Wapenen der overwinning
Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs, met hetwelk gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen. En neemt de helm der zaligheid en het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord. (Efeze 6: 16, 17)
Paulus heeft uit de wapenrusting Gods verschillende onderdelen genoemd. Maar hij is nog niet klaar. In de verzen 16 en 17 noemt hij nog een paar onderdelen, die men vlak vóór de strijd aangreep: het schild, de helm en het zwaard. Denk erom (wil hij zeggen) dat ge déze drie vóóral niet vergeet. Het gaat hier over dingen, die in verband staan met het directe lijfsbehoud. Met het schild wordt het langwerpige schild bedoeld, dat aan de linkerhand gedragen werd en het lichaam moest beschermen. Zo'n schild was onmisbaar voor elke soldaat. Wie onbeschermd de strijd in ging haalde meestal de avond niet. Want de pijlen die afgeschoten werden waren veelal in pek gedompeld en werden brandend afgeschoten. Soms waren zij tevoren ook nog in vergif gedoopt. Ze konden dus dubbel verderf aanwenden. Vandaar, dat de apostel hen vurige pijlen noemt. Ze zaaien dood en verderf. Welnu, zulke pijlen schiet de duivel ook af. Hij is immers de mensenmoorder van den beginne?! De laatste tijdsperiode zal hij goed benutten in de wetenschap dat hij kleine tijd heeft (Openb. 12: 12). En steeds méér giftige pijlen schiet hij af. En wat zijn we in onszelf weerloos. Hoe nodig dus altijd het schild te dragen. Welk schild? Het schild des geloofs! Paulus mocht weten hoe betrouwbaar dat schild is. Waar zit de kracht van het geloof? Dat het rust op de waarachtigheid van God. En die mogen we kennen vanuit Zijn Woord. Het Woord is de méérkade van het geloof. We hebben met een God te doen, die niet liegen kan.
De schilden in de oudheid waren meestal van dichtgesloten hout, overtrokken met taai leer of dierenhuiden. Vaak waren ze ook met ijzer bedekt. Het schild was in de Grieks-Romeinse tijd het laatste wat men verliezen mocht. Volgens bepaalde Griekse wetten werden soldaten niet gestraft als zij hun werpspies verloren hadden, wél als zij hun schild waren kwijtgeraakt. Er was een spreekwoord dat luidde: Men moest óf op z'n schild óf met z'n schild terugkeren uit de strijd. D.w.z. men moest óf overwinnen óf sterven. Gesneuvelde soldaten werden vaak op hun schild begraven.
En nu bedoelt Paulus te zeggen, dat wie met het schild des geloofs strijdt mét z'n schild uit de strijd zal komen. M.a.w. hij sneuvelt niet. Dat zegt hij zelf in 2 Tim. 4: Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop voleindigd, ik heb het geloof behouden. Ik ga mét m'n schild naar huis. En zo is het met allen, die de verschijning van de Heere Jezus hebben liefgehad. Zij zijn in het geloof gestorven, ze hebben hun schild niet verloren. Zij zijn dat vaste vertrouwen in de onwankelbare God niet kwijtgeraakt. Het geloof is en blijft het wapen der overwinning.
