Uit de pers
De Free Church van Schotland
Ter gelegenheid van de vergadering van de synode der Vrije Kerk in Schotland bezocht de Apeldoornse hoogleraar prof. dr. W. van 't Spijker Schotland om een klein stukje Kerkelijk leven mee te maken, waarvan hij vertelt in enkele artikelen in De Wekker. Deze kleine kerk van Schotse afgescheidenen vormt, aldus Van 't Spijker, een grote familie. De verbondenheid is groot. Dr. Van 't Spijker wijst in De Wekker van 14 juni op het feit dat deze Vrije Kerk volledig recht wil doen aan de kracht van het gereformeerd belijden.
Daar ligt ten diepste ook de wortel van deze Vrije Kerk in de geschiedenis. Wij tellen het jaar 1834. Zij houden het op 1843. Wij spreken van de Afscheiding. Zij noemen het de Disruption maar er is een diepe verbondenheid in de vraag naar het confessioneel gehalte zoals die in de geschiedenis werd gesteld, in de geschiedenis zelfs tot een breuk leidde, maar zoals die ook vandaag nog geldt en moet blijven gelden. Ook in die zin heeft deze kleine kerk een grote familie van mensen die in dit spoor verder willen.
Zeker, ook Schotland kent zijn gereformeerde gezindte met alle spanningen daaraan verbonden. De Vrije Kerk wil gereformeerd en in die zin ook oecumenisch zijn. Maar waakt voor elk relativisme, dat de binding aan de belijdenis op losse schroeven zet.
Een kleine kerk ... een grote familie. Dat geldt ook het lidmaatschap van de Gereformeerde Oecumenische Synode. In 1953 vergaderde in Edinburgh de Gereformeerde Oecumenische Synode, waar toen als waarnemers van onze Christelijke Gereformeerde Kerken aanwezig waren prof. J. J. van der Schuit, ds. J. C. Maris en ds. A. Bikker, terwijl onder de gasten werd geteld ds. L. Floor. Sindsdien werden ook onze kerken lid van de Gereformeerde Oecumenische Synode. Toen werd aan de deelnemende kerken het advies gegeven om zich niet aan te sluiten bij de Wereldraad van Kerken, omdat deze verschillende uitleggingen van haar grondslag toelaat en daarmee van de aard van het christelijk geloof. Het verwondert ons nu niet dat binnen de Free Church van Schotland ernstige ongerustheid bestaat over wat men noemt een dual membership, een dubbel lidmaatschap, nl. van de Gereformeerde Oecumenische Synode én van de Wereldraad van Kerken. Zulk een positie nemen de Gereformeerde Kerken in Nederland nu in. Het is een grote zorg voor de broeders van de Vrije Kerk in Schotland, die men waarlijk niet kan beschuldigen van zucht naar isolement of separatisme. Men wil heel graag deze vormgeving van gereformeerde oecumeniciteit handhaven, maar zij moet wel vrij blijven van relaties met een 'lichaam dat organisatorische eenheid plaatst boven gebondenheid aan het Woord der Schrift'. Deze kleine kerk wil heel graag in die grote familie blijven van allen die gereformeerd willen zijn. In de beste families komen spanningen voor. Maar wanneer de familietrekken onduidelijk worden, wanneer het wezen van het gereformeerde belijden in geding komt, dan weet deze kerk waar zij staat. En het doet een gereformeerd christenmens goed om dat in deze tijd te merken.
Een grootse traditie
De Vrije Kerk van Schotland kent ook haar traditie. Dr. Van 't. Spijker wijst op de bijzondere relatie die er in Schotland is geweest tussen de kerk en de staat. Dat is typisch gereformeerd. Denk aan art. 36 der NGB. Hoe ligt dat nu in de Westminster Confession?
