De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Waar vinden we God?
De Beverwijkse predikant, ds. R. Pomp, die vooral werkzaam is onder mensen die bij de Hoogovens werken, heeft dit voorjaar gedurende drie weken in een ploegendienst bij de Hoogovens meegedraaid. Na afloop van zijn werk maakte hij elke dag notities over zijn ervaringen. Deze indrukken, plus het commentaar van ds. Pomp zelf zijn in twee nummers van Hervormd Nederland geplaatst. Dat ds. Pomp op deze wijze wil weten wat er onder zijn mensen leeft, in wat voor sfeer zij werken, hoe ze dat ondergaan en voor welke problemen ze staan, kan men positief waarderen. Al blijft het een vraag of een periode van enkele weken inderdaad een zodanige brug slaat dat je een stuk vertrouwen kweekt, en er ook echt inkomt. Ds. Pomp is nuchter genoeg dit ook zelf te erkennen.
Het verhaal in HN is een uit journalistiek oogpunt boeiend verhaal. Ook een eerlijk verhaal in die zin dat ds. Pomp zijn visie op maatschappij, industrie, samenlevensvragen, kerk-zijn etc. niet onder stoelen of banken steekt. Die visie is, zoals we trouwens ook uit een andere bijdrage in hetzelfde nummer van HN kunnen lezen sterk horizontaal gericht. Bekering tot Jezus is bekering in het kader van dienst aan de wereld en deelnemen aan de beweging van God om de aarde en de mensheid, zo lees ik in HN van 3 augustus van de hand van ds. Pomp. Een m.i. zeer merkwaardige uitleg van het begrip 'bekering', te merkwaardiger omdat ds. Pomp in dat artikel de Nieuwtestamenticus, dr. De Ru verwijt dat hij in zijn — door velen terecht geprezen— boek 'De verleiding der revolutie' er een aanpassingstheologie op nahoudt en de Bijbel leest vanuit eigen ideologie. Ik dacht dat ds. Pomp er goed aan zou doen ook zijn eigen publicaties vanuit die aanpassingstheologie te kritiseren.
Maar ik keer terug tot het Hoogoven-journaal. Ik laat de sociaal-politieke beschouwingen die nogal naar Marx c.s. rieken voor wat het is, al staan er m.i. in dit verslag zinnen, die in Oost-Europa geen gek figuur zouden slaan. Waar het me om te doen is, is een passage over geloof en kerk. Ik citeer uit Hervormd Nederland van 3 augustus:
Mijn laatste dag. Toch wel opluchting. Krijg nog een gesprek met Kor, de enige in de ploeg, die bij een kerk hoort en meelevend is. Ik vraag hoe hij over de veranderingen in de kerk denkt. Hij is verontrust. Alles kan er mee door. De kerk moet toch eigenlijk een rustpunt zijn in de wilde wereld, maar dat is ze niet meer. Kranten leest hij niet. Wel leest hij met zijn gezin enkele keren per dag uit de bijbel. Is gezagsgetrouw. Werkt correct en is ook voor mij telkens heel hartelijk en behulpzaam geweest. Hij vertelt over zijn kinderen. De oudste is getrouwd en doet niets meer aan de kerk, de tweede is pas verloofd met een niet-kerkelijke jongen en groeit ook van de kerk en het geloof af. De beide jongsten gaan nog mee. Ik denk: hoe lang nog? Ik denk: Beste man, probeer toch te zien, dat jouw kinderen God onmogelijk kunnen vinden en beleven waar jij hem gevonden hebt en beleeft en dat ze dat ook niet hoeven.
Ik denk ook: Arme kinderen, dat jullie niet geleerd is God te zoeken waar Hij voor jullie te vinden is, in jullie leefwereld, dat jullie nog steeds wordt aangepraat, dat je hem moet zoeken waar je vader hem gevonden heeft, maar dat hoeft niet, het mag en kan anders. Ik denk ook nog: lieve God, wat prikken we jou vast op onze tradities en gewoonten, wat geven we je weinig kans om jezelf te zijn, om ook vandaag te voorschijn te komen als de springlevende.
Ook het slot van het artikel willen we de lezers niet onthouden. Het gaat daar over de gemeente en haar toekomst.
Ik ben opnieuw en nog veel sterker onder de indruk gekomen van wat ik al wel wist en wat overal in de samenleving zit: het gevoel van machteloosheid, dat er maar met je gedaan wordt, dat uiteindelijk toch alles al van bovenaf bedisseld en geregeld is, dat je altijd bedrogen uitkomt. Links en rechts in de politiek zijn beide corrupt, overal wordt gezwendeld. Dat gevoel zit heel diep, het is al generaties oud. En de kerk staat aan de kant van de bazen, van de directeur, van de mensen die het voor het zeggen hebben.
