De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Her en der uit de kerken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Her en der uit de kerken

15 minuten leestijd

Wie kennis neemt van al het gewoel op het kerkelijk erf door de eeuwen, heen komt tot de conclusie, dat kerkgeschiedenis voor een deel bestaat bij de gratie van kerkelijke twisten en onenigheden. Dat geldt met name ook in onze tijd. Spanningen en conflicten allerwege! Zijn de vele kerken op zichzelf al de resultaten van allerlei kerkelijke twisten, de spanningen binnen de kerken laten duidelijk zien, dat de geschiedenis zich telkens herhaalt en scheidingen niet vrijwaren voor nieuwe scheidingen, integendeel telkens nieuwe scheidingen oproepen. Er zit een kern van waarheid in het gezegde, dat de geschiedenis van de kerk de geschiedenis is van kerkverval. Het geldt van welhaast elke kerk die 'goed' begon.

Scheiding binnen de Gereformeerde Kerken
Na een bestaan van nog geen negentig jaar hebben de Gereformeerde Kerken — blijkens de ontwikkelingen op de laatstgehouden synode rondom de leringen van dr. Wiersinga — volledige leervrijheid gekregen, zodat de situatie in feite gelijk werd aan die in de Hervormde Kerk, een kerk, die de Gereformeerden aan het eind van de vorige eeuw vanwege dezelfde gewraakte leervrijheid verlieten.
De lijn consequent doortrekkend zouden de verontrusten in de Gereformeerde Kerken nu hun kerk de scheidbrief kunnen geven. Zover kwam het (nog) niet. Maar wél is inmiddels door de vereniging Schrift en Getuigenis, vroeger geheten de Vereniging van Verontrusten, een verklaring gepubliceerd, die niets minder inhoudt dan een oproep tot binnenkerkelijke doleantie. (Elders in ons blad staat die verklaring afgedrukt). Gesproken wordt — terecht— van een Eli-houding van de Gereformeerde synode inzake de kwestie Wiersinga en men roept op tot een scheiding binnen de Gereformeerde Kerken met betrekking tot prediking, catechese en pastoraat, dat wil zeggen een zich distanciëren van allen, die de belijdenis hebben losgelaten.
Het hoofdbestuur van de vereniging zegt er in een nadere verklaring bij geen nieuwe Gereformeerde Kerk te willen en óók geen Gereformeerde Bond in de Gereformeerde Kerken (Waarheid en Eenheid van 30 juli). Men ziet de scheiding binnen de Gereformeerde Kerken namelijk als een voorlopige oplossing, in afwachting van een kerkelijke herverkaveling. De verdeeldheid van de orthodoxie in ons land acht men ongeoorloofd en men ziet uit naar de éne, heilige, algemene christelijke kerk van de Geloofsbelijdenis, een kerk die van duidelijk reformatorische signatuur is.
***
Het is duidelijk dat de oproep van de vereniging Schrift en Getuigenis is ingegeven door zorg om al diegenen, die in nood zijn vanwege de prediking en het pastoraat. Het is bekend dat velen, die een confessioneel gebonden prediking wensen, hun toevlucht zoeken bij één van de andere kerken van gereformeerde signatuur. Het bestuur van Schrift en Getuigenis wijst er bijvoorbeeld op, dat in Amsterdam vele Gereformeerden naar de diensten van de Vrijgemaakt Gereformeerden (buiten verband) of van de Gereformeerde Bond of van de christelijke Gereformeerden gaan. Het is eigenlijk een aangrijpende zaak als we zien hoe in zó korte tijd een kerk als de Gereformeerde Kerken volkomen van haar ankers is losgeslagen, zodat velen stuurloos ronddobberen. We hebben er dan ook alle begrip voor dat er wel iets moest gebeuren om aan al diegenen die in hun kerk met vertwijfelde vragen zitten stuur te geven.
