Kerkelijke verschuivingen
Professor C. Veenhof heeft er onlangs in het blad Opbouw op gewezen, dat er momenteel sprake is van een duidelijke verschuiving van het centrum van het gereformeerd kerkelijk leven in ons land. Hij wees daarbij met name ook op groeiende invloed van de orthodoxie binnen de Hervormde Kerk. Professor dr. H. N. Ridderbos heeft in reactie daarop in het Gereformeerd Weekblad (uitgave Kok, Kampen) gezegd, dat hij de analyse van prof. Veenhof te ongenuanceerd vond maar hij stemde toe, dat er een element van waarheid in zat. De reden zegt hij, waarom de Gereformeerde Kerken hun identiteit en invloed verliezen is niet, dat zij hun talenten in de grond begraven hebben maar handel hebben gedreven met vreemde geldwisselaars. In plaats van het uitgangspunt in denken en handelen te nemen in de persoonlijke verhouding tot God is de ontwikkeling van het denken en leven van de wereld uitgangspunt geworden. Welnu, deze verschuiving zien we momenteel zich inderdaad voltrekken, zó dat er ongetwijfeld sprake is van een hergroepering van wat gereformeerd mag heten in de zin van de confessie en wat niet. De vraag is wat de plaats van ons als hervormd gereformeerden in het geheel van dit proces is, in het geheel van de Gereformeerde Gezindte èn in het geheel van onze kerk.
Groen bekeken
In Hervormd Nederland heeft ds. Groenenberg, visitator-generaal van de Hervormde Kerk, een vaste rubriek onder de titel 'Groen bekeken'. In het nummer van 17 augustus schreef hij over de Gereformeerde Bond. Ik citeer: 'Ruim een zesde deel van de predikantsplaatsen in onze kerk was bezet door predikanten, die tot deze groepering behoren. Dat percentage wordt groter, niet omdat er gemeenten omgaan, maar omdat er in anderssoortige gemeenten een vrij groot aantal predikantsplaatsen niet meer worden bezet of zelfs opgeheven. Dat komt in de G.B.-gemeenten (als ik ze zó mag noemen) niet voor. Ze komen nu al op een vijfde deel te staan. Ik heb eens gezegd: de invloed van de bond zal groter worden, niet door eigen groei maar door afbrokkeling van andere delen van de kerk.'
Ds. Groenenberg gaat verder ook in op de toenemende invloed van de Gereformeerde Bond in delen van het land waar de Gereformeerde Bond eerst niet was, met name in het noorden van het land. Daar zijn bijvoorbeeld gemeenten, die geen predikant meer konden beroepen maar nu theologische studenten hebben aangetrokken, die in Groningen studeren en tot de G.B. behoren. Naast hun studie verrichten ze pastoraal werk, gaan 's zondags voor in de dienst des Woords. Groenenberg voorspelt gegeven deze voorbeelden dan de Bond een 'grote toekomst', als deze zich overigens zou concentreren op het eigenlijke, de prediking en een aantal dingen zou accepteren, zoals de Nieuwe Berijming, het gezang en misschien wel de vrouw in het ambt.
Bezinning
De uitspraken van prof. Veenhof en van ds. Groenenberg vragen onze bezinning.
Laat ik beginnen met te zeggen, dat ik het nogal hachelijk vind om te spreken over 'een grote toekomst voor de Gereformeerde Bond', zoals ds. Groenenberg doet. Het gaat niet om de bond, het gaat ook niet om de toekomst van de bond, maar het gaat om de kerk, om de toekomst van de kerk en haar leven naar de instellingen van God. Het ware beter dat de kerk tot bekering, tot reformatie kwam dan de bond tot groei. We zullen zelf dan ook op onze hoede moeten zijn voor het gevaar om de groep, in dit geval de bond, te stellen boven de kerk. En elke gedachte aan en streven naar succes en groei van eigen groepering doet al verliezen voordat nog iets begonnen is. Door zelfverheffing en wijzen op eigen groei en bloei zijn al heel wat bewegingen ten onder gegaan. Daarbij komt dat we ons ook de vraag mogen stellen hoe het in onze kerk gaan zou als wij het voor het zeggen zouden hebben. We staan zelf niet buiten de schuld van het verval van de kerk.
