De Leerdienst
De prediking
Inleiding
Het is niet de bedoeling in dit artikel een brede uiteenzetting te geven over de geschiedenis van de leerdienst. Daarover bestaan verschillende geschriften van oudere en nieuwere datum en wij willen de lezer daarheen gaarne verwijzen. Wat ons voor ogen staat is slechts een doorsnee te geven van de gewichtige functie, die de leerdienst in het midden der gemeente hebben kan en derhalve een lans te breken voor het herstel van de leerdienst enerzijds en anderzijds voor de verheffing van het peil daarvan. Wanneer we ons oor namelijk zo hier en daar eens te luisteren leggen en ons oog de kost geven, krijgen wij de indruk dat ook in eigen kring een zekere verflauwing heerst aangaande de overtuiging, dat de leerdienst absoluut noodzakelijk is. Al te gemakkelijk toch wordt de leerdienst verschoven, er heerst geen vaste orde in; te zeer moet zij plaatsmaken voor vrije stof èn ... er heerst hier en daar de gewoonte wekenlang de catechismusprediking te onderbreken. De schade, die daarvan het gevolg is, is uiteraard niet in cijfers uit te rekenen. Maar het is onze vaste overtuiging, dat een gebrekkige handhaving van de leerdienst in de gemeente grote nadelen heeft. De gemeente wordt een huis met open vensters, waar alle winden doorheen kunnen waaien. Er wordt niet een gemeente gebouwd in de leer der vaderen, het rommelt maar wat aan, de lijnen ontbreken — de mode van de dag geeft de toon aan. Het onderwijs ontbreekt, en dat waar de onkunde reeds ontstellend is.
Aard
Het verdient daarom aanbeveling, nog eens heel duidelijk uiteen te zetten, wat nu wel het eigen karakter is van de leerdienst, in onderscheiding van enige andere dienst. Welnu, de leerdienst is die dienst, waarin met name de leer der kerk aan de hand van één van haar belijdenisgeschriften aan de gemeente wordt voorgedragen. Wij willen er niet over twisten welk belijdenisgeschrift wordt verklaard.
Onze persoonlijke voorkeur gaat nog altijd bovenal uit naar de Heidelbergse Catechismus, maar het gaat in de omschrijving niet allereerst om welk belijdenisgeschrift, maar vooral om het feit dat er zulk een geschrift wordt vertolkt en wel op vaste tijden en naar een orde, die behoort tot het wezen van zulk een belijdenis. Dat alleen bouwt en voedt de gemeente. Ook willen wij niet ter tafel brengen welke dienst bij voorkeur wordt gebruikt voor zulke onderwijzing. Het komt ons voor, dat de avond of middag daarvoor het meest geschikt is, maar nogmaals — daarover twisten wij niet.
Het gaat ons er bovenal om dat een regelmaat wordt aangehouden, waarin overeenkomstig de geleding van de confessie de gemeente wordt onderwezen in de rijkdom van haar belijden. Zulk een dienst ga door vóór alles en de inhoud of liever de stof der prediking zij de gemeente ook tevoren bekend. Deze leerdienst bedoelt de gemeente te scholen in de brede samenhangen der Schrift, en haar de waarheid in beknopte vorm voor te dragen.
Zij wordt geleid langs de vierbaanswegen van de Schriftinhoud. Met andere woorden, kan de vrije-stofprediking nog wel eens stilstaan bij kleine verbanden, kleine vergeten Schriftdelen, de leerdienst trekke het alles samen en tone aan de gemeente de heerlijkheid van haar confessie met breed handgebaar, in kloeke zin.
Ze zegge: dit is nu het eigendom geweest van geest en hart der gemeente van alle eeuwen en plaatsen en hieraan moet ge uzelf toetsen. Voor een goed verstaander is het alsof onder de oude gewelven van het Godshuis de lofzang opklinkt van profeten en apostelen en ... van de gemeente van de huidige dag. Zulk een leerdienst kan naar de diepte afdalen; trekt de lijnen van de confessie naar onze tijd; breekt in tegen de tijdgeest; accentueert de roeping van de kerk voor heden; en ... is een leidraad voor de huidige geloofsbeleving.
