De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Alles kan niet en alles mag niet!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Alles kan niet en alles mag niet!

7 minuten leestijd

In het Kerkblad voor Scherpenzeel, Woudenberg e.o. schreef ds. A. den Hartogh het volgende over de moeilijkheden waarvoor predikanten en kerkeraden staan inzake de doop, huwelijksbevestiging, begrafenissen bij kerkelijk niet-meelevenden.
Als predikant kom je herhaaldelijk voor verdrietige en moeilijke dingen te staan. Niet alleen word je van dag tot dag geconfronteerd met het lijden van velen, vaak terneergedrukt door de gedachte aan de nabije dood van de ernstig zieken, maar ook met de onverschilligheid en met de goedkope, zinloze 'godsdienst' van velen. Voor dat laatste wil ik uw aandacht eens vragen en dan denk ik aan de doop, aan het huwelijk en aan de begrafenis.
Herhaaldelijk komen er mensen op de doopzitting om hun kindje aan te geven, terwijl niet het minste kerkelijk besef of kerkelijk meeleven aanwezig is. Geen kerkgaan, geen financieel meeleven, geen bijbellezen, geen gebed vaak. Toch komt men zijn kind aangeven voor de doop. Op de vraag waarom men dan prijs stelt op die doop, worden verschillende antwoorden gegeven. Mag ik er enkele noemen?
'Mijn vrouw en ik gaan nooit naar de kerk, hebben er ook geen behoefte aan, maar mijn moeder gaat wel naar de kerk en die wil graag dat het kindje gedoopt wordt en daarom willen wij haar dat ge­noegen wel doen.'
Een ander zegt: 'Het is mijn christelijke plicht, ik vind dat het ergens bij moet horen. Het kan nooit kwaad. Later krijgt het misschien verkering met iemand van de kerk en dan zou ik mij als vader 'doodschamen' als het als volwassen mens moet worden gedoopt.' Als mijn dochtertje later de kant 'van de kerk' opgaat, hoef ik mij niet te schamen.' Wanneer wij dan proberen duidelijk te maken dat de doop geen stichtelijke versiering is en niet uit gewoonte of bijgelovigheid mag worden gebruikt, maar een ernstige zaak, wanneer wij zeggen dat het bij de doop niet gaat om wat grootmoeder graag wil of wat een vader ervan denkt, maar om wat God doet en dat er van ons een persoonlijk geloof wordt gevraagd in de beloften Gods, wanneer wij dan wijzen op de doopvragen waarop 'ja' geantwoord moet worden, dan komen er weer nieuwe reacties.
De één wordt boos en dreigt naar een ander te zullen gaan die niet zo onmenselijk is, een tweede gaat weg en zegt rustig: 'Dan doet u het maar niet' en een derde heeft de brutaliteit om te zeggen dat het dan onze schuld is als het kind ongedoopt blijft. Allemaal hadden zij van 'de kerk' iets anders verwacht, alsof de kerk een spaarbank is waar je een kleinigheid inlegt om verzekerd te zijn voor een eventuele kwade dag! Sommigen weten dan nog te vertellen dat er zoiets in de Bijbel staat van: 'Laat de kinderen tot Mij komen'. Maar zij schijnen niet te begrijpen dat zulks allereerst de taak van de ouders zelf is. Neen, daar is de kerk goed voor en zij bekommeren er zich niet om dat zij door leven en voorbeeld zelf die kinderen de weg tot Jezus versperren.
Als je als dominee wat ouder geworden bent, schrik je niet zo spoedig meer van zulke dreigementen, maar je voelt je wel intens verdrietig dat er zoveel onverschilligheid is en zoveel goedkope en zinloze godsdienst. Is het een wonder dat een kerkeraad soms 'nee' moet zeggen, wanneer de ernstige vermaningen en de aandrang der liefde toch niet helpen om anders te worden en anders te doen? Vele uren hebben we al doorgebracht in de huizen, na de doopzitting, om nog eens te praten, nog eens te bidden. Sommigen geven dan eindelijk toe dat ze niet goed doen en beloven anders te gaan leven.
Dan kijk je in de weken na de doopsbediening de kerk door om zulken te zoeken, maar ze zijn er niet. Doe je soms navraag bij anderen of de familie X nog naar de kerk gaat, dan luidt het antwoord vaak: 'Nee, na de doop niet meer geweest.' Na verloop van tijd komen vader en moeder weer op de doopzitting om een volgend kind aan te geven en dan begint het leed opnieuw.