***
Intussen rijst echter wél de vraag wat de oproep van Schrift en Getuigenis zal uitwerken. Men wil, zoals gezegd, geen nieuwe Gereformeerde Kerk stichten en ook geen Gereformeerde Bond binnen de Gereformeerde Kerken. Toch zal het wel één van tweeën worden. Het is duidelijk, dat de gereformeerde verontrusten in zoverre de les van de geschiedenis hebben geleerd, dat ze beseffen dat een nieuwe scheiding niets oplost. Men wil dan ook kennelijk niet de weg gaan van de vaderen in 1886, die het in de Hervormde Kerk niet meer vinden konden. Of men echter het ideaal bereiken zal, dat men zich nu voor ogen stelt, namelijk een kerkelijke herverkaveling van allen die zich orthodox, zeg gereformeerd noemen, is de vraag. Als we zo onze eigentijdse kerkgeschiedenis nagaan dan blijkt toch wel, dat we in kerkelijk Nederland sterker waren in het scheiden dan in het herenigen. Als het er op aan komt houdt ieder aan eigen positie vast. De Gereformeerde verontrusten lopen dan ook, wanneer ze in hun kerk niet bereiken wat ze willen bereiken, de kans in een nieuw gereformeerd kerkgenootschap terecht te komen. Is dat niét het geval, dan ontkomt men toch niet aan een soort Gereformeerde Bond binnen de Gereformeerde Kerken.
Men wil die niet maar vraagt intussen wél om een eigen kanaal binnen de Gereformeerde Kerken met eigen voorzieningen van prediking en pastoraat. De Gereformeerde Verontrusten gaan daarbij overigens duidelijk een stap verder dan de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk ooit deed. De Gereformeerde Bond heeft namelijk nooit opgeroepen tot een binnenkerkelijke Doleantie maar is altijd gericht geweest op een herstel van het reformatorisch karakter van de Hervormde Kerk als gehéél. De Gereformeerde Bond heeft daarom altijd zijn plaats geweten binnen de Hervormde Kerk, waarbij de gedachte aan een afscheiding, ook binnenkerkelijk, werd afgewezen. De Gereformeerde Bond heeft daarom óók altijd zijn plaats ingenomen in de ambtelijke vergaderingen van de Hervormde Kerk, zij het, dat die plaats steeds een kritische is geweest. Nu de gereformeerde verontrusten echter oproepen tot een binnenkerkelijke doleantie, waarbij men zelfs vraagt om de kerkordelijke mogelijkheid van buitengewone wijkgemeenten - door de Gereformeerde Bond altijd gekritiseerd - mag de vraag worden gesteld of men het element van verbreiding van de gereformeerde waarheid binnen de Gereformeerde Kerken voortaan laat voor wat het is en of men de verantwoordelijkheid voor de ambtelijke vergaderingen en dus voor het geheel van de Gereformeerde Kerken heeft opgegeven. Deze vraag klemt temeer, omdat men zo uitdrukkelijk uitspreekt uit te zien naar kerkelijke herverkaveling. We hebben als Hervormd Gereformeerden - het zij in alle bescheidenheid gezegd - tot hiertoe de zegen ervaren van het in gehoorzaamheid en afhankelijkheid blijven staan in het geheel van de Hervormde Kerk. Het gaat uiteindelijk niet om de orthodoxie als zodanig, maar het gaat om de kerk als geheel hier te lande en om het volk in de kerk. Wie daarom in afscheiding geen heil kan zien, kan het slechts van één ding verwachten, namelijk van bekering, van reformatie van de héle kerk. Daarom geloof ik toch, dat de gereformeerde verontrusten met hun oproep tot binnenkerkelijke Doleantie, totdat er een kerkelijke herverkaveling komt, niet ver genoeg gaan.
