekering, moet nogal eens horen — in het gezicht, noch vaker achter zijn rug — dat hij een algemene verzoening predikt. Die beschuldiging is misplaatst. Dus: ontdekkend prediken. Aanwijzen de grove dwaalwegen, maar ook de vroomschijnende listen van het hart. Wie zal zijn afdwalingen verstaan? Die door God verlicht en gereinigd wordt (psalm 19: 13).
Jong en oud
Wezenlijk is er tussen jong en oud weinig of geen verschil. Tezamen zijn wij gevallen adamskinderen en dus geschonden beelddragers van God. Verwerpelijk, maar nog niet verworpen. Integendeel: gezegend, gedragen en verdragen, én geroepen tot Zijn Koninkrijk. Maar al zijn wij wezenlijk voor God gelijk, dat wil niet zeggen, dat wij allen op eenzelfde niveau van kennis en begrip staan. Als Gods Geest ons door Salomo leert: Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis van zijn weg ...' (Spreuken 22: 6) dan houdt dat ook een lering in voor de prediking. Geen aparte kinderkerk, en geen aparte jeugddiensten; die doen op de lange duur meer kwaad dan goed; maar als wij de kinderen en de jeugd in de kerk willen hebben, dan moet ook in de harten van de kerkgangers en in de harten en in de prediking van de predikers ruimte voor hen zijn. Stelselmatige verveling tijdens de kerkdiensten kweekt verzet, haat, onkerkelijkheid. Helaas vergeten wij vaak de kinderen en de jeugd, helaas vergeet de gemeente ook vaak haar eigen kinderen. Doen die maar 'voor spek en bonen' mee? Laten wij hier aandacht, meer aandacht aan besteden.
Leer de jongen naar de eis van zijn weg. Dat houdt onder meer in eenvoudig preken, liefst wat vertellend preken. Dat is niet kinderachtig, Jezus deed het ook zo. Zijn wij daarboven verheven? Dat is louter inbeelding. Hoe leert men eenvoudig prediken? Door veel studie, gepaard aan eenvoudigheid des harten en door veel omgang met de gemeenteleden. Eenvoudig preken, dat houdt in: de kennis van de gemeente niet al te hoog aanslaan.
De jeugd moet nog onderwezen worden in de grondbeginselen van de onderwijzing des Heeren en iedere prediker zal het wel ervaren, dat geldt niet alleen van hen, die jong van jaren zijn, maar van het overgrote deel van de oudere gemeenteleden. Er is weinig kennis, er wordt weinig gelezen; daardoor verbleekt zelfs de bijbelkennis, die wij in onze schooljaren opgedaan hebben. Bovendien is de gemeente in meerderheid niet gewend om veel en diep na te denken — dat brengt hun werk mee — zodat lang luisteren zeer vermoeiend is. Korter prediken, maar duidelijk en grondig, blijkt steeds meer noodzakelijk.
De kinderen
Kinderen zijn een zegen des Heeren. Inderdaad, maar zij kunnen ook wel eens lastig zijn. Net als wijzelf trouwens! Kinderen in de kerk is een zaak, die bijzondere aandacht vraagt. De dominee kan toch niet zo prediken, dat de kinderen van a tot z erbij kunnen. Hier ligt een taak voor de ouders. Zij moeten thuis een toepassing geven op de preek; trachten het in hun gezin door te spreken. B.v. door vragen te stellen over de preek en daar dan nog wat over na te praten. Dit gebeurt zelden. Helaas ja, maar dat wil niet zeggen: Iaat dat nu maar zo voortmodderen. Ouders hebben een grote taak tegenover de kinderen en hier ligt een mogelijkheid om die taak te vervullen. Ouders, 'tracht als 't u blieft het gesprek op gang te brengen. Wij kunnen in deze veel leren van de duiven. Een duif weekt het voedsel in zijn krop en geeft het daarna aan de jongen, zo moeten ouders het Woord in zich opnemen en aan de kinderen doorgeven.
Harderwijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1974
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1974
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's