Bezwaren
Wij kunnen intussen niet ontkennen, dat er formeel heel veel bezwaren worden ingebracht tegen de leerdienst. Herhaaldelijk zult ge horen: dat is te strak. Wij hebben liever vrije stof. Het is te moeilijk, het gaat ons te hoog. Het is niet te volgen, eenvoudig omdat er zulke stukken aan de orde worden gesteld, die voor een gewoon mens ongenietbaar zijn. Wij moeten aan deze bezwaren geen gehoor geven. Ze komen nagenoeg alle uit de veranderzucht voort, die wel veel variatie wenst, maar enkel variatie wenst uit pure verveling. Deze stemmen verdienen geen aandacht. De kerk leeft niet van grilligheid. Maar van herhaling, van ontvouwing, van tentoonspreiding van de éne waarheid. De jaren na de oorlog is geëxperimenteerd, beproefd, gespeeld op de fluit, geslagen op de trom — het heeft alles niet met al geholpen. De oude waarheid in hedendaagse woorden vertolkt, dat trekt ook heden nog. Het trekt ... en het blijkt ook wonderbaar te troosten.
Ook de materiële bezwaren als zou werkelijk een nieuw belijden noodzakelijk wezen; als waren er wezenlijke noties afwezig uit de Heilige Schrift in de confessie, men achte het niet teveel eer waardig. Veelszins berusten dergelijke geluiden op gebrek aan Schriftstudie aan de ene zijde, en aan de andere zijde op totaal gemis aan ware kennis van de belijdenis. Zeker, wij vergoddelijken de confessie niet, ze is veranderlijk — alzo is de leer der kerk altijd geweest. Maar krijgt velerlei bezwaar tegen de leerdienst niet al spoedig de toon en de tint van bevangenheid en beklemdheid in eigen tijd en eeuw? Het ware toch hoogmoed om te beweren, dat onze tijd eerst waarlijk dé vragen stelt, die om antwoord roepen. De wijsbegeerte van onze tijd, die in de existentie opgaat, verbergt niet weinig trots in velerlei schallende vragen. Maar wij dachten, dat het minstens van ootmoed getuigen zou en van zelfkennis, als we ook eens vroegen hoe een voorgeslacht dacht, schreef en sprak.
En dan blijkt maar al te dikwijls, dat onze vragen de hunne waren. Kortom, het verdient aanbeveling allerlei bezwaar tegen de inhoud en de vertolking van de confessie te meten aan de Schrift. En dan blijkt veelszins, dat van wezenlijk bezwaar weinig sprake is of kan zijn. We leven niet van het heden of van gisteren.
We belijden in de kerk der eeuwen. Dat maakt ootmoedig en ... stil. God stelt de vragen aan ons. Dat neemt intussen niet weg, dat wij erkennen hoezeer elke eeuw ook haar eigen taak heeft in het Schriftverstaan en dat met de voortgaande tijden der wereld ook wel een beter inzicht doorbreekt. Maar het sta vast: Christus Jezus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid! De Schrift is een handvest, door de Geest gegeven. Maar de Schrift is geen krant, gevuld met de mening van de dag.
Noodzaak
De leerdienst wordt dus wel sterk aangevochten, maar zij verdient even sterk handhaving. Wij hebben in de laatste jaren wel gezien hoe de oude wijsheid: meen nooit, dat afschaffing van avondbeurten de mensen ijveriger maakt in het kerkgaan des morgens, wordt bewaarheid. Integendeel hoe meer kerken worden gesloten, hoe meer beurten vervallen, hoe meer predikantsplaatsen worden opgeheven, des te trager de kerkgang wordt. Wat dan te doen? Niets bijzonders of opvallends. Men zoeke het in verbetering van de prediking, vooral in het handhaven en verdiepen van de leerdienst. De gemeente van onze tijd heeft onderwijs nodig in het merg en het gebeente der christelijke godsdienst. Daaraan ontbreekt het. Het babbelt wel, het spettert wel, het praat wel alom in kerk en krant — de vaderlandse eendenvijver van de kerk vertoont een nameloze drukte. Maar als er één ding nodig is in onze tijd, dan is het: de stilte. Gods dingen zijn stille dingen. Wij hebben nodig de vraagstukken van deze eeuw te zien in het licht van wat de kerk alle eeuwen door beleden heeft. De leerdienst is Schriftdienst. De leerdienst bedoelt om de Schrift te leren lezen in het complex van waarheden, zoals het is gebundeld in de confessie. Lees slechts de teksten onderaan de zondagen van de catechismus en ge ziet het ineens: al wat de Schrift boodschapt is samengevat in een eikenhouten zin van deze of gene