Zouden we in eigen kring dan de eenheid, de beslistheid, de energie en de geestelijke inzet hebben, die nodig is om in onze tijd de kerk te doen zijn wat ze móét zijn, een stad op een berg en een licht op een kandelaar?
Groei
In de tweede plaats wil ik opmerken, dat het geen zaak van vreugde is dat het aantal predikantsplaatsen van de Gereformeerde Bond gestegen is tot een vijfde deel door afbrokkeling van andere delen van de kerk. (Wat de meelevende gemeente betreft ligt dit deel overigens belangrijk hoger). Het is een aangrijpende zaak als we zien hoe de kerk afbrokkelt en het aantal predikantsplaatsen inkrimpt. Het is een symptoom van doorgaande ontkerstening, die als een oordeel over kerk en volk gaat. Over een dergelijke relatieve groei van de bond kunnen we ons moeilijk verheugen. Maar wel dringt de vraag zich naar voren — een vraag niet alleen voor ons — maar voor 't gehéél van de kerk hoe 't dan komt, dat in 'n tijd van inkrimping van predikantsplaatsen de gereformeerde predikantsplaatsen zich handhaven of uitgebreid worden. In Rotterdam kromp het aantal predikantsplaatsen boven dé rivieren van 17 tot 7, maar het aantal gereformeerde predikantsplaatsen bleef zoals het was. Ik wijs op Vlaardingen en Amsterdam, steden waar een predikantsplaats van gereformeerde signatuur bij kwam.
In Zwolle zijn voorzieningen getroffen voor uitbreiding van de pastorale bearbeiding van de herv. geref. predikantsplaats. In diverse gemeenten van G.B.-signatuur werd in de afgelopen jaren het aantal predikantsplaatsen nog uitgebreid (Huizen, Barneveld, Veenendaal, Harderwijk, Lunteren, Middelharnis e.a.). En verder, er is een onmiskenbaar toenemende vraag naar de gereformeerde prediking allerwege in den lande. Ds. Groenenberg wijst op Groningen, waar in de stad en de omgeving daarvan voorzichtig iets aan het groeien is. Momenteel voert men in de stad Groningen een actie voor de opvolging van ds. Poot. Bij de inkrimping van predikantsplaatsen daar vanwege de financiën is er alle reden om déze predikantsplaats te laten voortbestaan, omdat deze een duidelijke plaats verworven had en er tot in de wijde omgeving toe invloed van de gereformeerde prediking uitgegaan was.
Waarom?
In toenemende mate wordt overal uit het land — uit het Noorden zowel als uit het Zuiden — een beroep op de Gereformeerde Bond gedaan om te helpen met adviezen of met daadwerkelijke steun. Ik ga hier geen voorbeelden noemen omdat die zaken vaak te gevoelig liggen. Maar de vraag rijst waaróm in deze tijd van vermindering van de predikantsplaatsen het aantal gereformeerde predikantsplaatsen niet afneemt maar toeneemt en de vraag naar gereformeerde prediking steeds sterker gehoord wordt. Waaróm gemeenten, zelfs van vrijzinnige signatuur omgaan (want dat gebeurt óók). We waren onlangs in een gemeente van oorspronkelijk linkse signatuur, waar nu de gereformeerde prediking is. Eén van de ouderlingen zei: we weten nu wat Woordbediening is; het gaat om het Woord en niet om bloemetjes (wat hij met dit laatste ook bedoeld moge hebben). Spurgeon zei eens over de evangelische predikers uit de 17de en 18de eeuw: 'Men kon geen preek van ieder van hen horen zonder de mens te horen beschrijven als zondaar, gevallen en geruïneerd, en waarin Christus alleen werd opgericht als de Zaligmaker en de noodzaak van het werk van de Heilige Geest werd benadrukt; in niet mis te verstane taal werd gedonderd over het land: u moet wederom geboren worden. En Spurgeon liet daarop deze raad volgen: 'Als we het heil van de kerken willen bevorderen, dan moeten we bidden om dienaren, die goed ingeleid zijn in de leerstellingen van het Evangelie en krachtig bevestigd in het geloof daarin ... We hebben predikers nodig wier hele bezig zijn hier beneden zal zijn een boodschap te verkondigen, die ze net zo lief hebben als hun eigen leven, omdat ze de reddende kracht daarvan in hun eigen ziel hebben ervaren.'