Ik weet dat er predikanten zijn die 'alles dopen wat in het doophuis' komt, maar ik geloof dat dit niet goed is. Kunt u begrijpen dat het je als dominee vaak benauwt dat je de doopvragen stelt en de mensen voor Gods aangezicht 'ja' laat antwoorden, terwijl je haast zéker weet dat ze 'nee' bedoelen en ook 'nee' zullen doen? Mag dat en kan dat? Misschien vindt u het hard als ik zeg dat het heel wat eerlijker zou zijn als zulke mensen officieel met de kerk braken en haar dienst niet meer begeerden bij doop, huwelijk en begrafenis.
Ja, ook bij huwelijksbevestigingen en begrafenissen staan wij vaak voor deze verdrietige zaak. Ze komen bij je en vragen of je de dominee zelf bent.
Dan is er direct al argwaan. Ze hebben je nog nooit gezien. 'Het staat zo netjes om in de kerk te trouwen, het gemeentehuis alleen is zo koud en nuchter. Je hebt een uur wat langer aan je jacquet en je bruidstoilet èn het is toch wel aardig als zo'n dominee wat zegt. Het is zo romantisch. Wat deed hij 't mooi en plechtig hè? Ja wij zijn 'mooi' overgetrouwd!' Kunt u niet geloven, gemeente, dat we dan veel liever niet een huwelijk bevestigen? Of moeten we dan maar schijnheilig doen alsof alles even mooi is, of als een grammofoonplaat maar weer een 'roerende' trouwpreek afdraaien? Ik ken een collega die bij iedere trouwpreek begon te zeggen dat het toch zo'n heerlijke dag was en dat ze 's morgens wel heel fijn wakker geworden zouden zijn. Aardig hè? Toen ik aan een bruidegom vroeg of hij werkelijk van plan was een christelijk huwelijksleven te gaan leiden, was het antwoord: 'Nou ja, als God maar goedvindt wat ik wil, dan wil ik wel christelijk gaan doen.' Wanneer ze dan voor je staan, knijpt je keel haast dicht en zou je de roede van het profetenwoord willen hanteren. U begrijpt toch wel dat dominees geen automaten zijn, die bij het instoppen van een kwartje, vanzelf allerlei 'lekkers en moois' voortbrengen?
Het is me eens gebeurd op een begrafenis dat de familie al rokende en koffiedrinkende en koek etende, bezig was met spreken over de dode, die zo'n 'goed mens' was geweest. Toen ik eindelijk zei dat het de bedoeling was dat wij uit de Bijbel zouden lezen en daarover spreken, zei iemand (een hele meneer overigens): 'Neemt u ons niet kwalijk, dat wisten we niet, dominee, wij hebben u alleen uitgenodigd om mee te lopen in de stoet naar het graf om door uw aanwezigheid luister bij te zetten aan vaders laatste gang.'
Op de. begrafenis van een enige zoon, die plotseling was overleden, kwamen de directeuren van de fabriek waar de jongeman had gewerkt, gekleed in jacquet met wit zakdoekje naar me toe om te vragen of ik vooral veel goeds wilde zeggen van de overledene. Zij hadden de bedroefde vader al verteld dat zijn zoon nu in een 'mooie' plaats was, waar hij zijn vader kon zien en vader moest vooral 'de kop ophouden' en niet de moed laten zakken.
Of de dominee alstublieft in dezelfde geest wilde spreken. Diep medelijden met al die mensen kwam in mij op en ik zei alleen: 'Wij zijn niet gewend ons eigen woord, noch het woord van anderen te spreken, maar slechts het Woord van Hem die ons gezonden heeft.'
Hoe moeilijk is het om in zulk gezelschap, als de meest elementaire dingen van de christelijke godsdienst niet gekend worden, het Woord te brengen en toch moet ik zeggen, hoe vreemd het ook klinkt, dat ik liever zulk een begrafenis leid dan een huwelijk bevestig van mensen die je alleen als 'showfiguur' gebruiken of liever proberen te misbruiken. Ach, hoevelen zijn er die ons zo, als 'stroman' or als 'showman' bij doop, huwelijk en begrafenis zien. Wij zijn echter geen showfiguren, maar gezanten van God, die ook heden u in Gods naam vragen: 'Laat u met God verzoenen, want de liefde van Christus dringt ons.' Met Elia zou ik willen zeggen: 'Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de Heere God is, volgt Hem na, en zo Baal god is volgt hém na!'
Ik hoop dat dit stukje voor velen (als zij het tenminste lezen — laat u het dan lezen!) tot zegen en bekering mag zijn. Wij vragen aan elkaar: 'Waar zijn we gebleven na onze beloften, na ons Ja-woord?'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Alles kan niet en alles mag niet!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's