zondag. En zie - dat behoeven we nu zo dringend, de Schrift te leren lezen aan de hand van een vertrouwde gids. Wonderlijke dingen zult ge ervaren, als zulks geschiedt. De problemen van deze eeuw worden vergeleken met die van een vorige eeuw. De wijsbegeerte, het levensgevoel, het relativisme, de luchthartigheid, de onkunde, het dorp, de stad, de eeuw, de staat, het land - het wordt alles in ontmoeting gebracht met de saamgevatte vertolking van de Heilige Schrift. Dikwijls gaat het geheel van zelf. Waar de prediker getrouw de confessie vertolkt, daar straalt door het raam van de confessie heen het Woord zijn stille licht. Daar worden door de akker der gemeente de voren getrokken. De wilde dwarrelwind van allerlei leer en mening wordt tegengegaan. De gemeente gaat de hoofdlijnen van de Schrift ontdekken en vindt aldus beter de weg in haar Bijbel. Zo ontstaat een gedurige opscherping in het geloofsbewustzijn. Het is doorgaans zo wazig in de gemeente. Een geduldig pastor kan de hardnekkigste dwalingen in iedere gemeente als met de handen tasten. Ook in de gereformeerde gezindte woekeren ze voort: onschriftuurlijke meningen over de sacramenten, wangedachten over geloof en bekering. Wij konden in deze zin lang voortgaan. De levenspraktijk is hier de beste school in wereld- en mensenkennis. Ons menselijk denken wil zich niet gevangen geven onder het denken van de Schrift. Maar juist daarom is voortdurende, onderwijzende prediking zo broodnodig.
Vrucht
In het voorafgaande kon de lezer reeds bemerken hoe waardevol wij de leerprediking achten. Juist de gebonden vorm van de confessie, vertolkt in de leerdienst, dringt het diepst in de geest door. Voor de predikant is de gedurige prediking uit de leer der kerk een handleiding, waardoor alle hoofdstukken en hoofdzaken uit de Heilige Schrift aan de orde komen.
Ook voorgangers zijn geneigd stokpaardjes te berijden. De confessie trekt ze er vanaf. Daarbij voegt zich als vanzelf een andere winst. Wie regelmatig de leer der kerk vergelijkt met de Schrift, ontvangt een schat voor het leven. Wij hebben de roeping het geloof der gemeente wortel te doen schieten in het Woord van God.
Daarvoor toch is voor alles nodig dat zulks met ons eigen geloof het geval zij. Door de theologie zijn wij gevormd. De leer der kerk is opgebouwd uit de gegevens der Schrift. Die kennis is voor ons nuttig. Laten wij voordeel hebben van het denken der vaderen. Maar ons geloof ruste in hun denken niet. Dat is wel een gemakkelijke weg, maar niet een rechte. De stelsels zijn er niet om de Schrift te vervangen, zodat wij deze voortaan zouden kunnen laten liggen en ons bepalen tot het prediken, wat de school ons geleerd heeft. Dat geschiedt veel te veel. Velerlei prediking wordt daardoor dor, bevangen in een harnas van waarheden. Er is een betere weg. Ga van de school naar de Schrift. Doe de leerstellige studie nog eens over met een geopende Bijbel voor u. Het onderzoek van de Schrift doet geen afbreuk aan de waardering van de belijdenis der vaderen. Juist als we de overeenstemming zien tussen deze en de Schrift zullen wij de confessie te meer waarderen. Dat beduidt rijkdom voor de prediker. Door de gebonden vorm van een catechismuszondag bijvoorbeeld heen gaat de heerlijkheid der Schriftwaarheid stralen en tintelen. Maar er is nog meer zegen. De leer der kerk te prediken met het oog op de Schrift leert ons ook de waarheid der kerk om te munten in gangbaar geld. Wij ontwikkelen in een evenwichtige prediking ook de confessie voor onze tijd. Aldus werkt de leerdienst vormend en stalend in op de voorganger. Dat merkt de gemeente onbetwist op. Het vormt hem ook voor de vrije-stof prediking, doordat hij de brede verbanden der Schrift ziet opengaan.
Maar ook voor de gemeente is de leerprediking vruchtbaar. In een vaste vorm, op een vaste tijd, in een evenredige dosis ontvangt ze onderwijs in de leer der kerk naar de Schrift. Zo wordt eenzijdigheid en ziekelijkheid voorkomen, die opschieten omdat bepaalde kernpunten summier aan de orde zijn. Denkt u alleen eens aan de gezette wetsprediking van de catechismus. Hoezeer bestrijkt deze ook het publieke en intieme leven van de gemeente.
