Een nieuwe dogmatiek van Berkhof 2
Tussen traditionalisme en modernisme
Nadat we in een eerste artikel enkele algemene opmerkingen gemaakt hebben willen we nu de vraag, waarom de verschijning van dit boek zo ingeslagen is bij velen, nog wat nader onder ogen zien. We letten daarbij op enkele passages uit het 'woord vooraf'.
Op blz. XVII noemt Berkhof het schrijven van dit boek een 'eenzaam avontuur'. Hij motiveert dit als volgt: 'De tijd is er minder dan ooit naar. Er heerst grote onzekerheid in kerk en theologie. Wie durft nu nog oude zekerheden herhalen? Maar ook: wie durft nu al nieuwe zekerheden stellen? De klassieke dogmatiek gaf diepgaande antwoorden op vragen die niemand méér stelt. Een moderne geloofsleer zou eindelijk een christelijk antwoord moeten zoeken op vragen die iedereen stelt (cursivering van mij, A.N.).' U voelt wel: hier is bij voorbaat al een beslissing genomen. Is het zo, dat de klassieke dogmatiek antwoorden gaf op vragen die niemand meer stelt? Zijn deze vragen inderdaad achterhaald? Wie zoals ondergetekende overtuigd is van de actualiteit van het reformatorisch belijden zou dit Berkhof niet zonder meer willen nazeggen. Anderzijds wijst de schrijver ook een stuurloos modernisme af. Berkhof wil luisterend naar de Bijbel, en luisterend naar allerlei stemmen uit de kerk der eeuwen ingaan op de vragen van de moderne mens. Tussen traditionalisme en modernisme door. Op dat punt doet hij denken aan verschillende theologen uit de vorige eeuw, zoals Schleiermacher, Chantepie, Gunning, die ook een brug wilden slaan tussen het christelijk geloof en de uitdagingen vanuit de cultuur van hun tijd. Waarbij zij opgemerkt, dat de genoemden niet zonder meer in een lijn liggen.
Hoe men ook over Berkhofs visie moge denken, ieder die niet op een tijdloze wijze theologie wil bedrijven zal door de lezing van dit boek gedrongen worden over allerlei fundamentele problemen na te denken. Juist zij die overtuigd zijn van de actualiteit van de klassieke belijdenis zullen de confrontatie met dit boek, waarin allerlei uitspraken staan die dit belijden vierkant weerspreken, niet mogen ontgaan.
Prof. Graafland heeft in een bespreking in 'Wapenveld' de verwachting uitgesproken dat de verschijning van dit boek de dogmatische bezinning zal stimuleren en dat zo dit boek vruchten zal afwerpen die zichtbaar worden in de wekelijkse verkondiging. Ik meen, dat dit juist is. Berkhof theologiseert maar niet in het afgetrokkene. Hij drukt ons met de neus op de problematiek van eigen tijd. Frappant vind ik b.v. in dat opzicht de bladzijden over de geschiedenis, de structuren, de Europese cultuur.
Trouwens dat de schrijver geen abstracte theologie wil bedrijven komt ook uit in het feit dat hij zijn boek voor een ruime lezerskring bestemd acht. Bepaald niet voor hen die zich in een ivoren toren willen opsluiten. Dit boek is bedoeld als handleiding voor theologen, voor allen die geroepen zijn tot de taak van verkondiging en catechese, maar niet minder voor alle gemeenteleden die ernst willen maken met de opdracht van 1 Petr. 3: 15: rekenschap af te leggen van de hoop die in hen is. Het boek wil vakmensen en een groter publiek bereiken.
Wezenlijke hulp?
En de respons die dit boek vindt, wijst erop, dat een brede lezerskring zich aangesproken weet. Of we door dit boek ook wezenlijk geholpen worden? Dat is een geheel andere vraag. Het antwoord daarop is in het bestek van enkele artikelen niet eenvoudig te geven. Dat zou een boekwerk vergen. Immers de auteur prikkelt toch tot tegenspraak. Geen wonder, want op allerlei punten worden immers, vergeleken met het klassieke dogma de wissels omgehaald. Ik denk aan de visie op de Drieëenheid en de christologie. Van het klassieke dogma blijft weinig staan. Ik denk ook aan de kritiek op de traditionele erfzondeleer, die diep ingrijpt in het geheel van dit boek.
We willen in het vervolg op enkele van deze punten wat dieper ingaan. Maar voor we wat in details treden, toch nog enkele algemene opmerkingen maken.
Schriftkritiek en eigentijds denken
Aan het slot van het eerste artikel stelden we de vraag naar het gereformeerde karakter van deze geloofsleer. Nu kan men natuurlijk verschillende antwoorden geven op de vraag: Wat is gereformeerd? Berkhof geeft op menige bladzijde blijk van zijn verbondenheid met en waardering voor de reformatorische traditie. En toch is er tegelijk een zo diepgaande kritiek op verschillende elementen van deze reformatorische traditie dat we moeten zeggen: Dit boek is allesbehalve een gereformeerde dogmatiek.