Nu noemt Paulus verder nog: de helm der zaligheid. Om goed uitgerust te zijn had een soldaat niet alleen een schild, maar ook een helm nodig. Zijn hoofd moest immers óók beschermd worden ? Met z'n hoofd moest hij boven z'n schild uit kunnen zien om de vijand in het vizier te houden. Kijk (zegt de apostel) zó heeft de Heere Z'n kinderen in de strijd ook een sterke helm gegeven. Volgens z'n eigen woorden (in 1 Thess. 5) is deze helm de hoop der zaligheid. De verhouding van schild en helm is dus die van geloof en hoop. De hoop strekt (als dochter van het geloof) zich uit naar het toekomende. Het is immers de hoop der zaligheid?! Zij is een werkzame verwachting van hetgeen komen gaat omdat God het beloofd heeft. In de hoop is de ziel gespannen, omdat het een gegronde hoop is. De grond is Gods belofte en Gods ééd. Daardoor worden we in staat gesteld de voorgestelde hoop vast te houden. De hoop is vaak gesymboliseerd door een anker. Een anker is om in een vaste bodem te hechten. Waar ligt onze ziel vaster dan in de grond van Jezus' bloed en wonden? Is het wonder, dat Paulus op een andere plaats zegt: Verblijdt u in de hoop ?! Als christen (in Bunyans christenreis) door de doodsrivier moet, is hij bang, dat hij nog verdrinken zal. Maar Hoop houdt z'n hoofd boven water en zegt: Houdt u dapper, m'n broeder, ik voel de bodem en hij is betrouwbaar. En zo kwamen zij door de doodsrivier en engelen verwelkomden hen. Met de helm der zaligheid houden wij het uit, evenals met het schild des geloofs. David zei: 'Heere, Heere, Sterkte mijns heils, Gij hebt mijn hoofd bedekt ten dage der wapening.
Tenslotte noemt Paulus het zwaard des Geestes: Een zwaard is een aanvalswapen. Tot nog toe hebben wij het over verdedigingswapenen gehad. Het laatste wapen wat Paulus noemt is een strijdwapen. Het is een scherp wapen. Want het Woord van God is levend en krachtig en scherpsnijdender dan een tweesnijdend scherp zwaard. Het dringt overal doorheen en scheidt merg en been. Wie het recht gebruikt behoeft géén vijand te vrezen. Als er Eén met dit wapen gestreden heeft dan Christus zelf. Of het dus een goed zwaard is, want de duivel gaat ervoor op de vlucht. Van nature strijden we maar al te vaak met vleselijke wapenen, maar dan leggen we het tegen onze vijanden af. Nee, alleen het zwaard van de Geest overwint hen. Zoals vroeger een soldaat zich oefenen moest om z'n zwaard goed te gebruiken, zo moeten ook wij leren het Woord van God goed te hanteren. Daartoe moeten we het goed kennen. Zou het daar in onze tijd veel te veel aan mankeren? Zijn we daardoor zo zwak geworden in de strijd? Of zijn we bang, dat we door het zwaard van de Geest de vrede verstoren? Wat dit betreft heeft de Heere Jezus gezegd: Meen niet dat Ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen, maar het zwaard. En dóór dat zwaard verdeeldheid, tot zelfs in de gezinnen, tussen ouders en kinderen, broers en zusters. Het zwaard van de Geest verstoort elke valse vrede. Daar moeten we tégen kunnen! We hebben het Woord van God te handhaven in alle levenssituaties. Wee, die het nalaat 'om de lieve vrede'. Dat is een valse vrede. Van elke wapenstilstand in de geestelijke strijd trekt de duivel profijt.
Toen Johannes op Patmos de Heere Christus in heerlijkheid aanschouwde, zag hij hoe uit Zijn mond ging een tweesnijdend scherp zwaard. Met Zijn allesdoordringend Woord zal Christus goddeloos en heilig van elkaar scheiden. Hier in beginsel en straks definitief op de grote oordeelsdag.
Maar behalve een aanvalswapen is een zwaard ook een verdedigingswapen. Zo mogen wij het heilig Woord van God gebruiken om de boze aanvallen te weerstaan. En die aanvallen zijn niet mis. Niét alleen van buiten maar ook van binnen. Met wat een twijfel en verzoeking kan de boze op ons afkomen. Maar zalig als we met Christus ons mogen verdedigen: Er staat geschreven! Dat zal uitkomen! Als de duivel daaraan denkt siddert hij nu al. Het Woord zal zegevieren. God zal Zijn waarheid nimmer krenken. Ongelukkig wie het zwaard van de Geest uit de hand laat vallen. Als het Woord weg is, is ook het geloof weg. Ons gebed moge zich vermenigvuldigen om met het Woord de strijd voort te zetten. Zo komt er zéker de overwinning. Niet om óns strijden. Want, wat hoorde Johannes op Patmos? Zij hebben overwonnen, door het bloed van het Lam.
Putten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1974
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1974
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's