In de Westminsterconfessie wordt nogal sterk de nadruk gelegd op de roeping van de overheid ten opzichte van de kerk. De burgerlijke overheid mag weliswaar volgens deze belijdenis niet zelf het Woord verkondigen, maar zij heeft wel het gezag en het is ook haar taak om maatregelen te treffen om de eenheid en de vrede in de kerken te bewaren opdat de waarheid van God zuiver en ongeschonden bewaard wordt, alle godslasteringen en ketterijen geweerd worden, alle verderf in de eredienst en in de kerkelijke tucht wordt voorkomen of wordt hervormd en de ordinanties van God getrouw worden waargenomen (Art. 23). Deze overheidsmacht werd geëffectueerd doordat de magistraat de macht had om synoden bijeen te roepen, daar tegenwoordig te zijn en te zorgen dat alles wat daar behandeld zou worden in overeenstemming zou zijn met de bedoeling van God.
De Westminsterconfessie trad hiermee in het spoor dat door John Knox aan de reformatie was gewezen in Schotland, en zij bracht op deze manier eveneens gevoelens tot uitdrukking die in het Engelse puritanisme een sterke invloed hebben uitgeoefend. Trouwens binnen de gehele gereformeerde traditie wordt aan de overheid een positieve taak toegekend. Men dient dit standpunt wel te onderscheiden van dat van de ook in Engeland invloedrijke Erastus, die van een zelfstandige kerkeraad niet wilde weten en die daarom aan de overheid alle macht in de kerk toekende. Welnu, in de geschiedenis van de Schotse Kerk kwamen deze relaties telkens weer aan de orde. De overheid ging over tot reformatie. De overheid zorgde ook voor een goed gereguleerd kerkelijk leven. En dit zou waarschijnlijk geen enkele moeilijkheid hebben opgeleverd wanneer de overheidsbemoeiing met de kerk in het spoor van de Westminsterconfessie was gebleven. Maar ook in Schotland veranderde de betekenis van de belijdenis, en het breekpunt kwam toen in 1843 de kerk zich geplaatst zag tegenover een patronaatsrecht van de overheid, waarbij aan plaatselijke gemeenten predikanten werden opgedrongen die zij niet begeerden. Toen is er een actie op gang gekomen, waarin de kerk zich distantieerde van déze overheidsbemoeiing. Het grote beginsel was dat van de nonintrusion, d.w.z. het recht van iedere gemeente om niet opgescheept te worden met een dienaar die zij niet had begeerd. De vrijheid van de gemeente, de vrijheid van de kerk ten opzichte van de staat stond hierbij op het spel.
Het zijn geluiden die we ook uit de vaderlandse kerkgeschiedenis kunnen opvangen. De vrijheid van de kerk ten opzichte van overheid en volk — de kerk, alleen gebonden aan het Woord — is een kostbaar goed. En tegelijk heeft dat Woord een brede werking. Het is een Woord voor volk en overheid. Dr. Van 't Spijker vertelt in het nummer van 21 juni iets over de stijl die deze vrije kerk van Schotland handhaaft.