Ik meen dat dat samenhangt met twee dingen die de structuur, de opbouw en de vulling van dit boek wezenlijk bepalen.
a) Wij hebben hier een dogmatiek voor ons waarin consequent de resultaten van het modern-kritische bijbelonderzoek verwerkt zijn. De tendens van dit moderne bijbelonderzoek om de Bijbel te zien als een bundel waarin we de neerslag vinden van verschillende theologische visies, die elkaar soms aanvullen, soms weerspreken, vinden we op menig bladzijde van Berkhofs boek terug. De Schriftbeschouwing die aan dit boek ten grondslag ligt is bepaald niet die van artikel 3—7 der Ned. Geloofsbelijdenis.
b) Wij hebben voorts een dogmatiek voor ons waarin het eigentijdse denken een grote rol speelt. Het huidige functionele denken wordt gesteld tegenover het Griekse denken, waaraan met name het klassieke dogma der kerk inzake God, de Drieëenheid, Jezus Christus (de twee-naturenleer!) zou laboreren. Dit functionele denken van een moderne tijd wordt gelijkgesteld met het bijbelse denken.
Opvallend is ook de evolutionistische tendens die in menig passage te bespeuren is. Er is een ontwikkeling naar een eindsynthese, waarin positieve en negatieve elementen op een haast Hegeliaans aandoende wijze tegenover elkaar gesteld worden. Een ontwikkeling ook inzake het heilsproces dat via sprongvariaties tenslotte uitmondt in het: God alles in allen.
Ander kader
M.i. zijn deze twee elementen zo doorslaggevend in het geheel van dit boek, dat het veelvuldige beroep op Calvijn b.v. en de reformatorische belijdenisgeschriften toch niet kunnen verhinderen dat het kader waarin bepaalde reformatorische noties een plaats krijgen bepaald niet reformatorisch is, maar duidelijk een afbuigen van de lijn van het dogma der kerk. In de bundel Weerwoord schrijft de Leidse kerkhostoricus, prof. dr. Posthumus Meijes in een opstel Berkhof en de dogmengeschiedenis, dat Berkhof het ontmoetingsdenken, waarvan hij zelf weet hoe modern dat is, gelijkstelt met het bijbels denken, wat dan aan de kerkgeschiedenis het verwijt oplevert dat zij dit in ontologisch denken heeft omgezet. Leest men voor kerkgeschiedenis het klassieke dogma der kerk dan kan men hetzelfde zeggen. De reformatorische traditie wordt door een bepaalde bril bezien.
De bedoeling van de auteur is het Evangelie zo te vertolken dat duidelijk wordt hoe het zijn eigen weg gaat tussen een star en stoer traditionalisme en een stuurloos modernisme (p. XV). Het moet Berkhof als een verdienste aangerekend worden dat hij dit stuurloos modernisme volstrekt afwijst. Maar bij de lezing van zijn boek rees toch voortdurend de vraag of de prijs die daarvoor betaald wordt toch niet hoog is. Of de bemiddeling tussen het Evangelie en de mens van vandaag toch niet te veel het karakter van een synthese krijgt waarbij ten diepste het eigentijdse denken toch de grote winnaar wordt. Sterke nadruk legt Berkhof op het doorvertalen van het Evangelie in leef- en denkvormen van onze situatie. En hoezeer hij waarschuwt voor aanpassing aan de nieuwe situatie, de lezer kan zich toch niet aan de indruk onttrekken dat in allerlei onderdelen van de dogmatiek zulk een aanpassing plaatsvindt.
Dat is een scherpe kritiek. En gezien de ernst en de bewogenheid waarmee Berkhof theologiseert, de bewogenheid ook om de zoekende mens van nu hulp te bieden ook een kritiek die we met een zekere aarzeling uitspreken. Al te gemakkelijk staan immers ook in theologicis de beste stuurlui aan wal.
Maar ik meen toch dat dr. Aalders gelijk heeft als hij in een artikel in het Kerkblaadje erop wijst, dat er een lijn aan te wijzen is die de gehele kerkgeschiedenis doorloopt. De moderne theologie van de vorige eeuw is ontstaan uit de botsing tussen christelijke traditie en het denken van de mens. Erasmus en de humanisten zochten een synthese. Ja ook in de oudchristelijke kerk waren er theologen die voor de problemen stonden hoe de brug te leggen tussen het Evangelie en de mens in een bepaalde situatie. Aalders meent dat Berkhof in zijn wijze van aanpak inzake de doorvertaling te weinig voordeel heeft gedaan met dat verleden. En dat hij in de praktijk het slachtoffer geworden is van een gevaar dat hij op blz. 81 van zijn boek wel signaleert en blijkt te kennen: het gevaar van de aanpassing.
Geen gereformeerde dogmatiek dus, maar een bemiddelingstheologie, die m.i. op vele plaatsen in strijd komt met dd Schrift en de reformatorische belijdenis.
In een volgend artikel willen we dat aan de hand van een aantal voorbeelden uit dit boek nader toelichten.
Utr. A. N.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's