Ik heb niet geprobeerd dit te weerleggen. Omdat er niet veel te weerleggen valt. Het is waar. Dat er uitzonderingen zijn, dat er een proces van vernieuwing ook in de kerk aan de gang is, dat er groepen en gemeenten zijn die eerlijk proberen partijganger van de machtelozen te worden, dat alles heb ik niet al te duidelijk naar voren gebracht. Want dat moet je proberen te laten zien, zo geloofwaardig mogelijk. Ik geloof, dat daar de uitdaging voor ons ligt. Wat ik nu graag zou willen is, dat wij als gemeente zó gaan functioneren, dat wij een stukje samenleving gaan vormen, dat door een paar eenvoudige dingen gekenmerkt wordt:
*dat wij persoonlijk en samen een richting aan ons leven geven, die tegen de trend van deze tijd ingaat: niet prestatie en carrière en consumptie en individuele belangen nummer één, maar vrede, rechtvaardigheid, vrijheid en broederschap nummer één en al het andere daaraan ondergeschikt.
*dat wij activiteiten ontwikkelen, die er op gericht zijn het noodlot, dat gevoel van machteloosheid te doorbreken, met andere woorden, dat wij de hoop en de verwachting als grondwoorden van ons bestaan ontdekken.
*dat wij mogelijkheden zoeken om deze uitgangspunten voor gemeente-zijn ook in de organisatie en de opbouw van de gemeente zo helder mogelijk te krijgen, dat we een gemeente met een duidelijk gezicht worden.
*dat wij contact zoeken met groepen en gemeenten, die óók deze weg proberen te gaan om zo elkaar te bemoedigen, te helpen en samen te werken.
Ik geloof, dat we op nieuwe wijze in God mogen gaan geloven. En dus ook op nieuwe wijze gemeente mogen zijn. Ik hoop, dat we daar samen op in willen gaan, met durf en visie en fantasie. Op de gemeentevergadering gaan we een programma voor het komende seizoen bespreken, dat in het perspectief staat van dat 'op weg zijn naar een levende en actuele gemeente', zoals de vier punten dat oproepen. Uw meedenken en meewerken wordt zeer op prijs gesteld.
Hierbij mijnerzijds het volgende commentaar:
a) Wat voor kerkhistorie heeft ds. Pomp bestudeerd, dat hij zo vlotweg accepteert het gezegde: De kerk staat aan de kant van de bazen ... Kan men dat zo ongenuanceerd zeggen? Zeker, de kerk heeft de eeuwendoor met een beroep op Rom. 13 gepleit voor erkenning van gezagsverhoudingen. Maar de kerk heeft ook meerdere malen de grens van dit gezag erkend, omdat ze wist: Men moet Gode meer gehoorzamen dan de mensen. Dat kan ds. Pomp toch ook weten als hij de moeite neemt zich te verdiepen in Calvijn, Knox, de Hugenoten, de boetepreken van schrijvers uit de tijd der nadere Reformatie, de sociale bewogenheid van mensen als Heldring, Talma, Kuyper e.a. Dat er daarnaast door velen in die kerk gefaald is op vele punten inzake sociale vragen, zij volmondig toegegeven. Maar het beeld is genuanceerder dan ds. Pomp hier accepteert.
b) Wat voor opvatting over geloof en geloofsbeleving beheerst dit verslag? Ik laat nu maar rusten dat ik het stuitend vind God aan te spreken met 'jou', omdat ik wil aannemen dat dit een emotionele ontboezeming is van ds. Pomp en het 'jou' wat al te argeloos uit de pen gevloeid is.
Maar verder? Jongeren die de kerk en haar eredienst vaarwel zeggen, van het geloof afgroeien. Een vader die daar verontrust over is. Och, die vader zal heus, als hij eerlijk is, ook de hand wel in eigen boezem steken. Maar mag hij verontrust zijn over het geestelijk welzijn van zijn kinderen? Die buitenkerkelijke kinderen mogen God vinden in hun leefwereld, zegt ds. Pomp. Waar staat dat? Ik dacht dat we de Here vinden in Zijn Woord en dat God naar dat Woord gediend wil zijn. En dat we Woord en kerk niet op een dergelijke doperse wijze mogen losmaken van elkaar.
Is het zo, dat wie christen-zijn wezenlijk verbonden acht met de kerk, haar eredienst, belijden en getuigen, God vastprikt (?) op onze tradities? Ik kan dit schrijven van ds. Pomp alleen maar verklaren als de gemeente niet meer is dan een instelling voor menselijkheid en leefbaarheid. Maar dan heeft zij met de gemeente van Christus bitter weinig meer te maken.

Niet knoeien
In het Centraal Weekblad van 20 juni schrijft ds. J. Overduin over misbruik van de Bijbel, misbruik dat bestaat in een eigenmachtige uitleg. We zullen eerlijk moeten zeggen dat niemand immuun is voor dit gevaar. Wat laten we makkelijk de Schrift zeggen wat wij willen dat deze zegt. Terecht wijst Overduin erop, dat ook wie eerbiedig staat tegenover Gods Woord, toch bezig kan zijn zijn gedachten over de Schrift te laten heersen. Een formele gezagserkenning is niet alles. Wij zullen altijd weer onze gedachten gevangen moeten laten nemen tot de gehoorzaamheid aan de Christus der Schriften. Wij zullen steeds weer hebben te bidden om de verlichting met de Heilige Geest, om het Woord recht te mogen verstaan.