Welke wegen men ook gaat om mensen in geestelijke nood een pastorale handreiking te geven, het geheel van de kerk mag niet uit het oog verloren worden. Het gaat ook om al diegenen die niet gereformeerd (willen) zijn. De gereformeerde belijdenis dient niet alleen bewaard maar ook verbreid te worden. Dat geldt binnen de Hervormde Kerk, het geldt thans óók — merkwaardige tegenstrijdigheid — binnen de Gereformeerde Kerken. En als dan de vraag oprijst hoe we komen tot een voluit reformatorische kerk in Nederland dan kan deze vraag dunkt me niet beantwoord worden zonder oog te hebben voor het historisch gegevene in de kerk der Reformatie hier te lande. Nu de situatie in de Gereformeerde Kerken zó geworden is als ze geworden is, moeten we dan niet samen terug naar 1886 om te vragen of het daar misschien al niet verkeerd is gegaan?

Naamsverandering bij de Vrijgemaakt Gereformeerden buiten verband
Dezer dagen verscheen een informatieboekje van de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken buiten verband, die zich nu getooid hebben met de naam Nederlandse Gereformeerde Kerken. Wie de geschiedenis van het ontstaan van dit kerkverband bestudeert wordt opnieuw geconfronteerd met de nood van de kerken in Nederland. Deze kerken werden in 1969 uitgestoten uit de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken, die op hun beurt in 1944 waren losgeraakt uit de Gereformeerde Kerken, na felle discussies over verbond, doop, pluriformiteit van de kerk en dergelijke.
De buitenverbanders kwamen rond 1969 in de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken in moeilijkheden, omdat ze de 'vrijmakingsideologie', die in hun kerk leefde, laakten. Ze konden niet meemaken de langzamerhand gegroeide overtuiging, dat de vrijmaking van 1944 een soort nieuwe kerkelijke reformatie was. Dat was hen te exclusief, te weinig doordrongen van de pijn om kerkelijke nood en gescheidenheid. Men leze dit informatieboekje (voor de prijs van ƒ 8,90 is het verkrijgbaar bij de uitgever Buijten en Schipperheijn te Amsterdam) met name om het heldere en indringende overzicht, dat prof. C. Veenhof geeft van de vrijmaking van 1944 en de vrijraking van 1969. Wat hierbij namelijk vooral opvalt is de bescheidenheid, de beduchtheid ook zowel voor het gevaar van verabsolutering van eigen inzichten als van het betrekkelijk stellen van confessionele gebondenheid, het gevaar van exclusivisme en oecumenisch liberalisme. Wie de bijdrage van prof. Veenhof leest zal bemerken dat hier een man aan het woord is, die aan den lijve ondervonden heeft wat kerkelijk absolutisme is. In dit boekje wordt dan ook geen program van actie ontworpen inzake de wegen die men kerkelijk moet gaan. Men heeft zich, zoals gezegd, genoemd: Nederlandse Gereformeerde Kerken. In het voorwoord van het informatieboekje wordt gezegd, dat deze term niet als een eigennaam maar als een soortnaam moet worden opgevat. Men wilde niet spreken over Dé Nederlandse Gereformeerde Kerken. 'De gekozen naam wil alleen zeggen, dat de kerken, waarover het in dit boekje gaat, geen andere intentie hebben dan ge-re-formeerde kerken te zijn en dat ze in Nederland zijn gelokaliseerd.' Intussen blijk uit dit boekje op overduidelijke wijze, dat men eigen kerk ziet als slechts een déél van de kerk van Christus hier te lande en dat men zich betrokken weet bij wat gebeurt in andere kerken, uiteraard in de Gereformeerde Kerken, waarmee men zich zo sterk historisch verbonden weet, maar ook in de Hervormde Kerk, waar met belangstelling wordt opgemerkt een opleving van het gereformeerde leven, en dan ook in het geheel van de Gereformeerde Gezindte. Prof; Veenhof zegt: 'het gaat daarin ook om onze zaak, of liever: om dé zaak'.
Menigeen, die aan eigen kerk of groep genoeg heeft en eigen kerkelijke groepering verabsoluteert, zou dit boekje moeten lezen om te weten, waartoe zulk een verabsolutering leidt en om oog te krijgen voor het feit dat de kerk altijd breder is dan de eigen kerk of groep.