De Free Church van Schotland heeft deze stijl weten te bewaren in haar gebruiken, die niet in de laatste plaats tijdens een vergadering van de General Assembly worden vastgehouden. De Moderator (voorzitter) is in toga gekleed. De beide secretarissen dragen ook de uiterlijke tekenen van hun waardigheid. De vergaderprocedure is strak, maar niet stijf. De voorzitter mengt zich niet in de discussie, hij leidt de vergadering en zegt hoe ver de zaken staan. Ds. A. G. Ross, die ook onze komende synode hoopt te bezoeken, leidde de vergadering op een uitnemende manier. Geen enkel spoor van krampachtigheid, zoals dat vaak bij ons het geval is, wanneer we 'in stijl' proberen te zijn. Ik verbaasde me over de zakelijkheid van de besprekingen en over de vriendelijkheid tegenover elkander en niet minder over de humor van de Schotten op hun synode, waardoor ze blijk gaven de zaken in het licht van de eeuwigheid te kunnen zien. Wie dat niet kan neemt alles op aarde even serieus en dat hoeft zelfs op een synode niet. In de discussies proefde ik iets van de vroomheid, die ik kende uit de geschriften van de Erskines en Boston. Een oude ouderling verbaasde zich erover dat wij in Holland deze schrijvers goed kennen, en hij was er blij om. Maar ze kennen ze niet alleen, ze zijn door hetzelfde evangelie gegrepen en weten er vandaag gestalte aan te geven. Stijlvol het zingen! Zonder orgel, want John Knox zei, dat staat nergens in de Bijbel. Vandaar dat orgels daar contrabande zijn. Maar zingen kunnen deze mensen, en dat het een levende zaak is blijkt uit de competities die door en voor de jeugd georganiseerd worden. De wijzen zijn verschillend en men kan bij de psalmen diverse melodieën kiezen. Er worden nu ook grammofoonplaten van verkocht en men kan de Schotse Kerk horen zingen via een cassetterecorder. Daaruit blijkt dat het een levende zaak is. Stijl zit er ook in hun opleiding, waar men een gedegen wetenschappelijke toerusting weet te verbinden met een warme evangelische vroomheid, die iets heeft van de gloed der oude puriteinen. Zou dit ook het eigen kenmerk zijn van de Schotse theologie? Het covenant, het verbond neemt daarin een belangrijke plaats in, en het kan niet zonder betekenis zijn dat in het verleden de Covenanters zoveel hadden te zeggen, het waren de mensen die hun verbond met God sloten en daarin het hele volk betrokken, en die daarvoor desnoods ook de wapenen opnamen. Het Schotse calvinisme is in deze Vrije Schotse Kerk nog een levende zaak. Het is goed om dat te bemerken, en de banden met deze kerken vast te houden en zo het kan nog hechter te maken. In het verleden is er uitwisseling van jonge mensen geweest. Kan dat niet weer op gang komen? En wat zou het een prachtig ding zijn wanneer b.v. van onze studenten sommigen eens een jaar zouden kunnen studeren aan het Free Church College, om daar van nabij kennis te maken met deze authentieke gereformeerde theologie. Wij kijken theologisch beschouwd dikwijls naar het Oosten. Ook van onze theologie, geldt vaak: made in Germany. In ieder geval wordt ons heel wat theologische problematiek uit de windrichting vanwaar vroeger de wijzen kwamen, aangereikt. Het kan een zegen zijn ook eens naar deze westelijke hoek te kijken in het besef dat er van oude tijden af een levende relatie is geweest tussen Schotland en Nederland. Via onze betrekkingen met de Free Church kan dit versterkt worden en het kan ons zo bewaren voor een gereformeerd provincialisme, dat ons zo gemakkelijk overvalt, wanneer we vergeten dat het calvinisme een wereldaangelegenheid is. Bundeling van krachten is vandaag in dat opzicht zeer noodzakelijk. Het kan ons onder de zegen van de Here alleen maar sterk maken.