Me dunkt, in zo'n prediking ligt kracht en de kerk zal met zo'n prediking gediend zijn. Hier ligt dunkt me het geheim van de vraag naar gereformeerde prediking, omdat de mens als zondaar ernstig wordt genomen en het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest voor een mens persoonlijk centraal staat. Het zou een zegen zijn als de kerk als geheel met deze zaken weer ernst ging maken tot heil van mens en samenleving.
Erfenis
De Gereformeerde Bond wordt, zoals gezegd, gevraagd op plaatsen waar de bond niet eerder was. Ds. Groenenberg zegt daar óók van, dat er 'een grote toekomst' ligt, als we ons oriënteren op de kern, de prediking en andere dingen laten voor wat ze zijn. Laat ik beginnen met te zeggen, dat we veel begrip zullen moeten opbrengen voor situaties, waar de dingen niet één-twee-drie kunnen gaan zoals ze in een vanouds gereformeerde gemeente gaan. Dan hebben we inderdaad te beseffen dat de prediking het centrale moet zijn en dat er wel eens dingen zijn, die men terwille van de voortgang van de prediking nemen moet. Maar anderzijds moet gezegd worden, dat in de kerk de laatste decennia heel wat vernieuwingen en wijzigingen zijn ingevoerd, die onze instemming niet hadden maar het werk waren van diegenen in de kerk, die er het kerkelijk leven niet mee hebben kunnen redden. We worden daardoor nu met een erfenis opgescheept, die telkens voor problemen stelt en spanningen oproept. Bij alle begrip, die we hebben moeten voor situaties die niet direct kunnen zijn zoals we het graag zouden willen, moeten we toch wél zeggen dat de midden-orthodoxie die thans voor een geestelijk bankroet staat, een erfenis nalaat, die door ons niet in dank wordt aanvaard. En zeg ik teveel als ik beweer, dat de midden-orthodoxie daar ook mee doorgaat, gemeentelijk en op synodaal niveau? Iemand zei eens: de midden-orthodoxie regeert tot ze er bij neervalt. Daar ligt de oorzaak van allerlei spanningen. Bij dit alles staan we als Gereformeerde Bond thans echter voor de noodzaak om te staan voor de verbreiding van de waarheid (zo staat het in onze naam). Maar daarnaast is er ook de verdediging van de waarheid (ook dit staat in onze naam) en dat staat óók niet los van die dingen, die ds. Groenenberg ons graag ziet accepteren.
Het zal duidelijk zijn, dat we bij de verbreiding én de verdediging van de waarheid thans in een spanningsveld zijn gekomen, waarin we de verlichting door de Heilige Geest wel zeer nodig hebben. Willen we onze weg hier goed gaan, dan moet het zijn in afhankelijkheid van het Woord, zonder zelfverheffing, met zicht op de hele kerk en niet op alleen de eigen kring, maar ook met beslistheid wat betreft het beginsel. En als we thans ook méé betrokken worden in het centrum van het gereformeerde leven, waarover prof. Veenhof sprak, dan geeft de geschiedenis van de kerk, ook van die van de laatste jaren in ons land, met name in de Gereformeerde ^ Kerken, ons lessen die we niet mogen veronachtzamen. Maar we zullen ons mèt en vóór elkaar — in eigen kerk en daarbuiten — verantwoordelijk weten voor de handhaving en doorwerking van de Gereformeerde belijdenis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1974
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's