Knoeien met de Schrift, eigenmachtige uitleg. Het komt in alle sectoren van de kerk voor. Ook als we denken aan het gevaar van 'het bijbeltje in de Bijbel'. Nadat Overduin enkele voorbeelden genoemd heeft van Bijbelmisbruik aan de uiterste rechterzijde van de kerk (met excuus voor deze aanduiding!) wijst hij op een ander soort misbruik dat we heden ten dage nog al eens tegenkomen:
In de dertiger jaren waren er Barthianen, die zo kopschuw waren voor die goede werken, dat zij elke vorm van heiligmaking aanzagen voor werkheiligheid. Zij reduceerden het evangelie tot de rechtvaardiging van de goddeloze. De overstelpend vele vermaningen in de evangeliën en de brieven om uit dankbaarheid heilig te wandelen, werden genegeerd of zó uitgelegd, dat men toch weer op het ene thema van de rechtvaardiging van de goddeloze terecht kwam. Hoe ernstig deze waarheid ook is, men mag niet knoeien met de teksten die dit thema niet, maar de heiliging en de navolging aan de orde stellen.
Men behoefde geen groot profeet te zijn om te voorspellen, dat op dit soort knoeien een tegenovergesteld knoeien zou volgen. Enkele voorbeeleden zal ik u ter waarschuwing noemen. Het is de moeite waard erop te attenderen, omdat het geen zeldzame uitzonderingen zijn. Ze zijn voor een grote (?) groep symptomatisch, tenminste te oordelen naar wat ik zo door de radio hoor. Ik heb nu op het oog een bepaalde categorie uit de rooms-katholieke en protestantse kerken.
Iemand mediteerde over 'Ik ben de Goede Herder. De Herder zet zijn leven in voor zijn schapen'. Nu maakt Jezus hier heel duidelijk een tegenstelling tussen Zichzelf als de Goede Herder en de huurlingen. Men zou denken, dat de volle nadruk zou vallen op de noodzakelijkheid zich te stellen onder deze Goede Herder, die zijn leven heeft ingezet voor de schapen. Maar nee, de boodschap werd: wij behoren allemaal goede herders voor elkaar te zijn. Nu is dat laatste ook een bijbelse waarheid. Immers, wij mogen niet in een Kaïnsgeest leven van 'ben ik mijn broeders hoeder?' doch verantwoordelijkheid voor elkaar hebben. Als men deze laatste waarheid van echte medemenselijkheid wil brengen, goed, daar zijn vele teksten voor te vinden, maar versmal het evangelie niet tot medemenselijkheid, zodat de noodzakelijkheid van de Goede Herder voor en over ons onder de tafel wordt gewerkt. Dat is knoeien.
Een tweede voorbeeld. Een meditatie over 'gelijk de Zoon des mensen niet gekomen is om Zich te laten dienen, maar om te dienen en Zijn leven te geven als losprijs voor velen'. Zeer zeker is het de bedoeling van Jezus Zichzelf hier ten voorbeeld te stellen voor zijn discipelen, die graag heersen in plaats van dienen willen. Maar waarom zwijgen over de inhoud van het dienen van Jezus aan ons tot in de losprijs toe? Wanneer men eerst dit geweldige en onbegrensde dienen van 'liefde tot het einde toe' verkondigt, wordt het appèl om elkaar te dienen des te dringender en vervalt men niet in een vlak moralisme doch blijft het evangelieverkondiging. Waarom alleen spreken over de vruchten en de wortel negeren?
Het is te betreuren, wanneer men direct van wal steekt met de boodschap 'wij moeten elkaar dienen', alsof de dienst van Jezus aan ons niet uiterst urgent is.
Men zou meerdere voorbeelden kunnen noemen. Het gevaar van een uitleg waarbij de tekst door het filter van het eigentijdse denken heengaat, is in onze tijd levensgroot aanwezig. De uitleg wordt dan overwoekerd door wat men noemt de hermeneutiek. Niet wat staat er, is dan belangrijk, maar hoe komt het over.
Ds. Overduin bepleit terecht evenwichtigheid. Rechtvaardiging en heiliging, geloof en navolging, fundament en gebouw. Dat is terecht. Mits we in deze evenwichtigheid wel bedenken dat het uitgangspunt van eminent belang is. Toen de Reformatoren de Bijbel weer gingen lezen vanuit het: Genade alleen, geloof alleen, was dit bepaald geen eenzijdigheid, die leidde tot misbruik. Maar wel een uitgangspunt van waaruit alleen de accenten juist gelegd kunnen worden.
Omdat het er immers om ging dat het heil volstrekt van God komt, puur genade is. Dat uitgangspunt bepaalde de structuur van de Bijbeluitleg. Het is goed dit reformatorisch uitgangspunt vast te houden. Opdat we zo het bijbels evenwicht bewaren en de Schrift recht doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1974

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's