Zendingskerk
Een levende kerk is ook een zendingskerk. Men denke aan de gemeenten die we in de Paulinische brieven tegenkomen. Aan het beeld wat we krijgen van de gemeente van Filadelfia in Openbaring 3. Op de synodevergadering die dr. Van 't Spijker bijwoonde, kreeg de zendingstaak veel aandacht, vooral ook van de kant van jonge mensen. We citeren uit het nummer van 28 juni:
Op die 'zendingsavond' ter synode waren afgevaardigden aanwezig uit vele gebieden. In India heeft de Free Church een zendingshuis en een hospitaal, waaraan een dokter is verbonden en verschillende zusters. Een jonge vrouwelijke arts, pas afgestudeerd trok erheen en sprak de synode toe. Een jongeman uit India, als wees door mensen van de zending geadopteerd, onderwezen, uit overtuiging christen geworden, gaf op die avond een getuigenis. Er was een oude zendeling uit Zuid-Afrika, die dertig jaren lang op eenzame posten had gewerkt met zijn vrouw. De dokter had hem het spreken ontraden en zijn vrouw las een boodschap voor, maar hijzelf kon het niet laten om ook een woord te zeggen. Er was een jong echtpaar, dat die avond werd uitgezonden naar Peru, waar een goed georganiseerde school, met tal van leerkrachten het Evangelie indraagt in de arme wereld van Amerika. Het werk in Zuid-Afrika wordt verricht door zeven predikanten, en men kon heel duidelijk merken dat zij het doen, gedragen door die gehele kerk. Opmerkelijk is de organisatie. De vrouwen staan erachter. Zij brengen de gelden bijeen. Zij doen nog veel meer. Zij dragen op een bijzondere manier het zendingswerk in het gebed. Eén van de predikantsvrouwen organiseert het. Het is mevrouw Graham uit Edinburgh, die de vele gegevens omtrent het zendingswerk ontvangt. Zij verspreidt door middel van maandelijks uitgaande brieven die concrete gegevens over de gehele Free Church. En zij wijst op deze manier aan de dingen waarvoor de mensen zullen bidden. Voor een predikant die ziek geworden is, voor een predikantenechtpaar dat in Peru de taal moet leren, voor de weeskinderen in een tehuis in India, voor een vrouw die ergens in Peru in de gevangenis zat en daar de Heiland vond; voor heel veel andere mensen in heel veel andere bijzondere omstandigheden.
Men kan begrijpen dat wanneer op deze manier het zendingswerk gedragen wordt door de biddende en offerende kerk (wat moet het voor deze kerk wel niet allemaal kosten om zoveel arbeiders in het veld te hebben!), de mensen ook wel willen horen wat er van het werk terechtkomt. Vandaar dat op donderdagmiddag heel veel vrouwen naar Edinburgh waren gekomen om te luisteren naar de zendingsmensen, en dat op donderdagavond de kerk bezet was met al die vrouwen en met veel jongeren, toen officieel op de synode de zendingszaken besproken werden. Hoe kan men beter de zendingszaken bespreken dan wanneer eerst het hart verwarmd is door een getuigenis van het werk dat de Here door de dienst van mensen doet? De blijdschap, het meeleven was de mensen van het gezicht te lezen. Kleine kracht! Maar werkelijke kracht was er die avond. En een open deur! Open naar de kant van de wereld, om het Evangelie te verkondigen. Open naar de kant van een mensheid in nood, naar de kant van mensen die het Evangelie nog nooit gehoord hebben! Men kon zo duidelijk merken dat die kleine Schotse Kerk een open deur heeft. Zou het daardoor ook niet komen, dat het, bij alles wat aan traditie herinnert en aan het verleden (het Schotse volk ziet graag achterom zegt men) toch zo fris aandeed? Hier was de wind van het Evangelie, die dwars door de kerk waait. En die de mensen bij het werk betrekt.
Men kan niet zeggen dat in de Nederlandse situatie de aandacht voor de zending ontbreekt. Maar of ook t.a.v. onze synodevergaderingen het meeleven van de gemeente aanwezig is, wagen we — zacht gezegd — te betwijfelen. De eerlijkheid gebiedt om te zeggen dat een numeriek kleine kerk het in dit opzicht ook makkelijker heeft dan een grote kerk als de Hervormde Kerk. Maar ik meen dat dit niet alles zegt. Wordt ook door de veelheid van rapporten, nota's etc. en door de verdeeldheid er niet veel animo en enthousiasme gedoofd?
Kerk en gezin
Interessant is ook wat de schrijver van genoemde artikelen in 'De Wekker' vertelt over de vragen van de huiselijke eredienst, het gezinsleven en de dooppraktijk. Graag geven we ook dat aan u door.
