Een nieuwe dogmatiek van Berkhof (1)
Een belangrijke gebeurtenis
Van tijd tot tijd verschijnen er in ons land boeken die een bredere aandacht verdienen dan een beknopte recensie. Wie ook maar enigermate met de ontwikkeling van kerk en theologie in ons vaderland meeleeft, zal zich er daarom niet over verbazen dat we aan het nieuwe boek van de Leidse kerkelijke hoogleraar prof. dr. H. Berkhof enkele artikelen wijden. In allerlei artikelen is de verschijning van dit boek in de decembermaand van het vorig jaar een gebeurtenis genoemd. En terecht! De verschijning van een complete geloofsleer — door de schrijver bescheiden een 'inleiding' genoemd — is immers geen alledaags gebeuren. Haitjema en Van Niftrik gaven na de oorlog een dogmatisch handboek in beknopte vorm, terwijl in de Geref. Kerken naast de befaamde dogmatiek van Herman Bavinck, in de na-oorlogse jaren Berkouwers dogmatische studiën, die overigens meer het karakter dragen van losse monografieën dan dat ze een complete dogmatiek vormen, de discussie bepaalden. Daarnaast zijn er nog wel een aantal op zichzelf staande studies te noemen van Nederlandse theologen. Maar over het geheel genomen is de oogst aan complete dogmatische overzichten schaars.
Daar komt nog iets bij. De zestiger jaren brachten een vloedgolf van snel opkomende en vaak ook weer even snel verdwijnende vernieuwingstheologieën te zien, die bepaald niet stimulerend waren voor de dogmatische bezinning. Als God dood verklaard wordt en alles gezet wordt op de kaart van het hier-en-nu blijft er voor de dogmatiek weinig te zeggen over.
Zoals gezegd: deze vloedgolf is weggeëbd. Namen die enkele jaren geleden bijna wekelijks voorkwamen in de kerkelijke pers zijn in het vergeetboek geraakt. Wat gebleven is, is een onoverzichtelijk geheel van onbeantwoorde vragen, nieuwe aanzetten, kritische geluiden ten aanzien van het klassieke belijden en het dogma der kerk, en een sterk op de maatschappij gerichte theologie. Symptomatisch is ook het feit dat leidinggevende theologen van onze tijd hun meningen eerder neerleggen in losse artikelen dan dat zij een samenvattend werk publiceren. Wie zal het immers in een tijd waarin zoveel op drift is geraakt, zich in een stroomversnelling bevindt en meer vraagtekens gezet worden dan uitroeptekens, wagen een dogmatiek op tafel te leggen.
Woord en weerwoord
Welnu, prof. Berkhof heeft zich aan deze poging gewaagd. En het resultaat is een glashelder geschreven boek van bijna 600 bladzijden dat zich zoals we dat van Berkhof gewend zijn, laat lezen als een spannende roman. Wie ooit nog mocht menen dat dogmatiek bedrijven een 'dorre, leerstellige' aangelegenheid is kan door de lezing van Berkhofs boek van deze waan wel grondig genezen worden.
Geen wonder dat de belangstelling voor dit boek enorm groot is. Niet alleen blijkt dat uit het feit dat de eerste druk kort na verschijnen was uitverkocht, zodat we veilig kunnen aannemen dat zeker in de meeste pastorieën dit boek een plaats zal hebben. Maar ook uit de reacties op dit boek blijkt van hoeveel belang de publikatie van dit handboek is voor kerk en theologie. Afgezien van de vraag, of men met de hooggeleerde auteur instemt inzake diens visie, of niet, men zal aan de inhoud onmogelijk voorbij kunnen.
Het is dan ook te verstaan dat vrienden van prof. Berkhof de huldiging ter gelegenheid van zijn 60ste verjaardag op 11 juni 1974 afgestemd hebben op het feit van de verschijning van zijn dogmatiek. Zij meenden dat een 'Festschrift', Duits dik en degelijk niet zou passen bij een man als Berkhof. De jubilaris zou er beslist niet mee uit de voeten kunnen. Het comité dat het huldeblijk voorbereidde meende niet beter te doen dan 25 theologen uit binnen- en buitenland te vragen een kritische reactie te geven op aspecten van zijn geloofsleer. Het resultaat is het boek 'Weerwoord' dat de discussie en de doordenking van hetgeen door Berkhof is aangereikt wil stimuleren en begeleiden.
Opzet en indeling
De wijze waarop de auteur erin geslaagd is zijn stof te ordenen en te behandelen dwingt zonder meer de diepste bewondering af. Berkhof maakt gebruik van twee lettertypen: in de grote letters geeft hij een beknopte uiteenzetting van de geloofsleer en tracht hij uit te spreken hoe hij de waarheid Gods verstaat; in de in kleine letters geschreven passages geeft de schrijver zijn bijbels-theologische overwegingen, dogmen-historische overzichten en bespreekt hij de op het onderwerp betrekking hebbende literatuur. Wie dus snel wil weten, hoe Berkhof over bepaalde aspecten denkt, kan zich beperken tot de grote letters. Wie informatie van bijbels-theologische, dogmen-historische en dogmatische aard wil ontvangen, moet de kleine letters beslist niet overslaan. Op deze wijze is in de 600 bladzijden een overstelpende hoeveelheid materiaal verwerkt. De belezenheid van Berkhof is groot. En deze overzichten maken zijn boek ook geschikt als studieboek en als naslagwerk.