De Gereformeerde Gemeenten en de Hervormde Kerk
De Gereformeerde Gemeenten verliezen jaarlijks nogal wat mensen aan de Hervormde Kerk, al zijn er ook die de omgekeerde weg volgen. Maar na de verschijning van het jaarboekje van de Gereformeerde Gemeenten, waaruit bleek, dat er jaarlijks meer leden naar de Hervormde Kerk gaan dan er uit de Hervormde Kerk komen, heeft ds. K. de Gier daarover iets gezegd in de Saambinder. Daarbij deed hij het voorkomen alsof al diegenen, die de Gereformeerde Gemeenten verlieten, dit deden omdat ze wars waren van het bevindelijk geestelijk leven en van al te strenge binding aan de belijdenis. In de ruimte van de Hervormde Kerk kon men ruimer ademhalen. Vandaar! Ds. De Gier heeft met zijn artikel — dat is me bekend — velen pijn gedaan, óók uit zijn eigen kring. Het mag waar zijn, dat er bij die overgangen uit de Gereformeerde Gemeenten soms sprake is van behoefte aan méér ruimte dan de belijdenis toelaat en van een zich afzetten tegen het bevindelijke element (waarmee nog niet gezegd is dat je daarmee pastoraal van deze mensen af bent), een feit is echter dat velen, die overgingen, voluit gereformeerd bleven en zich voegden bij al diegenen die in de Hervormde Kerk het bij de belijdenis der vaderen willen houden. Daarbij komt dat er nogal wat jongeren zijn, die de oprechte begeerte hadden om binnen de Gereformeerde Gemeenten het Woord te bedienen maar daarvoor niet de gelegenheid kregen en dit nu in gebondenheid aan Schrift en belijdenis in de Hervormde Kerk mogen doen. Terecht heeft ds. W. van Gorsel uit Ridderkerk er in een reactie op het artikel van ds. De Gier in het Reformatorisch Dagblad op gewezen, dat er ook in de Hervormde Kerk een schriftuurlijk bevindelijke prediking wordt gebracht, die doorleefd en bezield is en dat er velen zijn, óók komend uit de Gereformeerde gemeenten, voor wie déze prediking eten en drinken is. Er is vanuit bepaalde kringen nog wel eens geopperd, dat je in de Hervormde Kerk wel bekeerd kon worden maar dat je het er dan niet meer kon uithouden. Welnu de praktijk leert gelukkig anders. De Geest des Heeren werkt goddank nog in de Hervormde Kerk, zo goed als in andere kerken, en dan niet alleen wat betreft het tot leven roepen van mensen, maar ook in het onderhouden en voeden van dat leven.
Ik ga de stellingen van ds. De Gier hier niet bestrijden. We doen er beter aan in de kerkelijke moeiten van deze tijd het goede voor en met elkaar te zoeken. Het zal altijd — dat besef ik best — wel pijn blijven geven als men mensen uit eigen kerk of kring ziet heengaan naar andere kerken. Maar laten we daaraan geen al te zware geladen conclusie verbinden. Ons 'vlees' zit daar al te gemakkelijk tussen.
***
Wat betreft de overgangen uit de Gereformeerde Gemeenten wil ik overigens nog wèl op één aspect wijzen. Velen hebben in de loop van de jaren, gegeven de nood van de kerkelijke gescheidenheid, waaruit blijkt dat scheidingen niet tot gezondmaking van de kerk van Nederland hadden geleid, bewust hun roeping gevoeld in de kerk, die als Kerk van de Reformatie hier te lande is gevestigd. Iemand die geconfronteerd werd met de problemen in eigen kerk en terug ging naar de Hervormde Kerk zei: ik ben het paadje maar weer terug gelopen. Ik geloof dat ik niet teveel zeg als ik beweer, dat zó velen Hervormd werden, omdat ze hoopten dat God vanuit de Hervormde Kerk een herstel van de kerk der Reformatie zou geven en omdat ze in de afscheidingen als zodanig geen heil zagen, terwijl ze toch zonder rancune maar juist met een gevoel van verbondenheid staan tegenover de kerk waaruit ze kwamen.