Dit alles zou niet mogelijk zijn wanneer een en ander niet ingebed was in het leven in de gezinnen. Ook dat was een bijzonder facet van het leven in de Free Church. De Westminstersynode gaf niet alleen bepalingen omtrent de openbare eredienst, zij gaf ook duidelijke richtlijnen voor de huiselijke godsdienstoefening. En deze worden in ere gehouden. De kracht van het leven in de kerk schuilt in de gezinnen. Zoals deze zijn zo is ook de gemeente. En de kracht van een gezin moet schuilen in de open deur, in de open vensters naar Jeruzalem. Vandaar dat het bijbellezen en het gebed in de gezinnen zo belangrijk is. De gewoonte in de Free Church wil, dat men 's avonds voor het slapen gaan als gezin bijeenkomt. Na een kort gebed is er een Schriftlezing, en daarna een gebed voor de stoel op de knieën. Wij doen dat niet. En het kan natuurlijk ook een vorm worden. Maar mijn indruk was dat deze gewoonte, althans in het gezin waar ik logeerde niet een vorm was. Persoonlijke vroomheid moet in het gezin worden gevoed door de kracht van het gemeenschappelijk gebed. Daar ligt een heel belangrijke zijde van het leven van de kerk. Slechts als een biddende kerk kan zij staande blijven. En slechts op de knieën kan zij de kracht ontvangen om het werk te doen. Zo is er een open deur.
Hoe staat het met de eenheid van deze kerk? Ondergaat zij niet de invloed van de tijd? Zijn er geen problemen en spanningen, zoals wij die in ons eigen kerkelijk Nederland maar al te goed kennen? Ook wat dit betreft voelde ik me op deze synode zo heel goed thuis. Ik merkte tijdens de korte bespreking van een rapport — het kon, omdat het in de kerkeraden niet geheel en al doorgesproken was op de synode niet behandeld worden — dat er wel allerlei vragen waren. Ik herkende die vragen uit ons eigen kerkelijk leven. Het zijn dezelfde problemen. Er was vorig jaar een rapport over de kinderdoop — niet over het al of niet dopen van kinderen. Dat werd me heel goed te verstaan gegeven. Maar over de vraag of de doop bediend kan worden aan kinderen van mensen die geen belijdenis gedaan hebben van hun geloof (men noemt hen adherents ter onderscheiding van de members) liepen de meningen uiteen. Men wil het goed-gereformeerde standpunt volgen, dat de doop slechts bediend kan worden aan de kinderen van hen die belijdenis gedaan hebben. Wat is de beantwoording van de doopvragen anders dan een openbare belijdenis van het geloof? Maar vooral in het noorden van Schotland zijn veel gemeenten waar men vele 'aanhangers' telt, die geen 'leden' zijn. Hoe moet het met hun kinderen? U ziet het: 't zelfde probleem als bij ons. Het gaf spanningen, zoals overal waar de vragen die het geheim van het werken van de Heilige Geest raken binnen onze structuren, tot spanningen kunnen leiden. Toen er lang genoeg over gesproken was, kwam er een broeder die opmerkte, dat wat men ook van de kwestie mocht denken, deze zaak nooit tot een oorzaak van kerkscheuring zou mogen worden. Nu hebben de Schotten de eigenaardige gewoonte om met de voeten te stampen en in de handen te klappen wanneer ze het met de spreker eens zijn. Dat gebeurde, toen de spreker déze opmerking maakte. En daaruit bleek de hartelijke begeerte om elkaar vast te houden bij alle dingen die in een kerk soms aanleiding kunnen geven tot verschil van inzicht.
Bij de lezing van deze artikelen dacht ik: Wat weten we toch weinig van elkaar, ondanks het feit dat afstanden overbrugd worden. Van het leven van een kleine kerk als de Free Church of Scotland dringt maar weinig door in onze kranten en andere media. We mogen de Apeldoornse kerkhistoricus dankbaar zijn voor deze artikelen. Bovenal moge het ons tot toetsing zijn van ons eigen kerkelijk leven, en ook ons persoonlijk geloofsleven. Een levende kerk is een kerk die leeft bij en uit het Woord. Zo eren we de Heilige Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1974
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1974
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's