De opzet van het boek is als volgt. De inleiding behandelt de prolegomena van de dogmatiek, dat wil zeggen de opmerkingen vooraf waarin gepoogd wordt de eigenlijke inhoud van het christelijk geloof te plaatsen op het veld van religie en geloof. Hier vallen natuurlijk geweldige beslissingen. Wat in die eerste 42 bladzijden gezegd wordt over het verschijnsel 'godsdienst', het atheïsme, het christelijk geloof en de niet-christelijke godsdiensten, de verhouding tot jodendom en islam is voor het geheel van de uiteenzetting inzake het christelijk geloof van fundamenteel belang. Denkt u alleen maar aan de vraag: Is er een toegang vanuit het religieus besef tot het verstaan van het christelijk geloof? Of is er een absolute breuk tussen religieus besef en christelijk geloof, samenhangend met het feit van het bijzondere van Gods openbaring in Christus, als een werkelijkheid die nooit vanuit ons te verstaan is, maar van de andere kant komt? Dat zijn vragen die de eeuwen door tot veel meningsverschil aanleiding gegeven hebben. Ik meen dat ook Berkhofs boek de waarheid van Van Rhijns opmerking aantoont. Hoofdstuk 3, de Schepping handelt over de schepping van de wereld, de mens als schepsel en zondaar, de vragen inzake voorzienigheid en onderhouding. Hoofdstuk 4 is gewijd aan Israël. Een opvallende zaak, dat in een dogmatiek uitvoerig aandacht gegeven wordt aan Israël. De verhouding Oude en Nieuwe Testament komt in alle dogmatische handboeken wel ter sprake. Maar Berkhof verbreedt dit door ook de relatie Israël en de kerk erin te betrekken. Hoofdstuk 5, Jezus de Zoon gaat in op de christologie, Persoon en werk van Jezus Christus. Hoofdstuk 6 behandelt de leer inzake de kerk (gemeenschap, instituut, ambt, diakonaat, eredienst, eenheid en verscheidenheid, relatie tot de wereld, kerk en apostolaat enz.). Terwijl de hoofdstukken getiteld 'De vernieuwing van de mens' en 'de vernieuwing van de wereld' ingaan op de vragen van rechtvaardiging, heiliging, de geschiedenis, de heiliging van de wereld enz. Het laatste hoofdstuk 'Alles nieuw' houdt zich bezig met de toekomst.
Hoe zit het met de waarheidsvraag van het christelijk geloof? Is dogmatiek een wetenschap? En zo ja, hoe? Hoe hebben we vanuit het christelijk geloof te oordelen over jodendom en islam? Berkhof gaat op al deze vragen in zijn inleiding in. Dan volgt in hoofdstuk 1, getiteld Openbaring de behandeling van het begrip 'openbaring', de kwestie van Schrift, canon en traditie, de relatie van openbaring en geschiedenis.
Hoofdstuk 2 stelt de Godsleer aan de orde, de kwestie van wezen en eigenschappen. En ook hier vallen beslissingen. Wanneer Berkhof in par. 20 als het middelpunt van zijn leer over God spreekt over de heilige Liefde, dan komt op blz. 133 al de vraag aan de orde: Zal deze liefde het uiteindelijk niet winnen van de toorn, zodat in laatste instantie er gehoopt mag worden op een alverzoening? Bij deze bladzijde moest ik denken aan de opmerking die prof. Van Rhijn op college nogal eens placht te maken: De beslissingen in de dogmatiek vallen in de Godsleer.
Totzover dit sumiere overzicht inzake de inhoud. Ik ben me ervan bewust dat dit eerste artikel een vrij formeel karakter draagt. Overzichtelijkheid en helderheid van stofbehandeling zijn niet niets, maar wettigen nog niet de kwalificatie: Boek van het jaar, die ik ergens tegenkwam in een bespreking van Berkhofs dogmatiek.
Nu mag men deze kwalificatie laten voor wat het is. Maar we zullen wel de vraag onder ogen moeten zien: Wat is het dat de auteur doet schrijven zoals hij doet? Zo, dat voor- en tegenstanders erdoor gepakt worden. Wat is voorts de structuur van deze dogmatiek. Bavinck's dogmatiek droeg destijds de titel Gereformeerde dogmatiek. Kan men dat ook van deze inleiding zeggen? Of spelen er andere factoren in mee, die dusdanige invloed hebben dat we in weerwil van het veelvuldig beroep op Calvijn en de reformatorische belijdenisgeschriften moeten zeggen: Wij hebben bepaald geen gereformeerde dogmatiek voor ons, eerder een oecumenische dogmatiek? Dat laatste zou gezien de positie die Berkhof in de Wereldraad inneemt bij voorbaat al geen vreemde zaak zijn. In elk geval: in enkele volgende artikelen willen we wat dieper op de zaak ingaan.
Utrecht A. N.
Dr. H. Berkhof, Christelijk Geloof. Een inleiding tot de geloofsleer; 586 blz., ing. ƒ 29, 50, geb. ƒ 67, 50; Callenbach, Nijkerk 1973;
Weerwoord reacties op dr. H. Berkhofs Christelijk geloof ter gelegenheid van zijn 60ste verjaardag; 255 blz., f 31, -; Callenbach, Nijkerk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1974
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1974
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's