Nogmaals, welke wegen of we kerkelijk ook believen te gaan, laten we het goede voor elkaar zoeken in de eenheid van geloof en belijden.
We hebben als Gereformeerde Bond in een dezer dagen gepubliceerde beleidsnota gesteld, dat we de oecumene 'naar rechts' graag willen bevorderen, omdat we ons verbonden weten met allen die uit en naar dezelfde reformatorische belijdenis willen leven. Het kerkelijk vraagstuk als zodanig is bijkans onoplosbaar. Er is verschil in visie inzake de weg die gegaan moet worden bij Hervormden en Afgescheidenen.
De éne kerk — die naar de Schrift geboden is — is meer een kerk-in-hope dan een kerk-in-zicht. Bij dit alles komen we verder met een gezamenlijk schuldbelijden dan met een sluiten van eigen gelederen en het afdingen op het goede dat bij anderen is.

De macht van het getal?
Hierboven schreef ik al dat we binnen de Hervormde Kerk nog in veel opzichten gezegend zijn. Ds. Van Gorsel schreef in zijn beantwoording aan ds. De Gier dat, als men een lijstje met gebreken van de Hervormde Kerk wilde opstellen, hij bereid was een handje te helpen. Ik zeg dat met hem mee.
We moeten ook bereid zijn het te zeggen van eigen kring, bereid zijn om onszelf kritisch te onderzoeken, namelijk of de prediking bij ons wel over de hele breedte de diepte én breedte van de Schrift, de geestelijke diepte en warmte heeft, ontdekkend genoeg is, vermanend genoeg is, vertroostend genoeg is, of het met de levensstijl wel goed zit, of we zelf wel kerkelijk genoeg denken, genoeg liefde voor de eigen kerk en voor anderen aan de dag leggen, of we wel ootmoedig genoeg zijn, of alle stukken van de leer der vaderen wel voldoende tot hun recht komen. Men kan bij ons ook genoeg aanwijzen wat niet goed zit. Maar boven dit alles uit mag er toch ook wel de dank zijn voor de zegen, die we in eigen kerk nog ontvangen mogen. Wie werd niet getroffen door de massale opkomst op de zendingsdag van de G.Z.B. vorige week? Tussen de zeventienduizend en twintigduizend mensen waren bijeen rondom het Woord. Ik onderstreep de woorden van ds. G. van Estrik, die wees op het gevaar van massasuggestie, maar duidelijk is dat er nog duizenden zijn binnen onze kerk, die het wensen te houden bij het Woord, bij het gereformeerd belijden, en die zich rondom dat Woord laten verzamelen.
Er wordt nog wel eens smalend opgemerkt — kortgeleden nog door ds. L. J. van der Kam uit Leeuwarden in een ingezonden in Trouw — dat in onze kringen de macht van het getal heerst. Maar wie dwingt de mensen om te komen? Ze komen toch vrijwillig? Daarom mag wel de vraag gesteld worden waarom men wel komt bij samenkomsten als deze, waar alleen verkondiging van het Woord is — o ja er is ook de gezelligheid van de ontmoeting — en niet bij allerlei eigentijdse manifestaties, waar het Woord niet centraal staat.
In een tijd als de onze, waarin het kerkelijk leven allerwege taant, zag de GZB zijn toogdagen door drie maal zoveel mensen bezocht als ongeveer tien jaar geleden. We blijven niet bij het getal stilstaan maar mogen — bij alles wat ons ook in eigen kerk en kring zorgen geeft — met dankbaarheid stellen, dat nog zovelen bijeen willen zijn rondom het Woord in liefde tot de zending. Ik zie toch liever zo'n grote schare bijeen dan lege kerken. En ik vind het altijd een bedenkelijke zaak wanneer anderen, die het volk niet meer onder hun gehoor hebben, verwijten gaan maken over de macht van het getal tegenover hen, die met de bijbelse prediking nog de mensen onder hun gehoor krijgen, zonder dwang maar vrijwillig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Her en der uit de kerken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's