Wij weten, de gemeente in totaal zal de leerprediking niet zoeken. Dat is van de aanvang af zo geweest. Maar wat in de breedte aan hoorders wordt verloren, wordt in de diepte gewonnen. En wie weet, of niet bij gezette studie, voortdurende variatie en frisheid van aanpak het leerboek weer zal winnen in aandacht.
Naar onze ervaring bouwt de leer der Schriften de gemeente meer dan wat ook.
Merkwaardig is het, ook in onze tijd, hoe die aloude leer in eigentijdse woorden gebracht, de mensen stil maakt, omdat hier de stem der eeuwen klinkt. Het weldenkend deel der gemeente heeft de prediker steeds op zijn hand, omdat dat naar de diepte tast, meer dan naar de actualiteit.
Praktijk
Het ware goed mogelijk ons in de breedte te verliezen bij de aanwijzingen voor de praktijk. Dat willen wij niet. Daarom slechts enkele sobere wenken. Het verdient naar ons inzien zeker de voorkeur de Heidelbergse Catechismus te behandelen in de leerdienst. De Dordtse Leerregels en de Nederlandse Geloofsbelijdenis hebben een meer stellende vorm, de catechismus daarentegen is pastoraal van hoog gehalte. Ook homiletisch uitnemend bruikbaar. De overige belijdenisgeschriften laten zich gevoegelijker behandelen op de lidmatencatechisatie omdat zij vrij hoge eisen stellen aan de opnamecapaciteit van een gemiddeld gehoor. Hoezeer ook nodig te weten wat de leerregels en de geloofsbelijdenis leren, het verdient nadruk de catechismus te volgen, eventueel met verwijzingen naar de overige confessies. Wij bedoelen hier geen regels te geven, alleen de ervaring zij onze repreekstoel te verklaren, zij zijn daarvoor toch welhaast te geladen van vorm en inhoud. De catechismus spreekt de taal der diepe eenvoud. Wil men toch een andere regel, waarom denkt men niet aan bepaalde stukken van bijzonder belang of aan homiletische behandeling van doopen avondmaalsformulier? De catechismus is volledig onderwijzend, de leerregels en in mindere mate de geloofsbelijdenis meer stellend, thetisch — mengel. Wij hebben hier de praktijk van de kerk met ons en al is het gebruik geweest de beide andere geschriften van de neemt het minder op.
In ieder geval de leerdienst stelt hoge eisen aan de voorganger. Ze ontslaat hem weliswaar van de wekelijkse moeite en tekstkeuze, maar ze noopt hem te graven in de diepte. Dat moet de gemeente ook doen door simpelweg getrouw te zijn en mee te denken, mee te lezen thuis na de prediking. Wij kunnen de verleiding bijna niet weerstaan nog verder te gaan. Maar ter zake. Een goede leerdienst draagt beloften in zich voor het heden en de toekomst der gemeente. Zij wijke niet voor allerhande actuele zaken. Waarom, zo vragen wij, is het nodig dat zovele zondagnamiddagen moeten wijken voor lijdensprediking, avondmaalsdankzegging en eventuele andere onderwerpen? Wie eens optelt komt tot de conclusie dat het grootste deel van de jaarlijkse cyclus wordt weggenomen door andere stof. Men zij hiervoor op zijn hoede. De didactiek van de leerdienst wint alleen maar wanneer men niet al te spoedig de leer wegschuift.
Waarom geen dankzegging, waarom geen dooppreek uit de catechismus? Waarom is het nodig in de avond ook lijdenspreek te hebben? Het gezegde laat zich uiteraard meest toepassen voor eenmansgemeenten. Maar naar onze overtuiging is met wat meer discipline meer te bereiken onder ons. De vrucht zou alleen maar dieper wezen. Een onderwijzing in de leer noopt nu eenmaal tot bestendigheid en vaste regelmaat. Hier ligt een taak voor voorgangers en kerkeraden. Onlangs lazen wij nog eens de voorrede van keurvorst Frederik van de Paltz voor de Heidelbergse Catechismus. Hier spreekt de eenvoud der majesteit. Maar wie die sobere indrukwekkende woorden leest en proeft, die ondergaat opeens de gewaarwording: het was toen niet anders als heden. Ja, juist in tijden van verval grijpe men weer naar het aloud vertrouwde.
Zonder de aloude klare leer der vaderen, uit de Schrift geput, is het tot nu toe maar bozer geworden. Waarom dan niet ijveriger dan ooit gegrepen naar het leerboek? Een volk dat 'leert' bouwt aan zijn Toekomst.
Huizen A. van Brummelen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's